Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  april 2014

Zie jij „de Onzichtbare”?

Zie jij „de Onzichtbare”?

„Hij bleef standvastig als zag hij de Onzichtbare.” — HEBR. 11:27.

1, 2. (a) Leg uit waarom de situatie voor Mozes gevaarlijk leek. (Zie beginplaatje.) (b) Waarom was Mozes niet bang voor de woede van de koning?

FARAO was voor de Egyptenaren een indrukwekkende vorst en een levende god. In hun ogen „overtrof hij alle aardse schepselen in wijsheid en macht”, zegt het boek When Egypt Ruled the East. Om zijn onderdanen te intimideren, droeg hij een kroon met de beeltenis van een cobra die op het punt stond aan te vallen — een waarschuwing dat vijanden van de koning snel uitgeschakeld zouden worden. Stel je dus eens voor hoe Mozes zich voelde toen Jehovah tegen hem zei: „Laat mij u naar Farao zenden, en leidt gij mijn volk, de zonen van Israël, uit Egypte” (Ex. 3:10).

2 Mozes ging naar Egypte, bracht Gods boodschap over en haalde zich de woede van Farao op de hals. Nadat het land was getroffen door negen plagen, zei Farao tegen Mozes: „Tracht niet mijn aangezicht nog eens te zien, want op de dag dat gij mijn aangezicht ziet, zult gij sterven” (Ex. 10:28). Voordat Mozes bij Farao wegging, voorzei hij de dood van de eerstgeborene van de koning (Ex. 11:4-8). Uiteindelijk gaf Mozes alle Israëlitische gezinnen de opdracht een geit of een ram te slachten — een dier dat heilig was voor de Egyptische god Ra — en het bloed ervan op de deurposten te spatten (Ex. 12:5-7). Hoe zou Farao reageren? Mozes was in ieder geval niet bang. Waarom niet? Vol  geloof gehoorzaamde hij Jehovah „zonder de toorn van de koning te vrezen, want hij bleef standvastig als zag hij de Onzichtbare”. (Lees Hebreeën 11:27, 28.)

3. Wat gaan we bespreken over Mozes’ geloof in „de Onzichtbare”?

3 Is jouw geloof zo sterk dat je God als het ware ziet? (Matth. 5:8) Om ons geestelijk gezichtsvermogen scherper te maken zodat we „de Onzichtbare” kunnen zien, gaan we bespreken wat we van het voorbeeld van Mozes kunnen leren. Hoe beschermde zijn geloof in Jehovah hem tegen mensenvrees? Op welke manier stelde hij geloof in Gods beloften? En hoe gaf Mozes’ vermogen om „de Onzichtbare” te zien hem kracht toen hij en zijn volk in gevaar waren?

HIJ VREESDE „DE TOORN VAN DE KONING” NIET

4. Wat waren menselijk gezien Mozes’ kansen toen hij naar Farao ging?

4 Menselijk gezien was Mozes geen partij voor Farao. Zijn leven, welzijn en toekomst leken in Farao’s handen te liggen. Mozes had dan ook aan Jehovah gevraagd: „Wie ben ik, dat ik naar Farao zou gaan en dat ik de zonen van Israël uit Egypte moet leiden?” (Ex. 3:11) Zo’n veertig jaar eerder was Mozes uit Egypte weggevlucht. Misschien heeft hij zich afgevraagd of het wel verstandig was om terug te gaan en het risico te lopen zich de woede van de koning op de hals te halen.

5, 6. Wat hielp Mozes om Jehovah te vrezen en niet Farao?

5 Voordat Mozes terugging naar Egypte, leerde God hem een belangrijk principe. Hetzelfde principe werd later door Mozes opgetekend in het boek Job: „De vrees voor Jehovah — dat is wijsheid” (Job 28:28). Om Mozes te helpen zo’n vrees te ontwikkelen en wijs te handelen, maakte Jehovah een vergelijking tussen mensen en zichzelf, de almachtige God. Hij vroeg: „Wie heeft voor de mens een mond bestemd, of wie bestemt de stomme of de dove of de scherpziende of de blinde? Ben ik het niet, Jehovah?” — Ex. 4:11.

