Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) MAART 2014

Houd een positieve kijk

Houd een positieve kijk

„Al leeft een mens zelfs vele jaren, laat hij zich in die alle verheugen.” — PRED. 11:8.

1. Welke zegeningen van Jehovah helpen ons om gelukkig te zijn?

JEHOVAH wil graag dat we gelukkig zijn, en hij stort veel zegeningen over ons uit die ons gelukkig zouden moeten maken. Hij heeft ons bijvoorbeeld het leven gegeven. Daarmee kunnen we hem loven, want hij heeft ons tot de ware aanbidding getrokken (Ps. 144:15; Joh. 6:44). Hij verzekert ons van zijn liefde en helpt ons te volharden in onze dienst voor hem (Jer. 31:3; 2 Kor. 4:16). We leven in het geestelijke paradijs, waar we een overvloed aan geestelijk voedsel hebben en een liefdevolle broederschap ervaren. Bovendien hebben we een schitterende hoop voor de toekomst.

2. Waarmee worstelen sommige trouwe aanbidders van God?

2 Ondanks al deze redenen voor geluk worstelen sommige trouwe aanbidders van God met negatieve gedachten over zichzelf. Misschien denken ze dat zij en hun dienst weinig waarde hebben in Jehovah’s ogen. Voor degenen die altijd met negatieve gevoelens rondlopen, kan het idee om zich in „vele jaren” te verheugen onrealistisch overkomen. Misschien lijkt het leven een aaneenschakeling van donkere dagen (Pred. 11:8).

3. Waardoor kunnen negatieve gevoelens worden veroorzaakt?

3 Zulke negatieve gevoelens kunnen ontstaan door teleurstellingen, ziekte of de beperkingen van het ouder worden  (Ps. 71:9; Spr. 13:12; Pred. 7:7). Bovendien moeten we erkennen dat het hart verraderlijk is en ons kan veroordelen terwijl God misschien blij met ons is (Jer. 17:9; 1 Joh. 3:20). De Duivel vertelt leugens over Gods aanbidders. En personen die Satans denkwijze hebben, proberen ons misschien te besmetten met de kijk die onder woorden werd gebracht door de onbetrouwbare Elifaz — dat we geen waarde hebben in Gods ogen. Dat was in de tijd van Job een leugen en dat is nog steeds zo (Job 4:18, 19).

4. Wat gaan we in dit artikel bespreken?

4 Jehovah maakt in de Bijbel duidelijk dat hij met degenen is die „in het dal van diepe schaduw” wandelen (Ps. 23:4). Hij is onder andere met ons via zijn Woord. De Bijbel is „krachtig door God tot omverwerping van sterk verschanste dingen”, waaronder misvattingen en negatieve ideeën (2 Kor. 10:4, 5). Laten we daarom eens kijken hoe we de Bijbel kunnen gebruiken om een positieve kijk te ontwikkelen en te houden. Daar kun je niet alleen zelf veel aan hebben, maar ook anderen mee aanmoedigen.

GEBRUIK DE BIJBEL OM EEN POSITIEVE KIJK TE ONTWIKKELEN

5. Wat kan ons helpen een positieve kijk te hebben?

5 Paulus had het over dingen die ons kunnen helpen een positieve kijk te ontwikkelen. Hij gaf de gemeente in Korinthe de aansporing: „Blijft beproeven of gij in het geloof zijt” (2 Kor. 13:5). „Het geloof” is het geheel van christelijke leringen die in de Bijbel staan. Als onze woorden en daden overeenstemmen met die leringen, doorstaan we de proef en laten we zien dat we „in het geloof” zijn. Natuurlijk moeten we ons leven wel met alle facetten van de christelijke leer vergelijken. We kunnen niet kieskeurig zijn en ons aan het ene deel wel houden en aan het andere niet (Jak. 2:10, 11).

