Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) JUNI 2013

Laat je vormen door het strenge onderricht van Jehovah

Laat je vormen door het strenge onderricht van Jehovah

„Met uw raad zult gij mij leiden, en daarna zult gij mij zelfs tot heerlijkheid voeren.” — PSALM 73:24.

1, 2. (a) Wat moeten we doen om een hechte band met Jehovah te krijgen? (b) Welke voordelen heeft het om Bijbelse verslagen te bestuderen over hoe mensen reageerden op Gods strenge onderricht?

„WAT mij betreft, het naderen tot God is goed voor mij. In de Soevereine Heer Jehovah heb ik mijn toevlucht gesteld” (Ps. 73:28). Zo maakte de psalmist duidelijk dat hij op God vertrouwde. Hoe kwam hij tot deze conclusie? Toen hij de vrede van slechte mensen zag, zei hij bitter: „Het is tevergeefs dat ik mijn hart heb gereinigd en dat ik mijn handen in louter onschuld was” (Ps. 73:2, 3, 13, 21). Maar toen hij in „het grootse heiligdom van God” kwam, hielp die omgeving hem zijn denken aan te passen en dicht bij God te blijven (Ps. 73:16-18). Die ervaring leerde hem een belangrijke les: als je een hechte band met Jehovah wilt hebben, moet je deel uitmaken van zijn volk, raad aanvaarden en die toepassen (Ps. 73:24).

2 Ook wij willen graag een hechte band met de ware en levende God. Om die te krijgen moeten we ons door zijn raad en strenge onderricht laten vormen, zodat we personen worden die zijn goedkeuring hebben. In het verleden heeft God afzonderlijke personen en soms hele volken de mogelijkheid gegeven om op zijn strenge onderricht te reageren. Deze voorbeelden staan in de Bijbel opgeschreven „tot ons onderricht” en „tot een waarschuwing voor ons, tot wie de einden van de samenstelsels van dingen gekomen zijn” (Rom. 15:4; 1 Kor. 10:11). Als we deze verslagen goed bestuderen, leren we Jehovah’s persoonlijkheid beter kennen en gaan we inzien waarom het goed is ons door hem te laten vormen.

 DE POTTENBAKKER OEFENT ZIJN GEZAG UIT

3. Hoe wordt Jehovah’s gezag over mensen geïllustreerd in Jesaja 64:8 en Jeremia 18:1-6? (Zie beginplaatje.)

3 In Jesaja 64:8 wordt Jehovah’s gezag over afzonderlijke personen en volken als volgt geïllustreerd: „O Jehovah, gij zijt onze Vader. Wij zijn het leem, en gij zijt onze Pottenbakker; en wij allen zijn het werk van uw hand.” Een pottenbakker heeft de macht de klei te vormen tot wat hij wil. De klei kan niet bepalen welke vorm hij krijgt. Hetzelfde geldt voor mensen: ze hebben niet het recht met God te twisten over de manier waarop ze gevormd worden. (Lees Jeremia 18:1-6.)

4. Gaat God willekeurig te werk als hij mensen of volken vormt? Leg uit.

4 Jehovah heeft laten zien dat hij met het oude Israël hetzelfde kon doen als wat een pottenbakker met klei doet. Toch is er een duidelijk verschil. Een pottenbakker bepaalt zelf wat hij uit een klomp klei maakt. Maar vormt Jehovah mensen willekeurig door sommige goed en andere slecht te maken? Uit de Bijbel blijkt van niet. Hij heeft mensen iets heel kostbaars gegeven: een vrije wil. Als hij zijn soevereine gezag uitoefent, gaat hij nooit voorbij aan die gave. Mensen moeten ervoor kiezen zich te laten vormen door Jehovah, onze Schepper. (Lees Jeremia 18:7-10.)

