Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) DECEMBER 2013

„Deze dag moet u dienen ter gedachtenis”

„Deze dag moet u dienen ter gedachtenis”

„Deze dag moet u dienen ter gedachtenis, en gij moet hem vieren als een feest voor Jehovah.” — EXODUS 12:14.

1, 2. Voor welke herdenking in het bijzonder zouden alle christenen zich moeten interesseren, en waarom?

WAT vind jij een gedenkwaardige dag? Iemand die getrouwd is zegt misschien: mijn trouwdag. Anderen denken misschien aan de dag waarop een belangrijke historische gebeurtenis gevierd wordt, zoals een onafhankelijkheidsverklaring. Maar wist je dat er een nationale herdenking is die al meer dan 3500 jaar bestaat?

2 Die herdenking is het Pascha, de viering van de bevrijding van het volk Israël uit slavernij in Egypte. Het Pascha is ook voor ons belangrijk, want het heeft te maken met een paar belangrijke aspecten van ons leven. Maar misschien denk je: Het Pascha wordt door Joden gevierd, en ik ben een christen. Waarom moet die herdenking me interesseren? Het antwoord kunnen we vinden in deze belangrijke woorden: „Christus, ons Pascha, is (...) geslacht” (1 Kor. 5:7). Om de betekenis van die waarheid te begrijpen, is het goed het Joodse Pascha te onderzoeken in het licht van een gebod dat alle christenen hebben gekregen.

WAAROM DE ISRAËLIETEN HET PASCHA VIERDEN

3, 4. Wat is de achtergrond van het eerste Pascha?

3 Miljoenen mensen wereldwijd die niet Joods zijn, weten welke gebeurtenis leidde tot het eerste Pascha. Misschien hebben ze erover gelezen in het Bijbelboek Exodus, het verhaal gehoord of een film erover gezien.

4 De Israëlieten waren jarenlang slaven geweest in Egypte toen Jehovah Mozes en zijn broer, Aäron, naar Farao stuurde om hem te vragen Zijn volk te laten gaan. Die trotse Egyptische regeerder weigerde dat, en daarom sloeg Jehovah het land met een aantal vreselijke plagen. Na de tiende plaag, de dood van de eerstgeborenen in Egypte, liet Farao het volk  uiteindelijk gaan (Ex. 1:11; 3:9, 10; 5:1, 2; 11:1, 5).

5. Wat moesten de Israëlieten doen om zich voor te bereiden op hun bevrijding? (Zie beginplaatje.)

5 Maar wat moesten de Israëlieten doen voordat ze bevrijd werden? Ze kregen speciale instructies in de tijd van de lente-equinox in 1513 v.Chr. In de Hebreeuwse maand Abib, die later Nisan * ging heten, zei God dat ze op de tiende dag van de maand voorbereidingen moesten treffen voor een gebeurtenis op de veertiende dag. Die dag begon na zonsondergang want Hebreeuwse dagen liepen van zonsondergang tot zonsondergang. Op 14 Nisan moest elk gezin een mannetjesschaap (of -geit) slachten en wat bloed ervan op de deurposten en bovendorpel van het huis spatten (Ex. 12:3-7, 22, 23). Het gezin moest een maaltijd nuttigen van geroosterd lamsvlees met ongezuurd brood en wat kruiden. Gods engel zou door het land trekken en de eerstgeborenen in Egypte doden, maar de gehoorzame Israëlieten zouden beschermd en daarna bevrijd worden (Ex. 12:8-13, 29-32).

6. Waaruit blijkt dat Jehovah het belangrijk vond dat de Israëlieten het Pascha vierden?

6 De Israëlieten moesten hun bevrijding de jaren daarna herdenken. God zei tegen ze: „Deze dag moet u dienen ter gedachtenis, en gij moet hem vieren als een feest voor Jehovah in al uw geslachten. Als een inzetting tot onbepaalde tijd dient gij hem te vieren.” Na de viering op de veertiende volgde een feest van zeven dagen. Het eigenlijke Pascha was op 14 Nisan, maar alle acht de dagen van het feest konden Pascha genoemd worden (Ex. 12:14-17; Luk. 22:1; Joh. 18:28; 19:14). Het Pascha was een van de vastgestelde feesten die de Israëlieten elk jaar moesten vieren (2 Kron. 8:13).

