Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

De Wachttoren — studie-uitgave  |  november 2006

Aanvaard altijd het strenge onderricht van Jehovah

Aanvaard altijd het strenge onderricht van Jehovah

„Verwerp niet . . . het strenge onderricht van Jehovah.” — SPREUKEN 3:11.

1. Waarom moeten we streng onderricht van God aanvaarden?

KONING Salomo van het oude Israël geeft ons allemaal een goede reden om van God afkomstig streng onderricht te aanvaarden: „Verwerp niet, o mijn zoon, het strenge onderricht van Jehovah; en verafschuw zijn terechtwijzing niet, want die Jehovah liefheeft, wordt door hem terechtgewezen, evenals een vader dit doet met een zoon aan wie hij een welgevallen heeft” (Spreuken 3:11, 12). Je hemelse Vader geeft je dus streng onderricht omdat hij van je houdt.

2. Wat wordt bedoeld met „streng onderricht”, en hoe kan iemand streng onderricht worden?

2 Met ’streng onderricht’ wordt tuchtiging, correctie, instructie en opleiding bedoeld. „Nu schijnt elk streng onderricht . . . op het ogenblik zelf niet vreugdevol te zijn, maar bedroevend”, schreef de apostel Paulus. „Toch werpt het later voor hen die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht af, namelijk rechtvaardigheid” (Hebreeën 12:11). Door streng onderricht te aanvaarden en toe te passen kun je geholpen worden een rechtvaardige handelwijze te volgen en dat kan je dichter tot de heilige God, Jehovah, brengen (Psalm 99:5). Soms word je gecorrigeerd door medegelovigen, door dingen die je op christelijke vergaderingen leert of door je studie van Gods Woord en de publicaties van „de beleidvolle beheerder” (Lukas 12:42-44). Je kunt heel dankbaar zijn als je op die manier attent wordt gemaakt op iets wat verbetering behoeft! Maar wat voor streng onderricht kan er nodig zijn als iemand een ernstige zonde heeft begaan?

Waarom sommigen uitgesloten worden

3. Wanneer wordt iemand uitgesloten?

3 Gods aanbidders bestuderen de bijbel en christelijke publicaties. Jehovah’s maatstaven  worden besproken op gemeentevergaderingen en grotere bijeenkomsten. Christenen weten dus heel goed wat Jehovah van hen verlangt. Een gemeentelid wordt alleen uitgesloten als hij zich aan ernstige zonde schuldig maakt en geen berouw heeft.

4, 5. Welk bijbelse voorbeeld van een uitsluiting wordt hier besproken, en waarom drong Paulus erop aan de man weer in de gemeente op te nemen?

4 Laten we eens een bijbels voorbeeld van een uitsluiting bekijken. De gemeente in Korinthe tolereerde ’zo’n hoererij als zelfs onder de natiën niet voorkwam, dat een zekere man de vrouw had van zijn vader’. Paulus drong er bij de Korinthiërs op aan ’zo iemand aan Satan over te geven voor de vernietiging van het vlees, opdat de geest behouden mocht worden’ (1 Korinthiërs 5:1-5). Toen de zondaar was uitgesloten en daarmee aan Satan was overgeleverd, maakte hij weer deel uit van de wereld van de Duivel (1 Johannes 5:19). Door zijn uitsluiting werd een zondig vleselijk element uit de gemeente verwijderd en bleef de christelijke „geest” of overheersende houding ervan bewaard. — 2 Timotheüs 4:22; 1 Korinthiërs 5:11-13.

5 Na niet al te lange tijd drong Paulus er bij de christenen in Korinthe op aan de kwaaddoener weer in de gemeente op te nemen. Waarom? Anders zouden ze misschien „door Satan worden overmeesterd”, zei de apostel. De zondaar had kennelijk berouw en had zijn leven in het reine gebracht (2 Korinthiërs 2:8-11). Als de Korinthiërs weigerden de berouwvolle man te herstellen, zou Satan hen overmeesteren in de zin dat ze hard en onverzoenlijk werden, precies wat Satan wilde. Hoogstwaarschijnlijk ’vergaven en vertroostten’ ze de berouwvolle man kort daarna. — 2 Korinthiërs 2:5-7.

6. Wat kan een uitsluiting bewerken?

6 Wat wordt door een uitsluiting bewerkt? Jehovah’s heilige naam wordt van smaad gezuiverd en de goede reputatie van zijn volk wordt beschermd (1 Petrus 1:14-16). Door het verwijderen van een berouwloze kwaaddoener uit de gemeente worden bovendien Gods maatstaven hoog gehouden en wordt de geestelijke reinheid van de gemeente bewaard. Ook kan het de onberouwvolle zondaar tot bezinning brengen.

Waarom gaf de apostel Paulus de Korinthiërs instructies over uitsluiting?

