Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) DECEMBER 2015

Jehovah zal je steunen

Jehovah zal je steunen

‘Jehovah zelf zal hem schragen op een divan van ziekte.’ — PS. 41:3.

LIEDEREN: 23, 138

1, 2. Wat kunnen we ons van tijd tot tijd afvragen, en aan welke Bijbelse voorbeelden zouden we kunnen denken?

HEB je je ooit afgevraagd: zal ik weer beter worden? Of misschien heb je je zorgen gemaakt over een familielid of vriend die ziek was. Die bezorgdheid is heel normaal als we te maken krijgen met ernstige gezondheidsproblemen. In de tijd van de profeten Elia en Elisa uitten twee koningen dezelfde soort zorgen. Koning Ahazia, de zoon van Achab en Izebel, was bij een val gewond geraakt en vroeg of hij zou herstellen. Later vroeg koning Ben-Hadad van Syrië toen hij erg ziek was: ‘Zal ik van deze ziekte herstellen?’ — 2 Kon. 1:2; 8:7, 8.

2 Als jij of iemand van wie je houdt ziek wordt, hoop je natuurlijk dat het goed komt. Velen hebben zich afgevraagd welke hulp ze van God kunnen verwachten. In de tijd van de eerder genoemde koningen heeft Jehovah verschillende mensen genezen en zelfs uit de dood opgewekt (1 Kon. 17:17-24; 2 Kon. 4:17-20, 32-35). Zijn er redenen om te verwachten dat hij hetzelfde in deze tijd zal doen?

3-5. Welke kracht hebben Jehovah en Jezus, en wat kunnen we ons daarom afvragen?

3 Er bestaat geen twijfel over dat God iemands gezondheid  kan beïnvloeden. De Bijbel zegt bijvoorbeeld dat hij sommigen heeft gestraft met een ziekte, zoals de farao in Abrahams tijd en later Mozes’ zus Mirjam (Gen. 12:17; Num. 12:9, 10; 2 Sam. 24:15). God waarschuwde dat als de Israëlieten hem ontrouw zouden worden, hij ze zou straffen met ‘ziekten en plagen’ (Deut. 28:58-61). Aan de andere kant kon Jehovah ook voorkomen dat mensen ziek werden (Ex. 23:25; Deut. 7:15). En hij kon mensen genezen. Hij genas bijvoorbeeld Job, die zo ziek was dat hij naar de dood verlangde (Job 2:7; 3:11-13; 42:10, 16).

4 Net als Jehovah heeft ook Jezus de kracht om anderen te genezen. Hij genas bijvoorbeeld mensen met epilepsie, en ook mensen die melaats, blind of verlamd waren (lees Mattheüs 4:23, 24; Joh. 9:1-7). Wat is het een troost te weten dat die wonderen een voorproefje waren van wat hij in de nieuwe wereld op grote schaal gaat doen! Dan ‘zal geen inwoner zeggen: “Ik ben ziek”’ (Jes. 33:24).

5 Maar kunnen we verwachten dat Jehovah en Jezus in deze tijd wonderbare genezingen doen? Hoe moeten we ernstige ziekte bezien? En waar moeten we aan denken als we een behandeling kiezen?

VERTROUW OP JEHOVAH ALS JE ZIEK BENT

6. Wat weten we over de ‘gaven van gezondmakingen’ die sommige christenen in de eerste eeuw hadden?

6 In de Bijbel staat dat God enkele gezalfde christenen in de eerste eeuw de kracht gaf om wonderen te doen (Hand. 3:2-7; 9:36-42). Onder de ‘verscheidenheid van gaven’ van de heilige geest waren ook ‘gaven van gezondmakingen’ (1 Kor. 12:4-11). Maar aan die en aan andere gaven, zoals in tongen spreken en profeteren, zou een eind komen (1 Kor. 13:8). In deze tijd is er geen sprake van dat soort gaven. We verwachten daarom niet dat Jehovah in deze tijd wonderbare genezingen doet.

