Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  juni 2013

Ouderlingen: Zijn jullie een aanmoediging voor „de vermoeide ziel”?

Ouderlingen: Zijn jullie een aanmoediging voor „de vermoeide ziel”?

Angela *, een alleenstaande zuster in de dertig, is wat gespannen. Ze verwacht de ouderlingen. Wat zullen ze tegen haar zeggen? Het is waar dat ze een paar keer niet op de vergadering is geweest, maar na een lange dag werken met bejaarden is ze vaak helemaal op. Ook maakt ze zich zorgen over de gezondheid van haar moeder.

Als jij bij Angela op bezoek zou gaan, hoe zou je deze „vermoeide ziel” dan aanmoedigen? (Jer. 31:25) Hoe bereid jij je voor op een herderlijk bezoek?

DENK NA OVER DE SITUATIE VAN JE BROEDER OF ZUSTER

We zijn allemaal weleens moe door ons werk of onze theocratische verantwoordelijkheden. Zo voelde de profeet Daniël ’zich uitgeput’ toen hij een visioen kreeg dat hij niet begreep (Dan. 8:27). Later kreeg hij hulp van de engel Gabriël. Deze boodschapper van God ’verleende hem verstand’, verzekerde hem dat Jehovah zijn gebeden had gehoord en zei dat hij nog steeds „een zeer begeerd man” was (Dan. 9:21-23). Bij een andere gelegenheid gaven de goedgekozen woorden van een andere engel de vermoeide profeet weer nieuwe energie (Dan. 10:19).

Bespreek voordat je iemand bezoekt zijn of haar situatie

Neem dus voordat je iemand bezoekt die moe of ontmoedigd is, de tijd om over zijn situatie na te denken. Met welke problemen heeft hij te maken? Kan het zijn dat die hem uitputten? Welke goede eigenschappen heeft hij? „Ik richt me op iemands sterke punten”, zegt Richard,  die al meer dan twintig jaar ouderling is. „Door vóór het bezoek goed na te denken over iemands omstandigheden, wordt het een stuk makkelijker de aanmoediging te geven die hij nodig heeft.” Als je met een andere ouderling herderlijk werk gaat doen, is het goed van tevoren iemands situatie samen te bespreken.

STEL ZE OP HUN GEMAK

Je bent het er vast wel mee eens dat het lastig kan zijn om over je gevoelens te praten. Zo kan een broeder of zuster het ook moeilijk vinden zich te uiten tegenover de ouderlingen. Hoe kun je dan het ijs breken? Een oprechte glimlach en een paar geruststellende woorden kunnen een goede uitwerking hebben. Michael, die meer dan veertig jaar ouderling is, zegt vaak aan het begin van het gesprek iets als: „Ik vind het een van de mooiste dingen van het werk als ouderling om broeders en zusters te bezoeken en ze beter te leren kennen. Ik heb dus echt naar dit bezoek uitgekeken.”

Je kunt ervoor kiezen aan het begin van het gesprek samen te bidden. Paulus noemde in zijn gebeden vaak het geloof, de liefde en de volharding van zijn broeders en zusters (1 Thess. 1:2, 3). Door in je gebed te laten merken dat je iemands goede eigenschappen waardeert, leg je voor jezelf en voor de ander een basis voor een opbouwend gesprek. Het kan iemand ook geruststellen. Ray, een ervaren ouderling, zegt: „Soms vergeten we de goede dingen die we doen. Dan is het aanmoedigend als iemand ons daaraan herinnert.”

BESPREEK EEN BIJBELS PUNT

Net als Paulus kun je ’een geestelijke gave meedelen’ door een gedachte of tekst uit de Bijbel te bespreken (Rom. 1:11). Iemand die depressief is, voelt zich misschien net zo waardeloos als de psalmist  die zichzelf vergeleek met een verschrompelde „leren zak in de rook” (Ps. 119:83, 176). Nadat je die uitdrukking kort hebt uitgelegd, kun je hem prijzen omdat hij Gods ’geboden niet is vergeten’.

Of misschien kun je de illustratie van de verloren drachme gebruiken bij een zuster die van de gemeente afgedwaald is of die het langzamer aan is gaan doen (Luk. 15:8-10). Het kan zijn dat de ontbrekende munt bij een kostbare halsketting van zilveren munten hoorde. Door die illustratie te bespreken kun je haar helpen te begrijpen dat ze een waardevol deel van de gemeente is. Daarna kun je benadrukken dat Jehovah veel om haar geeft en voor haar zorgt.

Broeders en zusters vinden het meestal fijn om over de Bijbel te praten. Wees dus niet de hele tijd zelf aan het woord. Als je een tekst gelezen hebt die op hun situatie van toepassing is, kun je een sleutelwoord of -zin eruit halen en hun mening erover vragen. Na het lezen van 2 Korinthiërs 4:16 kun je bijvoorbeeld vragen: „Op welke manier heb je zelf ervaren dat Jehovah je vernieuwt?” Zo’n aanpak kan leiden tot een „uitwisseling van aanmoediging” (Rom. 1:12).

Broeders en zusters vinden het meestal fijn om over de Bijbel te praten

Het kan ook aanmoedigend zijn een Bijbels voorbeeld aan te halen waarin iemand zich kan herkennen. Iemand die zich down voelt, kan zich misschien verplaatsen in personen als Hanna of Epafroditus, die zich op een bepaald moment ook zo voelden, maar toch waardevol bleven in Gods ogen (1 Sam. 1:9-11, 20; Fil. 2:25-30). Waarom zou je niet een paar mooie Bijbelse voorbeelden bespreken als dat passend is?

BLIJF AANDACHT GEVEN

Je kunt laten zien dat je echt om je broeders en zusters geeft door ze na je bezoek aandacht te blijven geven (Hand. 15:36). Aan het eind van het bezoek kun je misschien een afspraak maken voor de velddienst. Als Bernard, een ervaren ouderling, een broeder of zuster tegenkomt bij wie hij onlangs is geweest, vraagt hij tactvol: „Zeg eens, is het goed gegaan?” Als je op zo’n manier interesse toont, kun je bepalen of er meer hulp nodig is.

In deze moeilijke tijd hebben broeders en zusters echt zorg, begrip en liefde nodig (1 Thess. 5:11). Neem daarom vóór een herderlijk bezoek de tijd om na te denken over iemands situatie. Vraag Jehovah om hulp. Zoek naar passende teksten. Dan zul je een echte aanmoediging voor „de vermoeide ziel” kunnen zijn!

^ par. 2 De namen zijn veranderd.