Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) FEBRUARI 2013

Dit is ons geestelijke erfgoed

Dit is ons geestelijke erfgoed

„Dit is de erfelijke bezitting van de knechten van Jehovah.” — JESAJA 54:17.

1. Wat heeft Jehovah de mensheid gegeven?

JEHOVAH, „de levende en blijvende God”, heeft de mensheid zijn levengevende boodschap gegeven. Die zal blijven bestaan, want „wat Jehovah zegt, blijft in eeuwigheid” (1 Petr. 1:23-25). We zijn dankbaar dat Jehovah die belangrijke boodschap voor ons in de Bijbel bewaard heeft!

2. Wat wil God dat we over hem weten?

2 God wil dat we allemaal zijn naam kennen. De Bijbel spreekt voor het eerst over „Jehovah God” in „de geschiedenis van de hemel en de aarde” (Gen. 2:4). Toen God Mozes de tien geboden gaf, schreef Hij zijn naam verschillende keren op de stenen tafelen. Het eerste gebod bijvoorbeeld begon met: „Ik ben Jehovah, uw God” (Ex. 20:1-17). Die naam is blijven bestaan omdat de Soevereine Heer Jehovah zijn Woord en zijn naam beschermd heeft tegen alle satanische pogingen om ze uit te wissen (Ps. 73:28).

3. Wat wil God nog meer dat we uit de Bijbel leren?

3 Jehovah wil ook dat we allemaal de waarheid kennen. Hoewel er over de hele wereld veel verkeerde ideeën over God zijn, kunnen we blij zijn dat hij ons geestelijk licht en waarheid geeft! (Lees Psalm 43:3, 4.) Terwijl de meeste mensen in duisternis zijn, blijven wij vreugdevol wandelen in het licht dat God ons geeft (1 Joh. 1:6, 7).

WE HEBBEN EEN KOSTBAAR ERFGOED

4, 5. Welk bijzondere voorrecht hebben we sinds 1931?

4 Als christenen hebben we een kostbaar erfgoed. Het erfgoed van een volk bestaat uit kenmerken, tradities of levenswijzen die van de ene generatie op de andere worden doorgegeven. Ons geestelijke erfgoed bestaat onder andere uit nauwkeurige kennis van de Bijbel en een duidelijk begrip van de waarheid over God en zijn voornemens. Er is ook een bijzonder voorrecht bij betrokken.

We vonden het geweldig op het congres in 1931 de naam Jehovah’s Getuigen aan te nemen

 5 Dat voorrecht werd een deel van onze geestelijke erfenis op het congres in Columbus (Ohio, VS) in 1931. Op het programma stonden de letters „JW”. Een zuster vertelde: „Er werd gespeculeerd over de betekenis van de letters JW: ’Just Wait’, ’Just Watch’, en de juiste betekenis [’Jehovah’s Witnesses’].” Vóór die tijd werden we Bijbelonderzoekers genoemd, maar op zondag 26 juli 1931 namen we in een resolutie de naam Jehovah’s Getuigen aan. Het was geweldig die Bijbelse naam te krijgen. (Lees Jesaja 43:12.) Een broeder zei: „Ik zal nooit het geweldige gejuich en applaus vergeten dat de congreszaal vulde.” Niemand anders in de wereld wilde die naam, maar God zegent ons al meer dan tachtig jaar omdat we die naam gebruiken. Het is een bijzonder voorrecht Jehovah’s Getuigen te zijn!

6. Welke informatie behoort tot ons geestelijke erfgoed?

6 Tot ons geestelijke erfgoed behoort ook heel wat nauwkeurige en waardevolle informatie uit het verleden. Denk bijvoorbeeld eens aan Abraham, Isaäk en Jakob. Ze zullen er vaak met hun gezin over gesproken hebben hoe ze Jehovah’s wil konden doen. Het is dus niet vreemd dat Jozef seksuele immoraliteit verwierp omdat hij niet wilde „zondigen tegen God” (Gen. 39:7-9). Ook christelijke overleveringen zijn mondeling of door voorbeeld doorgegeven. Daar horen bijvoorbeeld de dingen bij die Paulus in verband met het Avondmaal des Heren aan de gemeenten doorgaf (1 Kor. 11:2, 23). Details die we moeten weten om God „met geest en waarheid” te aanbidden, staan nu in zijn geschreven Woord. (Lees Johannes 4:23, 24.) De Bijbel heeft geestelijk licht voor de hele mensheid, maar wij als Jehovah’s aanbidders hebben er in het bijzonder waardering voor.

