Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) NOVEMBER 2013

Zeven herders, acht hertogen: Wat ze voor ons betekenen

Zeven herders, acht hertogen: Wat ze voor ons betekenen

„Wij [zullen] zeven herders tegen hem moeten verwekken, ja, acht hertogen uit de mensheid.” — MICHA 5:5.

1. Waarom was het plan van de koningen van Israël en Syrië tot mislukking gedoemd?

ERGENS tussen 762 en 759 v.Chr. verklaarden de koning van Israël en de koning van Syrië de oorlog aan het koninkrijk Juda. Hun doel? Jeruzalem binnenvallen, koning Achaz afzetten en een ander op de troon zetten, misschien iemand die niet van koning David afstamde (Jes. 7:5, 6). Maar de koning van Israël had beter moeten weten. Jehovah had bepaald dat er altijd een afstammeling van David op Zijn troon zou zitten, en Zijn woord komt altijd uit (Joz. 23:14; 2 Sam. 7:16).

2-4. Leg uit hoe Jesaja 7:14, 16 in vervulling ging in (a) de achtste eeuw v.Chr. (b) de eerste eeuw.

2 In het begin leek het of Syrië en Israël de oorlog zouden winnen. Alleen al in één gevecht verloor Achaz 120.000 dappere soldaten! Ook werd Maäseja, „de zoon van de koning”, gedood (2 Kron. 28:6, 7). Maar Jehovah keek toe. Hij was zijn belofte aan David niet vergeten; daarom zond hij de profeet Jesaja met een heel aanmoedigende boodschap.

3 Jesaja zei: „Ziet! Het meisje zelf zal werkelijk zwanger worden, en zij baart een zoon, en zij zal hem stellig de naam Immanuël geven. (...) Voordat de jongen het slechte zal weten te verwerpen en het goede te kiezen, zal de grond van de twee koningen [Syrië en Israël] voor wie gij een ziekmakende angst gevoelt, volkomen verlaten zijn” (Jes. 7:14, 16). Het eerste deel van die profetie wordt vaak, terecht, toegepast op de geboorte van de Messias (Matth. 1:23). Maar omdat de „twee koningen” (de koningen van Syrië en Israël) in de eerste eeuw geen bedreiging meer vormden voor Juda, moet de profetie over Immanuël een eerste vervulling hebben gehad in Jesaja’s tijd.

 4 Kort na die bijzondere aankondiging van Jesaja werd zijn vrouw zwanger. Ze kregen een zoon die ze Maher-Schalal-Chaz-Baz noemden. Het is mogelijk dat dit kind de Immanuël was over wie Jesaja sprak. * In Bijbelse tijden kon een kind bij de geboorte een bepaalde naam krijgen (misschien als herinnering aan een speciale gebeurtenis), maar door zijn ouders en familie met een andere naam aangesproken worden (2 Sam. 12:24, 25). Er is geen bewijs dat Jezus ooit met de naam Immanuël is aangesproken. (Lees Jesaja 7:14; 8:3, 4.)

5. Welke domme beslissing nam koning Achaz?

5 Behalve Israël en Syrië was er nog een volk dat het vizier op het gebied van Juda gericht had. Het was de opkomende, militaristische wereldmacht Assyrië. Volgens Jesaja 8:3, 4 zou Assyrië „het vermogen van Damaskus” en „de buit van Samaria” wegdragen voordat het Juda aanviel. De ontrouwe Achaz stelde geen vertrouwen in Gods woord via Jesaja, maar sloot een overeenkomst met de Assyriërs. Dit leidde er uiteindelijk toe dat Juda door hen onderdrukt werd (2 Kon. 16:7-10). Wat was Achaz een teleurstellende herder van Juda! We kunnen ons afvragen: vertrouw ik bij belangrijke beslissingen op God of op mensen? — Spr. 3:5, 6.

EEN NIEUWE HERDER MET EEN ANDERE AANPAK

6. Wat was het verschil tussen Achaz en Hizkia?

6 Achaz stierf in 746 v.Chr. en liet zijn zoon Hizkia een materieel en geestelijk verarmd koninkrijk na. Wat zou de jonge koning na zijn troonsbestijging als eerste doen? De noodlijdende economie van Juda uit het slop trekken? Nee. Hizkia was een geestelijk ingesteld man, een waardige herder van zijn nationale kudde. Het eerste wat hij deed was de ware aanbidding en de verstoorde verhouding tussen het koppige volk en Jehovah herstellen. Toen hij begreep wat God van hem verlangde, kwam hij resoluut in actie. Wat een mooi voorbeeld voor ons! — 2 Kron. 29:1-19.

