Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) DECEMBER 2014

Waardeer je wat je hebt gekregen?

Waardeer je wat je hebt gekregen?

„Nu hebben wij niet de geest van de wereld ontvangen, maar de geest die van God komt, opdat wij de dingen zouden weten die ons door God goedgunstig zijn gegeven.” — 1 KOR. 2:12.

1. Hoe denken mensen vaak over wat ze hebben?

MENSEN zeggen weleens: ’Je weet pas wat je mist als het er niet meer is.’ Herkennen we dat gevoel? We kunnen geneigd zijn minder waardering te hebben voor iets wat we al van jongs af aan hebben. Als iemand bijvoorbeeld opgroeit in een rijk gezin, beschouwt hij de spullen die hij heeft misschien als vanzelfsprekend. Veel mensen beseffen niet welke dingen echt belangrijk zijn in het leven. Bij jongeren is dat vaker het geval, omdat zij minder levenservaring hebben.

2, 3. (a) Waar moeten jongeren voor oppassen? (b) Wat kan ons helpen te waarderen wat we hebben?

2 Ben je in je tienerjaren of begin twintig? Wat vind jij belangrijk? Het leven van veel mensen in de wereld draait om spullen: een goed salaris, een mooi huis of de nieuwste gadgets. Maar als dat het enige is wat je bezighoudt, dan mis je iets heel belangrijks: geestelijke rijkdom. Helaas zijn miljoenen mensen daar helemaal niet mee bezig. Ben jij in de waarheid opgevoed? Waardeer dan die geestelijke erfenis! (Matth. 5:3) Als je daar niet genoeg waardering voor hebt, kan dat weleens negatieve gevolgen hebben voor de rest van je leven.

 3 Maar dat hoeft jou niet te overkomen. Wat zal je helpen je geestelijke erfenis te waarderen? Laten we een paar voorbeelden uit de Bijbel bespreken die ons helpen meer waardering te hebben voor wat we van Jehovah hebben gekregen. Deze bespreking zal nuttig zijn voor ons allemaal, jong en oud.

ZE HADDEN NIET GENOEG WAARDERING

4. Wat vertelt 1 Samuël 8:1-5 ons over Samuëls zoons?

4 In de Bijbel vinden we voorbeelden van mensen die geen waardering hadden voor hun geestelijke erfgoed. Dat gebeurde bijvoorbeeld in het gezin van de profeet Samuël. Hij had Jehovah van jongs af aan gediend en een goede reputatie bij hem opgebouwd. Op die manier had hij zijn zoons, Joël en Abia, een goed voorbeeld gegeven (1 Sam. 12:1-5). Helaas hadden ze daar geen waardering voor. Ze werden ongehoorzaam aan Jehovah en ontwikkelden de gewoonte „het recht te buigen”. (Lees 1 Samuël 8:1-5.)

5, 6. Hoe liep het af met de zoons en kleinzoons van Josia?

5 Met de zoons van koning Josia ging het net zo. Josia had een uitstekend voorbeeld gegeven in het dienen van Jehovah. Toen het wetboek was teruggevonden en aan Josia was voorgelezen, deed hij veel moeite om Jehovah’s instructies op te volgen. Hij deed zijn best om afgoderij en spiritisme uit te bannen en moedigde het volk aan Jehovah te gehoorzamen (2 Kon. 22:8; 23:2, 3, 12-15, 24, 25). Wat gaf hij zijn kinderen een prachtige geestelijke erfenis! Drie zoons en een kleinzoon werden later koning, maar geen van hen toonde waardering voor wat ze hadden gekregen.

6 Josia’s zoon Joahaz volgde zijn vader als koning op, maar hij deed „wat kwaad was in Jehovah’s ogen”. Hij heeft maar drie maanden geregeerd; toen werd hij gevangengenomen door een Egyptische farao. Hij stierf in gevangenschap (2 Kon. 23:31-34). Zijn broer Jojakim heeft elf jaar geregeerd. Ook hij had geen waardering voor wat hij van zijn vader had gekregen. Omdat Jojakim zo slecht was, voorspelde Jeremia: „Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden” (Jer. 22:17-19). Josia’s andere opvolgers, zijn zoon Zedekia en zijn kleinzoon Jojachin, waren geen haar beter: geen van hen koos ervoor Josia’s goede voorbeeld te volgen (2 Kon. 24:8, 9, 18, 19).

