Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren  |  Nr. 6 2016

Lefèvre d’Étaples: Hij wilde dat gewone mensen de Bijbel kenden

Lefèvre d’Étaples: Hij wilde dat gewone mensen de Bijbel kenden

OP EEN zondagmorgen rond het jaar 1520 konden kerkgangers in Meaux, een plaatsje niet ver van Parijs, hun oren niet geloven. Tijdens de mis werd uit de evangeliën voorgelezen in hun moedertaal — Frans in plaats van Latijn!

De Bijbelvertaler die dit mogelijk had gemaakt, Jacques Lefèvre d’Étaples (Latijn: Jacobus Faber Stapulensis), schreef later aan een goede vriend: ‘Je kunt je nauwelijks het enthousiasme voorstellen waarmee God eenvoudige mensen bezielt om zijn woord te omarmen.’

In die tijd waren de katholieke kerk en theologen in Parijs tegen het gebruik van Bijbelvertalingen in de volkstalen. Wat bracht Lefèvre ertoe om de Bijbel in het Frans te vertalen? En hoe slaagde hij erin het gewone volk te helpen de Bijbel te begrijpen?

OP ZOEK NAAR DE WARE BETEKENIS VAN DE BIJBEL

Vóór zijn activiteiten als Bijbelvertaler had Lefèvre zich toegelegd op het herstellen van de oorspronkelijke betekenis van filosofische en theologische werken uit de oudheid. Het was namelijk duidelijk dat antieke teksten door eeuwenlange misinterpretatie en overschrijffouten vaak onjuistheden bevatten. Tijdens dit onderzoek richtte hij zijn aandacht ook op de standaardbijbel van de katholieke kerk, de Latijnse Vulgaat.

Dankzij zijn nauwgezette bestudering van de Bijbel kwam hij tot de conclusie dat ‘alleen het bestuderen van Goddelijke waarheid (...) de hoogste mate van geluk belooft’. Daarom liet Lefèvre zijn aandacht voor filosofie varen. Voortaan zou hij al zijn energie besteden aan het vertalen van de Bijbel.

In 1509 publiceerde Lefèvre een vergelijkende studie van vijf verschillende Latijnse versies van de Psalmen, * inclusief zijn eigen reconstructie van de Vulgaat. Anders dan de theologen van zijn tijd deed hij zijn best om Bijbelpassages op een eenvoudige manier uit te leggen. De manier waarop hij de Bijbel interpreteerde had veel invloed op andere Bijbelgeleerden en hervormers. (Zie het kader ‘ Hoe Maarten Luther door Lefèvre werd beïnvloed’.)

Tabel met titels die aan God worden gegeven uit het Quincuplex Psalterium, editie 1513

Lefèvre, geboren als katholiek, was ervan overtuigd dat het hervormen van de kerk alleen mogelijk was als de Bijbel op de juiste manier werd uitgelegd aan gewone mensen. Maar hoe kon het gewone volk in die tijd voordeel hebben van de Bijbel als die hoofdzakelijk beschikbaar was in het Latijn?

EEN VOOR IEDEREEN TOEGANKELIJKE BIJBELVERTALING

Uit de inleiding van de evangeliën blijkt Lefèvre’s wens om de Bijbel voor iedereen in hun moedertaal toegankelijk te maken

Lefèvre’s diepe liefde voor Gods Woord maakte hem vastbesloten om het toegankelijk te maken voor zo veel mogelijk mensen. Daarom publiceerde hij in juni 1523 een tweedelige Franse vertaling van de evangeliën in zakformaat. Dankzij dit formaat kostte deze uitgave de helft minder dan een  standaarduitgave, waardoor mensen met weinig geld zich toch een bijbel konden veroorloven.

Het gewone volk reageerde meteen enthousiast. Mannen én vrouwen wilden Jezus’ woorden zo graag in hun moedertaal lezen dat de eerste oplage van 1200 exemplaren binnen enkele maanden was uitverkocht.

EEN MOEDIG STANDPUNT VOOR DE BIJBEL

In zijn inleiding tot de evangeliën legde Lefèvre uit dat hij ze in het Frans vertaald had met de bedoeling dat ‘de eenvoudige leden’ van de kerk ‘net zo zeker kunnen zijn van de waarheid van het evangelie als degenen die Latijn kennen’. Maar waarom wilde Lefèvre gewone mensen zo graag helpen terug te keren tot wat de Bijbel leert?