7. Welke aanmoedigende belofte is een deel van onze erfenis?

7 Ons geestelijke erfgoed bestaat voor een deel ook uit recente verslagen die bewijzen dat ’Jehovah aan onze zijde staat’ (Ps. 118:7). Daardoor voelen we ons veilig, zelfs als we vervolgd worden. Een aanmoedigend deel van ons groeiende geestelijke erfgoed is deze belofte: „’Geen enkel wapen dat tegen u gesmeed zal worden, zal succes hebben, en elke tong die tegen u zal opstaan in het gericht, zult gij veroordelen. Dit is de erfelijke bezitting van de knechten van Jehovah, en hun rechtvaardigheid is van mijnentwege’, is de uitspraak van Jehovah” (Jes. 54:17). Niets uit Satans wapenarsenaal kan ons blijvend beschadigen.

8. Wat gaan we in dit artikel en het volgende bespreken?

8 Satan heeft geprobeerd de Bijbel te vernietigen, de naam Jehovah uit te wissen en de waarheid te verbergen. Maar  hij is duidelijk geen partij voor Jehovah, die al deze pogingen heeft verijdeld. In dit artikel en het volgende zullen we zien (1) hoe Jehovah zijn Woord heeft beschermd; (2) hoe hij zijn naam heeft beschermd; en (3) hoe hij de Bron en de Beschermer van de waarheid is.

JEHOVAH HEEFT ZIJN WOORD BESCHERMD

9-11. Welke voorbeelden laten zien dat de Bijbel verschillende aanvallen heeft overleefd?

9 Jehovah heeft zijn Woord beschermd ondanks heel wat pogingen om het te vernietigen. In een katholieke encyclopedie staat: „In 1229 verbood het Concilie van Toulouse leken om deze [Bijbels in de omgangstaal] te gebruiken gezien de strijd tegen de albigenzen en de waldenzen (...) Het concilie dat in 1234 in Tarragona (Spanje) werd gehouden onder Jacobus I, vaardigde een soortgelijk verbod uit. (...) De Roomse Stoel mengde zich in 1559 voor het eerst in de kwestie, toen het drukken of bezitten van B[ijbels] in de omgangstaal zonder toestemming van het Heilig Officie, door de Index van Paulus IV verboden werd” (Enciclopedia Cattolica).

10 Ondanks veel aanvallen is de Bijbel bewaard gebleven. Rond 1382 brachten John Wyclif en zijn medewerkers de eerste Bijbelvertaling in het Engels uit. Een andere Bijbelvertaler was William Tyndale, die in 1536 ter dood werd gebracht. Vastgebonden aan een paal zou hij geroepen hebben: „Heer, open de ogen van de Koning van Engeland!” Daarna werd hij gewurgd en verbrand.

11 In 1535 verscheen de Engelse Bijbelvertaling van Miles Coverdale. Hij gebruikte Tyndales weergave van het ’Nieuwe Testament’, en van het ’Oude Testament’ van Genesis tot en met Kronieken. Hij vertaalde andere delen van de Bijbel uit het Latijn en uit de Duitse Bijbelvertaling van Maarten Luther. In deze tijd hebben we de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift, een duidelijke en nauwkeurige Bijbelvertaling, die nuttig is in de velddienst. We zijn blij dat demonen of mensen Jehovah’s Woord nooit zullen kunnen vernietigen.

