Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  oktober 2012

Wat voor geest leg je aan de dag?

Wat voor geest leg je aan de dag?

„De onverdiende goedheid van de Heer Jezus Christus zij met de geest die gijlieden aan de dag legt.” — FILEMON 25.

1. Wat zei Paulus vaak in zijn brieven aan de gemeenten?

IN ZIJN brieven aan medechristenen zei Paulus vaak dat hij hoopte dat God en Christus de geest van de gemeenten zouden goedkeuren. Zo schreef hij aan de Galaten: „De onverdiende goedheid van onze Heer Jezus Christus zij met de geest die gij aan de dag legt, broeders. Amen” (Gal. 6:18). Wat bedoelde hij met „de geest die gij aan de dag legt”?

2, 3. (a) Wat bedoelde Paulus soms met „geest”? (b) Wat kunnen we ons afvragen in verband met onze houding?

2 In deze context bedoelt Paulus met „geest” de aandrijvende kracht waardoor we dingen op een bepaalde manier zeggen of doen. Iemand kan vriendelijk, attent, zachtaardig, vrijgevig of vergevingsgezind zijn. De Bijbel zegt dat het goed is een „stille en zachtaardige geest” te hebben en „kalm van geest” te zijn (1 Petr. 3:4; Spr. 17:27). Maar iemand kan ook sarcastisch, materialistisch, snel beledigd of eigenzinnig zijn. Of erger nog, sommigen hebben een immorele, ongehoorzame en zelfs opstandige houding.

3 Toen Paulus uitdrukkingen gebruikte als „de Heer zij met de geest die gij aan de dag legt”, moedigde hij dus zijn broeders en zusters aan een houding te hebben die God goedkeurt en die bij de christelijke persoonlijkheid past (2 Tim. 4:22; lees Kolossenzen 3:9-12). Ook nu doen we er goed aan ons af te vragen: Heb ik een houding waar God blij mee is? Hoe kan ik die nog verbeteren? Kan ik meer doen om tot de positieve geest in de gemeente bij te dragen? Denk bijvoorbeeld eens aan een veld met zonnebloemen. Elke bloem draagt met haar schitterende kleur bij tot een prachtige bloemenzee. Zijn wij zo’n bloem die helpt de gemeente mooier te maken? Daar moeten we zeker ons best voor doen. Laten we nu eens  zien hoe we een houding kunnen hebben die God goedkeurt.

MIJD DE GEEST VAN DE WERELD

4. Wat is de geest van de wereld?

4 De Bijbel zegt: „Nu hebben wij niet de geest van de wereld ontvangen, maar de geest die van God komt” (1 Kor. 2:12). Wat is de geest van de wereld? Het is dezelfde geest die in Efeziërs 2:2 wordt genoemd, waar staat: „Eens hebt [gij] gewandeld overeenkomstig het samenstel van dingen van deze wereld, overeenkomstig de heerser van de autoriteit der lucht, de geest die thans werkzaam is in de zonen der ongehoorzaamheid.” Deze lucht is de geest of mentaliteit van de mensen in de wereld. Net als de lucht om ons heen is die geest overal. Veel mensen hebben tegenwoordig een houding van ’ik laat me door niemand de wet voorschrijven’ of ’vecht voor je recht’. Zij zijn „de zonen der ongehoorzaamheid” van Satans wereld.

5. Welke verkeerde houding hadden sommigen in Israël?

5 Zo’n houding is niet nieuw. In Mozes’ tijd kwam Korach in opstand tegen degenen die de leiding hadden in de gemeente van Israël. Hij had het vooral gemunt op Aäron en zijn zoons, die als priesters dienden. Misschien keek hij naar hun fouten. Of hij vond dat Mozes zijn familie voortrok. Hoe dan ook, het is duidelijk dat Korach de dingen vanuit menselijk standpunt bekeek en zich tegen de personen keerde die Jehovah had aangesteld. Oneerbiedig zei hij: ’Nu is het genoeg. Waarom dient gij u boven de gemeente van Jehovah te verheffen?’ (Num. 16:3) Ook Dathan en Abiram klaagden over Mozes en zeiden dat hij ’trachtte tot het uiterste de vorst over hen te spelen’. Toen Mozes ze liet roepen, zeiden ze arrogant: „Wij zullen niet opkomen!” (Num. 16:12-14) Jehovah was duidelijk niet blij met hun houding. Hij bracht alle opstandelingen ter dood (Num. 16:28-35).

