Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  augustus 2017

 UIT ONS ARCHIEF

‘Wanneer komt er weer een congres?’

‘Wanneer komt er weer een congres?’

HET is eind november 1932. Nog maar een week geleden heeft Mexico-Stad, een drukke stad met een miljoen inwoners, zijn eerste elektrische verkeerslichten gekregen. Maar nu zijn die verkeerslichten alweer oud nieuws. De journalisten staan met hun camera’s op het station te wachten op een speciale gast: Joseph F. Rutherford, de president van de Watch Tower Society. Ook plaatselijke Getuigen staan hem op te wachten om hem hartelijk welkom te heten. Broeder Rutherford is gekomen voor het driedaagse nationale congres.

The Golden Age berichtte: ‘Dit congres zal zonder twijfel de geschiedenis ingaan als een gebeurtenis die van groot belang is geweest voor de opmars van de waarheid in Mexico.’ Wat maakte dit congres, met maar ongeveer 150 aanwezigen, zo bijzonder?

Vóór dat congres had het Koninkrijkswerk weinig succes gehad in Mexico. Er waren vanaf 1919 kringvergaderingen gehouden, maar het aantal gemeenten daalde in de daaropvolgende jaren. De opening van een bijkantoor in Mexico-Stad in 1929 leek veelbelovend, maar er waren verschillende obstakels. Toen er instructies kwamen dat commerciële activiteiten niet meer gecombineerd mochten worden met het predikingswerk, was één colporteur daar zo boos over dat hij ermee stopte en zijn eigen Bijbelstudiegroep startte. Ook moest de bijkantooropziener vervangen worden, omdat hij zich schuldig maakte aan gedrag dat door de Bijbel wordt afgekeurd. Trouwe Getuigen in Mexico konden wel wat aanmoediging gebruiken.

Tijdens zijn bezoek moedigde broeder Rutherford deze trouwe broeders en zusters aan met twee inspirerende congreslezingen en vijf krachtige radiotoespraken. Dit was de eerste keer dat Mexicaanse radiostations het goede nieuws in het hele land verspreidden. Na het congres organiseerde een nieuwe bijkantooropziener het werk en gingen ijverige Getuigen door met hernieuwde kracht en Jehovah’s zegen.

Congres in 1941 in Mexico-Stad

Het jaar erop werden er niet één maar twee congressen in het land gehouden: een in de havenstad Veracruz en een in Mexico-Stad. Het harde werk in het veld begon zijn vruchten af te werpen. In 1931 waren er 82 verkondigers. Tien jaar later waren er tien keer zo veel! In 1941 kwamen zo’n 1000 mensen naar Mexico-Stad voor het Theocratische Congres.

‘INVASIE IN DE STRATEN’

In 1943 gebruikten de Getuigen sandwichborden om het ‘Theocratische “Vrije Natie”-congres’ aan te kondigen dat in 12 Mexicaanse steden werd gehouden. * De verkondigers liepen met twee borden die aan hun schouders werden gehangen, één voor en één achter, een predikingsmethode die sinds 1936 door Getuigen werd gebruikt.

Een knipsel uit een tijdschrift uit 1944 waarop een foto staat van een sandwichbordenoptocht in Mexico-Stad

 Over het succes van de sandwichbordenoptochten in Mexico-Stad zei het tijdschrift La Nación: ‘Op de eerste [congres]dag werd [aan de Getuigen] gevraagd meer mensen uit te nodigen. De volgende dag was er niet genoeg ruimte voor alle bezoekers.’ De katholieke kerk, die een campagne tegen de Getuigen aan het voeren was, was niet blij met de resultaten van de optochten. Maar ondanks tegenstand bleven broeders en zusters moedig de straat op gaan. La Nación zei ook: ‘De hele stad zag (...) mannen — en vrouwen — veranderen in wandelende “reclameborden”.’ Het artikel bevatte een foto van broeders op straat in Mexico-Stad, met het bijschrift: ‘Invasie in de straten’.

‘BEDDEN ZACHTER EN WARMER DAN DE BETONNEN VLOER’

In die tijd moesten de meeste Getuigen grote offers brengen om de paar congressen die in Mexico werden gehouden, te kunnen bezoeken. Velen kwamen uit geïsoleerde plattelandsdorpen, waar geen treinen kwamen of zelfs geen wegen waren. Een gemeente schreef: ‘De enige verbinding die hier in de buurt komt, is een telegraafverbinding.’ Ze moesten dus op ezels rijden of dagenlang lopen, alleen maar om bij een trein te komen die ze naar de congresstad zou brengen.

De meeste Getuigen waren arm en konden nauwelijks een enkele reis naar het congres betalen. Bij aankomst logeerden velen bij plaatselijke Getuigen, die liefdevol hun huis voor hun geloofsgenoten openstelden. Anderen sliepen in Koninkrijkszalen. Eén keer logeerden ongeveer 90 broeders en zusters op het bijkantoor, waar bedden waren gemaakt van kartonnen dozen met boeken erin. Het Engelse Jaarboek zegt hierover dat deze bedden volgens de dankbare gasten ‘zachter en warmer waren dan de betonnen vloer’.

Voor die dankbare Getuigen was een bezoek aan het congres samen met hun geloofsgenoten beslist alle offers waard. In deze tijd, terwijl het aantal verkondigers in Mexico blijft toenemen en bijna de miljoen heeft bereikt, is die dankbare houding nog steeds duidelijk te zien. * In een bijkantoorverslag van 1949 van Mexico wordt over de broeders en zusters gezegd: ‘De moeilijke tijden hebben hun theocratische instelling niet aangetast, want elk congres dat we organiseren, blijft ook lange tijd erna een van de belangrijkste gespreksonderwerpen. De vraag die broeders en zusters steeds weer stellen is: Wanneer komt er weer een congres?’ De woorden in dat verslag zijn nu nog net zo waar als toen. — Uit ons archief in Midden-Amerika.

^ ¶9 Volgens het Engelse Jaarboek van 1944 zette dat congres ‘Jehovah’s Getuigen in Mexico op de kaart’.

^ ¶14 In Mexico bezochten 2.262.646 mensen het Avondmaal van 2016.