Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) NOVEMBER 2014

Wat betekent Jezus’ opstanding voor ons?

Wat betekent Jezus’ opstanding voor ons?

„Hij is opgewekt.” — MATTH. 28:6.

1, 2. (a) Wat wilden een aantal religieuze leiders weten, en wat antwoordde Petrus? (Zie beginplaatje.) (b) Hoe kwam het dat Petrus nu zo moedig was?

NIET lang na Jezus’ dood stond Petrus oog in oog met een intimiderende groep vijandige mannen. Het waren machtige Joodse religieuze leiders — uitgerekend degenen die ervoor hadden gezorgd dat Jezus was gedood. De mannen eisten een verklaring. Petrus had een man genezen die van zijn geboorte af kreupel was, en ze wilden weten door welke kracht of in wiens naam Petrus dat had gedaan. De apostel antwoordde moedig: „In de naam van Jezus Christus, de Nazarener, die gij aan een paal hebt gehangen, maar die door God uit de doden is opgewekt, ja, door hem [staat] deze man hier gezond voor u” (Hand. 4:5-10).

2 Eerder was Petrus heel bang geweest en had hij Jezus drie keer verloochend (Mark. 14:66-72). Hoe kwam het dan dat hij de religieuze leiders nu zo moedig toesprak? Heilige geest speelde een belangrijke rol, maar ook Petrus’ overtuiging dat Jezus een opstanding had gekregen. Waardoor was de apostel er zo zeker van dat Jezus leefde? En waarom kunnen wij daarvan overtuigd zijn?

3, 4. (a) Welke opstandingen hebben vóór de tijd van Jezus’ apostelen plaatsgevonden? (b) Welke opstandingen heeft Jezus verricht?

3 Het idee dat de doden opnieuw kunnen leven, was niet  nieuw voor Jezus’ apostelen; er hadden al opstandingen plaatsgevonden vóór hun tijd. Ze wisten dat de profeten Elia en Elisa van God de macht hadden gekregen om zulke wonderen te doen (1 Kon. 17:17-24; 2 Kon. 4:32-37). Eén dode was zelfs weer tot leven gekomen toen zijn lichaam in een graf werd geworpen en in aanraking kwam met de botten van Elisa! (2 Kon. 13:20, 21) De eerste christenen geloofden deze verslagen uit de Schriften, net zoals wij geloven dat Gods Woord waar is.

4 Ook Jezus had opstandingen verricht. Waarschijnlijk worden we allemaal diep geraakt als we de verslagen daarover lezen. Denk bijvoorbeeld eens aan het moment waarop de enige zoon van een weduwe een opstanding kreeg. Hoe zal ze zich gevoeld hebben? (Luk. 7:11-15) Later wekte Jezus een meisje van twaalf op. Stel je eens voor hoe blij haar ouders waren toen ze zagen dat hun dochter weer leefde! (Luk. 8:49-56) En wat moet het voor de omstanders aangrijpend zijn geweest om Lazarus levend en wel uit het graf te zien komen (Joh. 11:38-44).

WAAROM JEZUS’ OPSTANDING UNIEK WAS

5. Hoe verschilde Jezus’ opstanding van opstandingen die eerder hadden plaatsgevonden?

5 De apostelen wisten dat de opstanding van Jezus anders was dan de opstandingen die eerder hadden plaatsgevonden. Mensen die eerder een opstanding hadden gekregen, kwamen tot leven met een fysiek lichaam en stierven uiteindelijk weer. Maar Jezus kreeg bij zijn opstanding een onverderfelijk geestelijk lichaam. (Lees Handelingen 13:34.) Petrus schrijft dat Jezus „ter dood gebracht werd in het vlees, maar levend gemaakt in de geest”. Hij zegt verder: „Hij is aan Gods rechterhand, want hij is heengegaan naar de hemel, en engelen en autoriteiten en krachten werden aan hem onderworpen” (1 Petr. 3:18-22). De eerdere opstandingen waren fantastische wonderen, maar ze waren niet te vergelijken met dit unieke wonder.

