Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) AUGUSTUS 2013

Vragen van lezers

Vragen van lezers

Is het gepast als christelijke ouders tijdens vergaderingen bij hun uitgesloten kind zitten?

We hoeven ons niet te veel zorgen te maken over waar een uitgesloten persoon in de Koninkrijkszaal zit. Dit tijdschrift heeft veel moeite gedaan om ouders aan te moedigen hun uitgesloten kind dat nog thuis woont geestelijk te helpen als het gepast lijkt. Zoals in De Wachttoren van 15 november 1988 op bladzijde 19 en 20 staat, mogen ouders zelfs de Bijbel bestuderen met een uitgesloten minderjarige die nog thuis woont. Hopelijk krijgt het kind zo de aanmoediging die hij nodig heeft om zijn gedrag te veranderen. *

Als het gaat om zitplaatsen in de Koninkrijkszaal, is het redelijk dat een uitgesloten minderjarige rustig bij zijn ouders zit. Omdat het geen vereiste is dat een uitgeslotene achter in de zaal zit, is er niets op tegen als een uitgesloten kind bij zijn ouders zit, waar dan ook in de zaal. Ouders zorgen in geestelijk opzicht voor hun kind en willen hem helpen zo veel mogelijk voordeel van de vergaderingen te hebben. Daarom kan het nuttig zijn als het kind bij zijn ouders zit in plaats dat hij zonder toezicht wordt gelaten.

Maar wat als een uitgesloten kind niet meer bij zijn ouders woont? Verandert dat de situatie? In het verleden heeft dit tijdschrift duidelijk gezegd hoe een christen zich moet opstellen als het gaat om omgang met een uitgesloten familielid dat niet thuis woont. * Maar als een uitgeslotene tijdens de vergadering rustig naast zijn familieleden zit, is dat een heel andere situatie dan wanneer familieleden onnodig omgang met hem zoeken. Als de getrouwe familieleden de juiste houding hebben tegenover hun uitgesloten familielid en ze hun best doen om de Bijbelse raad over omgang met uitgeslotenen op te volgen, dan lijkt er geen reden te zijn voor bezorgdheid (1 Kor. 5:11, 13; 2 Joh. 11).

Als een uitgeslotene naast een familielid zit of naast iemand anders uit de gemeente, moet dat geen reden zijn voor bezorgdheid zolang hij zich goed gedraagt. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen er verschillende problemen ontstaan als er regels worden opgesteld over waar iemand mag zitten. Als alle aanwezigen, ook de getrouwe familieleden, hun best doen om Bijbelse beginselen over omgang met uitgeslotenen toe te passen, en broeders en zusters daardoor niet tot struikelen worden gebracht, is het niet nodig er een punt van te maken waar iemand tijdens de vergaderingen zit. *

^ par. 3 Hoewel in dit artikel de uitgesloten minderjarige als mannelijk wordt aangeduid, gelden de genoemde punten voor zowel jongens als meisjes.

^ par. 5 Zie De Wachttoren van 1 december 1981, blz. 23, 24.

^ par. 6 Dit is een herziening van de informatie in De Wachttoren van 15 juli 1953, blz. 224.