7, 8. (a) Hoe verspilde Salomo zijn geestelijke erfgoed? (b) Wat kunnen we leren van deze voorbeelden van personen die hun geestelijke erfgoed verspilden?

7 Koning Salomo had een goede geestelijke achtergrond. Hij had van zijn vader David geleerd Jehovah te dienen, en dat deed hij eerst ook. Toch verloor hij later zijn waardering voor zijn geestelijke erfenis. „Nu geschiedde het toen Salomo oud werd, dat zijn eigen vrouwen zijn hart tot het volgen van andere goden hadden geneigd; en zijn hart bleek niet onverdeeld met Jehovah, zijn God, te zijn, zoals het hart van zijn vader David” (1 Kon. 11:4). Zo verloor Salomo de goedkeuring van Jehovah.

8 Deze mannen hadden een veelbelovende achtergrond en de kans om het juiste te doen. Wat is het triest dat ze dat allemaal verspilden! Maar gelukkig waren er ook jongeren die wel waardering hadden voor hun geestelijke erfenis. Laten we eens een paar jongeren bespreken waar je een voorbeeld aan kunt nemen.

 ZE WAARDEERDEN WAT ZE HADDEN GEKREGEN

9. Hoe gaven Noachs zoons een uitstekend voorbeeld? (Zie beginplaatje.)

9 De zoons van Noach gaven een uitstekend voorbeeld. Hun vader kreeg de opdracht een ark te bouwen, zodat zijn gezin gered kon worden. Ongetwijfeld begrepen Noachs zoons hoe belangrijk het was Jehovah’s wil te doen en hebben ze met hun vader samengewerkt. Ze bouwden samen de ark en gingen naar binnen (Gen. 7:1, 7). Wat was het resultaat? Genesis 7:3 zegt dat ze dieren de ark in lieten gaan „om nageslacht in het leven te houden op de oppervlakte van de gehele aarde”. Ook mensen werden gered. Noachs zoons kregen het voorrecht te helpen bij het in stand houden van het menselijk ras en het herstellen van de ware aanbidding op aarde — en dat allemaal omdat ze waardering hadden voor hun geestelijke erfenis (Gen. 8:20; 9:18, 19).

10. Hoe lieten vier jonge Hebreeuwse mannen zien dat ze waardeerden wat ze hadden geleerd?

10 Eeuwen later lieten vier jonge Hebreeuwse mannen zien dat ze wisten wat echt belangrijk is. In 617 v.Chr. werden Hananja, Misaël, Azarja en Daniël weggevoerd naar Babylon. Ze waren jong, zagen er goed uit en waren intelligent. Ze zouden makkelijk kunnen opgaan in de Babylonische leefstijl. Maar dat deden ze niet. Uit hun keuzes blijkt duidelijk dat ze hun erfgoed naar waarde schatten, dat ze niet waren vergeten wat ze in hun jeugd hadden geleerd. Omdat ze daaraan vasthielden, werden ze rijk gezegend (Lees Daniël 1:8, 11-15, 20.)

11. Hoe hadden anderen voordeel van Jezus’ geestelijke achtergrond?

11 Deze bespreking zou natuurlijk niet compleet zijn zonder het voorbeeld van Jezus, de Zoon van God. Hij had veel van zijn Vader geleerd en waardeerde dat echt. Je proeft die waardering duidelijk in zijn woorden: „Deze dingen spreek ik zoals de Vader mij heeft geleerd” (Joh. 8:28). Hij wilde graag dat ook anderen voordeel hadden van het onderwijs dat hij had gekregen. Hij zei: „Ik moet ook aan andere steden het goede nieuws van het koninkrijk Gods bekendmaken, want hiertoe werd ik uitgezonden” (Luk. 4:18, 43). Hij hielp anderen in te zien dat ze „geen deel van de wereld” moesten zijn, want de wereld hecht over het algemeen geen waarde aan geestelijke zaken (Joh. 15:19).