JEHOVAH HEEFT ZIJN NAAM BESCHERMD

Mannen als Tyndale hebben hun leven gegeven voor Gods Woord

12. Hoe heeft de Nieuwe-Wereldvertaling mensen geholpen Jehovah’s naam te kennen?

12 Jehovah God heeft erop toegezien dat zijn naam nooit helemaal uit alle Bijbels verwijderd is. Daarbij heeft de Nieuwe-Wereldvertaling een belangrijke rol gespeeld. In de inleiding wordt gezegd: „Het voornaamste kenmerk van deze vertaling is dat de goddelijke naam weer op zijn rechtmatige plaats in de bijbeltekst is gezet. In de Hebreeuwse Geschriften is  dit 6973 maal en in de christelijke Griekse Geschriften 237 maal gebeurd.” De Nieuwe-Wereldvertaling is nu, geheel of gedeeltelijk, beschikbaar in meer dan 116 talen en er zijn meer dan 178.545.862 exemplaren van gedrukt.

13. Hoe weten we dat mensen Gods naam al sinds de schepping kennen?

13 De eerste mensen, Adam en Eva, kenden Gods naam en gebruikten die. Ook Noach gebruikte Gods naam. Hij zei: „Gezegend zij Jehovah, Sems God” (Gen. 4:1; 9:26). God zelf verklaarde: „Ik ben Jehovah. Dat is mijn naam; en aan niemand anders zal ik mijn eigen heerlijkheid geven.” Hij zei ook: „Ik ben Jehovah, en er is geen ander. Behalve mij is er geen God” (Jes. 42:8; 45:5). Jehovah heeft erop toegezien dat mensen overal op aarde kunnen weten wat zijn naam is. We vinden het een eer zijn naam te gebruiken en Getuigen van hem te zijn. Net als de psalmist zeggen we: „In de naam van onze God zullen wij onze banieren opheffen” (Ps. 20:5).

14. Waar kan Gods naam behalve in de Bijbel nog meer gevonden worden?

14 Gods naam komt niet alleen in de Bijbel voor. Neem bijvoorbeeld de Mesasteen, die gevonden is in Dhiban (Dibon), 21 kilometer ten oosten van de Dode Zee. Op de steen wordt koning Omri van Israël genoemd en geeft koning Mesa van Moab zijn versie van zijn opstand tegen Israël (1 Kon. 16:28; 2 Kon. 1:1; 3:4, 5). Maar de Mesasteen is vooral interessant omdat Gods naam erop staat in de vorm van het Tetragrammaton. Het Tetragrammaton verschijnt ook herhaaldelijk in de Lachisbrieven, potscherven die in Israël gevonden zijn.

15. Wat is de Septuaginta, en waarom was die nodig?

15 Vroege vertalers van Gods Woord hebben een aandeel gehad aan het beschermen van Gods naam. Na de ballingschap in Babylon, van 607 tot 537 v.Chr., gingen veel Joden niet terug naar Juda en Israël. Tegen de derde eeuw v.Chr. woonde een groot aantal Joden in Alexandrië (Egypte), waar Grieks werd gesproken. Die Joden hadden een Griekse vertaling van de Hebreeuwse Geschriften nodig. Die vertaling was in de tweede eeuw v.Chr. klaar en wordt de Septuaginta genoemd. In sommige exemplaren staat de naam Jehovah in Hebreeuwse letters.

16. Hoe werd Gods naam in het Bay Psalm Book gebruikt?

16 Gods naam staat ook in het eerste literaire werk dat in de Amerikaanse kolonies van Engeland gepubliceerd werd, het Bay Psalm Book. De originele editie (gedrukt in 1640) bevat de Psalmen, vertaald vanuit het Hebreeuws naar het Engels van die tijd. Deze editie gebruikt Gods naam in teksten als Psalm 1:1, 2, waar staat dat een „gezegend man” niet in de raad van de goddelozen wandelt, „maar in de wet van Iehovah is zijn hevige lust”. In de brochure De Goddelijke Naam die eeuwig zal blijven bestaan kun je meer lezen over Gods naam.

JEHOVAH BESCHERMT DE WAARHEID

17, 18. (a) Geef een definitie van het woord waarheid. (b) Wat is „de waarheid van het goede nieuws”?