Lefèvre wist heel goed dat menselijke leringen en filosofieën een negatieve invloed hadden op de katholieke kerk (Markus 7:7; Kolossenzen 2:8). En hij was ervan overtuigd dat de tijd rijp was om de evangeliën ‘over de hele wereld zuiver te verkondigen, zodat mensen niet langer op een dwaalspoor worden gebracht door afwijkende leerstellingen van mensen’.

Lefèvre probeerde ook aan te tonen dat tegenstanders van een Bijbelvertaling in het Frans geen gelijk hadden. Hij stelde hun hypocrisie als volgt aan de kaak: ‘Hoe zullen ze [het volk] onderwijzen alles te onderhouden wat Jezus Christus geboden  heeft, als ze helemaal niet willen dat het gewone volk het evangelie van God ziet en leest in hun eigen taal?’ — Romeinen 10:14.

Zoals te verwachten was, probeerden theologen aan de Universiteit van Parijs — de Sorbonne — Lefèvre het zwijgen op te leggen. In augustus 1523 tekenden ze bezwaar aan tegen Bijbelvertalingen en Bijbelcommentaren in de volkstaal, omdat die ‘schadelijk voor de kerk’ zouden zijn. Als de Franse koning, Frans I, niet tussenbeide was gekomen, dan zou Lefèvre als ketter zijn veroordeeld.

DE ‘STILLE’ VERTALER VOLTOOIT ZIJN WERK

Lefèvre liet zich door de verhitte debatten over zijn werk niet afleiden van het vertalen van de Bijbel. Toen hij zijn vertaling van de christelijke Griekse Geschriften (het zogenoemde Nieuwe Testament) had afgerond, publiceerde hij in 1524 een Franse versie van de Psalmen, met de bedoeling dat gelovigen ‘met grotere toewijding en meer gevoel’ zouden bidden.

De theologen aan de Sorbonne lieten geen moment verloren gaan om Lefèvre’s werken onder de loep te nemen. Al snel maakten ze bekend dat zijn vertaling van de christelijke Griekse Geschriften in het openbaar verbrand moest worden. Andere werken van Lefèvre deden ze af als ‘steunbetuiging aan de ketterij van Luther’. Toen de theologen hem bij zich riepen om zijn denkbeelden te verdedigen, besloot Lefèvre zich ‘stil’ te houden en vluchtte naar Straatsburg. Daar ging hij onopvallend met zijn vertaalwerk door. Hoewel sommigen vonden dat hij hiermee een gebrek aan moed toonde, vond hij het zelf de beste manier om te reageren op mensen die geen waardering hadden voor de kostbare parels van Bijbelse waarheid (Mattheüs 7:6).

Bijna een jaar nadat Lefèvre uit Parijs was gevlucht, stelde koning Frans I hem aan als leermeester van zijn vierjarige zoon Charles. Dankzij deze positie had Lefèvre meer dan genoeg tijd om zijn Bijbelvertaling af te maken. In 1530 werd zijn vertaling van de volledige Bijbel buiten Frankrijk, in Antwerpen, gedrukt, met goedkeuring van keizer Karel V. *

ZIJN WENS, ZIJN TELEURSTELLING

Zijn leven lang hoopte Lefèvre dat de kerk menselijke tradities zou laten varen en zou terugkeren tot de zuivere kennis van de Bijbel. Hij geloofde sterk in ‘het recht, nee, de plicht van elke christen om de Bijbel te lezen en er persoonlijk kennis mee te maken’. Daarom deed hij zo veel moeite om de Bijbel voor iedereen toegankelijk te maken. Hoewel hij nooit heeft meegemaakt dat de kerk zich vernieuwde, staat Lefèvre’s nalatenschap als een paal boven water — hij hielp het gewone volk het Woord van God te leren kennen.

^ ¶8 Het Quincuplex Psalterium bevat vijf versies van de Psalmen weergegeven in aparte kolommen. Ook opgenomen is een tabel met titels die aan God worden gegeven, en het Tetragrammaton, de vier Hebreeuwse letters die Gods naam weergeven.

^ ¶21 Vijf jaar later, in 1535, publiceerde de Franse vertaler Olivetanus zijn versie van de Bijbel gebaseerd op de oorspronkelijke talen. Bij zijn vertaling van de christelijke Griekse Geschriften liet hij zich sterk leiden door het werk van Lefèvre.

Meer info

GOD HEEFT GOED NIEUWS VOOR ONS!

Hoe weet je of de Bijbel betrouwbaar is?

Als God de auteur van de Bijbel is, zou die niet te vergelijken moeten zijn met andere boeken.