Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  februari 2014

Jehovah: Onze beste Vriend

Jehovah: Onze beste Vriend

„[Abraham] werd ’Jehovah’s vriend’ genoemd.” — JAK. 2:23.

1. Welk vermogen hebben we van Jehovah gekregen?

EEN bekend gezegde luidt: Zo vader, zo zoon. Het is inderdaad waar dat kinderen veel op hun ouders lijken. En dat is logisch, want een kind erft zijn genetische eigenschappen van zijn ouders. Jehovah, onze hemelse Vader, is onze Levengever (Ps. 36:9). En wij, zijn menselijke kinderen, lijken in bepaalde mate op hem. Omdat we naar zijn beeld geschapen zijn, hebben we het vermogen om te redeneren, conclusies te trekken en vriendschappen te sluiten en te onderhouden (Gen. 1:26).

2. Waarop is vriendschap met Jehovah gebaseerd?

2 Jehovah kan onze beste Vriend zijn. Zo’n vriendschap is gebaseerd op zijn liefde voor ons en ons geloof in hem en zijn Zoon. Jezus zei: „God heeft de wereld zozeer liefgehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een ieder die geloof oefent in hem, niet vernietigd zou worden, maar eeuwig leven zou hebben” (Joh. 3:16). Er zijn veel voorbeelden van personen die een hechte band met Jehovah hadden. Laten we er eens twee bekijken.

„MIJN VRIEND ABRAHAM”

3, 4. Waarom had Abraham een hechte band met Jehovah en Israël uiteindelijk niet?

3 In Jesaja 41:8 noemt Jehovah de stamvader van de Israëlieten „mijn vriend Abraham”. Op een andere plaats in de Bijbel  wordt Abraham ook een „vriend” van God genoemd (2 Kron. 20:7, vtn.). Waarop was die hechte band met zijn Schepper gebaseerd? Abraham had een sterk geloof (Gen. 15:6; lees Jakobus 2:21-23).

4 Abrahams afstammelingen, die later het volk Israël werden, hadden oorspronkelijk Jehovah als hun Vader en Vriend. Maar helaas kwam er een eind aan die vriendschap. Hoe kwam dat? Ze stelden geen geloof meer in Jehovah’s beloften.

5, 6. (a) Hoe is Jehovah je vriend geworden? (b) Wat moeten we ons afvragen?

5 Hoe beter je Jehovah leert kennen, hoe sterker je geloof in hem wordt, en hoe meer je liefde voor hem groeit. Denk eens terug aan de tijd dat je ontdekte dat God een echt persoon is, iemand met wie je goed bevriend kunt raken. Je ging inzien dat we door Adams ongehoorzaamheid allemaal zonde geërfd hebben. Je realiseerde je ook dat de mensheid als geheel vervreemd is van God (Kol. 1:21). Vervolgens besefte je dat onze liefdevolle hemelse Vader geen afstandelijk persoon is die zich niet voor ons interesseert. Toen we over de voorziening van de losprijs hoorden en er geloof in gingen stellen, begonnen we te bouwen aan een vriendschap met God.

6 Als je nu terugkijkt, vraag je dan eens af: Wordt mijn vriendschap met God nog steeds hechter? Heb ik een sterk vertrouwen in Jehovah en neemt mijn liefde voor hem nog elke dag toe? Een andere persoon uit de oudheid die een hechte band met Jehovah had, was Gideon. Laten we eens kijken wat we van hem kunnen leren.

„JEHOVAH IS VREDE”

7-9. (a) Welke bijzondere ervaring had Gideon, en welke uitwerking had die op hem? (Zie beginplaatje.) (b) Hoe kunnen we onze vriendschap met Jehovah verdiepen?