6. Waarom moeten we beproeven of we in het geloof zijn? (Zie beginplaatje.)

6 Misschien aarzel je om jezelf op die manier te „beproeven”, vooral als je bang bent dat je tekortschiet. Toch is Jehovah’s kijk belangrijker dan onze kijk en zijn zijn gedachten veel hoger dan die van ons (Jes. 55:8, 9). Hij onderzoekt zijn aanbidders, niet om ze te veroordelen, maar om hun goede eigenschappen te vinden en ze te helpen. Als je Gods Woord gebruikt om te beproeven of je in het geloof bent, zul je jezelf meer zien zoals God je ziet. Dat kan je helpen het idee dat je niets waard bent te vervangen door de verzekering die de Bijbel je geeft: je bent kostbaar in Jehovah’s ogen. Daardoor kan het zijn alsof je de gordijnen opendoet en zonlicht binnenlaat in een donkere kamer.

7. Hoe kunnen Bijbelse voorbeelden van trouwe aanbidders je helpen?

7 Een effectieve manier om dit zelfonderzoek te doen, is door te mediteren over het voorbeeld van trouwe mensen in de Bijbel. Vergelijk hun omstandigheden en gevoelens met die van jou en vraag je af wat jij gedaan zou hebben in hun situatie. Laten we eens drie voorbeelden bespreken die laten zien hoe je de Bijbel kunt gebruiken om erachter te komen of je „in het geloof” bent. Dat zal je helpen een positieve kijk op jezelf te ontwikkelen.

DE ARME WEDUWE

8, 9. (a) Wat waren de omstandigheden van de arme weduwe? (b) Welke negatieve gevoelens heeft ze misschien gehad?

8 Jezus zag in de tempel in Jeruzalem een arme weduwe. Haar voorbeeld kan ons helpen om ondanks onze beperkingen een positieve kijk te houden. (Lees Lukas 21:1-4.) Denk eens na over de omstandigheden van deze vrouw. Ze had niet  alleen het verlies van haar man te verwerken, maar ze leefde ook in een religieus klimaat waarin de leiders zulke kwetsbare weduwen liever uitbuitten dan hielpen (Luk. 20:47). Ze was zo arm dat ze maar een kleine bijdrage aan de tempel kon geven; een bedrag dat een arbeider in een paar minuten kon verdienen.

9 Probeer je voor te stellen hoe de weduwe zich voelde toen ze het voorhof van de tempel binnenliep met haar twee kleine muntjes. Dacht ze erover na hoe weinig ze ging geven vergeleken met wat ze kon geven toen haar man nog leefde? Werd ze in verlegenheid gebracht door de grote bijdragen van de personen vóór haar en vroeg ze zich af of haar bijdrage wel de moeite waard was? Welke gevoelens ze ook had, ze deed wat ze kon om de ware aanbidding te ondersteunen.

10. Hoe liet Jezus zien dat de weduwe kostbaar was in Gods ogen?

10 Jezus liet zien dat de weduwe en haar bijdrage waardevol waren voor Jehovah. Jezus zei dat ze „er meer in geworpen” had dan alle rijken. Haar bijdrage zou terechtkomen bij de bijdragen van anderen, maar toch prees Jezus juist haar. Degenen die in de tempel het geld telden, zullen niet beseft hebben hoe waardevol die muntjes en de gever ervan voor Jehovah waren. Toch deed alleen Gods kijk ertoe, niet wat andere mensen dachten of zelfs wat de weduwe over zichzelf dacht. Kun je dit verslag gebruiken om te beproeven of je in het geloof bent?

Wat heb je geleerd van het voorbeeld van de arme weduwe? (Zie alinea 8-10)