7. Welke verzekering geeft Psalm 41:3?

7 Maar we kunnen bij ziekte wel naar God opzien voor troost, wijsheid en steun. Ware aanbidders in het verleden deden dat ook. Koning David schreef: ‘Gelukkig is een ieder die de geringe consideratie betoont; op de dag van rampspoed zal Jehovah hem ontkoming verschaffen. Jehovah zelf zal hem behoeden en hem in het leven houden’ (Ps. 41:1, 2). We weten dat iemand ‘die de geringe consideratie betoonde’ in Davids tijd niet eindeloos bleef leven. David bedoelde dan ook niet dat Jehovah zo iemand door een wonder eeuwig in leven zou houden. Daarom moet het wel betekenen dat Jehovah zo iemand zou helpen. Hoe? David zegt: ‘Jehovah zelf zal hem schragen [of steunen] op een divan van ziekte; heel zijn bed zult gij stellig veranderen tijdens zijn ziekte’ (Ps. 41:3). Jehovah weet precies wat zijn aanbidders doormaken, en hij vergeet ze niet. Hij kan ze kracht en wijsheid geven. En dankzij het herstellend vermogen van het lichaam, een geschenk van Jehovah, kan iemand misschien beter worden.

8. Wat vroeg David van Jehovah volgens Psalm 41:4?

8 David vertelt over een tijd dat hij zelf ernstig ziek was: ‘Ik zei: “O Jehovah, betoon mij gunst. Genees toch mijn ziel, want ik heb tegen u gezondigd”’ (Ps. 41:4). Waarschijnlijk gaat dit over de tijd dat Absalom zich onrechtmatig de troon toe-eigende, terwijl David ziek was en niet in staat was om daartegen op te treden. Ondanks dat Jehovah hem had vergeven, was David zijn zonde met Bathseba en de consequenties ervan niet vergeten (2 Sam. 12:7-14). Toch wist David zeker dat Jehovah hem tijdens zijn ziekbed zou  steunen. Maar bad hij om een wonderbare genezing en verlenging van zijn leven?

9. (a) Hoe verschilde Davids geval van dat van Hizkia? (b) Wat kon David van Jehovah verwachten?

9 Jaren later koos Jehovah ervoor om koning Hizkia te genezen, die ‘tot stervens toe’ ziek was. In dat geval greep God in. Hizkia herstelde en leefde nog 15 jaar (2 Kon. 20:1-6). Maar dat was een uitzondering. Koning David vroeg niet om een wonderbare genezing. Uit de context blijkt dat hij vroeg om de hulp die Jehovah zou geven aan ‘een ieder die de geringe consideratie betoont’. Dat hield onder andere in dat Jehovah hem tijdens zijn ziekte zou steunen. Omdat David door Jehovah was vergeven, kon hij bidden of Jehovah hem wilde troosten en steunen, en of het herstellend vermogen van zijn lichaam zijn werk mocht doen (Ps. 103:3). Ook wij kunnen hierom bidden.

10. Wat kunnen we concluderen uit de ervaringen van Trofimus en Epafroditus?

10 Ook in de eerste eeuw werden niet alle christenen door een wonder genezen, hoewel Paulus en anderen soms wel de kracht kregen om zieken te genezen. (Lees Handelingen 14:8-10.) Paulus gebruikte die kracht bijvoorbeeld toen ‘de vader van Publius door koorts en dysenterie gekweld te bed lag’. Paulus ‘bad, legde zijn handen op hem en maakte hem gezond’ (Hand. 28:8). Maar Paulus deed niet hetzelfde voor Trofimus, die met hem mee was op een zendingsreis (Hand. 20:3-5, 22; 21:29). Toen Trofimus ziek werd en niet meer met Paulus mee kon gaan, liet hij hem in Milete achter om te herstellen (2 Tim. 4:20). Hetzelfde gold voor Epafroditus. Er zijn geen aanwijzingen dat Paulus zijn goede vriend die ‘ziek was geworden, zelfs op de rand van de dood’, door een wonder genas (Fil. 2:25-27, 30).