6 Wat was de les? Mozes hoefde niet bang te zijn. Hij was gestuurd door Jehovah, die hem alles zou geven wat hij nodig had om Gods boodschap aan Farao over te brengen. Bovendien was Farao geen partij voor Jehovah. En het was niet voor het eerst dat Gods aanbidders in gevaar waren in Egypte. Misschien heeft Mozes gemediteerd over de manier waarop Abraham, Jozef en hijzelf door Jehovah werden beschermd tijdens de regering van andere farao’s (Gen. 12:17-19; 41:14, 39-41; Ex. 1:22–2:10). Vol geloof in „de Onzichtbare” verscheen Mozes moedig voor Farao en sprak hij alle woorden die Jehovah hem had opgedragen.

7. Hoe werd een zuster geholpen door haar geloof in Jehovah?

7 Op dezelfde manier hielp geloof in Jehovah een zuster genaamd Ella om niet te zwichten voor mensenvrees. In 1949 werd ze in Estland gearresteerd door de KGB. Ze moest zich uitkleden en werd daarna aangestaard door jonge politieagenten. „Dat was heel vernederend”, vertelt ze. „Maar toen ik tot Jehovah bad, kwam er een gevoel van vrede en innerlijke kalmte over me.” Vervolgens werd Ella drie dagen in eenzame opsluiting vastgezet. Ze zegt: „De beambten schreeuwden: ’We gaan ervoor zorgen dat niemand in Estland zich nog de naam Jehovah herinnert! Jij gaat naar een kamp, en de anderen naar Siberië!’ Spottend voegden ze eraan toe: ’Waar is je Jehovah?’” Zou Ella bang zijn voor mensen, of op Jehovah vertrouwen? Toen ze ondervraagd werd, zei ze onbevreesd tegen haar bewakers: „Ik heb hier lang over nagedacht, en ik wil liever in de gevangenis zitten en nog steeds een goede band met God hebben dan vrij zijn en zijn goedkeuring verliezen.” Jehovah was voor  Ella net zo reëel als de mannen die voor haar stonden. Dankzij haar geloof bleef ze hem trouw.

8, 9. (a) Wat is de remedie tegen mensenvrees? (b) Op wie moet je je aandacht richten als je in de verleiding komt te zwichten voor mensenvrees?

8 Geloof in Jehovah zal je helpen je angsten te overwinnen. Als de autoriteiten je vrijheid om God te aanbidden proberen te beperken, kan het lijken alsof je leven, welzijn en toekomst in de handen van mensen liggen. Misschien vraag je je zelfs af of het verstandig is Jehovah te blijven dienen en je de woede van de autoriteiten op de hals te halen. Bedenk: de remedie tegen mensenvrees is geloof in God. (Lees Spreuken 29:25.) Jehovah zegt: „Wie zijt gij dat gij bevreesd zoudt zijn voor een sterfelijk mens die zal sterven, en voor een mensenzoon die tot louter groen gras gemaakt zal worden?” — Jes. 51:12, 13.

9 Richt je aandacht op je almachtige Vader. Hij heeft oog voor degenen die onderdrukt worden door onrechtvaardige regeerders, leeft met ze mee en komt voor ze op (Ex. 3:7-10). Wat moet je doen als je je geloof voor machtige functionarissen moet verdedigen? De Bijbel zegt: „Maakt u er dan niet bezorgd over hoe of wat gij moet spreken, want wat gij moet spreken, zal u op dat uur gegeven worden” (Matth. 10:18-20). Menselijke regeerders en functionarissen zijn geen partij voor Jehovah. Door je geloof nu te versterken, kun je Jehovah gaan zien als een reëel persoon die jou graag wil helpen.

HIJ STELDE GELOOF IN GODS BELOFTEN

10. (a) Welke instructies gaf Jehovah de Israëlieten in de maand Nisan van het jaar 1513 v.Chr.? (b) Waarom volgde Mozes Gods instructies op?

