Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE) NOVEMBER 2012

Vragen van lezers

Vragen van lezers

Bedoelde Jezus in Mattheüs 19:10-12 dat iemand die ervoor kiest vrijgezel te blijven op een mysterieuze manier de gave van de ongehuwde staat heeft ontvangen?

Laten we eens kijken in welke setting Jezus over de ongehuwde staat sprak. Toen er farizeeën naar hem toe kwamen en over het onderwerp echtscheiding begonnen, maakte Jezus duidelijk wat Jehovah’s maatstaf voor het huwelijk is. Hoewel de Wet toestond dat een man een echtscheidingscertificaat aan zijn vrouw gaf als hij „iets onwelvoeglijks” bij haar ontdekte, was dat vanaf het begin niet zo geweest (Deut. 24:1, 2). Daarna zei Jezus dat „al wie zich van zijn vrouw laat scheiden, behalve op grond van hoererij, en een ander trouwt, overspel pleegt” (Matth. 19:3-9).

Toen de discipelen dat hoorden, zeiden ze: „Indien het er voor een man met zijn vrouw zó voorstaat, is het niet raadzaam te trouwen.” Jezus antwoordde: „Niet allen maken plaats voor dit woord, maar alleen zij die de gave hebben. Want er zijn eunuchen die zo uit hun moeders schoot zijn geboren, en er zijn eunuchen die door de mensen tot eunuchen zijn gemaakt, en er zijn eunuchen die zichzelf tot eunuch hebben gemaakt ter wille van het koninkrijk der hemelen. Wie er plaats voor kan maken, make er plaats voor” (Matth. 19:10-12).

Letterlijke eunuchen waren mannen die dat door een aangeboren afwijking waren of die dat waren geworden door een ongeluk of door verminking. Maar er waren er ook die zich vrijwillig tot eunuch hadden gemaakt. Ze hadden best kunnen trouwen, maar oefenden zelfbeheersing en bleven ongehuwd „ter wille van het koninkrijk der hemelen”. Net als Jezus kozen ze ervoor vrijgezel te blijven zodat ze zich voor het Koninkrijk konden inzetten. Ze waren niet geboren met die gave en hadden die ook niet ontvangen. Ze maakten er plaats voor, dat wil zeggen, ze deden er bewust moeite voor.

Voortbordurend op wat Jezus zei, legde Paulus uit dat alle christenen — getrouwd of ongetrouwd — God op een aanvaardbare manier kunnen dienen, maar dat vrijgezellen die ’vaststaan in hun hart’ beter doen. Waarom? Getrouwde mensen zijn verdeeld omdat ze tijd en energie aan hun partner moeten besteden. Maar christenen die vrijgezel zijn, kunnen zich concentreren op de dienst voor de Heer zonder die verplichting. Ze zien hun ongehuwde staat als een gave van God (1 Kor. 7:7, 32-38).

De Bijbel zegt dus dat een christen de gave van de ongehuwde staat niet op een mysterieuze manier krijgt. Hij kiest voor die gave door vrijgezel te blijven om de belangen van het Koninkrijk te bevorderen zonder afgeleid te worden. In deze tijd hebben velen besloten om die reden vrijgezel te blijven, en het zou goed zijn als anderen ze daarin steunen.