6. Hoe toonden sommigen in de eerste eeuw een verkeerde houding, en wat kan de reden geweest zijn?

6 Ook sommige mannen in de eerste eeuw kregen kritiek op degenen die de leiding hadden in de gemeente; ze ’minachtten heerschappij’ (Jud. 8). Ze waren waarschijnlijk ontevreden met hun voorrechten en probeerden anderen op te zetten tegen de aangestelde broeders die hun best deden om de taken uit te voeren die ze van God hadden gekregen. (Lees 3 Johannes 9, 10.)

7. Voor welke houding moeten we oppassen?

7 Zo’n houding hoort niet thuis in de christelijke gemeente. Laten we er dus voor oppassen zo’n instelling te ontwikkelen. De ouderlingen zijn niet volmaakt, net zoals de oudere mannen in Mozes’ tijd en in de tijd van Johannes niet volmaakt waren. Ze kunnen soms fouten maken die ons persoonlijk treffen. Mocht dat ons overkomen, dan zou het niet goed zijn de geest van de wereld te volgen en te eisen dat ons ’recht wordt gedaan’ of dat er actie wordt ondernomen tegen een bepaalde broeder. Jehovah kan ervoor kiezen kleine fouten door de vingers te zien. Kunnen wij hetzelfde doen? Sommigen die ernstige zonden begaan, weigeren voor een comité te komen dat gevormd is om ze te helpen, omdat ze vinden dat die ouderlingen bepaalde tekortkomingen hebben. Dat is te vergelijken met een patiënt die een behandeling weigert omdat de dokter hem niet aanstaat.

8. Welke teksten kunnen ons helpen een goede kijk te houden op degenen die in de gemeente de leiding nemen?

8 We kunnen zo’n houding vermijden als we bedenken dat Jezus in de Bijbel wordt afgebeeld met ’zeven sterren  in zijn rechterhand’. Die sterren symboliseren de gezalfde ouderlingen, en bij uitbreiding alle ouderlingen in de gemeenten. Jezus kan de sterren in zijn hand leiden zoals hij dat wil (Openb. 1:16, 20). Als Hoofd van de gemeente heeft hij dus het volledige toezicht over alle lichamen van ouderlingen. Als een ouderling echt moet worden gecorrigeerd, zal Jezus, die ogen heeft „als een vuurvlam”, ervoor zorgen dat dit op de juiste tijd en de juiste manier wordt gedaan (Openb. 1:14). Intussen blijven we respect tonen voor degenen die door de heilige geest zijn aangesteld, want Paulus schreef: „Weest gehoorzaam aan hen die onder u de leiding nemen en weest onderdanig, want zij waken over uw ziel als mensen die rekenschap zullen afleggen, opdat zij dit met vreugde en niet met zuchten mogen doen, want dit zou voor u schadelijk zijn” (Hebr. 13:17).

Hoe zul je op raad reageren als je bedenkt dat Jezus het Hoofd van de gemeente is?

9. (a) Welke houding zou iemand kunnen hebben als hij wordt gecorrigeerd? (b) Wat is de beste manier om op correctie te reageren?