WAARDEER WAT JE HEBT GEKREGEN

12. (a) Hoe is 2 Timotheüs 3:14-17 van toepassing op veel jongeren in deze tijd? (b) Over welke vragen moeten christelijke jongeren nadenken?

12 Misschien ben jij, net zoals de jonge mannen die we net besproken hebben, ook in de waarheid opgevoed. Dan herken je jezelf misschien in wat de Bijbel over Timotheüs zegt. (Lees 2 Timotheüs 3:14-17.) Je ouders hebben je geleerd wat de waarheid over God is en hoe je hem blij kunt maken. Waarschijnlijk zijn ze hiermee begonnen toen je nog maar heel jong was. Dat heeft je vast geholpen wijs te worden, zodat je gered kunt worden „door middel van het geloof in verband met Christus Jezus”. Het heeft je ook „volledig toegerust” voor je dienst voor Jehovah. De grote vraag is nu: zul je laten zien dat je waardeert wat je hebt gekregen? Om die vraag te beantwoorden, moet je misschien een zelfonderzoek doen. Denk eens over de volgende vragen na: Door de geschiedenis heen zijn er veel trouwe getuigen geweest; wat vind ik ervan dat ik daar ook bij mag horen? Wat vind ik ervan om bij de  weinigen te horen die God in deze tijd zijn vrienden noemt? Besef ik hoe uniek het is de waarheid te mogen kennen?

Door de geschiedenis heen zijn er veel trouwe getuigen geweest; wat vind je ervan dat je daarbij mag horen? (Zie alinea 9, 10 en 12)

13, 14. Met welke verleidingen krijgen sommige jongeren te maken, en waarom moet je daar niet aan toegeven? Geef een voorbeeld.

13 Sommige jongeren die in de waarheid zijn opgegroeid, zien misschien niet het enorme verschil tussen ons geestelijke paradijs en Satans donkere wereld. Sommigen willen zelfs uitproberen hoe het leven in de wereld is. Maar zou jij voor een auto springen om te ontdekken hoe pijnlijk, misschien zelfs dodelijk, dat kan zijn? Natuurlijk niet! Zou je dan wel de slechte dingen van deze wereld uitproberen om te ontdekken hoe ontzettend pijnlijk de gevolgen daarvan kunnen zijn? — 1 Petr. 4:4.

14 Gener, die in Azië woont, komt uit een christelijk gezin. Hij liet zich dopen toen hij twaalf was. Maar later begon hij zich aangetrokken te voelen tot de wereld. Hij zegt: „Ik wilde de ’vrijheid’ van de wereld ervaren.” Gener begon een dubbelleven te leiden. Toen hij vijftien was, had hij bepaalde gewoonten van zijn verkeerde vrienden overgenomen, zoals drinken en vloeken. Hij ging vaak met ze biljarten en gewelddadige games spelen, en kwam dan laat thuis. Maar na een tijdje ging hij inzien dat wat de wereld te bieden heeft, hem niet echt gelukkig maakte. Het was een leeg leven. Over zijn terugkeer in de gemeente vertelt hij: „Sommige dingen vind ik nog steeds moeilijk. Maar de zegeningen die ik van Jehovah krijg, maken alles goed!”

15. Waarover moeten alle jongeren nadenken, ook als ze niet in de waarheid zijn opgevoed?

15 Natuurlijk zijn er in de gemeente ook jongeren die niet in de waarheid zijn opgevoed. Als dat voor jou geldt, denk dan eens na over het prachtige voorrecht dat je de Schepper mag kennen en dienen! Er zijn miljarden mensen op aarde; toch kent maar een op de duizend de waarheid. Stel je eens voor: jij bent een van degenen die Jehovah tot zich getrokken heeft en die hij helpt om de Bijbelse waarheid te begrijpen (Joh. 6:44, 45). Hoe we de waarheid ook hebben leren kennen, deze gedachte kan ons allemaal gelukkig maken. (Lees 1 Korinthiërs 2:12.) Gener zegt: „Als ik erover nadenk, raakt het me echt! Wie ben ik dat Jehovah, de Eigenaar van het universum, mij kent!” (Ps. 8:4) Een zuster  uit hetzelfde gebied zegt: „Leerlingen voelen zich al vereerd als hun leraar ze persoonlijk kent. Maar het is natuurlijk een veel grotere eer dat Jehovah, de Grote Onderwijzer, ons kent!”

