Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  oktober 2015

Dien Jehovah zonder afgeleid te worden

Dien Jehovah zonder afgeleid te worden

‘Maria (...) bleef naar [Jezus’] woord luisteren. Martha werd afgeleid door het zorg dragen voor vele bezigheden.’ — LUK. 10:39, 40.

LIEDEREN: 94, 134

1, 2. Waarom hield Jezus van Martha, maar wat laat zien dat ze niet volmaakt was?

WAAR denk je aan als het over Martha, de zus van Lazarus, gaat? De Bijbel laat zien dat Jezus een goede vriend van haar was: ‘Jezus had Martha lief.’ Maar ze was natuurlijk niet de enige vrouw voor wie Jezus veel liefde en respect had. Denk bijvoorbeeld aan zijn moeder. En hij was bevriend met Maria, Martha’s zus (Joh. 11:5; 19:25-27). Maar wat waardeerde Jezus dan zo aan Martha?

2 Jezus hield niet alleen van Martha omdat ze een gastvrije, hardwerkende vrouw was, maar vooral omdat ze geestelijk ingesteld was. Ze stelde echt geloof in wat Jezus onderwees. En ze was er volledig van overtuigd dat Jezus de beloofde Messias was (Joh. 11:21-27). Maar, net zoals wij, was ze niet volmaakt. Toen Jezus een keer bij Martha en haar familie op bezoek was, dacht Martha Jezus te moeten vertellen wat hij moest doen. Zij vond dat er iets rechtgezet moest worden. ‘Heer,’ zei ze, ‘laat het u onverschillig dat mijn zuster mij alleen voor alles laat zorgen? Zeg haar daarom dat zij mij komt helpen.’ (Lees Lukas 10:38-42.) Wat kunnen we leren van dit verslag?

 MARTHA WERD AFGELEID

3, 4. In welk opzicht koos Maria ‘het goede deel’, en wat heeft Martha daar ongetwijfeld van geleerd? (Zie beginplaatje.)

3 Jezus wil de gastvrijheid van Martha en Maria belonen door ze kostbare waarheden mee te geven. Maria grijpt deze kans aan om van de Grote Onderwijzer te leren: ze gaat ‘aan de voeten van de Heer zitten en blijft naar zijn woord luisteren’. Martha had hetzelfde kunnen doen en Jezus haar volle aandacht kunnen geven. In dat geval zou Jezus haar ongetwijfeld geprezen hebben.

4 Maar Martha gaat druk aan de slag om uitgebreid te koken en ze doet van alles om het Jezus naar de zin te maken. Dat kost haar onnodig veel stress, en ze begint zich aan haar zus te ergeren. Jezus merkt dat Martha te veel probeert te doen en zegt daarom vriendelijk: ‘Martha, Martha, gij zijt bezorgd en verontrust over veel dingen.’ Hij geeft aan dat één gerecht ook al voldoende is. Dan zegt hij dat Maria niets verkeerds heeft gedaan: ‘Wat Maria aangaat, zij heeft het goede deel gekozen, en het zal haar niet worden ontnomen.’ Maria zou waarschijnlijk snel weer vergeten wat ze bij die speciale gelegenheid had gegeten. Maar de aanmoediging en het onderwijs van Jezus zou ze nooit vergeten. Meer dan zestig jaar later schreef de apostel Johannes: ‘Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief’ (Joh. 11:5). Deze geïnspireerde woorden impliceren dat Martha Jezus’ liefdevolle correctie had aanvaard en dat ze de rest van haar leven haar best heeft gedaan om Jehovah trouw te dienen.

5. Wat is het verschil tussen het leven in onze tijd en in Bijbelse tijden, en wat moeten we ons daarom afvragen?

5 Als je het leven in deze tijd vergelijkt met hoe het was in Bijbelse tijden, wat valt je dan op wat afleidingen betreft? ‘Nimmer in de geschiedenis heeft de mensheid zich op betere communicatiemiddelen kunnen beroemen, op snelle drukpersen, rijkelijk geïllustreerde tijdschriften, de radio, film, televisie. (...) Ze bombarderen ons elke dag met nieuwe afleidende dingen. (...) Niet zo heel lang geleden dacht men bij voorkeur aan onze eeuw als “De eeuw der verlichting”. Het wordt steeds meer “De eeuw der afleidingen”.’ Deze woorden werden meer dan zestig jaar geleden gesproken tot een groep studenten in de Verenigde Staten. De Wachttoren van 15 december 1958 zei dat het voor de hand ligt dat afleidende factoren ‘in aantal zullen toenemen naarmate deze wereld haar vernietiging nadert’. En dat is inderdaad gebeurd. Er zijn tegenwoordig meer afleidingen dan ooit. Wat kunnen we doen om, net als Maria, op geestelijke zaken gefocust te blijven?