11. Wat kun je leren van het verslag over de arme weduwe?

11 Je omstandigheden kunnen rechtstreeks van invloed zijn op wat je aan Jehovah kunt geven. Door ouderdom of gezondheidsproblemen kunnen sommigen maar heel weinig doen in de dienst. Zouden ze dan het gevoel moeten hebben dat het niet de moeite waard is om hun bericht in te leveren? Zelfs als je omstandigheden relatief gunstig zijn, zou je kunnen denken dat je inspanningen maar  een klein deel vertegenwoordigen van alle uren die Gods volk elk jaar aan zijn aanbidding besteedt. Maar we leren uit het verslag over de arme weduwe dat Jehovah alles wat we voor hem doen, opmerkt en waardevol vindt, vooral als we in moeilijke omstandigheden verkeren. Denk eens terug aan je aanbidding van het afgelopen jaar. Heb je voor een van de uren in zijn dienst een speciaal offer moeten brengen? In dat geval kun je er zeker van zijn dat Jehovah waardering heeft voor wat je dat uur gedaan hebt. Als je in Jehovah’s dienst net als de arme weduwe alles doet wat je kunt, heb je alle reden om aan te nemen dat je „in het geloof” bent.

„NEEM (...) MIJN ZIEL WEG”

12-14. (a) Welke uitwerking hadden negatieve gevoelens op Elia? (b) Waarom kan Elia zulke gevoelens hebben gehad?

12 De profeet Elia was Jehovah trouw en had een sterk geloof. Toch was hij op een bepaald moment zo ontmoedigd dat hij Jehovah vroeg of hij mocht sterven. Hij zei: „Het is genoeg! Neem nu, o Jehovah, mijn ziel weg” (1 Kon. 19:4). Als je nog nooit zo’n wanhoop hebt ervaren, zul je misschien zeggen dat Elia „in het wilde weg” sprak (Job 6:3). Maar zijn gevoelens waren echt. Merk op dat Jehovah Elia niet terechtwees maar juist hielp.

13 Hoe kwam het dat Elia zich zo voelde? Kort daarvoor had hij leiding gegeven aan een belangrijke test in Israël die had aangetoond dat Jehovah de ware God was en die tot de terechtstelling van 450 Baälsprofeten had geleid (1 Kon. 18:37-40). Waarschijnlijk hoopte Elia dat Gods volk daardoor tot de ware aanbidding zou terugkeren, maar dat gebeurde niet. De slechte koningin Izebel liet Elia weten dat ze hem zou laten vermoorden. Doodsbang vluchtte hij via Juda naar de dorre wildernis in het zuiden (1 Kon. 19:2-4).

14 Toen Elia alleen was met zijn gedachten, kreeg hij het gevoel dat zijn werk als profeet geen zin had. Hij zei tegen Jehovah: „Ik ben niet beter dan mijn voorvaders.” Hij bedoelde daarmee dat hij zich zo nutteloos voelde als zijn voorouders die tot stof waren vergaan. Hij vond dat hij een mislukkeling was die geen waarde had voor Jehovah of voor wie maar ook.

15. Hoe liet God zien dat hij Elia nog steeds waardevol vond?

15 Maar de Almachtige had een andere kijk op Elia. Hij zag hem nog steeds als een waardevol persoon en deed een aantal dingen om hem daarvan te overtuigen. Zo stuurde Jehovah een engel om Elia te sterken. Hij zorgde ook voor voedsel en drinken om hem tijdens de veertig dagen durende reis naar de berg Horeb in leven te houden. Bovendien corrigeerde hij vriendelijk Elia’s misvatting dat er in Israël buiten hem niemand was die Jehovah trouw was gebleven. Merk ook op dat God Elia nieuwe taken gaf, die hij aanvaardde. Elia trok voordeel van Jehovah’s hulp en hervatte zijn werk als profeet met hernieuwde energie (1 Kon. 19:5-8, 15-19).

16. Op welke manieren heeft God je ondersteund?

16 Elia’s ervaring kan je helpen om voor jezelf na te gaan of je in het geloof bent en om een positieve kijk te ontwikkelen. Ten eerste, denk eens aan de manieren waarop Jehovah je heeft ondersteund. Heb je weleens precies op het goede moment hulp gekregen van een geloofsgenoot, misschien een ouderling of een andere rijpe christen? (Gal. 6:2) Ben je geestelijk gevoed door de Bijbel, onze publicaties en de vergaderingen? Sta de volgende keer dat je op een van die manieren hulp krijgt eens stil bij de Bron van die hulp en bedank hem dan in gebed (Ps. 121:1, 2).