6. Welke invloed had Jezus’ opstanding op zijn discipelen?

6 Jezus’ opstanding had een grote impact op zijn discipelen. Hij was niet langer dood, zoals zijn vijanden dachten. Hij was een machtige geest die niets te vrezen had van mensen. Zijn opstanding bewees dat hij de Zoon van God was, en die wetenschap veranderde het intense verdriet van de discipelen in grote vreugde. Ook maakte hun angst plaats voor moed. De opstanding van Jezus stond centraal in Jehovah’s voornemen en was een essentieel onderdeel van de boodschap die de discipelen moedig overal bekendmaakten.

7. Wat doet Jezus op dit moment, en wat kunnen we ons afvragen?

7 Als aanbidders van Jehovah zijn we ons er volledig van bewust dat Jezus meer was dan alleen maar een groot man. Hij leeft op dit moment en geeft leiding aan een werk dat iedereen op aarde aangaat. Als regerend Koning van Gods hemelse Koninkrijk zal Jezus binnenkort alle slechtheid verwijderen en de aarde veranderen in een paradijs waar mensen eeuwig zullen leven (Luk. 23:43). Dat zou allemaal niet mogelijk zijn als hij geen opstanding had gekregen. Welke redenen hebben we dan om te geloven dat hij echt is opgewekt? En wat betekent zijn opstanding voor ons?

EEN DEMONSTRATIE VAN JEHOVAH’S MACHT OVER DE DOOD

8, 9. (a) Waarom vroegen de Joodse religieuze leiders om bewaking van Jezus’ graf? (b) Wat gebeurde er toen twee vrouwen bij het graf kwamen?

8 Nadat Jezus was terechtgesteld, kwamen de overpriesters en de Farizeeën bij  Pilatus met het verzoek: „Heer, het kwam ons in herinnering dat die bedrieger, toen hij nog leefde, heeft gezegd: ’Na drie dagen zal ik worden opgewekt.’ Gebied daarom dat het graf tot de derde dag wordt verzekerd, opdat niet soms zijn discipelen komen en hem stelen en tot het volk zeggen: ’Hij is uit de doden opgewekt!’, en dit laatste bedrog zal erger zijn dan het eerste.” Pilatus antwoordde: „Gij hebt een wacht. Gaat en verzekert het naar uw beste weten.” En dat deden ze (Matth. 27:62-66).

9 Jezus’ lichaam was in een graf gelegd dat in een rots was uitgehouwen en dat was afgesloten met een grote steen. De Joodse religieuze leiders hadden graag gezien dat Jezus daar altijd zou blijven: levenloos in het graf. Maar Jehovah dacht er anders over. Toen „Maria Magdalena en de andere Maria” op de derde dag bij het graf kwamen, zagen ze dat de steen was weggerold en dat er een engel op zat. De engel spoorde de vrouwen aan om in het graf te kijken, zodat ze konden zien dat het leeg was. „Hij is niet hier,” zei de engel, „want hij is opgewekt” (Matth. 28:1-6). Jezus leefde!

10. Welke bewijzen gaf Paulus dat Jezus was opgestaan?

10 De gebeurtenissen in de veertig dagen daarna lieten er geen twijfel over bestaan dat Jezus opgestaan was. Paulus vat de bewijzen als volgt samen: „Een van de eerste dingen die ik aan u heb doorgegeven, was datgene wat ik ook ontvangen heb, namelijk dat Christus overeenkomstig de Schriften voor onze zonden gestorven is, en dat hij werd begraven, ja, dat hij overeenkomstig de Schriften op de derde dag is opgewekt, en dat hij aan Cefas is verschenen, daarna aan de twaalf. Vervolgens is hij aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk verschenen, van wie de meesten tot op dit ogenblik nog in leven zijn, maar sommigen zijn ontslapen. Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen, daarna aan alle apostelen; doch het laatst van allen is hij ook aan mij verschenen als aan een te vroeg geborene” (1 Kor. 15:3-8).

