Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) JANUARI 2013

Dienen zonder spijtgevoelens

Dienen zonder spijtgevoelens

„De dingen die achter mij liggen vergetend en mij uitstrekkend naar de dingen die vóór mij liggen.” — FILIPPENZEN 3:13.

1-3. (a) Wat is ’spijt’, en wat voor invloed kunnen spijtgevoelens op ons hebben? (b) Wat kunnen we van Paulus’ voorbeeld leren?

„VAN alle trieste woorden die zijn gezegd of geschreven, zijn de meest trieste: het had gekund!” Dat schreef de Amerikaanse dichter J.G. Whittier, en hij had het over dingen waar we spijt van hebben, die we nu anders zouden doen. Spijt is ’leedwezen over iets waarvan men het gevoel heeft dat het ook anders had kunnen zijn, met name het gevoel iets verzuimd te hebben’ (Grote Van Dale). We hebben allemaal wel dingen gedaan waarvan we wilden dat we ze over konden doen. Waar heb jij bijvoorbeeld spijt van?

2 Sommige mensen hebben grote fouten gemaakt in hun leven, zelfs ernstige zonden begaan. Anderen hebben niet zulke erge dingen gedaan, maar vragen zich af of de keuzes die ze hebben gemaakt wel de beste keuzes waren. Sommigen is het gelukt om het verleden achter zich te laten en verder te gaan met hun leven. Anderen worden voortdurend gekweld door de gedachte ’had ik maar’ (Ps. 51:3). Hoe staat het met jou? Zou je God willen dienen zonder spijtgevoelens? Staat er in de Bijbel een voorbeeld van iemand die dat gelukt is? Jazeker, dat is Paulus.

3 Paulus heeft in zijn leven zowel vreselijke fouten gemaakt als verstandige keuzes gedaan. Hij had heel veel spijt van zijn fouten, maar hij leerde zich te concentreren op zijn dienst voor God. Laten we eens kijken wat we van zijn voorbeeld kunnen leren.

PAULUS’ VERLEDEN

4. Waar had Paulus spijt van?

4 Als jonge farizeeër had Paulus, die toen Saulus heette, dingen gedaan waar hij later spijt van had. Hij leidde bijvoorbeeld een wrede vervolgingscampagne tegen Christus’ discipelen. De Bijbel zegt  dat Saulus onmiddellijk na de marteldood van Stefanus „gewelddadig tegen de gemeente tekeer[ging]. Hij drong het ene huis na het andere binnen, sleepte zowel mannen als vrouwen naar buiten en leverde hen dan over aan de gevangenis” (Hand. 8:3). Volgens de Bijbelgeleerde Albert Barnes is het Griekse woord dat hier met ’gewelddadig tekeergaan’ is vertaald, „een sterke uitdrukking die duidt op de ijver en de woede die [Saulus] bij de vervolging aan de dag legde”. Hij ging, zo zei Barnes, „tegen de kerk tekeer als een wild beest”. Als vrome jood was Saulus ervan overtuigd dat het Gods wil was dat hij de christelijke gemeente zou uitroeien. Dus vervolgde hij de christenen met een boosaardige wreedheid, waarbij hij „dreiging en moord ademde tegen (...) zowel mannen als vrouwen” * (Hand. 9:1, 2; 22:4).

5. Hoe kwam het dat Saulus stopte met het vervolgen van de discipelen en over Jezus begon te prediken?

5 Saulus wilde naar Damaskus om de discipelen uit hun huizen te sleuren en ze naar Jeruzalem te brengen om door het Sanhedrin gestraft te worden. Maar Jezus, het Hoofd van de gemeente, hield hem tegen (Ef. 5:23). Toen Saulus op weg was naar Damaskus verscheen Jezus aan hem en werd Saulus verblind door een licht uit de hemel. Jezus stuurde hem naar Damaskus om verdere instructies af te wachten. We weten wat er daarna gebeurde (Hand. 9:3-22).

6, 7. Waaruit blijkt dat Paulus zich heel goed bewust was van zijn verleden?

6 Zodra Paulus besefte dat hij het bij het verkeerde eind had, veranderde hij van een felle tegenstander in een ijverige voorstander van het christendom. Later schreef hij over zichzelf: „Gij hebt natuurlijk gehoord van mijn vroegere levenswandel in het judaïsme, dat ik de gemeente van God tot het uiterste bleef vervolgen en verwoesten” (Gal. 1:13). Ook in zijn brieven aan de Korinthiërs, de Filippenzen en Timotheüs had hij het over zijn verleden (lees 1 Korinthiërs 15:9; Fil. 3:6; 1 Tim. 1:13). Hij was niet trots op wat hij gedaan had, maar hij probeerde ook niet te doen alsof het nooit gebeurd was. Hij besefte heel goed dat hij ernstige fouten had gemaakt (Hand. 26:9-11).

