Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  oktober 2013

„Dient Jehovah als slaven”

„Dient Jehovah als slaven”

„Doet uw werk niet traag. (...) Dient Jehovah als slaven.” — ROMEINEN 12:11.

1. Wat is de algemene kijk op slavernij, en wat is er anders aan de slavernij die in Romeinen 12:11 wordt genoemd?

HET woord slavernij doet de meeste mensen denken aan wrede overheersing, onderdrukking en onrechtvaardige behandeling. Maar een slaaf van God zijn is heel anders. Gods Woord spreekt over een slavernij waarbij het gaat om bereidwillige dienst voor een liefdevolle Meester. Toen Paulus de christenen in de eerste eeuw aanspoorde om ’Jehovah als slaven te dienen’, moedigde hij in feite aan tot heilige dienst gemotiveerd door liefde voor God (Rom. 12:11). Wat voor slavernij is dat? Hoe kunnen we vermijden dat we slaven worden van Satan en zijn wereld? En welke voordelen heeft het Jehovah trouw als slaaf te dienen?

’IK HEB MIJN MEESTER WERKELIJK LIEF’

2. (a) Waarom zou een Israëlitische slaaf ervoor kunnen kiezen zijn meester te blijven dienen? (b) Waarom is het interessant dat een bereidwillige slaaf zijn oor liet doorboren?

2 De Wet die God aan Israël gaf, maakt ons duidelijk wat er verwacht wordt van een slaaf van Jehovah. Een Hebreeuwse slaaf kreeg normaal gesproken in het zevende jaar van zijn dienst zijn vrijheid terug (Ex. 21:2). Maar voor een slaaf die echt van zijn meester hield en hem graag wilde blijven dienen, had Jehovah een bijzondere regeling. De meester moest zijn slaaf tot aan de deur of deurpost brengen en dan zijn oor met een priem doorboren (Ex. 21:5, 6). Het is interessant dat bij deze procedure het oor betrokken was. In het Hebreeuws houdt het woord voor gehoorzaamheid verband met horen of luisteren. Door zijn oor te laten doorboren liet een slaaf dus zien dat hij zijn meester gehoorzaam wilde blijven dienen. Dit helpt ons te begrijpen wat onze opdracht aan Jehovah inhoudt: bereidwillige gehoorzaamheid uit liefde voor God.

3. Wat is de basis voor onze opdracht aan God?

3 Voordat we ons lieten dopen, hebben we besloten  Jehovah te dienen, zijn slaaf te zijn. Onze opdracht kwam voort uit de wens hem gehoorzaam te zijn en zijn wil te doen. Niemand heeft ons daartoe gedwongen. Zelfs jongeren die zich laten dopen doen dat omdat ze zich persoonlijk aan Jehovah hebben opgedragen, niet alleen maar om hun ouders blij te maken. De basis voor onze opdracht is liefde voor onze hemelse Meester, Jehovah. „Dit betekent de liefde tot God,” schreef Johannes, „dat wij zijn geboden onderhouden” (1 Joh. 5:3).

VRIJ MAAR TOCH SLAVEN

4. Wat is ervoor nodig om „slaven van de rechtvaardigheid” te worden?

4 Wat zijn we Jehovah dankbaar dat we zijn slaven kunnen zijn! Ons geloof in het loskoopoffer van Christus maakt het mogelijk niet langer slaven van zonde te zijn. We zijn nog steeds onvolmaakt, maar we hebben ervoor gekozen Jehovah en Jezus als onze Meesters te gehoorzamen. Paulus legde dit duidelijk uit in een van zijn geïnspireerde brieven: „Beschouwt uzelf werkelijk als dood met betrekking tot de zonde, maar als levend met betrekking tot God door Christus Jezus.” Daarna waarschuwde hij: „Weet gij niet dat wanneer gij u als slaven aan iemand blijft aanbieden om hem te gehoorzamen, gij slaven van hem zijt omdat gij hem gehoorzaamt, hetzij van de zonde met de dood in het vooruitzicht of van de gehoorzaamheid met rechtvaardigheid in het vooruitzicht? Maar God zij gedankt dat gij slaven van de zonde waart, doch van harte gehoorzaam zijt geworden aan die vorm van leer waaraan gij werdt overgeleverd. Ja, daar gij vrijgemaakt werdt van de zonde, zijt gij slaven van de rechtvaardigheid geworden” (Rom. 6:11, 16-18). Merk op dat de apostel zegt dat we „van harte gehoorzaam” moeten zijn. Als we ons aan Jehovah opdragen, worden we dus „slaven van de rechtvaardigheid”.