WEES EVENWICHTIG

11, 12. Waarom kon Lukas Paulus goed helpen, en wat kunnen we over Lukas’ deskundigheid zeggen?

11 Ook ‘Lukas, de geliefde geneesheer’, schrijver van het boek Handelingen, reisde met Paulus mee (Kol. 4:14; Hand. 16:10-12; 20:5, 6). Als Paulus of zijn medereizigers ziek werden, zal Lukas hun waarschijnlijk medische adviezen en hulp hebben gegeven (Gal. 4:13). Jezus had immers gezegd dat ‘zij die iets mankeren’ een dokter nodig hebben (Luk. 5:31).

12 De Bijbel zegt niet waar of wanneer Lukas zijn medische opleiding had gevolgd. We weten wel dat Paulus de groeten van Lukas overbrengt aan de christenen in Kolosse; zij kenden Lukas dus blijkbaar. Het is interessant dat er in de buurt van Kolosse een medische school was, namelijk in Laodicea. Misschien heeft Lukas daar zijn opleiding gevolgd. Hoe het ook zij, Lukas was geen leek die constant liep te strooien met gezondheidsadviezen; hij was een deskundig arts. Dat blijkt duidelijk uit de specifieke medische omschrijvingen die Lukas in zijn evangelie en in het boek Handelingen gaf, en uit de vele genezingen van Jezus die hij heeft opgetekend.

13. Welke evenwichtige kijk op gezondheidsadviezen moeten we hebben?

13 In deze tijd heeft niemand van ons de gave om een ander te genezen. Maar sommige goedbedoelende broeders en zusters geven ongevraagd gezondheidsadviezen. Het is waar dat sommigen alleen maar algemene, praktische tips geven. Dat deed Paulus ook toen Timotheüs maagproblemen had, misschien door het verontreinigde water in zijn omgeving. *  (Lees 1 Timotheüs 5:23.) Maar dat is heel wat anders dan een broeder of zuster proberen over te halen om een kruid, middeltje of dieet te gebruiken dat misschien niet helpt of in sommige gevallen zelfs schadelijk is. Sommigen hebben geprobeerd anderen over te halen met een argument als: ‘Familie van me had iets soortgelijks. Hij gebruikte dit, en toen werd hij beter.’ Hoe oprecht iemand het ook bedoelt, het is goed om in gedachte te houden dat er zelfs risico’s verbonden kunnen zijn aan gangbare medicijnen en behandelingen. (Lees Spreuken 27:12.)

GEBRUIK JE GEZONDE VERSTAND

14, 15. (a) Hoe maken sommigen misbruik van andermans ziekte? (b) Hoe kan Spreuken 14:15 ons helpen als we gezondheidsadviezen krijgen?

14 Natuurlijk willen we allemaal gezond zijn, zodat we van het leven kunnen genieten en ons volledig voor Jehovah kunnen inzetten. Maar we zijn nu eenmaal onvolmaakt en kunnen dus ziek worden. Als dat gebeurt, zijn er wellicht verschillende behandelingen mogelijk. Iedereen heeft het recht om te kiezen welke behandeling hij wil aanvaarden. Helaas zijn er in deze hebzuchtige wereld mensen die een slaatje willen slaan uit andermans ziekte. Sommigen verkopen ‘behandelingen’ of ‘medicijnen’, waarbij ze mensen proberen te overtuigen met ongefundeerde beweringen en verhalen van anderen die genezen zouden zijn. Andere personen of ondernemingen proberen veel geld te verdienen door mensen te zeggen dat ze bepaalde dure producten moeten gebruiken. Dat soort ‘remedies’ kunnen aantrekkelijk lijken voor iemand die ziek is en wanhopig verlichting zoekt of een manier om langer te leven. Maar vergeet niet dat de Bijbel zegt dat iemand die ‘onervaren is, geloof hecht aan elk woord’, maar dat iemand die verstandig is, goed nadenkt (Spr. 14:15).

