Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  april 2017

Heb jij dezelfde kijk op rechtvaardigheid als Jehovah?

Heb jij dezelfde kijk op rechtvaardigheid als Jehovah?

‘Ik zal de naam van Jehovah uitroepen (...), een God van getrouwheid, bij wie geen onrecht is.’ — DEUT. 32:3, 4.

LIEDEREN: 5, 46

1, 2. (a) Welk onrecht overkwam Naboth en zijn zoons? (b) Welke twee eigenschappen gaan we in dit artikel bespreken?

STEL je het tafereel eens voor. Een man is vals beschuldigd van een misdaad waarop de doodstraf staat. Tot grote verbijstering van zijn familie en vrienden wordt hij schuldig bevonden op basis van valse getuigenissen, afgelegd door twee mannen met een slechte reputatie. Personen met een sterk rechtvaardigheidsgevoel zijn er ziek van als ze zien hoe de onschuldige man en zijn zoons ter dood gebracht worden. Dit is geen fictief verhaal. Dit is wat een trouwe aanbidder van Jehovah meemaakte: Naboth, die leefde tijdens de regering van koning Achab van Israël (1 Kon. 21:11-13; 2 Kon. 9:26).

2 In dit artikel gaan we dieper in op wat Naboth overkwam. We gaan het ook hebben over een trouwe ouderling in de eerste-eeuwse christelijke gemeente die een ernstige fout maakte. We zullen leren dat als we dezelfde kijk op rechtvaardigheid willen hebben als Jehovah, nederigheid en vergevingsgezindheid essentieel zijn — vooral als we onrecht in de gemeente zien.

 HET RECHT VERDRAAID

3, 4. Wat voor iemand was Naboth, en waarom weigerde hij zijn wijngaard aan koning Achab te verkopen?

3 Naboth was trouw aan Jehovah in een tijd waarin de meeste Israëlieten het slechte voorbeeld volgden van koning Achab en zijn goddeloze vrouw, koningin Izebel. Die Baälaanbidders hadden geen respect voor Jehovah en zijn maatstaven. Naboth was juist iemand die zijn band met Jehovah zelfs boven zijn eigen leven stelde.

4 Lees 1 Koningen 21:1-3. Achab wilde Naboths wijngaard kopen of hem een betere wijngaard ervoor in de plaats geven. Maar Naboth weigerde dat. Waarom? Hij legde respectvol uit: ‘Het is wat mij betreft, van Jehovah’s standpunt uit bezien, ondenkbaar u de erfelijke bezitting van mijn voorvaders te geven.’ Naboth hield zich aan Gods wet voor het volk Israël die verbood om land dat een erfelijk bezit van een familie was, permanent te verkopen (Lev. 25:23; Num. 36:7). Het is duidelijk dat Naboth gewoon gehoorzaam aan Jehovah wilde zijn.

5. Wat was Izebels rol in de moord op Naboth?

5 Toen Naboth weigerde zijn wijngaard te verkopen, deed zowel koning Achab als zijn vrouw Izebel een aantal afschuwelijke dingen. Om de wijngaard in bezit te krijgen, zorgde Izebel ervoor dat Naboth vals beschuldigd werd, wat tot de dood van Naboth en zijn zoons leidde. Hoe zou Jehovah op dit verschrikkelijke onrecht reageren?

GODS RECHTVAARDIGHEID

6, 7. Hoe liet Jehovah zien dat hij van rechtvaardigheid houdt, en waarom moet dat voor Naboths familieleden en vrienden vertroostend zijn geweest?

6 Jehovah stuurde meteen Elia naar Achab. Elia zei terecht dat Achab een moordenaar en een dief was. Wat was het vonnis dat Jehovah velde? Achab, zijn vrouw en zijn zoons zouden hetzelfde lot ondergaan als Naboth en zijn zoons (1 Kon. 21:17-25).

7 Naboths familieleden en vrienden waren natuurlijk verdrietig door wat Achab had gedaan. Toch gaf het ze ongetwijfeld troost te weten dat Jehovah het onrecht had gezien en er snel op had gereageerd. Maar toen gebeurde er iets wat waarschijnlijk hun nederigheid en hun vertrouwen in Jehovah op de proef stelde.

8. Hoe reageerde Achab toen hij hoorde wat zijn vonnis was, en met welk resultaat?

8 Hoe reageerde Achab toen hij hoorde wat zijn vonnis was? ‘Hij scheurde zijn klederen’, deed een zak aan en ging vasten. Ook sliep hij met de zak aan en liep moedeloos rond. Met andere woorden, hij vernederde zichzelf. Met welk gevolg? Jehovah zei tegen Elia: ‘Omdat hij zich om mijnentwil heeft verootmoedigd, zal ik de rampspoed niet in zíjn dagen brengen. In de dagen van zijn zoon zal ik de rampspoed over zijn huis brengen’ (1 Kon. 21:27-29; 2 Kon. 10:10, 11, 17). Jehovah, ‘de onderzoeker van harten’, betoonde Achab een mate van barmhartigheid (Spr. 17:3).