9 Als iemand gecorrigeerd wordt of zijn voorrechten kwijtraakt, kan uit zijn reactie blijken wat voor instelling hij heeft. Eén jonge broeder kreeg tactvolle raad van de ouderlingen over het spelen van gewelddadige games. Helaas reageerde hij niet goed op die raad en moest hij als dienaar in de bediening ontheven worden omdat hij niet meer aan de Bijbelse vereisten voldeed (Ps. 11:5; 1 Tim. 3:8-10). Naderhand maakte hij overal bekend dat hij het er niet mee eens was en schreef hij meerdere brieven aan het  bijkantoor met kritiek op de ouderlingen. Hij probeerde zelfs anderen in de gemeente ertoe over te halen hetzelfde te doen. Maar het heeft een averechtse uitwerking als we de vrede van de hele gemeente in gevaar brengen in een poging onszelf te rechtvaardigen. Het is veel beter een terechtwijzing te zien als een gelegenheid om onze zwakheden te leren kennen, en vervolgens de correctie gewoon te accepteren. (Lees Klaagliederen 3:28, 29.)

10. (a) Leg uit wat we uit Jakobus 3:16-18 over een goede houding en een verkeerde houding kunnen leren. (b) Welk resultaat heeft het als we „de wijsheid van boven” toepassen?

10 Jakobus 3:16-18 leert ons wat de goede en wat de verkeerde houding in de gemeente is. Er staat: „Waar jaloezie en twistgierigheid zijn, daar is wanorde en allerlei verachtelijks. Maar de wijsheid van boven is allereerst zuiver, vervolgens vredelievend, redelijk, bereid tot gehoorzamen, vol van barmhartigheid en goede vruchten, geen partijdig onderscheid makend, niet huichelachtig. Bovendien wordt het zaad van de vrucht der rechtvaardigheid gezaaid onder vredige omstandigheden voor hen die vrede maken.” Als we in overeenstemming met „de wijsheid van boven” handelen, volgen we Gods eigenschappen na, en die helpen ons tot een goede geest in de gemeente bij te dragen.

GEEF BLIJK VAN RESPECT IN DE GEMEENTE

11. (a) Wat kunnen we vermijden als we een goede instelling hebben? (b) Wat leren we van het voorbeeld van David?

11 Het zou goed zijn in gedachte te houden dat de ouderlingen de taak hebben „de gemeente van God te weiden” (Hand. 20:28; 1 Petr. 5:2). Dan begrijpen we dat het verstandig is Gods regeling te respecteren, of we nu ouderling zijn of niet. Als we een goede instelling hebben, zullen we ons niet blind staren op posities. Toen koning Saul van Israël dacht dat David een bedreiging voor zijn koningschap was geworden, bezag hij hem „voortdurend met wantrouwen” (1 Sam. 18:9). Hij ontwikkelde een verkeerde houding en wilde David zelfs vermoorden. In plaats van te veel bezig te zijn met wie de leiding heeft, zoals Saul deed, is het veel beter als David te zijn. Ondanks al het onrecht dat hem werd aangedaan, bleef hij respect tonen voor degenen die door God aangesteld waren. (Lees 1 Samuël 26:23.)

12. Wat zal tot de eenheid in de gemeente bijdragen?

12 Meningsverschillen kunnen irritatie veroorzaken in de gemeente, zelfs onder ouderlingen. De Bijbel laat zien welke instelling we moeten hebben: „Neemt de leiding in het betonen van eer aan elkaar” en „wordt niet beleidvol in uw eigen ogen” (Rom. 12:10, 16). In plaats van star aan onze mening vast te houden, moeten we erkennen dat er vaak meer dan één goede manier is om iets te bezien. Als we het standpunt van anderen proberen te begrijpen, kunnen we bijdragen tot de eenheid in de gemeente (Fil. 4:5).

