Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) AUGUSTUS 2014

Keer terug en versterk je broeders

Keer terug en versterk je broeders

PETRUS „weende bitter” nadat hij Jezus had verloochend. Hoewel het de apostel moeite zou kosten zijn geestelijke evenwicht terug te vinden, wilde Jezus hem gebruiken om anderen te helpen. Daarom had Jezus tegen hem gezegd: „Wanneer gij eenmaal zijt teruggekeerd, versterk dan op uw beurt uw broeders” (Luk. 22:32, 54-62). Petrus werd een van de pilaren van de christelijke gemeente in de eerste eeuw (Gal. 2:9). Op een vergelijkbare manier kan een broeder die ooit als ouderling heeft gediend, die verantwoordelijkheid misschien weer op zich nemen en vreugde vinden in het geestelijk versterken van zijn geloofsgenoten.

Sommige broeders die eens als ouderling dienden en zijn ontheven, hebben misschien het gevoel dat ze hebben gefaald. Julio *, die in Bolivia woont, was ruim twintig jaar ouderling. Hij zegt: „Een groot deel van mijn leven bestond uit lezingen voorbereiden, broeders en zusters bezoeken en herderlijke zorg geven aan leden van de gemeente. Ineens was dat allemaal weg en toen viel ik in een groot gat. Al met al was het een traumatische periode.” Inmiddels dient Julio weer als ouderling.

„BESCHOUWT HET EEN EN AL VREUGDE”

Jakobus schreef: „Beschouwt het een en al vreugde, mijn broeders, wanneer u velerlei beproevingen overkomen” (Jak. 1:2). Hij had het hier over beproevingen die worden veroorzaakt door vervolging of door onze onvolmaaktheid. Hij noemde zelfzuchtige verlangens, begunstiging, enzovoorts (Jak. 1:14; 2:1; 4:1, 2, 11). Als Jehovah ons streng onderricht, kan dat een pijnlijke ervaring zijn (Hebr. 12:11). Maar zulke beproevingen hoeven ons niet van onze vreugde te beroven.

Zelfs als we ontheven zijn van verantwoordelijkheden in de gemeente, hebben we nog steeds de mogelijkheid de kwaliteit van ons geloof te onderzoeken  en onze liefde voor Jehovah te laten zien. We kunnen ons ook afvragen waarom we als ouderling dienden. Deden we dat voor onszelf, of spanden we ons in uit liefde voor God en omdat we ervan overtuigd waren dat de gemeente van hem is en liefdevolle zorg nodig heeft? (Hand. 20:28-30) Voormalige ouderlingen die vreugdevol heilige dienst blijven verrichten, bewijzen aan iedereen, met inbegrip van Satan, dat hun liefde voor Jehovah echt is.

Toen koning David streng onderricht ontving omdat hij ernstige zonden had begaan, aanvaardde hij die terechtwijzing en kreeg hij vergeving. Hij zong: „Gelukkig is hij wiens opstandigheid wordt vergeven, wiens zonde wordt bedekt. Gelukkig is de mens wie Jehovah de dwaling niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is” (Ps. 32:1, 2). Streng onderricht had een louterende uitwerking op David en maakte hem ongetwijfeld tot een betere herder van Gods volk.

Broeders die opnieuw als ouderling gaan dienen, worden vaak betere herders dan ze voorheen waren. „Ik begrijp nu beter hoe je iemand die een fout maakt kunt helpen”, zei een zo’n ouderling. Een andere ouderling zei: „Ik zie het nu als een groter voorrecht om de broeders en zusters te dienen.”

ZOU JE WEER KUNNEN DIENEN?

„[Jehovah] zal niet voor altijd aanmerkingen blijven maken”, schreef de psalmist (Ps. 103:9). We moeten dus niet denken dat God iemand die een ernstige fout heeft gemaakt nooit meer zal vertrouwen. „Door mijn fout was ik erg teleurgesteld in mezelf”, zegt Ricardo, die zijn voorrechten als ouderling na vele jaren kwijtraakte. „Ik heb me heel lang te onbekwaam gevoeld om mijn broeders en zusters weer als opziener te dienen. Ik dacht dat ik nooit meer kon laten zien dat ik het vertrouwen waard was. Maar omdat ik het fijn vind om anderen te helpen, kon ik Bijbelstudies leiden, de broeders en zusters in de Koninkrijkszaal aanmoedigen en met ze samenwerken in de dienst. Daardoor kreeg ik mijn zelfvertrouwen terug, en nu dien ik weer als ouderling.”

Jehovah geeft broeders vreugde en het verlangen opnieuw als ouderling te dienen

Wrokgevoelens kunnen een broeder belemmeren om als ouderling te dienen. Het is veel beter om  als Jehovah’s dienstknecht David te zijn, die moest vluchten voor de jaloerse koning Saul. David weigerde wraak op hem te nemen, zelfs toen hij daarvoor de kans kreeg (1 Sam. 24:4-7; 26:8-12). Toen Saul in de strijd was gestorven, was David heel verdrietig en sprak hij vol waardering over hem en zijn zoon, Jonathan (2 Sam. 1:21-23). David bleef niet met wrokgevoelens rondlopen.

Als je het gevoel hebt dat je het slachtoffer bent van onrecht of van een misverstand, laat dan niet toe dat wrok je gedachten gaat beheersen. Toen William, die in Groot-Brittannië woont, werd ontheven nadat hij zo’n dertig jaar als ouderling had gediend, had hij wrokgevoelens tegenover enkele ouderlingen. Wat hielp hem om zijn evenwicht terug te vinden? „Lezen in het boek Job was een aanmoediging voor me”, zei hij. „Als Jehovah Job hielp vrede te sluiten met zijn drie metgezellen, dan zou Hij mij zeker helpen vrede te sluiten met de ouderlingen!” — Job 42:7-9.

GOD ZEGENT BROEDERS DIE OPNIEUW ALS HERDER DIENEN

Als je je voorrecht om als herder van de kudde te dienen hebt teruggegeven, zou het goed zijn te overdenken waarom je dat hebt gedaan. Werden persoonlijke problemen je te veel? Werden andere dingen belangrijker in je leven? Was je ontmoedigd door de onvolmaaktheden van anderen? Wat de reden ook was, bedenk dat je de broeders en zusters op meer manieren kon helpen toen je nog als ouderling diende. Je versterkte ze door je lezingen, je moedigde ze aan door je voorbeeld en je hielp ze te volharden in hun beproevingen door je herderlijke bezoeken. Je werk als trouwe ouderling verheugde Jehovah’s hart en ook dat van jou (Spr. 27:11).

Laat zien dat je van Jehovah houdt door vreugdevol heilige dienst te verrichten

Jehovah heeft broeders geholpen hun vreugde terug te vinden en opnieuw het verlangen te ontwikkelen de leiding te nemen in de gemeente. Als je je voorrecht als ouderling hebt teruggegeven of bent ontheven, dan kun je opnieuw naar „een opzienersambt” streven (1 Tim. 3:1). Paulus bleef bidden of de christenen in Kolosse vervuld mochten worden met de nauwkeurige kennis van Gods wil, zodat ze zouden „wandelen op een wijze die Jehovah waardig is, ten einde hem volledig te behagen” (Kol. 1:9, 10). Als je weer het voorrecht krijgt als ouderling te dienen, vraag Jehovah dan om kracht, geduld en vreugde. In deze laatste dagen heeft Gods volk de geestelijke steun van liefdevolle herders nodig. Ben je in staat en bereid je broeders en zusters te versterken?

^ ¶3 Sommige namen zijn veranderd.