NEDERIGHEID — EEN BESCHERMING

9. Waarom zal nederigheid een bescherming zijn geweest voor Naboths familieleden en vrienden?

9 Wat voor effect had die beslissing op degenen die wisten wat Achab had gedaan? Deze ommekeer kan het geloof van Naboths familieleden en vrienden op de proef hebben gesteld. Als dat het geval was, zou nederigheid een bescherming voor ze zijn geweest. Waarom? Als ze nederig waren, zouden ze Jehovah  trouw blijven dienen, in het vertrouwen dat hun God nooit onrechtvaardig is. (Lees Deuteronomium 32:3, 4.) Naboth, zijn zoons en hun gezinnen zal volledig recht worden gedaan als Jehovah de rechtvaardigen een opstanding geeft (Job 14:14, 15; Joh. 5:28, 29). En iemand die nederig is, weet dat Jehovah iedereen zal oordelen naar zijn daden, ook daden die ‘verborgen’ zijn, ‘om te zien of het goed is of slecht’ (Pred. 12:14). Dus als Jehovah over iemand oordeelt, neemt hij factoren in aanmerking waarvan wij niet op de hoogte zijn. We kunnen dus zeggen dat nederigheid ons helpt ons vertrouwen in Jehovah niet te verliezen.

10, 11. (a) Onder welke omstandigheden kan ons rechtvaardigheidsgevoel op de proef worden gesteld? (b) Hoe kan nederigheid een bescherming voor ons zijn?

10 Hoe reageer jij als de ouderlingen een beslissing nemen die je niet begrijpt of waar je het misschien niet mee eens bent? Wat zou je bijvoorbeeld doen als je een dienstvoorrecht zou kwijtraken waar je veel waarde aan hechtte? Of als dat zou gebeuren met iemand van wie je houdt? Wat als je huwelijkspartner, je zoon of dochter, of een goede vriend van je wordt uitgesloten en je het daar niet mee eens bent? Wat als je het gevoel hebt dat er ten onrechte barmhartigheid wordt betoond  aan iemand die slechte dingen doet? Zulke situaties kunnen ons vertrouwen in Jehovah en zijn organisatorische regelingen op de proef stellen. Hoe kan nederigheid je dan beschermen? We gaan twee manieren bespreken.

Hoe reageer je als de ouderlingen een mededeling doen waar je het niet mee eens bent? (Zie alinea 10, 11)

11 Ten eerste: als we nederig zijn, zullen we erkennen dat we niet van alle feiten op de hoogte zijn. Hoeveel we ook van een situatie weten, alleen Jehovah kan iemands hart lezen (1 Sam. 16:7). Die onweerlegbare waarheid kan ons nederig stemmen, ons helpen onze beperkingen te erkennen en ons ertoe brengen onze kijk op de zaak te veranderen. Ten tweede: nederigheid helpt ons onderworpen te zijn en geduldig te wachten totdat Jehovah elk onrecht zal rechtzetten. De Bijbel zegt: ‘Het zal goed aflopen met hen die de ware God vrezen (...). Maar het zal volstrekt niet goed aflopen met de goddeloze, noch zal hij zijn dagen verlengen’ (Pred. 8:12, 13). Als we ons dus nederig opstellen, is dat voor iedereen het beste. (Lees 1 Petrus 5:5.)

HYPOCRIET GEDRAG IN DE GEMEENTE

12. Welk verslag gaan we nu bespreken, en waarom?

12 De eerste-eeuwse christenen in Syrisch Antiochië kregen met een situatie te maken die niet alleen hun nederigheid, maar ook hun vergevingsgezindheid op de proef stelde. Laten we dat verslag bespreken en bekijken hoe het met ónze vergevingsgezindheid staat. We gaan ook zien wat het verband is tussen vergevingsgezindheid en Jehovah’s kijk op rechtvaardigheid.

13, 14. Welke voorrechten had Petrus, en hoe liet hij zien dat hij moedig was?

13 De apostel Petrus was een bekende ouderling in de christelijke gemeente. Hij was veel met Jezus omgegaan en had belangrijke verantwoordelijkheden toevertrouwd gekregen (Matth. 16:19). In het jaar 36 bijvoorbeeld had Petrus het voorrecht om het goede nieuws met Cornelius en zijn gezin te delen. Dat was een mijlpaal, want Cornelius was een onbesneden heiden. Toen Cornelius en zijn gezin heilige geest ontvingen, erkende Petrus: ‘Kan iemand water verbieden, zodat dezen, die evenals wij de heilige geest hebben ontvangen, niet gedoopt zouden worden?’ — Hand. 10:47.

14 In het jaar 49 kwamen de apostelen en de ouderlingen in Jeruzalem bij elkaar om te bepalen of heidenen die christenen waren geworden, besneden moesten worden. Op deze bijeenkomst nam Petrus moedig het woord. Hij herinnerde de broeders eraan dat onbesneden heidenen enkele jaren eerder heilige geest hadden ontvangen, waar hijzelf ooggetuige van was geweest. Wat hij vertelde, hielp het eerste-eeuwse besturende lichaam bij het nemen van een goede beslissing (Hand. 15:6-11, 13, 14, 28, 29). Waarschijnlijk hadden zowel Joodse als niet-Joodse christenen waardering voor Petrus’ moedige betoog. Het zal niet moeilijk zijn geweest om vertrouwen te hebben in zo’n geestelijk rijpe broeder! — Hebr. 13:7.