7 Gideon was rechter en diende Jehovah in een turbulente periode in de geschiedenis van Israël, nadat het volk het beloofde land was binnengegaan. Rechters 6 vertelt dat Gideon in Ofra bezoek kreeg van Jehovah’s engel. In die tijd waren de Midianieten, een buurvolk, een echte bedreiging voor Israël. Daarom was Gideon niet in het open veld tarwe aan het dorsen, maar in een wijnpers, waar hij het kostbare graan snel kon verstoppen. Gideon was verbaasd dat de engel verscheen en hem aansprak met „dappere, sterke man”. Hij vroeg zich af of Jehovah, die de Israëlieten uit Egypte had bevrijd, ze nu echt zou helpen. Namens Jehovah verzekerde de engel Gideon ervan dat hij kon rekenen op Jehovah’s steun.

8 Gideon vroeg zich af hoe hij Israël „uit Midians handpalm” kon redden. Het antwoord dat hij kreeg was duidelijk. Jehovah zei: „Omdat ik met u zal blijken te zijn, en gij zult Midian stellig verslaan als ware het één man” (Recht. 6:11-16). Omdat Gideon waarschijnlijk nog steeds wilde weten hoe dat dan zou gebeuren, vroeg hij om een teken. Merk op dat hij er in dit gesprek geen moment aan twijfelt of God een echt persoon is of niet.

9 Wat er daarna gebeurde versterkte Gideons geloof en bracht hem dichter tot God. Gideon maakte een maaltijd klaar en gaf die aan de engel. De engel raakte het voedsel met zijn staf aan, waarna het door vuur werd verteerd. Door dit wonder realiseerde Gideon zich dat de engel echt Jehovah’s vertegenwoordiger was. Geschrokken riep hij: „Ach, Soevereine Heer Jehovah, want ik heb Jehovah’s engel van aangezicht tot aangezicht gezien!” (Recht. 6:17-22) Ontstond er door deze ontmoeting een barrière tussen Gideon en zijn God? Juist niet! Hij leerde Jehovah op zo’n manier kennen dat hij vrede met God voelde. Dat valt  op te maken uit de naam die Gideon aan het altaar gaf dat hij daar bouwde: „Jehovah-Sjalom”. Die naam betekent „Jehovah is vrede” (lees Rechters 6:23, 24; vtn.). Als we erover nadenken wat Jehovah elke dag voor ons doet, gaan we beseffen dat hij een echte Vriend is. Als we geregeld tot God bidden, neemt ons gevoel van vrede toe en wordt onze vriendschap met hem hechter.

„WIE ZAL EEN GAST ZIJN IN UW TENT?”

10. Wat zijn volgens Psalm 15:3, 5 vereisten om een vriend van Jehovah te mogen zijn?

10 Als we Jehovah’s vriend willen zijn, moeten we aan bepaalde vereisten voldoen. In Psalm 15:1 vroeg David dan ook: „O Jehovah, wie zal een gast zijn in uw tent?” Laten we ons eens richten op twee van die vereisten: laster vermijden en eerlijk zijn. David zei hierover: „Hij heeft met zijn tong niet gelasterd. (...) Steekpenningen tegen de onschuldige heeft hij niet aangenomen” (Ps. 15:3, 5).

11. Waarom moeten we laster vermijden?

11 In een andere psalm waarschuwde David: „Beveilig uw tong voor wat slecht is” (Ps. 34:13). Als we die geïnspireerde raad zouden negeren, zou er een afstand tussen ons en onze rechtvaardige hemelse Vader ontstaan. Laster is in feite een kenmerk van Jehovah’s grote vijand, Satan. De term Duivel komt van een Grieks woord dat „lasteraar” betekent. Als we voorzichtig zijn met wat we over anderen zeggen, zal dat ons helpen dicht bij Jehovah te blijven. Dit principe is vooral van toepassing op onze houding tegenover de aangestelde broeders in de gemeente. (Lees Hebreeën 13:17; Judas 8.)

12, 13. (a) Waarom moeten we altijd eerlijk zijn? (b) Hoe gaan we met anderen om als we eerlijk zijn?