5. Welke innerlijke strijd hebben we allemaal, en hoe komt dat?

5 Als opgedragen slaven van God moeten we tegen twee dingen vechten. Ten eerste is er het conflict waar Paulus mee worstelde: „Naar de innerlijke mens schep ik werkelijk behagen in de wet van God, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij in gevangenschap voert aan de wet der zonde, die in mijn leden is” (Rom. 7:22, 23). Ook wij hebben onvolmaaktheid geërfd. Daarom moeten we voortdurend vechten tegen onze vleselijke neigingen. Petrus gaf de dringende raad: „Weest als vrije mensen, en gebruikt toch uw vrijheid niet als een dekmantel voor slechtheid, maar als slaven van God” (1 Petr. 2:16).

6, 7. Hoe laat Satan deze wereld aantrekkelijk overkomen?

6 We moeten tegen nog iets vechten: deze wereld onder invloed van demonen. Satan, de heerser van de wereld, richt zijn pijlen op ons in een poging onze loyaliteit aan Jehovah en Jezus te breken. Hij wil ons tot slaaf maken door ons ertoe te verleiden toe te geven aan zijn slechte invloed. (Lees Efeziërs 6:11, 12.) Eén manier waarop hij dit doet is door de wereld aantrekkelijk te laten overkomen. Johannes waarschuwde: „Indien iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem; want alles wat in de wereld is — de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft — spruit niet voort uit de Vader, maar uit de wereld” (1 Joh. 2:15, 16).

7 In de wereld overheerst de hang naar materiële welvaart. Satan laat mensen geloven dat geld gelijkstaat aan geluk. Overal zijn megastores. Reclames promoten een leefstijl die gericht is op bezittingen en  pleziertjes. Reisbureaus bieden vakanties aan naar exotische bestemmingen, vaak in gezelschap van mensen met een wereldse kijk. Overal om ons heen is dus de boodschap: zorg dat je erop vooruitgaat — maar wel naar de normen van de wereld.

8, 9. Welk reële gevaar bestaat er?

8 In de eerste eeuw waarschuwde Petrus christenen voor personen in de gemeente die een wereldse kijk hadden gekregen: „Zij beschouwen een weelderig leven overdag als een lust. Vlekken en smetten zijn zij, die zich met onbeperkt genot aan hun bedrieglijke leringen overgeven, terwijl zij te zamen met u feestmaal houden. Want zij uiten opgeblazen woorden die geen nut afwerpen, en door de begeerten van het vlees en door losbandige gewoonten verlokken zij hen die nog maar net ontvlucht zijn aan degenen die in dwaling wandelen. Terwijl zij hun vrijheid beloven, zijn zij zelf slaven van het verderf. Want al wie door een ander wordt overwonnen, wordt door hem tot slaaf gemaakt” (2 Petr. 2:13, 18, 19).

9 Toegeven aan „de begeerte der ogen” maakt iemand niet vrij. In plaats daarvan wordt hij een slaaf van de onzichtbare heerser van deze wereld, Satan de Duivel (1 Joh. 5:19). Er is een heel reëel gevaar dat we slaven worden van het materialisme, en het is moeilijk ons daarvan los te maken.

EEN CARRIÈRE DIE GELUKKIG MAAKT

10, 11. (a) Wie zijn in deze tijd een speciaal doelwit van Satan? (b) Hoe kunnen de opleidingen van deze wereld het jongeren moeilijk maken?