WAT GA JIJ DOEN?

16. Wat is een verstandige keus voor christelijke jongeren?

16 Als je nadenkt over het prachtige voorrecht dat je hebt, wil je dan niet nog meer je best doen om bij degenen te horen die het juiste hebben gekozen in hun leven? Zo volg je het goede voorbeeld van een grote groep trouwe aanbidders van Jehovah uit het verleden. Dat is toch veel verstandiger dan gewoon de meerderheid van de jongeren te volgen, die zonder erbij na te denken hun leven vergooien en die geen toekomst hebben? — 2 Kor. 4:3, 4.

17-19. Waarom is het goed om anders te zijn dan de wereld?

17 Dit betekent natuurlijk niet dat het altijd makkelijk is om anders te zijn dan de wereld. Maar als je erover nadenkt, dan begrijp je dat het wel het beste is. Denk bijvoorbeeld eens aan een olympisch atleet. Hoe heeft hij dat niveau bereikt? Door anders te zijn dan zijn leeftijdgenoten. Om genoeg te kunnen trainen, moest hij dingen opofferen die te veel tijd en aandacht zouden vragen. Maar omdat hij bereid was anders te zijn, kon hij zich helemaal op het trainen focussen en zijn doel bereiken.

18 De wereldse kijk op het leven is kortzichtig. Maar jij kunt anders zijn. Maak keuzes die op de lange termijn goed voor je zijn. Vermijd alles wat in moreel en geestelijk opzicht schadelijk is en je band met Jehovah kapot kan maken. Dan zul je „het werkelijke leven stevig (...) vastgrijpen” (1 Tim. 6:19). De eerder genoemde zuster zegt: „Als je opkomt voor wat je gelooft, heb je aan het eind van de dag echt een goed gevoel. Je hebt dan laten zien dat je de kracht hebt om tegen de stroom van Satans wereld in te gaan. En het belangrijkste: je ziet Jehovah dan als het ware trots naar je glimlachen! Dan ben je juist blij dat je anders bent!”

19 Het leven is doelloos als je alleen maar gefocust bent op wat je er nu uit kunt halen (Pred. 9:2, 10). Als je serieus nadenkt over het doel van jouw leven en over de mogelijkheid dat je voor altijd kunt leven, is het dan niet verstandig om te kiezen voor een echt zinvol leven in plaats van te „wandelen zoals ook de natiën wandelen”? — Ef. 4:17; Mal. 3:18.

20, 21. Wat zijn de beloningen als we de juiste beslissingen nemen, en wat verwacht Jehovah van ons?

20 Als we de juiste beslissingen nemen, kunnen we nu al een zinvol leven hebben en straks „de aarde beërven” om voor altijd te leven. We kunnen ons geen voorstelling maken van al het moois dat op ons wacht! (Matth. 5:5; 19:29; 25:34) Maar Jehovah geeft ons dat niet zomaar. We moeten er zelf iets voor doen, namelijk hem trouw blijven dienen. (Lees 1 Johannes 5:3, 4.) Het is echt de moeite waard!

21 Wat heeft Jehovah ons toch veel gegeven! We hebben nauwkeurige kennis van zijn Woord en een helder begrip van de waarheid over hem en zijn voornemen. We mogen zijn naam dragen en zijn Getuigen zijn. Hij belooft dat hij aan onze kant staat (Ps. 118:7). Laten we allemaal, jong en oud, op zo’n manier leven dat Jehovah kan zien dat we hem voor altijd willen eren. Dan laten we zien dat we echt waarderen wat we hebben gekregen! — Rom. 11:33-36; Ps. 33:12.