7 De Bijbelgeleerde Frederic Farrar zei over Saulus’ aandeel in „de gruwelijke vervolging” dat pas als we de reikwijdte beseffen van die droevige periode in zijn leven, „we de last van de wroeging voelen die op hem gedrukt moet hebben, en de spot die hij ondervond van boosaardige vijanden”. Als Paulus een gemeente voor het eerst bezocht, is hij misschien wel benaderd door broeders die zeiden: „Dus jij bent Paulus — jij hebt ons vervolgd!” — Hand. 9:21.

8. Hoe dacht Paulus over de barmhartigheid en de liefde die Jehovah en Jezus hem betoonden? Wat leren we van Paulus’ voorbeeld?

8 Paulus besefte dat hij alleen door Gods onverdiende goedheid in staat was als apostel te dienen. In zijn veertien brieven spreekt hij meer dan negentig keer over die eigenschap van God, vaker dan enige andere Bijbelschrijver. (Lees 1 Korinthiërs 15:10.) Hij was heel dankbaar dat God hem barmhartig was geweest, en hij wilde ervoor zorgen dat Gods onverdiende goedheid niet vergeefs was. Daarom werkte hij  veel harder dan alle andere apostelen. Wat leren we van Paulus’ voorbeeld? Als we onze zonden belijden en onze handelwijze veranderen, is Jehovah bereid zelfs ernstige zonden te vergeven op basis van Jezus’ loskoopoffer. Dat is een goede les voor iemand die het moeilijk vindt te geloven dat de voordelen van Christus’ offer ook voor hem bedoeld zijn! (Lees 1 Timotheüs 1:15, 16.) Ook al was Paulus een felle vervolger van Christus geweest, hij kon schrijven: „De Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf voor mij heeft overgegeven” (Gal. 2:20; Hand. 9:5). Paulus leerde hoe hij kon dienen zonder nog meer spijtgevoelens te krijgen. Heb jij dat ook geleerd?

Paulus leerde te dienen zonder spijtgevoelens

HEB JIJ SPIJTGEVOELENS?

9, 10. (a) Waar zouden we spijt van kunnen hebben? (b) Waarom is het niet goed altijd te piekeren over het verleden?

9 Heb je dingen gedaan waar je nu spijt van hebt? Heb je ooit kostbare tijd en energie verspild aan verkeerde doelen? Heb je iets gedaan waar anderen door gekwetst werden? Of misschien heb je om een andere reden spijtgevoelens. De vraag is: wat kun je eraan doen?

10 Veel mensen zijn altijd aan het piekeren. Ze kwellen zichzelf en maken zichzelf het leven zuur door steeds weer aan hun fouten te denken. Lost piekeren iets op? Absoluut niet! Stel je voor dat je probeert vooruit te komen door urenlang op en neer te bewegen in een schommelstoel. Het kost je veel energie en je komt niet vooruit! In plaats van te piekeren, kun je beter iets doen om het probleem op te lossen. Je kunt je excuses aanbieden aan de persoon die je gekwetst hebt, en proberen de vrede te herstellen. Denk erover na hoe het gekomen is, zodat je die fout niet weer begaat. Maar soms moet je gewoon met de gevolgen leren leven. Piekeren werkt  verlammend, zodat je misschien niet meer in staat bent God onverdeeld te dienen.

11. (a) Hoe kunnen we Jehovah’s barmhartigheid en liefderijke goedheid ontvangen? (b) Wat moeten we volgens de Bijbel doen om innerlijke rust te krijgen?

11 Sommigen hebben het gevoel dat ze zulke vreselijke fouten hebben gemaakt dat ze Gods barmhartigheid niet waard zijn. Ze denken misschien dat ze te vaak of te ver zijn afgedwaald. Maar wat ze ook gedaan hebben, ze kunnen hun zonden belijden, veranderingen aanbrengen en om vergeving vragen (Hand. 3:19). Jehovah kan hun barmhartigheid en liefderijke goedheid betonen, zoals hij dat met heel veel anderen gedaan heeft. Hij zal iedereen vergeven die nederig en oprecht is en spijt heeft van zijn zonden. Dat deed hij met Job, die zei: „Ik heb werkelijk berouw [„spijt”, vtn.] in stof en as” (Job 42:6). De Bijbel zegt precies wat we moeten doen om innerlijke rust te krijgen: „Wie zijn overtredingen bedekt, zal geen succes hebben, maar wie ze belijdt en laat, zal barmhartigheid worden betoond” (Spr. 28:13; Jak. 5:14-16). We kunnen onze zonden dus aan God belijden, om zijn vergeving bidden en stappen doen om het onrecht te herstellen (2 Kor. 7:10, 11). Dan zal Jehovah, die ’rijkelijk vergeeft’, ons barmhartigheid betonen (Jes. 55:7).

12. (a) Hoe kunnen we Davids voorbeeld volgen als we een schuldig geweten hebben? (b) Waarom zegt de Bijbel dat Jehovah spijt had? Hoe kan het antwoord op die vraag ons aanmoedigen? (Zie kader.)