5. Wat doet Jehovah als mensen zich niet door hem laten vormen?

5 Wat doet Jehovah als mensen koppig weigeren zich door hem te laten vormen? Hoe oefent hij dan zijn gezag als de Grote Pottenbakker uit? Als klei ongeschikt wordt voor zijn doel kan een pottenbakker besluiten er iets anders van te maken of de klei weg te gooien. Maar als de klei niet te gebruiken is, is dat meestal de fout van de pottenbakker. Dat geldt alleen nooit voor Jehovah (Deut. 32:4). Als iemand zich niet laat vormen, ligt dat altijd aan hemzelf. God oefent zijn gezag als pottenbakker over mensen uit door zijn manier van handelen aan hun reactie aan te passen. Degenen die gunstig reageren worden bruikbaar. Zo zijn gezalfde christenen „vaten van barmhartigheid” die zijn gevormd tot ’vaten voor een eervol gebruik’. Maar personen die zich koppig tegen God blijven verzetten, worden uiteindelijk ’vaten der gramschap die voor de vernietiging geschikt zijn gemaakt’ (Rom. 9:19-23).

6, 7. Welke verschillende reacties hadden David en Saul op Jehovah’s raad?

 6 Eén manier waarop Jehovah mensen vormt, is door raad of streng onderricht. De voorbeelden van Saul en David, de eerste twee koningen van Israël, laten zien hoe hij zijn gezag uitoefent over degenen die hij vormt. Davids overspel met Bathseba had negatieve gevolgen voor hem en anderen. Ook al was David koning, Jehovah aarzelde niet om hem streng onderricht te geven. Hij stuurde zijn profeet Nathan met een duidelijke boodschap (2 Sam. 12:1-12). Wat was Davids reactie? Hij werd diep geraakt en had berouw. Jehovah toonde hem barmhartigheid. (Lees 2 Samuël 12:13.)

 7 Davids voorganger, koning Saul, reageerde niet gunstig op raad. Jehovah had hem via de profeet Samuël het uitdrukkelijke bevel gegeven alle Amalekieten en hun vee te vernietigen. Maar Saul gehoorzaamde niet. Hij spaarde Agag, de koning, en het beste van het vee. Waarom? Voor een deel omdat hij eer voor zichzelf wilde (1 Sam. 15:1-3, 7-9, 12). Toen hij raad kreeg, had zijn hart zachter moeten worden en had hij zich moeten  laten vormen door de Grote Pottenbakker. Maar hij deed dat niet; hij rechtvaardigde zijn daden en praatte zijn gedrag goed door te zeggen dat het vee als offer gebruikt kon worden. Ook zwakte hij de raad van Samuël af. Saul werd als koning verworpen en heeft nooit meer een goede band met Jehovah gekregen. (Lees 1 Samuël 15:13-15, 20-23.)

Saul zwakte raad af en negeerde die. Hij wilde zich niet laten vormen! (Zie paragraaf 7)

David was diep geraakt en accepteerde raad. Hij liet zich door God vormen. Doe jij dat ook? (Zie paragraaf 6)

GOD IS NIET PARTIJDIG

8. Wat kunnen we leren van de manier waarop de Israëlieten reageerden op Jehovah’s pogingen ze te vormen?

8 Jehovah geeft niet alleen afzonderlijke personen maar ook volken de mogelijkheid zich door hem te laten vormen. Nadat Jehovah de Israëlieten in 1513 v.Chr uit Egypte had bevrijd, sloot hij een verbond met ze. Israël was zijn uitverkoren volk en had het voorrecht zich door hem te laten vormen, alsof ze zich op de draaischijf van de Grote Pottenbakker bevonden. Maar het volk bleef doen wat Jehovah afkeurde en ging zelfs goden van omliggende volken aanbidden. Jehovah stuurde steeds weer profeten om de Israëlieten tot bezinning te brengen, maar ze luisterden niet (Jer. 35:12-15). Vanwege hun koppigheid hadden ze streng onderricht nodig. Als een vat dat voor de vernietiging geschikt is, werd het noordelijke tienstammenrijk door de Assyriërs veroverd. Later versloegen de Babyloniërs het zuidelijke tweestammenrijk. Die geschiedenis leert ons een krachtige les: we kunnen alleen voordeel hebben van Jehovah’s pogingen ons te vormen als we er goed op reageren.