7. Welke nieuwe viering stelde Jezus in tijdens het laatste Pascha met zijn apostelen?

7 Omdat Jezus en zijn apostelen Joden waren die onder de Wet van Mozes stonden, vierden ze het jaarlijkse Pascha (Matth. 26:17-19). De laatste keer dat ze dat deden, stelde Jezus een nieuwe jaarlijkse viering in voor zijn volgelingen: het Avondmaal des Heren. Op welke dag moest die gehouden worden?

OP WELKE DAG VIEL HET AVONDMAAL DES HEREN?

8. Wat kunnen we ons afvragen over het Pascha en het Avondmaal?

8 Omdat Jezus het Avondmaal direct na het Pascha instelde, zou deze nieuwe viering op dezelfde dag vallen. Maar misschien is het je opgevallen dat de datum van het Joodse Pascha op sommige kalenders van nu een of meer dagen verschilt van de dag waarop we Jezus’ dood herdenken. Hoe komt dat? Het heeft te maken met Gods gebod aan de Israëlieten. Nadat Mozes had gezegd dat „de gehele gemeente der vergadering van Israël” het lam moest slachten, maakte hij duidelijk wanneer op 14 Nisan ze dat moesten doen. (Lees Exodus 12:5, 6.)

9. Wanneer moest het paschalam volgens Exodus 12:6 geslacht worden? (Zie ook het kader  „Welk deel van de dag?”)

9 Een Joodse publicatie wijst erop dat volgens Exodus 12:6 het lam „tussen de twee avonden” geslacht moest worden (The Pentateuch and Haftorahs). Sommige Bijbelvertalingen gebruiken precies dezelfde uitdrukking. De Joodse Tanach vertaalt „in de avondschemer” en andere vertalingen zeggen „in de avondschemering” of „tegen het vallen van de avond”. Het lam moest dus geslacht worden na zonsondergang maar terwijl het nog licht was, aan het begin van 14 Nisan.

10. Wanneer werd het lam volgens sommigen geslacht, maar welke vraag rijst er dan?

 10 In latere tijden werden de lammeren naar de tempel gebracht om geslacht te worden waardoor het slachten lang duurde. Daarom namen sommige Joden aan dat Exodus 12:6 moest gaan over het einde van 14 Nisan, tussen de tijd dat de zon begon te dalen (’s middags) en het einde van de dag bij zonsondergang. Maar als dat bedoeld zou zijn, wanneer moest de maaltijd dan gegeten worden? Professor Jonathan Klawans, een autoriteit op het gebied van het vroege Jodendom, merkte op: „De nieuwe dag begint bij zonsondergang, dus het dier wordt op de veertiende geslacht, maar de maaltijd en het begin van het Pascha zijn op de vijftiende. Deze opeenvolging van datums wordt echter in Exodus niet specifiek genoemd.” Hij schreef ook: „Rabbijnse literatuur (...) maakt er zelfs geen aanspraak op ons te vertellen hoe de seider [het paschamaal] gevierd werd voor de vernietiging van de Tempel” in het jaar 70 (cursivering van ons).

11. (a) Wat moest Jezus allemaal meemaken op de dag van het Pascha in het jaar 33? (b) Waarom werd 15 Nisan in het jaar 33 een grote sabbat genoemd? (Zie voetnoot.)

11 Op welke dag werd het Pascha in het jaar 33 dan gevierd? Christus zei op de dag voor het Pascha, 13 Nisan, tegen Petrus en Johannes: „Gaat het Pascha voor ons gereedmaken, zodat wij het kunnen eten” (Luk. 22:7, 8). ’Ten slotte was het uur gekomen’ voor het paschamaal, na zonsondergang op 14 Nisan, op een donderdagavond. Jezus at het paschamaal met zijn apostelen en stelde daarna het Avondmaal in (Luk. 22:14, 15). Die nacht werd hij gearresteerd en berecht. Rond twaalf uur ’s middags op 14 Nisan werd hij aan een paal gehangen en later die middag stierf hij (Joh. 19:14). „Christus, ons Pascha,” werd dus op dezelfde dag geslacht als het paschalam (1 Kor. 5:7; 11:23; Matth. 26:2). Tegen het eind van de Joodse dag werd Jezus begraven, vóór het begin van 15 Nisan * (Lev. 23:5-7; Luk. 23:54).