WAAROM WE ZEKER WETEN DAT JEZUS EEN OPSTANDING HEEFT GEKREGEN

11. Hoe was Jezus’ opstanding „overeenkomstig de Schriften”?

11 Eén reden is dat Jezus’ opstanding „overeenkomstig de Schriften” was. Gods Woord had zijn opstanding voorzegd. David schreef bijvoorbeeld dat Gods voornaamste loyale niet verlaten zou worden „in Sjeool”, oftewel het graf. (Lees Psalm 16:10.) Met Pinksteren 33 paste Petrus dat profetische vers op Jezus toe. Hij zei: „[David] voorzag (...) de opstanding van de Christus, dat hij niet werd verlaten in Hades en dat zijn vlees het verderf niet heeft gezien” (Hand. 2:23-27, 31).

12. Wie hebben Jezus na zijn opstanding gezien?

12 Een tweede reden is dat Jezus’ opstanding bevestigd is door veel ooggetuigen. Na zijn opstanding verscheen Jezus gedurende veertig dagen meerdere keren aan zijn discipelen: in de tuin waar het graf zich bevond, op de weg naar Emmaüs en op andere plaatsen (Luk. 24:13-15). Bij die gelegenheden sprak hij met afzonderlijke personen, onder wie Petrus, en ook met groepen mensen. Eén keer verscheen hij zelfs aan meer dan vijfhonderd mensen! Zo’n grote groep ooggetuigen kan niet worden genegeerd.

13. Waaruit blijkt dat de discipelen zeker wisten dat Jezus een opstanding had gekregen?

13 Een derde reden is de ijver waarmee Jezus’ discipelen zijn opstanding bekendmaakten. Door ijverig te verkondigen dat Christus uit de dood was opgestaan, riskeerden ze vervolging, lijden en de dood. De religieuze leiders haatten Jezus en hadden samengespannen om hem te laten  doden. Als Jezus niet echt was opgestaan — als het allemaal een leugen was — waarom zou Petrus dan zijn leven wagen om juist die mensen over Jezus’ opstanding te vertellen? Hij deed dat omdat hij en de andere discipelen zeker wisten dat Jezus leefde en het predikingswerk leidde. Bovendien was Jezus’ opstanding een garantie dat ook zijn volgelingen een opstanding konden krijgen. Stefanus bijvoorbeeld stierf in de volle overtuiging dat er een opstanding van de doden zou zijn (Hand. 7:55-60).

14. Waarom geloof jij dat Jezus leeft?

14 Een vierde reden is dat we bewijs hebben dat Jezus nu als Koning regeert en Hoofd van de christelijke gemeente is. Het ware christendom breidt zich steeds verder uit. Zou dat ook zo zijn als Jezus geen opstanding had gekregen? Waarschijnlijk zouden we niet eens van hem hebben gehoord als hij niet uit de dood was opgewekt. Maar we hebben goede redenen om te geloven dat Jezus leeft en ons leidt terwijl we het goede nieuws overal bekendmaken.

DE BETEKENIS VAN JEZUS’ OPSTANDING VOOR ONS

15. Waarom geeft Jezus’ opstanding ons de moed om te prediken?

15 De opstanding van Christus geeft ons de moed om te prediken. Al tweeduizend jaar lang gebruiken Gods vijanden allerlei wapens om de prediking van het goede nieuws te stoppen: afvalligheid, spot, geweld van gepeupel, verbodsbepalingen, martelingen en executie. Maar niets — „geen enkel wapen” dat tegen ons gesmeed wordt — kan ons ervan weerhouden om het Koninkrijk te prediken en discipelen te maken (Jes. 54:17). We hoeven niet bang te zijn voor degenen die zich door Satan laten gebruiken. Jezus is met ons, zoals hij heeft beloofd (Matth. 28:20). We kunnen er zeker van zijn dat onze vijanden ons niet de mond kunnen snoeren, wat ze ook proberen!

Jezus’ opstanding geeft ons de moed om te prediken (Zie alinea 15)

16, 17. (a) Wat wordt door Jezus’ opstanding bevestigd? (b) Welke macht heeft God volgens Johannes 11:25 aan Jezus gegeven?

