Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) JULI 2014

„Gij zijt mijn getuigen”

„Gij zijt mijn getuigen”

„’Gij zijt mijn getuigen,’ is de uitspraak van Jehovah.” — JES. 43:10.

1, 2. (a) Wat houdt het in een getuige te zijn, en in welk opzicht hebben de nieuwsmedia van deze wereld gefaald? (b) Waarom is Jehovah niet afhankelijk van de nieuwsmedia van deze wereld?

WAT houdt het in een getuige te zijn? Een getuige kan gedefinieerd worden als iemand die een gebeurtenis waarneemt en bericht over wat er heeft plaatsgevonden. Zo wordt er in Pietermaritzburg (Zuid-Afrika) al meer dan 160 jaar een krant uitgegeven die The Witness (De Getuige) heet. Dat is een toepasselijke naam, want de krant heeft als doelstelling nauwkeurig over gebeurtenissen te berichten die in de wereld plaatsvinden. De oprichter van The Witness beloofde ooit plechtig dat de krant „de gehele waarheid en niets dan de waarheid” zou vertellen.

2 Maar jammer genoeg hebben de nieuwsmedia van de wereld de belangrijkste feiten uit de menselijke geschiedenis grotendeels genegeerd of zelfs verdraaid. Dat geldt zeker voor wat de almachtige God via zijn profeet Ezechiël zei: „De natiën zullen moeten weten dat ik Jehovah ben” (Ezech. 39:7). Maar de Soevereine Heerser van het universum is niet afhankelijk van de media van deze wereld. Hij heeft zo’n acht miljoen Getuigen die mensen overal op aarde vertellen over hem en de dingen die hij voor de mensheid doet en heeft gedaan. Dit leger van Getuigen maakt ook bekend welke toekomstige zegeningen God voor de mensheid heeft beloofd. Door prioriteit te geven aan dit getuigeniswerk, leven we in harmonie met de naam die God ons gegeven heeft. In Jesaja 43:10 staat namelijk: „’Gij  zijt mijn getuigen,’ is de uitspraak van Jehovah, ’ja, mijn knecht die ik verkozen heb.’”

3, 4. (a) Wanneer namen de Bijbelonderzoekers een nieuwe naam aan, en wat vonden ze daarvan? (Zie beginplaatje.) (b) Welke vragen gaan we nu bespreken?

3 Het is een groot voorrecht dat we Jehovah’s naam dragen, want hij is „de Koning der eeuwigheid”. Hij zegt: „Dit is mijn naam tot onbepaalde tijd, en dit is de gedachtenis aan mij van geslacht tot geslacht” (1 Tim. 1:17; Ex. 3:15; vergelijk Prediker 2:16). In 1931 namen de Bijbelonderzoekers de naam Jehovah’s Getuigen aan. Daarna werden er heel wat bedankbrieven in dit tijdschrift gepubliceerd. Een gemeente uit Canada schreef: „Het goede nieuws dat we ’Jehovah’s getuigen’ zijn, heeft ons in vervoering gebracht en onze vastbeslotenheid hernieuwd om die nieuwe naam waardig te zijn.”

4 Hoe kun je je waardering tonen voor het voorrecht om Gods naam te dragen? En kun je uitleggen wat de Bijbelse context is waaraan onze naam, Jehovah’s Getuigen, ontleend is?

GODS GETUIGEN IN DE OUDHEID

5, 6. (a) Op welke manier moesten Israëlitische ouders getuigen van Jehovah zijn? (b) Wat moesten Israëlitische ouders nog meer doen, en waarom is dat een mooi voorbeeld voor ouders in deze tijd?