EEN BETEKENISVOLLE HERDENKING

12, 13. Hoe werden Joodse kinderen betrokken bij de viering van het Pascha?

12 Denk nog eens terug aan het eerste Pascha in Egypte. Mozes zei dat Gods volk het in de toekomst moest blijven  vieren; het was een voorschrift „tot onbepaalde tijd”. Bij die jaarlijkse herdenking zouden kinderen hun ouders vragen wat de betekenis van die viering was (lees Exodus 12:24-27; Deut. 6:20-23). Het Pascha zou op die manier zelfs voor de kinderen ’ter gedachtenis dienen’ (Ex. 12:14).

13 Van generatie op generatie zouden belangrijke lessen benadrukt en doorverteld worden. Eén les was dat Jehovah zijn aanbidders kan beschermen. De kinderen leerden dat hij geen vage, abstracte god is. Jehovah is een reële, levende God die zich interesseert voor zijn volk en voor ze opkomt. Dat bewees hij toen hij de eerstgeborenen van de Israëlieten in leven hield tijdens de tiende plaag in Egypte.

14. Welke les kunnen christelijke ouders hun kinderen over het Pascha leren?

14 Christelijke ouders vertellen niet elk jaar aan hun kinderen wat de betekenis is van het Pascha. Maar leer je je kinderen wel dezelfde les, namelijk dat God zijn volk beschermt? Breng je aan ze over dat je ervan overtuigd bent dat Jehovah zijn volk nog steeds beschermt? (Ps. 27:11; Jes. 12:2) En probeer je dat in een ontspannen gesprek te doen in plaats van in een zakelijke uiteenzetting? Als je je best doet om die boodschap over te brengen, zal je gezin geestelijk groeien.

Welke lessen wil je je kinderen leren als je het Pascha met ze bespreekt? (Zie paragraaf 14)

15, 16. Welke les over Jehovah kunnen we overbrengen met het verslag over het Pascha en Exodus 12-15?

15 Dat Jehovah zijn volk kan beschermen is niet de enige les die we kunnen leren van het Pascha. Hij zorgde ook voor bevrijding, namelijk door ze ’uit Egypte te leiden’. Bedenk eens wat dat inhield. Ze werden geleid door een wolkkolom en een vuurzuil. Ze liepen op de zeebodem terwijl het water van de Rode Zee links en rechts boven hen uittorende. Toen ze eenmaal veilig aan de overkant waren, zagen ze dat het water boven op het Egyptische leger stortte. Na deze bevrijding zongen de Israëlieten: „Laat mij zingen voor Jehovah (...) Het paard en zijn berijder heeft hij in de zee gestort. Mijn sterkte en mijn macht is Jah, want hij dient mij tot redding” (Ex. 13:14, 21, 22; 15:1, 2; Ps. 136:11-15).

16 Als je kinderen hebt, help je ze dan op Jehovah te vertrouwen als een God die zijn volk zal bevrijden? Kunnen ze aan je gesprekken en beslissingen merken dat je daarvan overtuigd bent? Je kunt tijdens je gezinsaanbidding bespreken wat er in Exodus 12-15 staat en benadrukken hoe Jehovah zijn volk bevrijdde. Je kunt dat ook laten zien door Handelingen 7:30-36 of Daniël 3:16-18, 26-28 te bespreken. Jong en oud moet ervan overtuigd zijn dat Jehovah niet alleen in het verleden een Bevrijder was. Net zoals hij zijn volk in Mozes’ tijd bevrijdde, zo zal hij ons in de toekomst bevrijden. (Lees 1 Thessalonicenzen 1:9, 10.)

 WAT WIJ HERDENKEN

17, 18. Wat kunnen we leren van het gebruik van bloed bij het eerste Pascha?