15. Welke fout maakte Petrus in Syrisch Antiochië? (Zie beginplaatje.)

15 Kort na de bijeenkomst in 49 ging Petrus naar Syrisch Antiochië. Toen hij daar was, bracht hij graag tijd door met zijn niet-Joodse broeders en zusters. Ze zullen vast zijn opgebouwd door Petrus’ kennis en ervaring. Stel je voor hoe verbaasd en teleurgesteld ze moeten zijn geweest toen Petrus ineens niet meer met ze at. Andere Joodse leden van de gemeente, onder wie zelfs Barnabas, werden negatief beïnvloed door Petrus en gingen ook niet meer met de niet-Joden om. Hoe kon een rijpe ouderling zo’n fout maken  — een fout die verdeeldheid in de gemeente kon veroorzaken? En belangrijker nog, wat kunnen we van deze situatie leren als een ouderling ons gekwetst heeft?

16. Hoe werd Petrus gecorrigeerd, en wat kunnen we ons afvragen?

16 Lees Galaten 2:11-14. Petrus kreeg last van mensenvrees (Spr. 29:25). Jehovah had Petrus duidelijk laten merken hoe hij over de kwestie dacht. Maar nu was Petrus bang voor de mening van de besneden Joodse christenen uit Jeruzalem. De apostel Paulus, die in 49 ook bij de bijeenkomst in Jeruzalem was geweest, confronteerde Petrus in Antiochië met zijn hypocriete gedrag en stelde zijn gedrag aan de kaak (Hand. 15:12; Gal. 2:13, vtn.). Maar hoe zouden de niet-Joodse christenen die persoonlijk te maken hadden gehad met Petrus’ gedrag, reageren? Zouden ze tot struikelen worden gebracht? Zou Petrus vanwege zijn fout kostbare voorrechten verliezen?

WEES BEREID TE VERGEVEN

17. Heeft Jehovah Petrus vergeven? Leg uit.

17 Petrus accepteerde nederig Paulus’ terechtwijzing. Niets in de Bijbel wijst erop dat hij zijn voorrechten verloor. Later werd hij zelfs gebruikt om twee geïnspireerde brieven te schrijven die deel gingen uitmaken van de Bijbel. Het is bijzonder dat Petrus Paulus in zijn tweede brief ‘onze geliefde broeder’ noemt (2 Petr. 3:15). Hoewel Petrus’ fout pijnlijk moet zijn geweest voor de niet-Joodse leden van de gemeente, bleef Jezus, het hoofd van de gemeente, hem gebruiken (Ef. 1:22). Zo hadden broeders en zusters in de gemeente de gelegenheid om Jezus en Jehovah na te volgen door te vergeven. Hopelijk heeft niemand zich tot struikelen laten brengen door de fout van een onvolmaakt mens.

18. Wanneer is het een uitdaging om dezelfde kijk op rechtvaardigheid te hebben als Jehovah?

18 Net als in de eerste eeuw zijn er ook nu geen volmaakte ouderlingen in de gemeente, ‘want wij allen struikelen vele malen’ (Jak. 3:2). Waarschijnlijk vind je het niet moeilijk te erkennen dat we allemaal veel fouten maken. Maar wat als je persoonlijk te maken krijgt met de onvolmaaktheid van een broeder? Heb je dan dezelfde kijk op rechtvaardigheid als Jehovah? Hoe reageer je bijvoorbeeld als een ouderling een opmerking maakt waaruit iets van vooroordeel blijkt? Of wat als een ouderling gedachteloos een beledigende of kwetsende opmerking maakt? Laat je je dan tot struikelen brengen? Concludeer je dan meteen dat de broeder niet meer geschikt is om als ouderling te dienen, of wacht je geduldig op Jezus, het hoofd van de gemeente? Doe je je best om het grotere geheel te zien, bijvoorbeeld door te denken aan de vele jaren dat de broeder Jehovah trouw heeft gediend? En wat als een broeder die tegen je gezondigd heeft als ouderling blijft dienen of zelfs nog extra voorrechten krijgt? Kun je dan blij voor hem zijn? Als je bereid bent te vergeven, laat je zien dat je dezelfde kijk op rechtvaardigheid hebt als Jehovah. (Lees Mattheüs 6:14, 15.)

19. Waartoe heeft deze studie je aangemoedigd?

19 Mensen met een sterk rechtvaardigheidsgevoel kijken echt uit naar de dag waarop Jehovah een eind gaat maken aan alle onrechtvaardigheid die veroorzaakt wordt door Satan en zijn slechte wereld (Jes. 65:17). Maar ook nu willen we graag ons best doen om dezelfde kijk op rechtvaardigheid te hebben als Jehovah — door nederig onze eigen beperkingen te erkennen en anderen van harte te vergeven.