10 Satan richt zich op onervaren mensen; dat deed hij al in Eden. Hij heeft het vooral gemunt op jongeren. Hij is niet blij als een jongere, of wie maar ook, besluit Jehovah als slaaf te dienen. Gods vijand wil dat niemand die zijn leven aan Jehovah heeft opgedragen trouw en toegewijd blijft.

11 Denk nog eens aan het voorbeeld van de slaaf die zijn oor liet doorboren. Dat moet pijnlijk zijn geweest, maar die pijn duurde niet lang. En wat achterbleef was een permanent teken van zijn dienstbaarheid. Zo kan het voor een jongere ook moeilijk, zelfs pijnlijk, zijn om in het leven andere keuzes te maken dan zijn leeftijdgenoten. Satan promoot het idee dat een carrière in zijn wereld gelukkig maakt, maar christenen moeten in gedachte houden dat het gelukkig maakt aan je geestelijke behoeften te voldoen. „Gelukkig zijn zij die zich bewust zijn van hun geestelijke nood”, leerde Jezus (Matth. 5:3). Opgedragen  christenen leven voor Gods wil, niet die van Satan. Hun lust is in de wet van Jehovah, en ze mediteren er dag en nacht over. (Lees Psalm 1:1-3.) Maar veel opleidingen tegenwoordig slokken zo veel tijd op dat er voor een aanbidder van Jehovah maar weinig ruimte overblijft om te mediteren en aandacht te schenken aan zijn geestelijke behoeften.

12. Voor welke keus staan veel jongeren?

12 Een wereldse meester kan een christelijke slaaf het leven zuur maken. In zijn eerste brief aan de Korinthiërs schreef Paulus: „Werdt gij als slaaf geroepen? Laat het u geen zorgen baren; maar indien gij ook vrij kunt worden, grijp dan liever de gelegenheid aan” (1 Kor. 7:21). Vrijheid had de voorkeur boven slavernij. Tegenwoordig ben je in veel landen tot een bepaalde leeftijd leerplichtig. Daarna sta je voor een keus. Als je ervoor kiest door te leren om carrière te maken in deze wereld, beperkt dat je vrijheid om naar de volletijddienst te streven. (Lees 1 Korinthiërs 7:23.)

Welke meester zul je dienen?

HOGER ONDERWIJS OF HET HOOGSTE ONDERWIJS?

13. Aan wat voor onderwijs hebben aanbidders van Jehovah het meest?

13 Paulus waarschuwde de christenen in Kolosse: „Past op: misschien zal iemand u als zijn prooi wegdragen door middel van de filosofie en door ijdel bedrog overeenkomstig de overlevering van mensen, overeenkomstig de elementaire dingen van de wereld en niet overeenkomstig Christus” (Kol. 2:8). ’De filosofie en het ijdele bedrog overeenkomstig de overlevering van mensen’ is terug te vinden in de wereldse manier van denken die veel intellectuelen uitdragen. Hoger onderwijs brengt studenten wel academische vaardigheden bij maar vaak weinig of geen praktische vaardigheden, waardoor ze misschien niet voorbereid zijn op de realiteit van het leven. Maar aanbidders van Jehovah kiezen voor onderwijs dat ze helpt vaardigheden te ontwikkelen die ze nodig hebben voor een eenvoudig leven in Jehovah’s dienst. Ze nemen de raad serieus die Paulus aan Timotheüs gaf: „Ze is ongetwijfeld een middel tot groot gewin, deze godvruchtige toewijding gepaard aan het genoegen nemen met wat men heeft. Wanneer wij daarom voedsel, kleding en onderdak hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn” (1 Tim. 6:6, 8). Ware christenen streven niet naar een diploma aan de muur of een titel voor hun naam, maar naar de „aanbevelingsbrieven” die ze krijgen door zo veel mogelijk te doen in de velddienst. (Lees 2 Korinthiërs 3:1-3.)