5 Afzonderlijke Israëlieten in Jesaja’s tijd waren „getuigen” van Jehovah, en de natie als geheel was Gods „knecht” (Jes. 43:10). Eén manier waarop Israëlitische ouders getuigden was door hun kinderen te onderwijzen wat God voor hun voorouders had gedaan. Toen het volk bijvoorbeeld de opdracht kreeg om elk jaar het Pascha te vieren, kregen ze te horen wat ze moesten antwoorden als hun kinderen zouden vragen wat die viering inhield: „Het is het slachtoffer van het Pascha voor Jehovah, die de huizen van de zonen van Israël in Egypte voorbijging toen hij de Egyptenaren met de plaag trof, maar onze  huizen heeft hij bevrijd” (Ex. 12:26, 27). Misschien hebben die ouders ook aan hun kinderen verteld over Farao’s reactie toen Mozes hem voor het eerst het verzoek deed de Israëlieten te laten gaan om Jehovah in de wildernis te aanbidden. Farao zei: „Wie is Jehovah, zodat ik zijn stem zou gehoorzamen en Israël zou heenzenden?” (Ex. 5:2) Natuurlijk konden ze ook vertellen dat het antwoord op Farao’s vraag voor iedereen duidelijk werd nadat het land door tien plagen was geteisterd en nadat de Israëlieten bij de Rode Zee waren ontsnapt aan het Egyptische leger. Jehovah was — en is — de Almachtige. Bovendien kon het volk Israël er zelf van getuigen dat Jehovah de ware God en de Vervuller van zijn beloften is.

6 Israëlieten die waardering hadden voor het voorrecht Jehovah’s naam te dragen, vertelden deze geweldige dingen ongetwijfeld niet alleen aan hun kinderen, maar ook aan de buitenlanders die slaaf werden in hun huisgezin. En wat net zo belangrijk was: ze moesten hun kinderen Gods maatstaven van heiligheid bijbrengen. Jehovah zei: „Gij dient u heilig te betonen, want ik, Jehovah, uw God, ben heilig” (Lev. 19:2; Deut. 6:6, 7). Wat een mooi voorbeeld voor christelijke ouders in deze tijd! Ook zij moeten hun kinderen leren volgens Gods heilige maatstaven te leven en zo Gods glorierijke naam eer te geven. (Lees Spreuken 1:8; Efeziërs 6:4.)

We eren Gods naam door onze kinderen over Jehovah te onderwijzen (Zie alinea 5, 6)

7. (a) Welk effect had het op naburige volken als Israël Jehovah trouw was? (b) Welke verantwoordelijkheid heeft iedereen die Gods naam draagt?

7 Als de Israëlieten trouw waren, gaven ze een goed getuigenis van Gods naam. Er was tegen ze gezegd: „Alle volken der aarde zullen moeten zien dat Jehovah’s naam over u is uitgeroepen, en zij zullen inderdaad bevreesd voor u zijn” (Deut. 28:10). Maar jammer genoeg laat de geschiedenis van de Israëlieten zien dat ze meestal ontrouw waren. Steeds weer gingen ze valse goden aanbidden. Bovendien namen ze de wreedheid over van de Kanaänitische goden die ze aanbaden, en begonnen ze hun eigen kinderen te offeren en arme mensen te onderdrukken. Wat een krachtige les voor ons! We moeten ernaar streven heilig te zijn in navolging van de Allerheiligste, wiens naam we dragen.

„ZIET! IK DOE IETS NIEUWS”

8. Welke opdracht kreeg Jesaja van Jehovah, en hoe reageerde Jesaja?

8 Jehovah had voorzegd dat Israël getuige zou zijn van een geweldige bevrijding uit gevangenschap (Jes. 43:19). De eerste zes hoofdstukken van het boek Jesaja bestaan vooral uit waarschuwingen voor de onafwendbare rampspoed die Jeruzalem en de steden eromheen zou treffen. Jehovah, die volmaakt harten kan lezen, zei tegen Jesaja dat hij deze waarschuwing bekend moest blijven maken ook al zouden mensen negatief reageren. Jesaja was geschokt en wilde weten hoelang Gods volk ongehoorzaam zou blijven. Jehovah antwoordde: „Totdat de steden werkelijk tot puinhopen instorten, om zonder inwoner te zijn, en de huizen zonder aardse mens zijn, en de grond zelf geruïneerd is tot een woestenij.” (Lees Jesaja 6:8-11.)

