Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  maart 2015

 LEVENSVERHAAL

We hebben nu een betere carrière

We hebben nu een betere carrière

GWEN en ik gingen op dansles toen we vijf waren. We kenden elkaar toen nog niet, maar allebei kozen we op een gegeven moment voor een leven als balletdanser. Toen we bijna op het hoogtepunt van onze carrière waren, gaven we alles op. Waarom?

David: Ik ben in 1945 in Engeland geboren, in het graafschap Shropshire. Mijn vader had een boerderij op het rustige platteland. Ik vond het heerlijk om na schooltijd de kippen te voeren, eieren te rapen en voor het mestvee en de schapen te zorgen. In de schoolvakanties hielp ik met het binnenhalen van de oogst, waarbij ik soms op de trekker mocht rijden.

Maar er was iets anders dat een steeds grotere rol in mijn leven zou gaan spelen. Mijn vader had al heel vroeg gemerkt dat ik wilde dansen zodra ik muziek hoorde. Toen ik vijf was, stelde hij dan ook voor dat mijn moeder met me naar een plaatselijke dansschool zou gaan, zodat ik kon leren tapdansen. Mijn leraar zag dat ik aanleg had voor ballet en gaf me daarom ook balletles. Op mijn vijftiende won ik een studiebeurs voor de gerenommeerde Royal Ballet School in Londen. Daar ontmoette ik Gwen, en we werden aan elkaar gekoppeld als danspartners.

Gwen: Ik ben in 1944 in het drukke Londen geboren. Als jong meisje had ik een diep geloof in God. Ik probeerde de Bijbel te lezen, maar vond die moeilijk te begrijpen. Eerder, op mijn vijfde, was ik begonnen met dansles. Zes jaar later won ik een wedstrijd waar iedereen in Groot-Brittannië aan mee kon doen. De winnaar mocht naar de jeugdopleiding van de Royal Ballet School, die was gehuisvest in de White Lodge, een prachtig Georgiaans landhuis in Richmond Park, aan de rand van Londen. Behalve een schoolopleiding kreeg ik daar balletles van docenten die in hoog aanzien stonden. Op mijn zestiende vervolgde ik mijn studie aan de Royal Ballet School op hun locatie in het centrum van Londen. Daar ontmoette ik David. Binnen een paar maanden dansten we samen in balletscènes van opera’s in het Royal Opera House in het Londense Covent Garden.

Als professionele balletdansers reisden we de hele wereld over

David: Zoals Gwen al zei, dansten we na een tijdje in het beroemde Royal Opera House. Ook traden we op met het London Festival Ballet (nu het English National Ballet). Een van de choreografen van het Royal Ballet begon een internationaal gezelschap in Wuppertal (Duitsland) en koos ons uit als de twee solisten van dat gezelschap. In de loop van onze carrière hebben we in theaters over de hele wereld gedanst, samen met beroemdheden als Margot Fonteyn en Rudolf Noerejev. Door de competitiegeest die er heerste, ging je al gauw veel van jezelf denken. We gingen helemaal op in ons werk.

 Gwen: Alles wat ik dacht en deed stond in het teken van dansen. David en ik hadden allebei de ambitie om aan de top te komen. Ik genoot ervan handtekeningen uit te delen, bloemen in ontvangst te nemen en het applaus van het publiek te horen. De theaterwereld was een omgeving waar roken, drinken en immoraliteit heel gewoon waren. En net als anderen in het vak vertrouwde ik op mijn geluksamuletten.

ONS LEVEN VERANDERT COMPLEET

Onze trouwdag

David: Na vele jaren professioneel dansen, kreeg ik er genoeg van om uit een koffer te leven. Omdat ik op een boerderij was opgegroeid, begon ik te verlangen naar een eenvoudiger leven op het platteland. Dus liet ik in 1967 mijn carrière achter me en ging op een grote boerderij werken in de buurt van mijn ouderlijk huis. Ik kon van de boer een klein huisje huren. Toen belde ik naar het theater en vroeg Gwen ten huwelijk. Ze was intussen gepromoveerd tot soliste en het ging goed met haar carrière, dus het was een moeilijke beslissing voor haar. Toch zei ze ja en stapte met mij in het voor haar onbekende boerenleven.