7. Waarom was het belangrijk dat de levieten verzekerd werden van de steun van de nieuwe koning?

7 De levieten zouden een belangrijke rol spelen in het herstel van de ware aanbidding. Daarom kwam Hizkia met ze samen om ze te verzekeren van zijn steun. Stel je de trouwe levieten eens voor, met tranen in hun ogen van vreugde als ze op die vergadering hun koning horen verklaren: „Gíȷ́ zijt door Jehovah uitgekozen om voor zijn aangezicht te staan om hem te dienen” (2 Kron. 29:11). De levieten hadden inderdaad een duidelijke opdracht gekregen om het volk te helpen de ware God te aanbidden.

8. Wat heeft Hizkia nog meer gedaan om het volk te helpen tot Jehovah terug te keren, en wat was het resultaat?

8 Hizkia nodigde heel Juda en Israël uit voor een groot paschafeest, gevolgd door het zevendaagse Feest van de Ongezuurde Broden. Het volk genoot er zo van dat er nog eens zeven dagen aan vastgeplakt werden. De Bijbel zegt: „Er ontstond groot vreugdebetoon in Jeruzalem, want sinds de dagen van Salomo, de zoon van David, de koning van Israël, was er iets dergelijks in Jeruzalem niet geweest” (2 Kron. 30:25, 26). Wat een stimulans moet dat feest voor iedereen zijn geweest! In 2 Kronieken 31:1 lezen we wat ze daarna deden: „Vervolgens  braken zij de heilige zuilen aan stukken en hakten de heilige palen om en slechtten de hoge plaatsen en de altaren.” Op die indrukwekkende manier begon Juda tot Jehovah terug te keren. Die geestelijke reiniging zou van groot belang zijn voor wat er stond te gebeuren.

DE KONING BEREIDT ZICH OP PROBLEMEN VOOR

9. (a) Hoe werden de plannen van Israël verijdeld? (b) Welke successen had Sanherib aanvankelijk in Juda?

9 In overeenstemming met Jesaja’s woorden veroverden de Assyriërs het noordelijke rijk Israël en deporteerden ze de inwoners. Daarmee werden Israëls plannen om iemand anders op Davids troon te zetten verijdeld. Maar nu richtte Assyrië zich op Juda. „In het veertiende jaar van koning Hizkia trok Sanherib, de koning van Assyrië, op tegen alle versterkte steden van Juda en veroverde ze vervolgens.” Naar verluidt veroverde Sanherib in totaal 46 steden van Juda. Stel je eens voor hoe het geweest moet zijn om in die tijd in Jeruzalem te wonen. De ene na de andere stad in Juda viel voor het oprukkende leger van Assyrië (2 Kon. 18:13).

10. Waarom is Micha’s profetie ongetwijfeld een aanmoediging geweest voor Hizkia?

10 Hoewel Hizkia het gevaar zag aankomen, zocht hij niet in paniek hulp bij een heidens volk, zoals zijn afvallige vader, Achaz, had gedaan. In plaats daarvan vertrouwde hij op Jehovah (2 Kron. 28:20, 21). Hij wist misschien wat zijn tijdgenoot, de profeet Micha, over Assyrië had voorzegd: „Wat de Assyriër aangaat (...) wij [zullen] zeven herders tegen hem moeten verwekken, ja, acht hertogen uit de mensheid. En zij zullen werkelijk het land Assyrië weiden met het zwaard” (Micha 5:5, 6). Die geïnspireerde woorden zijn vast een aanmoediging geweest voor Hizkia, want ze laten zien dat Jehovah een heel ongewoon leger zou gebruiken om de Assyriërs te verslaan.