9. (a) Wanneer kwam Jesaja’s profetie over Jeruzalem uit? (b) Waarom is het in deze tijd nodig om waakzaam te zijn?

9 Jesaja kreeg deze opdracht rond 778 v.Chr., in het laatste regeringsjaar van koning Uzzia. Hij bleef zo’n 46 jaar actief als profeet, tot na 732 v.Chr., tijdens de regering van koning Hizkia. Dat was 125 jaar voor de vernietiging van Jeruzalem in het jaar 607 v.Chr. Gods volk was dus ruim van tevoren gewaarschuwd voor wat de natie te wachten stond. In deze tijd heeft Jehovah zijn volk ook ruim van tevoren laten weten wat er in de toekomst gaat gebeuren. Vanaf de allereerste uitgave van dit  tijdschrift zo’n 135 jaar geleden heeft De Wachttoren zijn lezers erop geattendeerd dat Satans slechte bestuur binnenkort zal eindigen en vervangen zal worden door de duizendjarige regering van Jezus Christus (Openb. 20:1-3, 6).

10, 11. Van welke vervulling van Jesaja’s profetie waren de Israëlieten in Babylon getuige?

10 De Joden die Gods instructie om zich over te geven aan de Babyloniërs opvolgden, overleefden de vernietiging van Jeruzalem en werden in gevangenschap naar Babylon gevoerd (Jer. 27:11, 12). Daar maakte Gods volk zeventig jaar later de vervulling van een indrukwekkende profetie mee: „Dit heeft Jehovah gezegd, uw Terugkoper, de Heilige Israëls: ’Ter wille van u wil ik iemand naar Babylon zenden en de grendels van de gevangenissen naar beneden doen komen’” (Jes. 43:14).

11 In lijn met die profetie vond er op een avond in het begin van oktober 539 v.Chr. een wereldschokkende gebeurtenis plaats. Terwijl de koning van Babylon en zijn edelen wijn dronken uit de heilige bekers die uit de tempel van Jeruzalem waren geroofd en hun afgoden roemden, werd Babylon door de legers van Medië en Perzië veroverd. In 538 of 537 v.Chr. gaf Cyrus, de veroveraar van Babylon, de Joden de opdracht naar Jeruzalem terug te keren en Gods tempel te herbouwen. Dat was allemaal door Jesaja voorspeld, inclusief Jehovah’s belofte dat hij voor zijn berouwvolle volk zou zorgen en ze zou beschermen op hun weg terug naar Jeruzalem. God noemde ze „het volk dat ik mij heb geformeerd, opdat zij mijn lof zouden verhalen” (Jes. 43:21; 44:26-28). Toen die voormalige ballingen teruggekeerd waren en Jehovah’s tempel in Jeruzalem hadden herbouwd, konden ze ervan getuigen dat Jehovah, de enige ware God, zich altijd aan zijn woord houdt.

12, 13. (a) Wie sloten zich bij de Israëlieten aan om Jehovah’s aanbidding te herstellen? (b) Wat wordt er van de „andere schapen” verwacht, en welke hoop hebben ze?

12 Duizenden niet-Israëlieten maakten deel uit van de herstelde natie, en later werden veel andere heidenen joodse proselieten (Ezra 2:58, 64, 65; Esth. 8:17). In deze tijd geeft „een grote schare” van Jezus’ „andere schapen” hun loyale steun aan de gezalfde christenen, die „het Israël Gods” vormen (Openb. 7:9, 10; Joh. 10:16; Gal. 6:16). Beide groepen hebben het voorrecht Jehovah’s Getuigen te worden genoemd.

13 Tijdens de duizendjarige regering van Christus zal de grote schare de onbeschrijfelijke vreugde ervaren de personen die een opstanding hebben gekregen te kunnen vertellen hoe het was om in de laatste dagen van deze wereld een van Jehovah’s Getuigen te zijn. Dat kan natuurlijk  alleen als we nu naar onze naam leven en ons best doen heilig te blijven. Maar al doen we nog zo ons best, we zullen dagelijks om vergeving moeten vragen voor ons gebrek aan heiligheid. Het is goed te erkennen dat we zondig zijn en dat het een enorme eer is om Gods heilige naam te mogen dragen. (Lees 1 Johannes 1:8, 9.)