17. Wat waardeert Jehovah in ons?

 17 Ten tweede, bedenk dat een negatieve kijk misleidend kan zijn. Het gaat erom wat God van ons vindt. (Lees Romeinen 14:4.) Jehovah waardeert onze toewijding en loyaliteit aan hem en beoordeelt ons niet op onze prestaties. En het zou kunnen dat je, net als Elia, meer voor Jehovah hebt gedaan dan je beseft. Waarschijnlijk heb je een goede invloed gehad op anderen in de gemeente en ook op personen in je gebied die dankzij jouw inspanningen over de waarheid hebben gehoord.

18. Hoe moet je elke taak bezien die je van Jehovah krijgt?

18 Ten derde, bezie elke taak die je van Jehovah krijgt als een bewijs dat hij met je is (Jer. 20:11). Misschien ben je net als Elia ontmoedigd omdat je dienst onproductief lijkt of omdat een bepaald geestelijk doel onbereikbaar lijkt. Toch heb je nog steeds het grootste voorrecht dat er is: het goede nieuws prediken en Gods naam dragen. Blijf Jehovah daarom trouw. Dan kan er ook tegen jou gezegd worden: „Ga de vreugde van uw meester binnen” (Matth. 25:23).

HET „GEBED VAN DE ELLENDIGE”

19. Hoe voelde de schrijver van Psalm 102 zich?

19 De schrijver van Psalm 102 was wanhopig. Hij voelde zich ellendig omdat hij veel fysieke en emotionele pijn had, en hij had niet de kracht om zijn problemen aan te kunnen (Ps. 102, opschrift). In zijn woorden klinkt door dat hij helemaal in beslag werd genomen door pijn, eenzaamheid en andere gevoelens (Ps. 102:3, 4, 6, 11). Hij dacht dat Jehovah hem weg wilde werpen (Ps. 102:10).

20. Hoe kan het gebed iemand helpen die tegen negatieve gedachten vecht?

20 Toch kon de psalmist zijn leven nog steeds gebruiken om Jehovah te loven. (Lees Psalm 102:19-21.) Zoals we in Psalm 102 zien, kan zelfs iemand die „in het geloof” is pijn hebben en het moeilijk vinden om zich op iets anders te concentreren. De psalmist voelde zich „als een vogel die eenzaam op een dak zit”, met zijn problemen als enige gezelschap (Ps. 102:7). Als jij ooit dat gevoel hebt, stort dan net als de psalmist je hart uit bij Jehovah. De gebeden van de ellendige — jouw gebeden — kunnen je helpen tegen negatieve gedachten te vechten. Over Jehovah wordt gezegd: „Hij zal zich stellig wenden tot het gebed van hen die berooid zijn, en hun gebed niet verachten” (Ps. 102:17). Heb vertrouwen in die belofte.

21. Hoe kan iemand die tegen negatieve gevoelens vecht een positievere kijk krijgen?

21 Psalm 102 laat ook zien hoe je een positievere kijk kunt krijgen: de psalmist richtte zijn aandacht op zijn band met Jehovah (Ps. 102:12, 27). Hij vond het geruststellend te weten dat Jehovah er altijd is om Zijn volk te helpen als er moeilijkheden zijn. Als je dus door negatieve gevoelens tijdelijk niet zo veel in Jehovah’s dienst kunt doen als je zou willen, leg dat dan voor in gebed. Vraag Jehovah of hij je enige verlichting wil geven en ook of zijn naam bekendgemaakt mag worden (Ps. 102:20, 21).

22. Hoe kunnen we allemaal Jehovah blij maken?

22 We kunnen de Bijbel dus gebruiken om voor onszelf te bewijzen dat we in het geloof zijn en dat we kostbaar zijn voor Jehovah. Nu zullen we in deze wereld waarschijnlijk niet van alle negatieve gevoelens of vormen van ontmoediging afkomen. Toch kunnen we allemaal Jehovah blij maken en „gered worden” door trouw te volharden in zijn dienst (Matth. 24:13).