17 Ware christenen vieren het Joodse Pascha niet. Die herdenking maakte deel uit van de Wet van Mozes, en wij staan niet onder de Wet (Rom. 10:4; Kol. 2:13-16). In plaats daarvan vinden we een andere gebeurtenis heel belangrijk: de dood van Gods Zoon. Toch kunnen we veel leren van bepaalde kenmerken van de paschaviering die in Egypte werd ingesteld.

18 Het bloed van het lam dat op de deurposten en bovendorpel gespat moest worden, was levensreddend. In deze tijd brengen we geen dierenoffers aan God, ook niet op de dag van het Pascha. Maar er is een offer dat beter is omdat het eeuwig leven mogelijk maakt. Paulus legde uit dat door Jezus’ bloed, „het bloed der besprenkeling”, gezalfde christenen voor eeuwig in de hemel kunnen leven. Zij zijn „de gemeente van de eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen” (Hebr. 12:23, 24). Christenen die de hoop hebben eeuwig op aarde te leven zijn voor redding afhankelijk van datzelfde bloed. Ze moeten deze verzekering goed in gedachte houden: „Door bemiddeling van hem hebben wij de verlossing door losprijs door middel van diens bloed, ja, de vergeving van onze overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van zijn onverdiende goedheid” (Ef. 1:7).

19. Welke overeenkomst tussen het paschalam en Jezus kan ons vertrouwen in Bijbelprofetieën versterken?

19 Toen het lam geslacht werd voor het paschamaal, mochten de Israëlieten zijn botten niet breken (Ex. 12:46; Num. 9:11, 12). Hoe zit het met „het Lam Gods”, dat zijn leven als losprijs gaf? (Joh. 1:29) Hij werd aan een paal gehangen met een misdadiger links en rechts van hem. De Joden vroegen Pilatus om de botten van de mannen aan de paal te laten breken. Daardoor zou hun dood versneld worden zodat ze 15 Nisan, een grote sabbat, niet meer aan de paal zouden hangen. Soldaten braken de benen van de twee misdadigers. „Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat hij reeds dood was, braken zij zijn benen niet” (Joh. 19:31-34). Net als bij het paschalam werden Jezus’ botten dus niet gebroken. Daarom was dat lam „een schaduw” van wat er op 14 Nisan in het jaar 33 zou gebeuren (Hebr. 10:1). Bovendien was dit een vervulling van Psalm 34:20. Dit versterkt ons vertrouwen in Bijbelprofetieën.

20. Wat is een opvallend verschil tussen het Pascha en het Avondmaal des Heren?

20 Maar er zijn ook verschillen tussen het Pascha en het Avondmaal. Die verschillen laten zien dat het Pascha dat de Joden moesten vieren geen afschaduwing was van wat Christus’ volgelingen moesten doen om zijn dood te herdenken. In Egypte aten de Israëlieten het vlees van het lam, maar het bloed dronken ze niet. Dat verschilt van wat Jezus zijn discipelen opdroeg. Hij zei dat degenen die „in het koninkrijk Gods” zouden regeren het brood moesten eten en de wijn moesten drinken als symbolen van zijn vlees en bloed. In het volgende artikel gaan we daar dieper op in (Mark. 14:22-25).

21. Waarom is het nuttig om de betekenis van het Pascha te kennen?

21 Het Pascha is een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van Gods volk, en we kunnen er veel interessante dingen van leren. Dus hoewel het Pascha niet voor christenen maar voor Joden ’ter gedachtenis moest dienen’, zouden wij als christenen er bekend mee moeten zijn en de mooie lessen erover ter harte moeten nemen omdat ’de gehele Schrift door God is geïnspireerd’ (2 Tim. 3:16).

^ par. 5 Voor het gemak zullen we de eerste maand van de Joodse kalender met Nisan aanduiden, hoewel die naam pas na de ballingschap in gebruik raakte.

^ par. 11 Vijftien Nisan was de eerste dag van het Feest van de Ongezuurde Broden en was altijd een sabbat. Maar in het jaar 33 viel die dag samen met een wekelijkse sabbat (zaterdag). Omdat de twee sabbatten op dezelfde dag vielen, was het „een grote” sabbat. (Lees Johannes 19:31, 42.)