Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  september 2013

Vragen van lezers

Vragen van lezers

Waarom liet Jezus vóór de opstanding van Lazarus zijn tranen de vrije loop, zoals in Johannes 11:35 staat?

Als een dierbare overlijdt, is het normaal dat we huilen omdat we hem zullen missen. Hoewel Jezus Lazarus liefhad, liet hij zijn tranen niet de vrije loop omdat Lazarus gestorven was. Hij huilde uit medegevoel met de nabestaanden, zoals uit de context van Johannes’ verslag blijkt (Joh. 11:36).

Toen Jezus hoorde dat Lazarus ziek was, ging hij er niet meteen naartoe om hem te genezen. Het verslag zegt: „Toen [Jezus] echter hoorde dat [Lazarus] ziek was, bleef hij vervolgens toch nog twee dagen op de plaats waar hij was” (Joh. 11:6). Waarom wachtte Jezus? Hij had daar een bedoeling mee. Hij zei: „Deze ziekte heeft niet de dood ten doel, maar is tot de heerlijkheid van God, opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt moge worden” (Joh. 11:4). De dood was niet het „doel” of eindresultaat van Lazarus’ ziekte. Jezus was van plan Lazarus’ dood „tot de heerlijkheid van God” te gebruiken. Hoe? Hij stond op het punt een spectaculair wonder te doen door zijn geliefde vriend uit de dood op te wekken.

Toen Jezus bij deze gelegenheid een gesprek had met zijn discipelen, vergeleek hij de dood met een slaap. Daarom zei hij tegen ze dat hij erheen zou gaan „om [Lazarus] uit de slaap te wekken” (Joh. 11:11). Zoals een ouder zijn kind wakker maakt, zo zou het voor Jezus zijn om Lazarus uit de dood op te wekken. Er was voor hem dus geen reden om verdrietig te zijn over Lazarus’ dood op zich.

Waarom huilde Jezus dan? Opnieuw geeft de context het antwoord. Toen Jezus zag dat Maria, de zus van Lazarus, en anderen huilden, „zuchtte hij in de geest en werd verontrust”. Het zien van hun verdriet deed hem zo veel pijn dat hij ’zuchtte in de geest’. Daarom liet Jezus „zijn tranen de vrije loop”. Het deed Jezus veel verdriet zijn vrienden zo bedroefd te zien (Joh. 11:33, 35).

Dit verslag laat zien dat Jezus de macht heeft om onze dierbaren weer levend en gezond te maken in de komende nieuwe wereld. Het laat ook zien dat Jezus medegevoel heeft met degenen die dierbaren in de dood hebben verloren. We kunnen er verder uit leren dat ook wij medegevoel moeten hebben met personen die rouwen omdat ze dierbaren in de dood hebben verloren.

Jezus wist dat hij Lazarus een opstanding zou geven. Toch liet hij uit diepe liefde voor zijn vrienden en uit medegevoel zijn tranen de vrije loop. Op dezelfde manier moet medegevoel ons ertoe aanzetten ’te wenen met mensen die wenen’ (Rom. 12:15). Als je uiting geeft aan zulk verdriet wil dat niet zeggen dat je te weinig geloof hebt in de opstandingshoop. Het is daarom heel passend dat Jezus een voorbeeld heeft gegeven in het tonen van medelijden met nabestaanden door oprecht te huilen ook al stond hij op het punt Lazarus op te wekken.