10 In de maand Nisan van het jaar 1513 v.Chr. gaf Jehovah Mozes en Aäron de opdracht de volgende ongebruikelijke instructies over te brengen aan de Israëlieten: kies een gezonde ram of geit, slacht die en spat het bloed ervan op je deurposten (Ex. 12:3-7). Hoe reageerde Mozes? Paulus schreef later over hem: „Door geloof had hij het Pascha gevierd en het bespatten met het bloed, opdat de verdelger hun eerstgeborenen niet zou aanraken” (Hebr. 11:28). Mozes wist dat Jehovah betrouwbaar was en stelde geloof in Zijn belofte dat de eerstgeboren zoons van Egypte gedood zouden worden.

11. Waarom waarschuwde Mozes anderen?

11 Mozes’ eigen zoons waren kennelijk in Midian, ver van „de verdelger” * (Ex. 18:1-6). Toch gaf hij gehoorzaam instructies aan andere Israëlitische gezinnen. Het leven van hun eerstgeboren zoons stond op het spel, en Mozes hield van zijn naaste. De Bijbel zegt: „Prompt riep Mozes alle oudere mannen van Israël en zei tot hen: (...) ’Slacht het paschaoffer’” (Ex. 12:21).

12. Welke belangrijke boodschap moeten we overbrengen?

12 Onder leiding van de engelen brengt Jehovah’s volk de volgende belangrijke boodschap over: „Vreest God en geeft hem heerlijkheid, want het uur van het oordeel door hem is gekomen, en aanbidt daarom Degene die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft” (Openb. 14:7). Het is nu de tijd om die boodschap bekend te maken. We moeten de mensen om ons heen aansporen Babylon de Grote te verlaten zodat ze „geen deel van haar plagen” ontvangen (Openb. 18:4). De „andere schapen” sluiten zich aan bij de gezalfden om mensen die vervreemd zijn van God te smeken weer met hem verzoend te worden (Joh. 10:16; 2 Kor. 5:20).

Geloof in Jehovah’s beloften zal je verlangen om het goede nieuws te prediken voeden (Zie alinea 13)

13. Wat zal je helpen het goede nieuws vol vertrouwen te prediken?

13 We zijn ervan overtuigd dat „het uur van het oordeel” inderdaad gekomen is.  We geloven ook dat Jehovah de dringendheid van ons predikingswerk niet overdreven heeft. In een visioen zag Johannes „aan de vier hoeken van de aarde vier engelen staan, die de vier winden van de aarde stevig vasthielden” (Openb. 7:1). Kun je door je geloof die engelen als het ware zien, klaar om de vernietigende winden van de grote verdrukking los te laten over deze wereld? Als dat zo is, zul je het goede nieuws vol vertrouwen kunnen prediken.

14. Wat motiveert ons „de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen”?

14 Ware christenen hebben al een vriendschap met Jehovah en de hoop op eeuwig leven. Toch erkennen we dat het onze verantwoordelijkheid is „de goddeloze voor zijn goddeloze weg te waarschuwen om hem in het leven te houden”. (Lees Ezechiël 3:17-19.) Natuurlijk prediken we niet alleen om bloedschuld te vermijden. We houden van Jehovah en van onze naaste. Uit Jezus’ gelijkenis van de barmhartige Samaritaan blijkt duidelijk wat het wil zeggen liefdevol en barmhartig te zijn. We kunnen ons afvragen: Wat motiveert mij om getuigenis te geven? Word ik net als de Samaritaan „door medelijden bewogen”? We willen natuurlijk nooit zijn als de priester en de leviet, door bijvoorbeeld naar excuses te zoeken en als het ware „aan de overkant” voorbij te lopen (Luk. 10:25-37). Geloof in Gods beloften en naastenliefde zullen ons motiveren om zo veel mogelijk te doen in de prediking voordat het te laat is.