13. Wat moeten we doen als we onze mening hebben gegeven, en welk Bijbels voorbeeld laat dit uitkomen?

13 Is het verkeerd je mening te geven als je denkt dat er iets in de gemeente veranderd moet worden? Nee. In de eerste eeuw ontstond er een probleem waar heel wat over gediscussieerd werd. De broeders ’troffen regelingen dat Paulus en Barnabas en enkele anderen van hen in verband met dit geschil zouden opgaan naar de apostelen en oudere mannen in Jeruzalem’ (Hand. 15:2). Ongetwijfeld hadden ze allemaal een idee hoe het probleem aangepakt moest worden.  Maar toen ze hun mening naar voren hadden gebracht en er met de hulp van de heilige geest een beslissing was genomen, begonnen ze er niet steeds opnieuw over. Nadat de gemeenten de brief met de beslissing hadden ontvangen, „verheugden zij zich over de aanmoediging” en werden ze „in het geloof bevestigd” (Hand. 15:31; 16:4, 5). Zo is het ook in deze tijd. Als we de verantwoordelijke broeders op iets hebben geattendeerd, moeten we erop vertrouwen dat ze er onder gebed aandacht aan zullen geven.

TOON EEN GOEDE HOUDING IN JE OMGANG MET ANDEREN

14. Hoe kunnen we een goede houding tonen in de omgang met anderen?

14 In onze omgang met anderen hebben we heel wat mogelijkheden om een goede houding te tonen. We kunnen allemaal veel goeds tot stand brengen door snel te vergeven als iemand ons pijn heeft gedaan. Gods Woord zegt: „Blijft elkaar verdragen en elkaar vrijelijk vergeven als de een tegen de ander een reden tot klagen heeft. Zoals Jehovah u vrijelijk vergeven heeft, doet ook gij evenzo” (Kol. 3:13). De zinsnede „als de een tegen de ander een reden tot klagen heeft” laat zien dat we een goede reden kunnen hebben om geërgerd te raken. Maar in plaats van ons te veel bezig te houden met de zwakke punten van anderen en de vrede van de gemeente te verstoren, willen we Jehovah navolgen door graag te vergeven. Zo blijven we hem eensgezind dienen.

15. (a) Wat kunnen we van Job leren over vergevingsgezindheid? (b) Hoe helpt bidden ons van een goede houding blijk te geven?

15 In verband met vergevingsgezindheid kunnen we iets van Job leren. De drie mannen die hem zogenaamd kwamen troosten, maakten veel onvriendelijke opmerkingen. Toch vergaf Job hen. Wat hielp hem daarbij? Hij ’bad ten behoeve van zijn metgezellen’ (Job 16:2; 42:10). Als we voor anderen bidden, kunnen we anders over ze gaan denken. Als we voor al onze broeders en zusters bidden, is het makkelijker een houding als die van Jezus te ontwikkelen (Joh. 13:34, 35). Verder moeten we ook om heilige geest bidden (Luk. 11:13). Gods geest zal ons helpen christelijke eigenschappen te tonen in onze omgang met anderen. (Lees Galaten 5:22, 23.)

DRAAG BIJ TOT EEN POSITIEVE GEEST IN DE GEMEENTE

16, 17. Wat heb je je voorgenomen in verband met ’de geest die je aan de dag legt’?

16 Als iedereen in de gemeente zich ten doel stelt bij te dragen tot een positieve geest, zal de hele gemeente daar voordeel van hebben. Misschien heb je na het lezen van dit artikel het idee dat je iets aan je houding kunt verbeteren en opbouwender kunt zijn. Ga er dan eens voor zitten en kijk aan de hand van Gods Woord wat je zou kunnen veranderen (Hebr. 4:12). Paulus, die het belangrijk vond een goed voorbeeld voor de gemeenten te zijn, zei: „Want ik ben mij er niet van bewust dat er iets tegen mij is. Toch is daardoor nog niet bewezen dat ik rechtvaardig ben, maar hij die mij onderzoekt, is Jehovah” (1 Kor. 4:4).

17 Als we proberen in overeenstemming met de wijsheid van boven te leven en onszelf of onze positie niet al te serieus nemen, dragen we bij tot een positieve geest in de gemeente. Door van harte te vergeven en positief over anderen te denken, zullen we de vrede met onze broeders en zusters bewaren (Fil. 4:8). We kunnen er dan zeker van zijn dat Jehovah en Jezus blij zijn met ’de geest die we aan de dag leggen’ (Filem. 25).