15 Iemand die verstandig is, zal vooral voorzichtig zijn als het onduidelijk is of degene die het advies geeft wel deskundig is. Je kunt je afvragen: Hij zegt dat deze vitamine, dit kruid of dit dieet mensen heeft genezen, maar zijn er betrouwbare getuigen om dat te bevestigen? Mensen zijn verschillend; zijn er goede redenen om te geloven dat het mij zal helpen? Moet ik wat meer over het onderwerp opzoeken of zelfs een erkend deskundige op dat gebied raadplegen? — Deut. 17:6.

16. Welke vragen helpen ons om ons gezonde verstand te gebruiken als het gaat om medische adviezen?

16 Gods Woord spoort ons aan om ‘met gezond verstand (...) te midden van dit tegenwoordige samenstel van dingen te leven’ (Tit. 2:12). Het is vooral belangrijk om ons gezonde verstand te gebruiken als de uitleg van een behandeling of medisch onderzoek vreemd of mysterieus klinkt. Kan de behandelaar of degene die de behandeling promoot naar tevredenheid uitleggen hoe het werkt? Is het in overeenstemming met bekende feiten, en vinden meerdere deskundigen het geloofwaardig? (Spr. 22:29) Of wordt er vooral een beroep gedaan op emoties? Misschien wordt er beweerd dat het ergens ver weg is ontdekt of werd gebruikt, en dat de moderne wetenschap er daarom nog niet van af weet. Maar klinkt dat geloofwaardig? En bewijst het überhaupt iets? Over sommige behandelmethoden en diagnose-apparatuur wordt gezegd dat er een ‘geheim recept’ of een bepaalde ‘energie’ wordt gebruikt. Dan is het echt zaak om voorzichtig te zijn, want God waarschuwt tegen ‘het gebruik van magische kracht’ en mediums (Jes. 1:13; Deut. 18:10-12).

 ‘WIJ WENSEN U EEN GOEDE GEZONDHEID TOE!’

17. Wat willen we allemaal?

17 Het besturende lichaam in de eerste eeuw stuurde een belangrijke brief naar de gemeenten. Na dingen genoemd te hebben die christenen moeten vermijden, eindigde de brief met de woorden: ‘Indien gij u nauwlettend voor deze dingen wacht, zal het u goed gaan. Wij wensen u een goede gezondheid toe!’ (Hand. 15:29) De laatste woorden kunnen ook worden weergegeven met ‘wees sterk’. Hoewel het in dit vers om een gebruikelijke slotzin gaat, herinneren die woorden ons eraan dat het heel normaal is dat we gezond en sterk willen zijn in onze dienst voor Jehovah.

We willen gezond en sterk zijn in onze dienst voor Jehovah (Zie alinea 17)

18, 19. Naar welke toekomst kunnen we uitzien?

18 Zolang deze wereld nog bestaat en wij onvolmaakt zijn, is ziekte iets wat bij het leven hoort. We kunnen in deze tijd geen wonderbare genezingen verwachten. Maar Openbaring 22:1, 2 wijst vooruit naar de tijd dat we van top tot teen gezond zullen zijn. De apostel Johannes zag in een visioen ‘een rivier van water des levens’ en ‘bomen des levens’ met bladeren ‘tot genezing van de natiën’. Dit slaat niet op een of ander kruidenmiddel. Het verwijst naar Jehovah’s voorziening om door middel van Jezus eeuwig leven te geven aan de gehoorzame mensheid — echt iets om naar uit te kijken! — Jes. 35:5, 6.

19 Terwijl we die geweldige toekomst verwachten, weten we dat Jehovah voor ons allemaal individueel belangstelling heeft, ook als we ziek zijn. Net als David kunnen we er zeker van zijn dat Jehovah ons zal steunen. En we kunnen net als hij zeggen: ‘Wat mij betreft, wegens mijn rechtschapenheid hebt gij mij ondersteund, en gij zult mij tot onbepaalde tijd voor uw aangezicht stellen’ (Ps. 41:12).

^ ¶13 Een naslagwerk zegt: ‘Het is experimenteel bewezen dat tyfusbacteriën en andere gevaarlijke bacteriën snel doodgaan als ze met wijn vermengd worden’ (The Origins and Ancient History of Wine).