11. Wanneer zou de belangrijkste vervulling zijn van de profetie over zeven herders en acht hertogen?

11 De belangrijkste vervulling van de profetie over zeven herders en acht hertogen („vorsten”, De Nieuwe Bijbelvertaling) moest plaatsvinden na de geboorte van Jezus, de ’heerser in Israël, wiens  oorsprong is uit oude tijden’. (Lees Micha 5:1, 2.) Dit zou gebeuren als het bestaan van Jehovah’s volk bedreigd zou worden door een hedendaagse „Assyriër”. Wat voor leger gaat Jehovah gebruiken om onder aanvoering van zijn Zoon die angstaanjagende vijand te verslaan? Laten we voordat we die vraag bespreken eens kijken wat we kunnen leren van Hizkia’s reactie op de Assyrische dreiging.

HIZKIA’S VERSTANDIGE AANPAK

12. Wat deden Hizkia en degenen die bij hem waren om Gods volk te beschermen?

12 Jehovah is altijd bereid om ons te hulp te komen bij problemen, maar hij verwacht wel dat we zelf doen wat we kunnen. Hizkia raadpleegde „zijn vorsten en zijn sterke mannen”, en samen besloten ze „de wateren van de bronnen die buiten de stad waren dicht te stoppen (...) Voorts vatte hij [Hizkia] moed en bouwde de gehele neergehaalde muur op en liet er torens op verrijzen en bouwde daarbuiten nog een andere muur (...) en maakte werpsperen in overvloed en schilden” (2 Kron. 32:3-5). Om Zijn volk te beschermen en te weiden gebruikte Jehovah in die tijd een aantal dappere mannen: Hizkia, zijn vorsten en de geestelijk sterke profeten.

13. Wat was het belangrijkste wat Hizkia deed om het volk voor te bereiden op de komende aanval?

13 Wat Hizkia vervolgens deed was zelfs nog belangrijker dan de bronnen dichtstoppen of de stadsmuren versterken. Als een zorgzame herder riep hij het volk bijeen en spoorde hij ze aan door te zeggen: „Weest niet bevreesd, noch verschrikt wegens de koning van Assyrië (...) want met ons zijn er meer dan met hem. Met hem is een arm van vlees, maar met ons is Jehovah, onze God, om ons te helpen en onze oorlogen te voeren.” Wat geloofversterkend: Jehovah zou voor zijn volk strijden! Toen het volk dit hoorde, „steunde [het] op de woorden van Hizkia, de koning van Juda”. Merk op dat het volk zich gesterkt voelde door „de woorden van Hizkia”. Hij en zijn vorsten en sterke mannen, en ook de profeten Micha en Jesaja, lieten zien dat ze goede herders waren, precies zoals Jehovah via zijn profeet had voorzegd (2 Kron. 32:7, 8; lees Micha 5:5, 6).

Het volk voelde zich gesterkt door Hizkia’s woorden (Zie paragraaf 12, 13)

14. Welke rol speelde Rabsaké, en hoe reageerde het volk?

14 De koning van Assyrië legerde zich in Lachis, ten zuidwesten van Jeruzalem. Vandaaruit stuurde hij drie afgezanten naar de stad met het bevel tot overgave. Zijn woordvoerder, met de officiële titel Rabsaké, gebruikte verschillende tactieken. Hij sprak het volk aan in hun eigen taal en probeerde ze over te halen niet naar hun koning te luisteren en zich aan de Assyriërs te onderwerpen. Hij loog ze voor dat hij ze naar een land zou brengen waar ze een comfortabel leven konden leiden. (Lees 2 Koningen 18:31, 32.) Daarna beweerde Rabsaké dat Jehovah de Joden niet tegen de Assyriërs zou kunnen beschermen, net zoals het de goden van andere volken niet was gelukt hun aanbidders te redden. Het volk was zo verstandig niet in te gaan op die lasterlijke propaganda. In deze tijd volgen Jehovah’s aanbidders vaak hun voorbeeld. (Lees 2 Koningen 18:35, 36.)

15. Wat moesten de inwoners van Jeruzalem doen, en hoe redde Jehovah de stad?

15 Hoewel Hizkia natuurlijk erg bezorgd was, zocht hij geen hulp bij een ander volk. In plaats daarvan liet hij de profeet Jesaja halen. Jesaja zei tegen Hizkia: „Hij [Sanherib] zal deze stad niet binnenkomen en er geen pijl in schieten” (2 Kon. 19:32). Het enige wat de inwoners  van Jeruzalem moesten doen, was moedig standhouden. Jehovah zou voor ze strijden. En dat deed hij! „Het gebeurde nu in die nacht, dat de engel van Jehovah voorts uittrok en in de legerplaats van de Assyriërs honderd vijfentachtig duizend man neersloeg” (2 Kon. 19:35). Juda werd niet gered door het dichtstoppen van de bronnen of het versterken van de muren maar door tussenkomst van Jehovah.