12 Eerlijkheid is een kenmerk van Jehovah’s aanbidders. Paulus schreef: „Blijft voor ons bidden, want wij koesteren het vertrouwen dat wij een eerlijk geweten hebben, daar wij ons in alle dingen eerlijk wensen te gedragen” (Hebr. 13:18). Omdat we altijd eerlijk willen zijn, vermijden we het misbruik te maken van onze broeders en zusters. Als we bijvoorbeeld geloofsgenoten in dienst hebben, zorgen we ervoor dat ze eerlijk behandeld worden en volgens afspraak betaald krijgen. Als christenen gaan we eerlijk met onze werknemers om, net als met alle andere mensen. En als we voor een geloofsgenoot werken, letten we erop dat we geen misbruik van hem maken door speciale privileges te eisen.

13 Mensen in de wereld prijzen Jehovah’s Getuigen vaak om hun eerlijkheid. Zo was het een directeur van een groot bouwbedrijf opgevallen dat Jehovah’s Getuigen zich altijd aan hun woord houden (Ps. 15:4). Hij zei: „Jullie komen altijd je afspraak na.” Zulk gedrag helpt ons een vriend van Jehovah te blijven en eert zijn naam.

HELP ANDEREN OM JEHOVAH’S VRIEND TE WORDEN

We helpen anderen om Jehovah’s vriend te worden (Zie alinea 14, 15)

14, 15. Hoe kunnen we anderen helpen om Jehovah’s vriend te worden?

14 Veel mensen in ons gebied die geloven dat God bestaat, zien hem misschien niet als hun beste Vriend. Hoe kunnen we ze helpen? Denk eens aan de instructies die Jezus aan zeventig van zijn discipelen gaf die hij twee aan twee uitzond om te prediken: „Waar gij ook een huis binnengaat, zegt eerst: ’Vrede zij over dit huis.’ En indien daar een vriend des vredes is, zal uw vrede op hem rusten. Maar zo niet, dan zal hij tot u terugkeren” (Luk. 10:5, 6). Mensen zullen eerder voor de waarheid openstaan als we vriendelijk zijn. Als iemand een tegenstander is, kan onze vriendelijkheid misschien vijandige gevoelens wegnemen zodat hij  een volgende keer wel naar de waarheid wil luisteren.

15 Als we personen ontmoeten die sterk beïnvloed zijn door valse religie of die onbijbelse gewoonten hebben, blijven we vriendelijk en bewaren we de vrede. Op onze vergaderingen heten we mensen die teleurgesteld zijn in de maatschappij en daardoor benieuwd zijn naar de God die we aanbidden, van harte welkom. In de rubriek „De Bijbel verandert levens” staan veel mooie ervaringen van zulke mensen.

SAMENWERKEN MET ONZE BESTE VRIEND

16. Waarom kunnen we zeggen dat we niet alleen Jehovah’s vrienden maar ook zijn medewerkers zijn?

16 Mensen die met elkaar samenwerken, worden vaak goede vrienden. Iedereen die zich aan Jehovah heeft opgedragen, heeft het voorrecht om niet alleen zijn vriend te zijn, maar ook zijn medewerker. (Lees 1 Korinthiërs 3:9.) Als we prediken en discipelen maken, leren we de schitterende eigenschappen van onze hemelse Vader steeds beter kennen. We zien hoe zijn heilige geest ons helpt om het goede nieuws te prediken.

