Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) AUGUSTUS 2016

Johannes Rauthe in de velddienst, waarschijnlijk in de jaren 20

 UIT ONS ARCHIEF

‘Ik ben tot eer van Jehovah aan het oogsten’

‘Ik ben tot eer van Jehovah aan het oogsten’

‘HET grote conflict dat nu in Europa gaande is, doet alle oorlogen die in het verleden hebben plaatsgevonden verbleken.’ Zo beschreef The Watch Tower van 1 september 1915 de Eerste Wereldoorlog, die zich uiteindelijk naar ongeveer 30 landen uitbreidde. Later vermeldde The Watch Tower welke invloed dit had op de prediking: ‘[Het Koninkrijkswerk] wordt in bepaalde mate gehinderd, vooral in Duitsland en Frankrijk.’

Tijdens dat wereldwijde conflict begrepen de Bijbelonderzoekers het principe van christelijke neutraliteit nog niet volledig. Maar ze waren vastbesloten om het goede nieuws bekend te maken. Wilhelm Hildebrandt wilde zijn deel doen in het predikingswerk en bestelde Franse exemplaren van The Bible Students Monthly. Hij was niet naar Frankrijk gekomen als colporteur (pionier), maar als Duitse soldaat. Deze ‘vijand’, gekleed in legeruniform, gaf een boodschap van vrede aan stomverbaasde Franse voorbijgangers.

Uit brieven die in The Watch Tower werden gepubliceerd, blijkt dat ook andere Duitse Bijbelonderzoekers die in het leger zaten, het als een plicht zagen het goede nieuws van het Koninkrijk met anderen te delen. Broeder Lemke, die bij de marine zat, vertelde dat vijf bemanningsleden belangstelling hadden voor de waarheid. Hij schreef: ‘Zelfs aan boord van dit schip ben ik tot eer van Jehovah aan het oogsten.’

Georg Kayser ging naar het front als soldaat, maar keerde naar huis terug als aanbidder van de ware God. Wat was er gebeurd? Op de een of andere manier was hij aan een publicatie van de Bijbelonderzoekers gekomen, en hij had de waarheid met heel zijn hart aanvaard en zijn wapens neergelegd. Daarna ging hij non-combattant werk doen. Na de oorlog heeft hij jarenlang ijverig gepionierd.

Hoewel de Bijbelonderzoekers de neutraliteitskwestie niet helemaal begrepen, stonden hun houding en gedrag haaks op de ideeën en daden van voorstanders van de oorlog. Politici en kerkleiders steunden de oorlogsinspanningen, maar de Bijbelonderzoekers steunden de ‘Vredevorst’ (Jes. 9:6). Ook al bleven sommigen niet strikt neutraal, ze deelden de fundamentele overtuiging die Bijbelonderzoeker Konrad Mörtter als volgt  onder woorden bracht: ‘Uit Gods Woord is mij duidelijk geworden dat een christen niet mag moorden’ (Ex. 20:13). *

Hans Hölterhoff gebruikte deze kar om bekendheid te geven aan Het Gouden Tijdperk

In Duitsland, waar de wet niet voorzag in vrijstelling van dienstplicht op grond van gewetensbezwaren, weigerden meer dan 20 Bijbelonderzoekers bij het leger te werken. Sommigen werden bestempeld als geestesziek. Een van hen was Gustav Kujath, die in een psychiatrische instelling werd gestopt en verdovende middelen kreeg toegediend. Hans Hölterhoff, die ook dienst weigerde, moest de gevangenis in, waar hij elk werk weigerde dat met de oorlog te maken had. Bewakers stopten hem in een dwangbuis, net zolang tot hij geen gevoel meer had in zijn ledematen. In nog een poging hem te breken, lieten bewakers hem een schijnexecutie ondergaan. Maar Hans bleef tijdens de hele oorlog trouw aan zijn geloof.

Andere broeders die voor militaire dienst waren opgeroepen, weigerden wapens te dragen en vroegen of ze non-combattant werk mochten doen. * Johannes Rauthe was zo iemand en hij kwam bij de spoorwegen te werken. Konrad Mörtter moest als verpleeghulp werken en Reinhold Weber als verpleger. Ook August Krafzig was blij dat hij werk kreeg waarvoor hij niet naar het front hoefde. Deze en andere Bijbelonderzoekers waren vastbesloten Jehovah te dienen in overeenstemming met hun begrip van liefde en loyaliteit.

Vanwege het gedrag van de Bijbelonderzoekers tijdens de oorlog ging de overheid hen nauwlettend in de gaten houden. In de jaren na de oorlog kregen de Bijbelonderzoekers in Duitsland te maken met duizenden rechtszaken vanwege hun predikingsactiviteiten. Om ze hierbij te helpen, richtte het bijkantoor in Maagdenburg een juridische afdeling op.

Jehovah’s Getuigen gingen de christelijke neutraliteitskwestie steeds beter begrijpen. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, bleven ze neutraal door op geen enkele manier voor het leger te werken. Maar daardoor werden ze door de Duitse staat als vijanden bezien. Ze kregen te maken met hevige vervolging. Maar dat verhaal vertellen we in een volgend artikel in de rubriek ‘Uit ons archief’. — Uit ons archief in Midden-Europa.

^ ¶7 Zie ‘Uit ons archief: Standvastig in een “uur der beproeving”’ in De Wachttoren van 15 mei 2013 voor een verslag over de Britse Bijbelonderzoekers tijdens de Eerste Wereldoorlog.

^ ¶9 Deze aanpak werd voorgesteld in Deel VI van Millennial Dawn (1904) en in de Duitse editie van Zion’s Watch Tower van augustus 1906. Later werd ons begrip hierover verbeterd. The Watch Tower van september 1915 gaf de suggestie te weigeren in militaire dienst te gaan. Dat artikel is echter niet in de Duitse editie verschenen.

Meer info

VEELGESTELDE VRAGEN

Waarom zijn Jehovah’s Getuigen politiek neutraal?

Vormen ze een bedreiging voor de staatsveiligheid?