9, 10. Hoe reageerden de Ninevieten op Jehovah’s waarschuwing?

 9 Jehovah gaf ook de inwoners van Ninevé, de hoofdstad van Assyrië, de gelegenheid te reageren op zijn waarschuwing. Hij zei tegen Jona: „Sta op, ga naar Ninevé, de grote stad, en kondig tegen haar af dat hun slechtheid voor mijn aangezicht is opgestegen.” Jehovah had bepaald dat Ninevé vernietigd moest worden (Jona 1:1, 2; 3:1-4).

10 Maar toen Jona deze oordeelsboodschap bekendmaakte ’gingen de mannen van Ninevé geloof stellen in God, en zij kondigden voorts een vasten af en deden zakken aan, van de grootste onder hen tot zelfs de geringste onder hen’. Hun koning ’stond op van zijn troon en ontdeed zich van zijn ambtsgewaad en bedekte zich met een zak en ging in de as zitten’. De Ninevieten reageerden op Jehovah’s pogingen om hen te vormen en hadden berouw. Daarom vernietigde Jehovah Ninevé niet (Jona 3:5-10).

11. Welke eigenschap van Jehovah blijkt uit de manier waarop hij met Israël en Ninevé omging?

11 Israël was een uitverkoren volk, maar werd niet gevrijwaard van streng onderricht. De Ninevieten stonden niet in een verbondsverhouding met God. Toch liet Jehovah zijn oordeelsboodschap aan hen bekendmaken, en hij toonde barmhartigheid toen bleek dat ze zich wilden laten vormen. Deze twee voorbeelden laten goed uitkomen dat Jehovah „niemand partijdig bejegent” (Deut. 10:17).

JEHOVAH IS REDELIJK EN FLEXIBEL

12, 13. (a) Waarom verandert Jehovah soms van gedachten als mensen zich door hem laten vormen? (b) Wat betekende het in het geval van Saul dat Jehovah spijt voelde? En in het geval van Ninevé?

12 De manier waarop Jehovah ons vormt, bewijst dat hij redelijk en flexibel is. Dat blijkt uit situaties waarin hij een rechtvaardig oordeel uitspreekt over mensen, maar door hun reactie van gedachten verandert. Zo zei Jehovah: „Het spijt mij werkelijk dat ik Saul als koning heb doen regeren” (1 Sam. 15:11). En de Bijbel zegt dat toen de Ninevieten berouw hadden en hun gedrag veranderden, ’de ware God spijt gevoelde over de rampspoed die hij gezegd had hun te zullen aandoen; en hij deed het niet’ (Jona 3:10).

13 Het Hebreeuwse woord dat met ’spijt gevoelde’ vertaald is, kan betekenen dat iemand van houding of bedoeling verandert. Eerst koos Jehovah Saul als koning maar later verwierp hij hem. Hij veranderde niet van mening omdat hij een fout had gemaakt toen hij Saul uitkoos, maar omdat Saul ongehoorzaam werd. Jehovah had ook spijt in het geval van de Ninevieten: hij veranderde zijn bedoeling met hen. Het is geruststellend te weten dat Jehovah redelijk en flexibel is, goed en barmhartig, en bereid om zich aan te passen als mensen positieve veranderingen aanbrengen.

VERWERP HET STRENGE ONDERRICHT VAN JEHOVAH NIET

14. (a) Hoe vormt Jehovah ons in deze tijd? (b) Hoe moeten we op Gods raad reageren?

14 Jehovah vormt ons in deze tijd vooral door zijn Woord en zijn organisatie (2 Tim. 3:16, 17). Laten we daar blij mee zijn en zijn raad en strenge onderricht accepteren. Hoe lang we ook gedoopt zijn of hoeveel dienstvoorrechten we ook hebben, we moeten op Jehovah’s raad blijven reageren en ons erdoor laten vormen voor een eervol doel.