Gwen: Dat was voor mij behoorlijk wennen. Koeien melken en in weer en wind kippen en varkens voeren, leek in de verste verte niet op het leven dat ik kende. David ging aan een landbouwschool een cursus van negen maanden volgen om de nieuwste methoden te leren op het gebied van veehouderij. Ik voelde me eenzaam als hij niet thuis was. Intussen was onze eerste dochter, Gilly, geboren. Op aanraden van David haalde ik mijn rijbewijs. Toen ik op een dag in een naburig stadje was, zag ik Gael, die ik al eens eerder had ontmoet toen ze bij ons in de buurt in een winkel werkte.

Onze eerste huwelijksjaren op de boerderij

Gael was zo vriendelijk me bij haar thuis uit te nodigen voor een kopje thee. We lieten elkaar onze trouwfoto’s zien. Op haar foto zag ik een groep mensen bij een ‘Koninkrijkszaal’ staan. Ik vroeg wat voor kerk dat was en was blij verrast toen ze vertelde dat zij en haar man Getuigen van Jehovah waren. Ik herinnerde me dat een tante van me een Getuige was. Maar ook hoe verschrikkelijk mijn vader dat vond en dat hij haar lectuur in de vuilnisbak gooide. Ik had me altijd afgevraagd hoe mijn vader, normaal gesproken een heel vriendelijke man, zo boos kon zijn op iemand die zo aardig was.

Eindelijk had ik de kans om te ontdekken wat het verschil was tussen het geloof van mijn tante en de leerstellingen van de kerk. Gael liet me zien wat de Bijbel echt leert. Ik was stomverbaasd te zien dat veel leerstellingen, zoals de Drie-eenheid en de onsterfelijkheid van de ziel, in strijd zijn met de Bijbel (Pred.  9:5, 10; Joh. 14:28; 17:3). Ik zag ook Gods naam, Jehovah, voor het eerst in de Bijbel staan (Ex. 6:3).

David: Gwen vertelde me wat ze leerde. Ik wist nog dat mijn vader altijd tegen me had gezegd dat ik de Bijbel moest lezen. Daarom accepteerden Gwen en ik het aanbod om de Bijbel te gaan bestuderen met Gael en haar man, Derrick. Na zes maanden verhuisden we naar Oswestry (ook in Shropshire), omdat we daar ons eigen boerderijtje konden huren. De Bijbelstudie werd voortgezet door Deirdre, een plaatselijke Getuige. In het begin maakten we niet veel vorderingen, want we waren erg druk met het vee. Maar Deirdre was geduldig met ons, en langzaamaan groeide onze liefde voor de waarheid.

Gwen: Bijgeloof was een groot obstakel dat ik moest overwinnen. Jesaja 65:11 hielp me in te zien hoe Jehovah denkt over mensen ‘die een tafel in orde brengen voor de god van het Geluk’. Pas na enige tijd en nadat ik er veel over had gebeden, kon ik mijn amuletten en talismans wegdoen. Ook ging ik begrijpen wat voor soort mensen Jehovah zoekt, want ik leerde dat ‘al wie zich verhoogt, vernederd zal worden, en al wie zich vernedert, verhoogd zal worden’ (Matth. 23:12). Ik wilde de God gaan dienen die zo veel om ons geeft dat hij zijn kostbare Zoon als loskoopoffer heeft gegeven. Intussen was onze tweede dochter geboren, en ik vond het geweldig te leren dat ons gezin voor altijd in een paradijs op aarde kon leven.

David: Toen ik leerde over de vervulling van Bijbelse profetieën zoals in Mattheüs 24 en het boek Daniël, raakte ik ervan overtuigd dat dit de waarheid was. Ik besefte dat niets in deze wereld zo kostbaar is als een goede band met Jehovah. Daardoor werd ik na verloop van tijd minder ambitieus. Ik ging begrijpen dat mijn vrouw en dochters net zo belangrijk waren als ik. Filippenzen 2:4 overtuigde me ervan dat ik niet alleen aan mezelf moest denken en aan mijn wens een grotere boerderij te hebben. Ik moest Jehovah op de eerste plaats in mijn leven stellen. Ik stopte met roken. Het was een hele opgave om alles zo te organiseren dat we op zaterdagavond naar de vergadering konden gaan, want die was 10 kilometer verderop, rond de tijd dat de koeien gemolken moesten worden. Maar met Gwens hulp hebben we nooit een vergadering overgeslagen. Ook gingen we elke zondagmorgen met onze meisjes in de velddienst — nadat we de koeien hadden gemolken.