12 Gebed heeft kracht. Het brengt veel tot stand bij God. David uitte in een prachtige psalm zijn geloof dat Jehovah zijn gebeden had verhoord. (Lees Psalm 32:1-5.) Toen hij probeerde zijn schuldige geweten te onderdrukken, voelde hij zich ellendig. Kennelijk had hij er lichamelijk en geestelijk last van. Pas toen hij zijn zonden aan God beleed, ging hij zich beter voelen en kreeg hij vergeving. Jehovah luisterde naar zijn gebeden en gaf hem de kracht verder te gaan met zijn leven en het goede te blijven doen. Ook jij kunt erop vertrouwen dat Jehovah naar je zal luisteren als je vanuit je hart tot hem bidt. Als vroegere fouten je dwarszitten, probeer ze dan zo veel mogelijk te herstellen, en heb dan het vertrouwen dat Jehovah je vergeven heeft! — Ps. 86:5.

KIJK VOORUIT

13, 14. (a) Waar moeten we ons nu op concentreren? (b) Welke vragen kunnen ons helpen na te denken over wat we nu doen?

13 Het is waar dat we van het verleden kunnen leren, maar we moeten  er niet over blijven piekeren. Concentreer je op het heden en de toekomst. Stel jezelf vragen zoals: Zal ik later spijt hebben van de beslissingen die ik nu neem? Zal ik willen dat ik het anders had gedaan? Dien ik God trouw, zodat ik later nergens spijt van zal hebben?

14 De grote verdrukking staat voor de deur. Het zou verstandig zijn je af te vragen: Kan ik meer doen in de velddienst? Kan ik pionieren? Wat houdt me tegen een dienaar in de bediening te willen worden? Doe ik alles wat ik kan om de nieuwe persoonlijkheid aan te doen? Ben ik de soort persoon die Jehovah in zijn nieuwe wereld wil hebben? In plaats van te piekeren over wat je niet hebt gedaan, kun je beter nadenken over wat je nu doet en ervoor zorgen dat je Jehovah het beste geeft. Maak nu keuzes waar je later geen spijt van zult hebben (2 Tim. 2:15).

HEB GEEN SPIJT VAN JE DIENST VOOR GOD

15, 16. (a) Welke offers hebben velen gebracht om Jehovah het beste te geven? (b) Waarom moeten we geen spijt hebben van offers die we voor Jehovah hebben gebracht?

15 Heb je offers gebracht om Jehovah fulltime te dienen? Misschien heb je een veelbelovende carrière of een goedlopend bedrijf opgegeven om je leven te vereenvoudigen en meer voor Jehovah te kunnen doen. Of misschien heb je ervoor gekozen niet te trouwen of geen kinderen te nemen, zodat je beschikbaar zou zijn voor de Betheldienst, internationale bouw, kringdienst of zendingsdienst. Moet je spijt hebben van die beslissingen nu je ouder wordt? Moet je het gevoel hebben dat de offers die je hebt gebracht onnodig of slecht getimed waren? Absoluut niet!

16 Je hebt die beslissingen genomen omdat je heel veel van Jehovah hield en anderen wilde helpen hem te dienen. Denk niet dat je beter af geweest zou zijn als je het anders had gedaan. Je kunt blij zijn dat je die keuze hebt gemaakt! Je koos de beste manier om in jouw omstandigheden Jehovah te dienen. Hij zal de offers die je hebt gebracht niet vergeten. In „het werkelijke leven” dat nog moet komen, zul je gezegend worden op een manier die je je nu niet eens kunt voorstellen! — Ps. 145:16; 1 Tim. 6:19.

HOE JE TOEKOMSTIGE SPIJTGEVOELENS KUNT VERMIJDEN

17, 18. (a) Wat deed Paulus om toekomstige spijtgevoelens te vermijden? (b) Hoe wil jij Paulus’ voorbeeld volgen?

17 Wat deed Paulus om God te kunnen dienen zonder spijtgevoelens? Zoals De Nieuwe Bijbelvertaling het weergeeft, schreef hij: „Ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af.” (Lees Filippenzen 3:13, 14.) Hij bleef niet stilstaan bij de verkeerde dingen die hij had gedaan voordat hij een christen werd. Hij gebruikte al zijn energie om in aanmerking te komen voor de prijs van eeuwig leven.

18 Wat kunnen we leren van Paulus’ woorden? In plaats van te piekeren over dingen uit het verleden die we niet kunnen veranderen, moeten we ons richten op wat voor ons ligt. Vroegere fouten kunnen we misschien niet letterlijk vergeten, maar we moeten ons er niet schuldig over blijven voelen. Probeer het verleden achter je te laten, geef God nu het beste wat je hebt, en denk aan je geweldige toekomst!

^ par. 4 Dat de Bijbel meerdere keren zegt dat ook vrouwen het doelwit van Saulus’ vervolging waren, laat zien dat ze een belangrijke rol speelden in de prediking in de eerste eeuw, net zoals dat nu het geval is (Ps. 68:11).