16 Jezus’ opstanding bevestigt alles wat hij onderwees. Paulus schreef dat als Christus niet was opgewekt, het christelijke geloof en de prediking zinloos zouden zijn. Een Bijbelgeleerde schreef: „Als Christus niet is opgewekt, (...) dan zijn christenen de trieste slachtoffers van een kolossaal bedrog.” Zonder de opstanding van Jezus zouden de evangelieverslagen niet meer zijn dan een droevig verhaal over een goede en wijze man die door zijn vijanden werd gedood. Maar Christus is wel opgestaan, en daarmee werd de waarheid bevestigd van alles wat hij onderwees, inclusief wat hij over de toekomst heeft gezegd. (Lees 1 Korinthiërs 15:14, 15, 20.)

17 Jezus zei: „Ik ben de opstanding en het leven. Wie geloof oefent in mij, zal, ook al sterft hij, tot leven komen” (Joh. 11:25). Die opzienbarende belofte zal zeker uitkomen. Jehovah heeft Jezus de macht gegeven om mensen uit de dood op te wekken, niet alleen degenen die in de hemel zullen leven, maar ook de miljarden die het vooruitzicht hebben eeuwig op aarde te leven. Dankzij Jezus’ offer en zijn opstanding zal de dood er niet meer zijn. Geeft die kennis je niet de kracht om elke beproeving aan te kunnen en moedig te blijven, zelfs als je leven in gevaar is?

18. Welke garantie geeft de opstanding van Jezus ons?

18 De opstanding van Jezus geeft ons de verzekering dat de mensen naar Jehovah’s liefdevolle normen geoordeeld zullen worden. In een toespraak tot een groep mannen en vrouwen in het oude Athene zei Paulus: „[God] heeft een dag  vastgesteld waarop hij voornemens is de bewoonde aarde in rechtvaardigheid te oordelen door een man die hij heeft aangesteld, en hij heeft alle mensen een waarborg verschaft doordat hij hem uit de doden heeft opgewekt” (Hand. 17:31). God heeft Jezus aangesteld als Rechter, en we kunnen er zeker van zijn dat zijn oordeel rechtvaardig en liefdevol zal zijn. (Lees Jesaja 11:2-4.)

19. Wat doet geloof in Jezus’ opstanding met ons?

19 Geloof in Jezus’ opstanding motiveert ons om Gods wil te doen. Als Jezus niet voor ons was gestorven en geen opstanding had gekregen, dan zouden we nooit bevrijd kunnen worden van zonde en dood (Rom. 5:12; 6:23). In dat geval zouden we net zo goed kunnen zeggen: „Laat ons (...) eten en drinken, want morgen sterven wij” (1 Kor. 15:32). Maar ons leven draait niet om pleziertjes. In plaats daarvan koesteren we de opstandingshoop en hebben we alle reden om Jehovah’s leiding in alles te volgen.

20. Hoe getuigt Jezus’ opstanding van Gods grootheid?

20 De opstanding van Christus is een bewijs van de grootheid van Jehovah, die „de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken” (Hebr. 11:6). Door Jezus tot onsterfelijk hemels leven op te wekken, toonde Jehovah enorme kracht en wijsheid. Ook liet hij ermee zien dat hij in staat is al zijn beloften na te komen. Zo beloofde hij dat een speciaal „zaad” of nageslacht een cruciale rol zou spelen in het beantwoorden van de strijdvraag over universele soevereiniteit. Die belofte kon alleen vervuld worden als Jezus zou sterven en weer tot leven gewekt zou worden (Gen. 3:15).

21. Wat betekent de opstandingshoop voor jou?

21 Ben je Jehovah niet dankbaar dat hij ons de vaste hoop op een opstanding heeft gegeven? De Bijbel geeft ons deze verzekering: „Zie! De tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen verblijven, en zij zullen zijn volken zijn. En God zelf zal bij hen zijn. En hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan.” Dat prachtige vooruitzicht werd bekendgemaakt aan de apostel Johannes, die vervolgens de opdracht kreeg: „Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig.” Van wie kreeg Johannes deze geïnspireerde openbaring? Van de opgestane Jezus Christus (Openb. 1:1; 21:3-5).