15, 16. (a) Welke negatieve gevoelens kan iemand hebben als hij zijn voorrechten verliest? Geef een voorbeeld. (b) Wat kan ons helpen met negatieve gevoelens om te gaan als we streng onderricht krijgen?

 15 We kunnen streng onderricht krijgen in de vorm van onderwijs of raad. Maar soms hebben we streng onderricht nodig omdat we iets verkeerds hebben gedaan en kan het inhouden dat iemand zijn voorrechten verliest. Neem het voorbeeld van Dennis *, die ouderling was. Hij maakte zich schuldig aan kwaaddoen wegens onverstandig gedrag op zakelijk gebied, en hij werd terechtgewezen. Hoe voelde hij zich toen in de gemeente werd meegedeeld dat hij geen ouderling meer was? „Ik had het gevoel dat ik gefaald had”, zegt hij. „Dertig jaar lang had ik veel voorrechten gehad. Ik had gepionierd, op Bethel gediend, was dienaar geworden en daarna ouderling. Verder had ik net voor het eerst een lezing op een congres gehouden. En ineens was ik alles kwijt. Ik voelde niet alleen schaamte, maar had ook het idee dat er geen plek meer voor me was in de organisatie.”

16 Dennis moest veranderen en zich afkeren van het kwade. Maar wat hielp hem met negatieve gevoelens om te gaan? Hij legt uit: „Ik was vastbesloten om een goede geestelijke routine te houden. Ook de steun die ik van de broederschap kreeg en de aanmoediging uit onze publicaties waren erg belangrijk voor me. Het artikel ’Heb je ooit een dienstvoorrecht gehad? Kun je daar weer voor in aanmerking komen?’ in De Wachttoren van 15 augustus 2009 was net een persoonlijke brief als antwoord op mijn gebeden. De raad waar ik het meest aan had was: ’Concentreer je zolang je geen extra verantwoordelijkheden in de gemeente hebt, op het opbouwen van je geestelijke gezindheid.’” Dennis deed zijn voordeel met het strenge onderricht dat hij kreeg en werd een paar jaar later weer als dienaar aangesteld.

17. Hoe kan uitsluiting het herstel van een zondaar bevorderen? Geef een voorbeeld.

17 Uitsluiting is nog een vorm van streng onderricht van Jehovah. Zo wordt de gemeente beschermd tegen slechte invloeden en kan de zondaar geholpen worden berouw te krijgen (1 Kor. 5:6, 7, 11). Robert was bijna zestien jaar uitgesloten. Al die tijd hielden zijn ouders en broers zich loyaal aan de Bijbelse raad geen omgang te hebben met kwaaddoeners en ze zelfs niet te groeten. Inmiddels is Robert alweer een paar jaar hersteld, en hij maakt goede vorderingen. Toen hem gevraagd werd waarom hij na zo’n lange tijd weer naar Jehovah en zijn volk teruggekeerd was, zei hij dat het standpunt van zijn familie diepe indruk gemaakt had. „Als mijn familie zelfs maar een beetje omgang met me had gehad, al was het alleen maar om te vragen hoe het ging, dan was die kleine dosis voldoende voor me geweest, en was mijn verlangen om bij ze te zijn waarschijnlijk geen motivatie geweest om tot God terug te keren.”

18. Wat voor klei moeten we zijn in de handen van de Grote Pottenbakker?

18 Misschien hebben we niet die vorm van streng onderricht nodig. Maar we kunnen ons afvragen: Wat voor klei zijn wij in de handen van de Grote Pottenbakker? Hoe reageren we als we streng onderricht krijgen? Als David of als Saul? De Grote Pottenbakker is onze Vader. Bedenk: „Die Jehovah liefheeft, wordt door hem terechtgewezen, evenals een vader dit doet met een zoon aan wie hij een welgevallen heeft.” Verwerp daarom nooit „het strenge onderricht van Jehovah; en verafschuw zijn terechtwijzing niet” (Spr. 3:11, 12).

^ par. 15 De namen zijn veranderd.