LESSEN VOOR DEZE TIJD

16. Wie in deze tijd worden afgebeeld door (a) Jeruzalems inwoners (b) „de Assyriër” (c) de zeven herders en acht hertogen?

16 De belangrijkste vervulling van de profetie over zeven herders en acht hertogen is in onze tijd. De inwoners van Jeruzalem werden aangevallen door de Assyriërs. In de nabije toekomst zal Jehovah’s ogenschijnlijk kwetsbare volk aangevallen worden door de hedendaagse „Assyriër”, die ze zal proberen weg te vagen. De Bijbel noemt behalve die aanval ook de aanval van ’Gog van Magog’, de aanval van „de koning van het noorden” en de aanval van „de koningen der aarde” (Ezech. 38:2, 10-13; Dan. 11:40, 44, 45; Openb. 17:14; 19:19). Zijn dit verschillende aanvallen? Dat hoeft niet zo te zijn. Het kan zijn dat de Bijbel verschillende benamingen gebruikt voor dezelfde aanval. Welk ’geheime wapen’ zou Jehovah volgens Micha’s profetie gebruiken tegen die meedogenloze vijand, „de Assyriër”? Een die je niet zou verwachten: ’zeven herders, ja, acht hertogen’! (Micha 5:5) De herders en hertogen (of „vorsten”, NBV) in dit onwaarschijnlijke leger zijn de gemeenteouderlingen (1 Petr. 5:2). Jehovah voorziet nu in een overvloed aan geestelijk ingestelde mannen om zijn kostbare schapen te weiden, om zijn volk te sterken voor de toekomstige aanval van de „Assyriër”. * Micha’s profetie zegt dat ze „het land Assyrië [zullen] weiden met het zwaard” (Micha 5:6). Tot de ’wapenen van hun oorlogvoering’ behoort „het zwaard van de geest”, Gods Woord (2 Kor. 10:4; Ef. 6:17).

17. Welke vier lessen kunnen de ouderlingen halen uit het verslag dat we hebben besproken?

17 Ouderlingen, jullie kunnen een aantal nuttige lessen halen uit het verslag dat we hebben besproken: (1) Het beste wat je kunt doen als voorbereiding op de komende aanval van „de Assyriër” is je geloof in God versterken en je broeders en zusters helpen hetzelfde te doen. (2) Wees er absoluut van overtuigd dat Jehovah ons zal redden als „de Assyriër” aanvalt. (3) De instructies die we dan van Jehovah’s organisatie krijgen, kunnen menselijk gezien vreemd of ongewoon lijken. We moeten allemaal bereid zijn om alle instructies die we krijgen op te volgen, of ze nu uit strategisch of menselijk oogpunt verstandig lijken of niet. (4) Voor iedereen die misschien vertrouwen stelt in werelds onderwijs, materiële dingen of menselijke instellingen, is het nu de tijd om zijn denken te veranderen. De ouderlingen moeten er klaar voor zijn om iedereen te helpen die misschien een zwak geloof heeft.

18. Welk voordeel heeft het over dit verslag na te denken?

18 Er komt een tijd dat Gods aanbidders net zo kwetsbaar lijken als de Joden die in Hizkia’s tijd in Jeruzalem opgesloten zaten. Laten we dan allemaal kracht putten uit Hizkia’s woorden. Vergeet niet: met onze vijanden „is een arm van vlees, maar met ons is Jehovah, onze God, om ons te helpen en onze oorlogen te voeren”! — 2 Kron. 32:8.

^ ¶4 Het Hebreeuwse woord dat in Jesaja 7:14 met „meisje” is vertaald, kan zowel op een getrouwde vrouw als op een maagd duiden. Dat woord kan dus op Jesaja’s vrouw en ook op de Joodse maagd Maria worden toegepast.

^ ¶16 Het getal zeven wordt in de Bijbel vaak gebruikt om volledigheid aan te duiden. Het getal acht (één meer dan zeven) duidt soms op overvloed.