„DOOR GELOOF TROKKEN ZIJ DOOR DE RODE ZEE”

15. Waarom hadden de Israëlieten het gevoel dat ze in de val zaten?

15 Mozes’ geloof in „de Onzichtbare” hielp hem toen de Israëlieten in  gevaar waren na hun vertrek uit Egypte. De Bijbel zegt: „De zonen van Israël [sloegen] hun ogen op en zie, de Egyptenaren rukten achter hen aan; en de zonen van Israël werden zeer bevreesd en gingen luid tot Jehovah roepen” (Ex. 14:10-12). Was dit een onverwachte situatie? Helemaal niet. Jehovah had voorzegd: „Ik dan zal Farao’s hart inderdaad verstokt laten worden, en hij zal hen stellig najagen en ik zal door bemiddeling van Farao en al zijn strijdkrachten heerlijkheid voor mijzelf verkrijgen; en de Egyptenaren zullen stellig weten dat ik Jehovah ben” (Ex. 14:4). Maar de Israëlieten zagen alleen wat ze met hun letterlijke ogen konden zien: de Rode Zee die de doorgang versperde vóór hen, Farao’s snelle strijdwagens achter hen en een tachtigjarige herder die hen moest leiden. Ze hadden het gevoel dat ze in de val zaten!

16. Hoe putte Mozes bij de Rode Zee kracht uit zijn geloof?

16 Maar Mozes was niet bang. Waarom niet? Omdat hij door zijn geloof iets zag wat veel machtiger was dan een zee of een leger. Hij kon „de redding van Jehovah” zien, en hij wist dat Jehovah voor de Israëlieten zou strijden. (Lees Exodus 14:13, 14.) Mozes’ geloof was een stimulans voor het volk. De Bijbel zegt: „Door geloof trokken zij door de Rode Zee als over droog land, maar toen de Egyptenaren het ook probeerden, werden zij verzwolgen” (Hebr. 11:29). Het verslag vertelt wat er daarna gebeurde: „Het volk kreeg vrees voor Jehovah en stelde geloof in Jehovah en in Mozes, zijn knecht” (Ex. 14:31).

17. Welke toekomstige situatie zal ons geloof op de proef stellen?

17 Binnenkort zal het lijken alsof ons leven in gevaar is. Op het hoogtepunt van de grote verdrukking zullen religieuze organisaties die groter waren dan wij volledig zijn verwoest door de regeringen van deze wereld (Openb. 17:16). In een profetie zegt Jehovah dat we dan kwetsbaar zullen zijn als „het land van het open plattelandsgebied”, waar we zullen wonen „zonder muur, (...) grendels en deuren” (Ezech. 38:10-12, 14-16). Menselijk gezien zal het lijken alsof we geen kans hebben om te overleven. Hoe zul jij reageren?

18. Leg uit waarom we standvastig kunnen zijn tijdens de grote verdrukking.

18 We hoeven niet bang te zijn. Waarom niet? Omdat Jehovah die aanval op zijn volk heeft voorzegd. En hij heeft ook verteld wat de afloop is: „’En het moet geschieden op die dag, op de dag dat Gog op Israëls bodem komt,’ is de uitspraak van de Soevereine Heer Jehovah, ’dat mijn woede in mijn neus zal opstijgen. En in mijn vurige ijver, in het vuur van mijn verbolgenheid, zal ik moeten spreken’” (Ezech. 38:18-23). God zal dan iedereen vernietigen die zijn volk kwaad wil doen. Je geloof in die afloop van „de grote en vrees inboezemende dag van Jehovah” zal je helpen „de redding van Jehovah” te zien en trouw te blijven (Joël 2:31, 32).

19. (a) Hoe hecht was de band tussen Jehovah en Mozes? (b) Wat zal Jehovah doen als je in al je wegen acht slaat op hem?

19 Bereid je nu voor op die spannende gebeurtenissen door standvastig te blijven als zag je „de Onzichtbare”! Versterk je vriendschap met Jehovah door regelmatig te studeren en te bidden. Mozes had zo’n hechte band met Jehovah en werd op zo’n indrukwekkende manier door hem gebruikt dat de Bijbel zegt dat Jehovah hem „van aangezicht tot aangezicht” kende (Deut. 34:10). Mozes was beslist een bijzondere profeet. Ook jij kunt door geloof zo’n hechte band met Jehovah hebben, alsof je hem echt kunt zien. De Bijbel zegt dat hij ons zal zegenen als we hem in alles gehoorzamen. Spreuken 3:6 geeft de aanmoediging: „Sla in al uw wegen acht op hem, en hij zal uw paden recht maken.”

^ ¶11 Jehovah stuurde blijkbaar engelen om het oordeel aan de Egyptenaren te voltrekken (Ps. 78:49-51).