17. Hoe blijkt uit het geestelijke voedsel dat we op grote vergaderingen krijgen dat Jehovah onze Vriend is?

17 Hoe groter ons aandeel aan de prediking, hoe dichter we ons bij Jehovah voelen. We zien bijvoorbeeld de manier waarop Jehovah pogingen van tegenstanders verhindert. Kijk eens naar de afgelopen jaren. Hebben we niet duidelijk Gods leiding gezien? We staan versteld van de constante toevoer van rijk geestelijk voedsel. De programma’s van onze grote vergaderingen laten zien dat onze Vader liefdevol is en begrip heeft voor onze problemen en behoeften. Eén gezin schreef uit waardering voor een congres: „Het programma heeft ons echt geraakt. We voelden niet alleen dat Jehovah heel veel van ons allemaal houdt, maar ook dat hij wil dat het goed met ons gaat.” Een echtpaar in Duitsland verwoordde na een speciaal congres in Ierland hun dankbaarheid voor de hartelijke ontvangst en zorg die ze hadden ervaren. Ze zeiden: „Maar onze grootste dankbaarheid gaat uit naar Jehovah en zijn Koning Jezus Christus. Zij hebben ons uitgenodigd om deel uit te maken van een volk dat echte eenheid kent. We praten niet alleen over eenheid, maar voelen die ook elke dag. Onze ervaringen op dit speciale congres in Dublin zullen ons altijd herinneren aan ons kostbare voorrecht om onze grote God samen met jullie te dienen.”

 VRIENDEN COMMUNICEREN

18. Wat kunnen we ons afvragen over onze communicatie met Jehovah?

18 Vriendschappen worden hechter als mensen goed met elkaar communiceren. In deze tijd is het heel populair om sociale netwerksites te gebruiken en berichtjes te versturen. Maar hoe staat het met onze communicatie met onze beste Vriend, Jehovah? Hij is de „Hoorder van het gebed” (Ps. 65:2). Maar hoe vaak nemen we de tijd om met hem te praten?

19. Wat kan ons helpen als we het moeilijk vinden om onze hemelse Vader te vertellen wat we voelen?

19 Sommigen vinden het niet makkelijk om God te vertellen wat ze diep vanbinnen, in hun hart, voelen. Toch wil Jehovah dat we dat in onze gebeden doen (Ps. 119:145; Klaagl. 3:41). Als we het moeilijk vinden om onze gevoelens te verwoorden, is er hulp. Paulus schreef aan de christenen in Rome: „Wij weten niet waarvoor te bidden naar het nodig is, maar de geest zelf pleit voor ons met onuitgesproken verzuchtingen. Toch weet hij die de harten doorzoekt, wat de bedoeling van de geest is, want deze pleit in overeenstemming met God voor heiligen” (Rom. 8:26, 27). Als we mediteren over de woorden in Bijbelboeken als Job, Psalmen en Spreuken, zal dat ons helpen onze diepste gevoelens in gebed te uiten.

20, 21. Welke troost bieden Paulus’ woorden in Filippenzen 4:6, 7?

20 Als we te maken krijgen met stressvolle omstandigheden, is het goed om Paulus’ geïnspireerde raad aan de Filippenzen in gedachte te houden: „Weest over niets bezorgd, maar laat in alles door gebed en smeking te zamen met dankzegging uw smeekbeden bij God bekend worden.” Zo’n open communicatie met onze beste Vriend zal ons zeker troosten, want Paulus zegt verder: „De vrede van God, die alle gedachte te boven gaat, zal uw hart en uw geestelijke vermogens behoeden door bemiddeling van Christus Jezus” (Fil. 4:6, 7). Laten we altijd dankbaar zijn voor de unieke „vrede van God” die echt ons hart en onze geest beschermt.

Hoe versterkt gebed onze vriendschap met God? (Zie alinea 21)

21 Gebed helpt ons vriendschap met Jehovah te ontwikkelen. Daarom krijgen we de aansporing: „Bidt zonder ophouden” (1 Thess. 5:17). Dit artikel zal ons helpen onze kostbare band met Jehovah te versterken en ons nog vastbeslotener maken om te doen wat hij vraagt. Laten we de tijd nemen om te mediteren over de zegeningen die we ervaren doordat Jehovah echt onze Vader, onze God en onze Vriend is.