MAAK GEBRUIK VAN DE WERELD, MAAR NIET TEN VOLLE

6. Hoe maakt Jehovah’s volk goed gebruik van technologie?

6 Om de ware aanbidding te bevorderen heeft het aardse deel van Jehovah’s organisatie altijd goed gebruikgemaakt van technologie. Neem bijvoorbeeld het ‘Photo-Drama der Schepping’, een productie van film- en lichtbeelden in kleur, compleet met geluid. Voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog werden miljoenen mensen over de hele wereld vertroost door deze presentatie, die eindigde met een beschrijving van de toekomstige vredige regering van Jezus Christus. Later werd de Koninkrijksboodschap via de radio uitgezonden, zodat er wereldwijd nog eens miljoenen mensen naar konden luisteren. In deze tijd wordt er goed gebruikgemaakt van computertechnologie en het internet om overal het goede nieuws  bekend te maken, zelfs op afgelegen eilanden.

Laat onbelangrijke dingen niet ten koste gaan van geestelijke activiteiten (Zie alinea 7)

7. (a) Waarom is het gevaarlijk om te veel van de wereld gebruik te maken? (b) Waar moeten we heel voorzichtig mee zijn? (Zie de voetnoot.)

7 De Bijbel zegt dat het gevaarlijk is om te veel gebruik te maken van wat de wereld te bieden heeft. (Lees 1 Korinthiërs 7:29-31.) Het kan makkelijk gebeuren dat een christen buitensporig veel tijd besteedt aan dingen die op zich niet verkeerd zijn. Denk aan hobby’s, tv-kijken, uitstapjes maken, lezen, winkelen of steeds op zoek zijn naar de nieuwste elektronische gadgets of andere mooie spullen. Er kan ook veel tijd verloren gaan aan sociale netwerksites, het versturen van berichtjes, het doorsturen van mailtjes of het continu checken van de sportuitslagen of het laatste nieuws. Dit soort dingen kunnen zelfs een obsessie worden (Pred. 3:1, 6). * Als we geen grenzen stellen aan de hoeveelheid tijd die we besteden aan dingen die niet per se belangrijk zijn, dan verwaarlozen we misschien het belangrijkste: onze aanbidding van Jehovah. (Lees Efeziërs 5:15-17.)

8. Waarom is het zo belangrijk om geen liefde voor de dingen in de wereld te hebben?

8 Satan wil ons verleiden en afleiden met wat deze wereld te bieden heeft. Dat was al zo in de eerste eeuw en nu zelfs nog meer (2 Tim. 4:10). Daarom is het belangrijk om de raad op te volgen: ‘Hebt de wereld niet lief noch de dingen in de wereld.’ We moeten steeds onderzoeken hoe we over de dingen in de wereld denken en waar nodig veranderingen aanbrengen. Dan worden we niet afgeleid en kan onze liefde voor Jehovah groeien. We zullen het dan makkelijker vinden om Gods wil te doen, en we zullen voor eeuwig zijn vrienden zijn (1 Joh. 2:15-17).

BLIJF GEFOCUST OP WAT BELANGRIJK IS

9. Wat zei Jezus over ons figuurlijke oog, en hoe gaf hij het goede voorbeeld?

9 Jezus’ vriendelijke raad aan Martha was helemaal in lijn met wat hij onderwees en hoe hij zelf leefde. Hij onderwees zijn discipelen dat ze hun figuurlijke oog ‘scherp ingesteld’ moesten houden, zodat ze gefocust konden blijven op het dienen van Jehovah zonder afgeleid te worden. (Lees Mattheüs 6:22, 33; vtn.) Jezus leefde eenvoudig en had niet veel materiële bezittingen.  Ook zat hij niet vast aan een eigen huis of een stuk land (Luk. 9:58; 19:33-35).