Onze familie was niet blij met de verandering in ons leven. Gwens vader heeft zes jaar niet met haar gepraat. Ook mijn ouders probeerden ons ervan te weerhouden met de Getuigen om te gaan.

Gwen: Jehovah hielp ons erdoorheen. En in de loop van de tijd werden de broeders en zusters van de gemeente Oswestry voor ons als familie. Ze steunden ons liefdevol in onze moeilijkheden (Luk. 18:29, 30). We droegen ons aan Jehovah op en  werden in 1972 gedoopt. Ik wilde zo veel mogelijk mensen helpen de waarheid te leren kennen, dus begon ik te pionieren.

EEN BETERE CARRIÈRE

David: De jaren dat we op de boerderij werkten, waren fysiek zwaar. Toch probeerden we onze meisjes altijd een goed voorbeeld te geven op geestelijk gebied. Door bezuinigingen van de overheid moesten we de boerderij uiteindelijk opgeven, zodat we zonder werk en zonder huis kwamen te zitten. Inmiddels hadden we drie dochters; de jongste was nog maar een jaar. We vroegen Jehovah om hulp en leiding. We besloten ons talent te gebruiken en een dansschool te beginnen om de kost te verdienen. Gwen en ik waren vastbesloten om geestelijke belangen op de eerste plaats te stellen, en dat had goede resultaten. Wat vonden we het geweldig dat onze drie dochters allemaal gingen pionieren nadat ze hun schoolopleiding hadden afgerond! Gwen pionierde ook, dus zij kon onze dochters dagelijks ondersteunen.

Nadat onze twee oudste dochters, Gilly en Denise, getrouwd waren, sloten we de dansschool en schreven naar het bijkantoor om te vragen waar we ons nuttig konden maken. We werden naar verschillende plaatsen in het zuidoosten van Engeland gestuurd. Met nog maar één dochter in huis, Debbie, begon ook ik te pionieren. Vijf jaar later werd ons gevraagd om andere gemeenten te helpen, meer naar het noorden. Nadat Debbie was getrouwd, hebben we het voorrecht gehad om tien jaar lang bij het internationale bouwprogramma te helpen in Zimbabwe, Moldavië, Hongarije en Ivoorkust. Daarna zijn we teruggegaan naar Engeland om te helpen bij bouwwerkzaamheden op Bethel in Londen. Vanwege mijn ervaring als boer werd ik gevraagd te helpen op de boerderij die Bethel toen had. Op dit moment pionieren we in het noordwesten van Engeland.

We vonden het geweldig om te helpen bij internationale bouwprojecten

Gwen: Eerst leefden we helemaal voor ballet; dat was leuk maar tijdelijk. Nu leven we helemaal voor Jehovah; dat maakt ons echt gelukkig en gaat nooit voorbij. We zijn nog steeds elkaars partners, maar nu gebruiken we onze voeten om samen te pionieren. We hebben veel mensen kunnen helpen bij het vinden van kostbare, levensreddende waarheden. Het geluk dat we daardoor ervaren, is met geen pen te beschrijven. Die ‘aanbevelingsbrieven’ zijn beter dan welke wereldse roem maar ook (2 Kor. 3:1, 2). Als we de waarheid niet hadden gevonden, zouden we nu alleen nog maar onze herinneringen, oude foto’s en theaterprogramma’s uit onze vorige carrière hebben.

David: Dat we voor een carrière in Jehovah’s dienst hebben gekozen, heeft echt het verschil gemaakt in ons leven. Ik weet dat het me heeft geholpen een betere echtgenoot en vader te zijn. In de Bijbel staat dat Mirjam, koning David en anderen hun vreugde uitten door te dansen. En wij, samen met vele anderen, zien er echt naar uit om in Jehovah’s nieuwe wereld te dansen van vreugde (Ex. 15:20; 2 Sam. 6:14).