17 We vinden het een voorrecht „Jehovah, de God der waarheid” te dienen (Ps. 31:5). Waarheid duidt op iets wat klopt met de feiten. In het Bijbelse Hebreeuws betekent het woord dat vaak vertaald wordt met waarheid iets wat waarachtig, betrouwbaar, getrouw of een vaststaand feit is. Het Griekse woord duidt op iets wat overeenstemt met de feiten of wat juist is.

 18 Jehovah heeft de waarheid beschermd en heeft ervoor gezorgd dat wij in deze tijd steeds meer over de waarheid te weten kunnen komen (2 Joh. 1, 2). Ons begrip van de waarheid wordt steeds duidelijker, want „het pad van de rechtvaardigen is als het glanzende licht, dat steeds helderder wordt tot de dag stevig bevestigd is” (Spr. 4:18). Jezus zei in gebed tot God: „Uw woord is waarheid” (Joh. 17:17). Gods geschreven Woord bevat „de waarheid van het goede nieuws”, dat wil zeggen, het geheel van christelijke leerstellingen (Gal. 2:14). Dat zijn bijvoorbeeld feiten over Jehovah’s naam, zijn soevereiniteit, Jezus’ loskoopoffer, de opstanding en het Koninkrijk. Laten we nu eens kijken hoe God de waarheid heeft beschermd ondanks Satans pogingen die te verbergen.

JEHOVAH VERIJDELT EEN AANVAL OP DE WAARHEID

19, 20. Wie was Nimrod, en welk plan mislukte in zijn tijd?

19 Na de vloed ontstond het gezegde: „Zoals Nimrod, een geweldig jager gekant tegen Jehovah” (Gen. 10:9). Omdat Nimrod een tegenstander was van Jehovah God, aanbad hij eigenlijk Satan. Hij was net als de tegenstanders over wie Jezus zei: „Gij zijt uit uw vader de Duivel, en gij wenst de begeerten van uw vader te doen. Die (...) stond niet vast in de waarheid” (Joh. 8:44).

20 Nimrod heerste over Babel en andere steden tussen de Tigris en de Eufraat (Gen. 10:10). Het is mogelijk dat hij de leiding had over de bouw van Babel en zijn toren, die rond het jaar 2269 v.Chr. begon. Jehovah wilde dat de mensen zich over de hele aarde zouden verspreiden, maar de bouwers van Babel zeiden: „Komaan! Laten wij een stad voor ons bouwen en ook een toren waarvan de top tot in de hemel reikt, en laten wij ons een beroemde naam maken, opdat wij niet over de gehele oppervlakte der aarde worden verstrooid.” Dat plan moesten ze opgeven toen God „de taal van de gehele aarde” verwarde en de torenbouwers verstrooide (Gen. 11:1-4, 8, 9). Als Satan van plan was geweest op die manier één religie te beginnen waarin iedereen hem zou aanbidden, werd dat een volslagen mislukking. Jehovah heeft door de hele geschiedenis heen de ware aanbidding beschermd, en het aantal aanbidders van hem neemt nog elke dag toe.

21, 22. (a) Waarom is valse religie nooit echt een gevaar geweest voor de ware aanbidding? (b) Wat gaan we in het volgende artikel bespreken?

21 Valse religie is nooit echt een gevaar geweest voor de ware aanbidding. Waarom niet? Omdat onze Grootse Onderwijzer zijn geschreven Woord heeft beschermd, omdat hij ervoor heeft gezorgd dat mensen kunnen weten wat zijn naam is, en omdat hij de onuitputtelijke Bron van waarheid is (Jes. 30:20, 21). Als we God aanbidden in overeenstemming met de waarheid maakt dat ons gelukkig, maar het vraagt ook van ons dat we geestelijk waakzaam blijven, volledig op Jehovah vertrouwen en de leiding van zijn heilige geest volgen.

22 In het volgende artikel gaan we het ontstaan van enkele valse leerstellingen onderzoeken. We zullen ontdekken dat als ze in het licht van de Bijbel worden bekeken, er niets van overeind blijft. Ook zullen we zien hoe Jehovah, de onvergelijkelijke Beschermer van waarheid, ons gezegend heeft met waarheden die we koesteren als deel van ons geestelijke erfgoed.