10. Hoe gaf Jezus het goede voorbeeld aan het begin van zijn bediening?

10 Jezus had tijdens zijn bediening door veel dingen afgeleid kunnen worden, maar hij liet dat niet toe. Aan het begin van zijn bediening, nadat hij in Kapernaüm onderwijs had gegeven en wonderen had verricht, smeekten de mensen hem om de stad niet te verlaten. Hoe reageerde Jezus? Voelde hij zich gevleid en ging hij erop in? Hij zei: ‘Ik moet ook aan andere steden het goede nieuws van het koninkrijk Gods bekendmaken, want hiertoe werd ik uitgezonden’ (Luk. 4:42-44). Hij voegde de daad bij het woord en trok te voet heel Palestina door om te prediken en te onderwijzen. Hoewel hij volmaakt was, had hij normale menselijke behoeften en soms was hij behoorlijk moe vanwege zijn harde werk in de dienst (Luk. 8:23; Joh. 4:6).

11. Wat zei Jezus tegen een man die een geschil met zijn broer had, en welke waarschuwing gaf hij?

11 Bij een latere gelegenheid gaf Jezus zijn volgelingen onderwijs over hoe je moet omgaan met tegenstand. Maar een man onderbrak Jezus en zei: ‘Leraar, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt.’ Jezus weigerde zich in de zaak te mengen en liet zich niet door hem afleiden. Hij antwoordde: ‘Wie heeft mij tot rechter of verdeler over ulieden aangesteld?’ Jezus ging gewoon door met het geven van onderwijs. En hij maakte van de gelegenheid gebruik om zijn discipelen te waarschuwen voor het gevaar afgeleid te worden door materiële dingen (Luk. 12:13-15).

12, 13. (a) Wat trok kort voor Jezus’ dood de aandacht van enkele Griekse proselieten? (b) Hoe ging Jezus om met deze mogelijke afleiding?

12 De laatste week van Jezus’ leven op aarde was beslist niet makkelijk (Matth. 26:38; Joh. 12:27). Er stonden hem een vernederende rechtszaak en een wrede dood te wachten. En hij had nog heel veel te doen. Denk bijvoorbeeld eens aan wat er op zondag 9 Nisan gebeurde. Zoals voorzegd kwam Jezus op een ezel Jeruzalem binnen en juichte de mensenmenigte hem toe als degene ‘die kwam als de Koning in Jehovah’s naam’ (Luk. 19:38). De volgende dag ging Jezus naar de tempel en joeg de hebzuchtige handelaren, die Gods huis gebruikten om mensen af te persen, de tempel uit (Luk. 19:45, 46).

13 Onder de menigte in Jeruzalem waren enkele Griekse proselieten die duidelijk onder de indruk waren van Jezus. Ze vroegen de apostel Filippus of ze Jezus konden ontmoeten. Maar Jezus weigerde zich te laten afleiden van de belangrijker zaken die hem te wachten stonden. Hij was niet op zoek naar populariteit, om zo zijn offerdood te kunnen ontlopen. Dus nadat Jezus had uitgelegd dat hij binnenkort zou sterven, zei hij tegen Andreas en Filippus: ‘Hij die ten zeerste gesteld is op zijn ziel, vernietigt ze, maar hij die zijn ziel in deze wereld haat, zal ze bewaren voor het eeuwige leven.’ In plaats van de nieuwsgierigheid van die proselieten te bevredigen, moedigde Jezus zijn discipelen aan om, net als hij, een zelfopofferend leven te leiden. En hij beloofde: ‘Indien iemand mij dient, zal de Vader hem eren.’ Ongetwijfeld gaf Filippus deze boodschap aan de Griekse proselieten door (Joh. 12:20-26).