14. Hoe bezag Paulus volgens Filippenzen 3:8 zijn voorrecht om God en Christus als slaaf te dienen?

 14 Sta eens stil bij het voorbeeld van Paulus. Hij was opgeleid aan de voeten van Gamaliël, een Joodse leraar van de Wet. De opleiding die hij kreeg, is vergelijkbaar met een universitaire opleiding van nu. Maar hoe bezag Paulus dat alles als hij het vergeleek met zijn voorrecht God en Christus als slaaf te dienen? Hij schreef: „Ik beschouw alle dingen (...) als verlies wegens de uitnemende waarde van de kennis van Christus Jezus, mijn Heer. Om zijnentwil heb ik het verlies van alle dingen aanvaard en ik beschouw ze als een hoop vuil, opdat ik Christus moge winnen” (Fil. 3:8). Die kijk kan jonge christenen en hun ouders helpen een verstandige keus te maken als het om onderwijs gaat. (Zie plaatjes.)

PROFITEER VAN HET HOOGSTE ONDERWIJS

15, 16. Wat voor onderwijs biedt Jehovah’s organisatie, en wat staat daarin centraal?

15 Welke geest heerst er in veel instellingen voor hoger onderwijs? Soms kunnen ze een bron van politieke en sociale onrust zijn (Ef. 2:2). In tegenstelling daarmee biedt Jehovah’s organisatie de hoogste vorm van onderwijs in de vredige omgeving van de christelijke gemeente. We kunnen allemaal ons voordeel doen met de wekelijkse theocratische bedieningsschool. En er zijn speciale cursussen voor vrijgezelle broeders die pionieren (Bijbelschool voor Ongehuwde Broeders) en pionierende echtparen (Bijbelschool voor Echtparen). Zulk theocratisch onderwijs helpt ons gehoorzaam te zijn aan Jehovah, onze hemelse Meester.

16 We kunnen naar kostbare geestelijke schatten graven via de Index van Wachttoren-publicaties of de Watchtower Library. Bij onze Bijbelse opleiding staat de aanbidding van Jehovah centraal. We leren hoe we mensen kunnen helpen met God verzoend te worden (2 Kor. 5:20). En dat helpt hen dan weer om anderen te onderwijzen (2 Tim. 2:2).

DE BELONING VAN DE SLAAF

17. Wat zijn de zegeningen van het hoogste onderwijs?

17 In Jezus’ gelijkenis van de talenten werden de twee getrouwe slaven geprezen voor hun werk. Ze deelden in de vreugde van hun meester en kregen meer werk toevertrouwd. (Lees Mattheüs 25:21, 23.) Het leidt tot vreugde en voldoening als we in deze tijd voor het hoogste onderwijs kiezen. Neem het voorbeeld van Michael. Hij deed het zo goed op school dat zijn leraren hem uitnodigden om te praten over de mogelijkheden om naar een universiteit te gaan. Tot hun verbazing koos Michael in plaats daarvan voor een korte beroepsopleiding die het mogelijk maakte zichzelf te onderhouden en tegelijk te pionieren. Heeft hij het gevoel dat hij iets is misgelopen? „De theocratische opleiding die ik heb gekregen als pionier — en ook als ouderling in de gemeente — is onbetaalbaar”, vertelt hij. „De zegeningen en voorrechten die ik heb, zijn me veel meer waard dan al het geld dat ik misschien had kunnen verdienen. Ik ben heel blij dat ik niet voor hoger onderwijs heb gekozen.”

18. Wat motiveert je om voor het hoogste onderwijs te kiezen?

18 Het hoogste onderwijs leert ons Gods wil en helpt ons Jehovah als slaven te dienen. Het geeft ons het vooruitzicht ’vrijgemaakt te worden van de slavernij des verderfs’ en uiteindelijk „de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods” te krijgen (Rom. 8:21). En bovenal leren we hoe we het best kunnen laten zien dat we echt van onze hemelse Meester, Jehovah, houden (Ex. 21:5).