DE BETEKENIS VAN GODS NAAM

14. Wat is de betekenis van Jehovah’s naam?

14 Om meer waardering te krijgen voor de eer Gods naam te dragen, is het goed stil te staan bij de betekenis van die naam. De naam van God, die vaak wordt weergegeven met „Jehovah”, komt van een Hebreeuws werkwoord dat een handeling kan uitdrukken en vertaald kan worden met „worden”. De betekenis van de naam Jehovah wordt wel gedefinieerd als „Hij veroorzaakt te worden”. Die definitie past goed bij Jehovah’s rol als de Schepper van het universum en intelligente wezens, en bij zijn rol als de Vervuller van zijn voornemen. Hij zorgt er voortdurend voor dat zijn wil en voornemen gerealiseerd worden, ongeacht wat tegenstanders, zoals Satan, doen in een poging dat te dwarsbomen.

15. Welk aspect van Jehovah’s persoonlijkheid wordt onthuld in de omschrijving van zijn naam in Exodus 3:14? (Zie het kader  „Een naam vol betekenis”.)

15 Toen Jehovah Mozes de opdracht gaf het volk uit Egypte te leiden, onthulde hij een aspect van zijn persoonlijkheid door een verwant werkwoord te gebruiken om zijn naam te omschrijven, dit keer in de eerste persoon. God zei tegen Mozes: „’Ik zal bewijzen te zijn wat ik zal bewijzen te zijn [of: „Ik zal worden wat mij ook behaagt”].’ En hij voegde eraan toe: ’Dit dient gij tot de zonen van Israël te zeggen: „Ik zal bewijzen te zijn heeft mij tot u gezonden”’” (Ex. 3:14; vtn.). Jehovah zal dus in elke omstandigheid „worden” wat nodig is om zijn voornemen te vervullen. Aan de Israëlieten die eens in slavernij waren, liet hij zien dat hij een Bevrijder, een Beschermer, een Gids en een Verzorger was die in al hun materiële en geestelijke behoeften voorzag.

ONZE DANKBAARHEID TONEN

16, 17. (a) Hoe kunnen we laten zien dat we dankbaar zijn voor het voorrecht Gods naam te dragen? (b) Wat gaan we in het volgende artikel bespreken?

16 In deze tijd is Jehovah nog steeds trouw aan de betekenis van zijn naam door onze geestelijke en materiële behoeften te vervullen. En toch is de betekenis van Gods naam niet beperkt tot wat hijzelf verkiest te worden. Het omvat ook wat hij tot stand brengt in verband met het werk dat zijn Getuigen verrichten om zijn voornemen uit te voeren. Mediteren over zijn wil zal ons motiveren zijn naam hoog te blijven houden. Kåre (84), een broeder in Noorwegen die al zeventig jaar een actieve Getuige is, zegt: „Ik vind het een grote eer Jehovah, de Koning der Eeuwigheid, te dienen en deel uit te maken van het volk dat zijn heilige naam draagt. Het is altijd een groot voorrecht mensen Bijbelse waarheden uit te leggen en te zien dat hun ogen beginnen te stralen als ze dingen begrijpen. Het geeft me bijvoorbeeld veel voldoening ze te onderwijzen wat de betekenis is van Christus’ loskoopoffer en hoe ze daardoor eeuwig leven in een vredige en rechtvaardige nieuwe wereld kunnen krijgen.”

17 Het is waar dat het in sommige gebieden steeds moeilijker is mensen te vinden die over God willen leren. Maar net als Kåre zijn we heel blij als we iemand vinden die wil luisteren zodat we hem over Jehovah’s naam kunnen vertellen. Maar hoe kunnen we Jehovah’s Getuigen zijn en tegelijkertijd getuigen zijn van Jezus? Die vraag gaan we in het volgende artikel bespreken.