14. Wat laat zien dat Jezus evenwichtig was terwijl hij het predikingswerk voorrang gaf in zijn leven?

14 Hoewel Jezus weigerde zich te laten afleiden van zijn hoofddoel, het prediken van het goede nieuws, dacht hij ook weer niet alleen maar aan werk. We weten dat hij op een bruiloft is geweest en dat hij zelfs bijdroeg tot de feestvreugde door water in  wijn te veranderen (Joh. 2:2, 6-10). Ook ging hij in op uitnodigingen van zijn vrienden en potentiële discipelen om samen te eten (Luk. 5:29; Joh. 12:2). En nog belangrijker, hij nam regelmatig de tijd om te bidden, dingen te overdenken en uit te rusten (Matth. 14:23; Mark. 1:35; 6:31, 32).

LEG ELK GEWICHT AF

15. Welke raad gaf Paulus, en hoe gaf hij het goede voorbeeld?

15 Paulus vergeleek het leven van een opgedragen christen met een langeafstandsloop en schreef: ‘Laten ook wij elk gewicht (...) afleggen.’ (Lees Hebreeën 12:1.) Paulus had recht van spreken, want hij had zelf een veelbelovende carrière in het judaïsme opgegeven, die rijkdom en eer had kunnen opleveren. Hij concentreerde zich op ‘de belangrijker dingen’ en diende Jehovah als slaaf, terwijl hij door Syrië, Klein-Azië, Macedonië en Judea reisde. ‘De dingen die achter mij liggen vergetend en mij uitstrekkend naar de dingen die vóór mij liggen, streef ik naar het doel om de prijs’, schreef Paulus over zijn hoop op eeuwig leven in de hemel (Fil. 1:10; 3:8, 13, 14). Hij maakte goed gebruik van zijn ongehuwde staat. Dat hielp hem om ‘voortdurende dienst voor de Heer’ te verrichten, ‘zonder te worden afgeleid’ (1 Kor. 7:32-35).

16, 17. Hoe kunnen we het voorbeeld van Paulus navolgen, of we nu getrouwd zijn of niet? Vertel een ervaring.

16 Net als Paulus kiezen sommige aanbidders van God ervoor om ongehuwd te blijven, zodat ze zich helemaal kunnen geven in hun dienst voor Jehovah (Matth. 19:11, 12). Iemand die getrouwd is, heeft vaak meer familieverantwoordelijkheden. Maar of we nu getrouwd zijn of niet, we kunnen allemaal ‘elk gewicht afleggen’ en zo min mogelijk afleidingen in ons leven toelaten. Dat betekent dat we afzien van tijdverslindende gewoonten en ons in plaats daarvan doelen stellen om meer tijd aan de dienst voor Jehovah te besteden.

17 Neem Mark en Claire, uit Wales. Ze begonnen allebei met pionieren nadat ze hun school hadden afgemaakt, en na hun trouwen bleven ze pionieren. ‘We hebben ons leven nog meer kunnen vereenvoudigen door ons huis en ons parttimewerk op te geven om in de internationale bouw te gaan’, zegt Mark. De afgelopen twintig jaar hebben ze door heel Afrika gereisd om Koninkrijkszalen te helpen bouwen. Op een gegeven moment was hun geld praktisch op; ze hadden nog maar vijftien dollar. Maar Jehovah zorgde voor ze. ‘Het geeft veel voldoening’, zegt Claire, ‘om elke dag in Jehovah’s dienst door te brengen. We hebben in die jaren heel veel vrienden gemaakt, en we komen niets tekort. Het weinige dat we opgegeven hebben, is niet te vergelijken met de vreugde die je krijgt als je Jehovah fulltime dient.’ Veel broeders en zusters in de volletijddienst hebben soortgelijke ervaringen. *

18. Over welke vragen moeten we nadenken?

18 Wat als je er nu achter bent gekomen dat je niet meer even enthousiast in je dienst voor Jehovah bent als vroeger? Dat er dingen zijn die je afleiden van belangrijker zaken? Misschien is het dan goed om je studiegewoonten te analyseren. Het volgende artikel zal uitleggen hoe we meer uit persoonlijke studie en Bijbellezen kunnen halen.

^ ¶17 Zie ook het levensverhaal van Hadyn en Melody Sanderson in het artikel ‘Weten wat juist is en het ook doen’ (De Wachttoren van 1 maart 2006). Ze gaven een succesvol bedrijf in Australië op om in de volletijddienst te gaan. Lees wat er gebeurde toen hun geld opraakte terwijl ze als zendelingen in India dienden.