Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) NOVEMBER 2013

 UIT ONS ARCHIEF

„Ik was net een schildpad”

„Ik was net een schildpad”

TIJDENS een bliksemcampagne van negen dagen in augustus/september 1929 waaierden meer dan tienduizend predikers over de Verenigde Staten uit. Ze verspreidden een kwart miljoen boeken en brochures. Onder die Koninkrijksverkondigers waren zo’n duizend colporteurs. Hun aantal was enorm toegenomen. Volgens het Bulletin * was het „bijna niet te geloven” dat het aantal pioniers van 1927 tot 1929 verdrievoudigd was.

Op 29 oktober 1929 (Zwarte Dinsdag) veroorzaakten kelderende koersen op de aandelenbeurs van New York een schokgolf die de wereldeconomie in de Grote Crisis stortte. Duizenden banken gingen over de kop. Boerenbedrijven kwamen stil te liggen. Grote fabrieken sloten hun deuren. Miljoenen mensen verloren hun baan. Op een bepaald moment in 1933 werd in de VS op wel duizend huizen per dag beslag gelegd.

Hoe konden volletijdpredikers tijdens die crisis het hoofd boven water houden? Bijvoorbeeld met een huis op wielen. Omdat voor een ’woonauto’ of caravan geen huur of belasting betaald hoefde te worden, konden veel pioniers daarmee hun dienst met minimale lasten voortzetten. * En als er congres was, diende zo’n huis op wielen als gratis hotelkamer. In het Bulletin van 1934 stonden gedetailleerde ontwerpen voor een compact maar gerieflijk onderkomen met faciliteiten als een watervoorziening, kooktoestel, opklapbed en isolatie tegen de kou.

Vindingrijke predikers wereldwijd begonnen hun eigen huis op wielen te bouwen. „Noach had geen ervaring als botenbouwer”, zei Victor Blackwell, „en ik had geen ervaring met het bouwen van een caravan.” Toch lukte het hem.

Een woonauto die in India tijdens de regentijd een rivier wordt overgezet

Avery en Lovenia Bristow hadden een woonauto. Avery zei: „Ik was net een schildpad: ik had altijd mijn huis bij me.” De familie Bristow pionierde met Harvey en Anne Conrow, die een caravan hadden met teerpapier op de wanden. Elke keer dat ze hun huis verplaatsten lieten er stukken papier los. Avery vertelde: „Zo’n caravan hadden mensen nog nooit gezien en zouden ze ook nooit meer zien!” Maar hij noemde de familie Conrow met hun twee zonen ook „het gelukkigste gezin ooit”. Harvey Conrow schreef: „We kwamen nooit iets tekort en we voelden ons veilig in Jehovah’s dienst en onder zijn liefdevolle zorg.” Het hele gezin ging later naar Gilead en kreeg een toewijzing als zendelingen in Peru.

Ook de familie Battaino pionierde samen. Toen Giusto en Vincenza te weten kwamen dat er een kind op komst was, bouwden ze een A-Ford uit 1929 om tot een huis dat in vergelijking met de tenten waarin ze daarvoor gewoond hadden „op  een goed hotel leek”. Samen met hun dochtertje bleven ze in de toewijzing waar ze zo van hielden: prediken tot Italianen in de VS.

Veel mensen luisterden naar het goede nieuws, maar armen en werklozen konden vaak geen geld geven voor de Bijbelse lectuur. In plaats daarvan gebruikten ze allerlei spullen als ruilmiddel. Twee pioniers maakten een lijst van 64 verschillende voorwerpen die ze van geïnteresseerden hadden gekregen. Die lijst leek wel „een inventaris van een plattelandswinkel”.

Fred Anderson ontmoette een boer die graag een serie boeken wilde hebben in ruil voor een bril die van zijn moeder was geweest. Bij de volgende boerderij had een man interesse in onze lectuur maar hij zei: „Ik heb geen bril om te lezen.” Met de bril van zijn buurman kon de man de boeken wel lezen, en hij gaf graag een bijdrage voor de boeken en de bril.

Herbert Abbott had een draagbaar kippenhok in zijn auto. Nadat hij drie of vier kippen had gekregen, nam hij ze mee naar de markt en verkocht ze zodat hij van dat geld kon tanken. „Of we weleens blut waren? Jazeker,” schreef hij, „maar dat hield ons niet tegen. Zolang we benzine in de tank hadden, gingen we door. We stelden ons vertrouwen in Jehovah.”

Vertrouwen in Jehovah en doorzettingsvermogen hielpen zijn volk door die moeilijke jaren heen. Tijdens een zware storm konden Maxwell en Emmy Lewis net op tijd uit hun caravan wegkomen voordat een boom hun caravan doorkliefde. „Die dingen waren geen obstakels,” schreef Maxwell, „maar gewoon incidenten, en de gedachte aan opgeven kwam niet eens bij ons op. Er moest veel werk gedaan worden, en dat waren we ook van plan te doen.” Vol goede moed en met de hulp van liefdevolle vrienden herbouwden Maxwell en Emmy hun huis op wielen.

In deze moeilijke tijd hebben miljoenen ijverige Getuigen van Jehovah net zo’n zelfopofferende instelling. Net als de pioniers van toen zijn we vastbesloten door te gaan met de prediking totdat Jehovah zegt dat het werk klaar is.

^ ¶3 Nu Onze Koninkrijksdienst.

^ ¶5 In die tijd deden de meeste pioniers geen werelds werk. Ze ontvingen lectuur tegen een gereduceerd tarief en gebruikten de bijdragen die ze ervoor kregen om hun kosten te dekken.