Het komt op berouw aan

7. Welke uitwerking had het op David dat hij zijn overtredingen verzweeg?

7 De meesten die een ernstige zonde begaan, hebben oprecht berouw en worden niet uit de gemeente gesloten. Natuurlijk komt echt berouw niet altijd vanzelf. Denk eens aan koning David van Israël, die Psalm 32 componeerde. Uit dat lied blijkt dat David zijn ernstige zonden, waarschijnlijk in de situatie met Bathseba, een tijdlang verzweeg. Het gevolg was dat gewetensnood hem van zijn kracht beroofde, net zoals de droge zomerhitte vocht aan een boom onttrekt. David leed eronder, fysiek en mentaal, maar toen hij ’zijn overtredingen beleed, vergaf Jehovah hem’ (Psalm 32:3-5). Daarna zong David: „Gelukkig is de mens wie Jehovah de dwaling niet toerekent” (Psalm 32:1, 2). Het was iets geweldigs om Gods barmhartigheid te ervaren!

8, 9. Hoe toont iemand berouw, en hoe belangrijk is berouw als het erom gaat of een uitgeslotene weer hersteld kan worden?

8 Het is dus duidelijk dat een zondaar berouw moet hebben wil hem barmhartigheid betoond worden. Berouw is echter niet hetzelfde als schaamte of de angst tegen de lamp te lopen. Berouw hebben betekent dat je uit spijt anders gaat denken over het slechte gedrag. Iemand die berouw heeft, heeft „een gebroken en verbrijzeld hart” en wil voor zover mogelijk ’het onrecht herstellen’. — Psalm 51:17; 2 Korinthiërs 7:11.

9 Berouw is een heel belangrijke factor als het erom gaat of iemand weer in de christelijke gemeente kan worden opgenomen. Een uitgeslotene wordt niet automatisch na een bepaalde tijd weer in de gemeente toegelaten. Voordat hij hersteld kan worden, moet zijn hartentoestand een grote verandering ondergaan. Hij moet de ernst van zijn zonde gaan inzien en beseffen dat hij smaad op Jehovah en de gemeente heeft gebracht. De zondaar moet berouw hebben, oprecht om vergeving bidden en zich naar Gods  rechtvaardige vereisten schikken. Wanneer hij erom vraagt weer opgenomen te worden, moet hij kunnen aantonen dat hij berouw heeft en dat hij ’werken doet die bij berouw passen’. — Handelingen 26:20.

Waarom kwaaddoen bekennen?

10, 11. Waarom moeten we niet proberen een zonde te verbergen?

10 Sommigen die gezondigd hebben, redeneren misschien: ’Als ik er met iemand over praat, kan het zijn dat ik daarna allerlei pijnlijke vragen moet beantwoorden en misschien word ik wel uitgesloten. Maar als ik mijn mond houd, heb ik daar geen last van en komt niemand in de gemeente het te weten.’ Zo iemand laat een aantal belangrijke factoren buiten beschouwing. Welke?

11 Jehovah is „een God barmhartig en goedgunstig, langzaam tot toorn en overvloedig in liefderijke goedheid en waarheid, die liefderijke goedheid bewaart voor duizenden, die dwaling en overtreding en zonde vergeeft”. Toch corrigeert hij zijn volk „in de juiste mate” (Exodus 34:6, 7; Jeremia 30:11). Hoe zou je als je een ernstige zonde hebt begaan, Gods barmhartigheid kunnen verkrijgen als je je zonde zou proberen te verbergen? Jehovah weet ervan, en hij ziet kwaaddoen niet door de vingers. — Spreuken 15:3; Habakuk 1:13.

12, 13. Wat kan het gevolg zijn als je kwaaddoen probeert te verbergen?

12 Als je een ernstige zonde hebt begaan, kan het bekennen ervan je helpen weer een goed geweten te krijgen (1 Timotheüs 1:18-20). Maar het niet bekennen van die zonde zou je geweten kunnen verontreinigen, wat tot verdere zonde kan leiden. Bedenk dat je niet alleen tegen een medemens of tegen de gemeente hebt gezondigd. Je hebt tegen God gezondigd. De psalmist zong: „Jehovah — in de hemel is zijn troon. Zijn eigen ogen aanschouwen, zijn eigen stralende ogen onderzoeken de mensenzonen. Jehovah zelf onderzoekt zowel de rechtvaardige als de goddeloze.” — Psalm 11:4, 5.

13 Jehovah zal niemand zegenen die een grove zonde verbergt en probeert in de reine christelijke gemeente te blijven (Jakobus 4:6). Als je dus in zonde bent vervallen en wilt doen wat juist is, aarzel dan niet om je zonde eerlijk op te biechten. Anders zul je een slecht geweten hebben, vooral als je raad over zulke ernstige zaken leest of hoort. En stel dat Jehovah zijn geest van je zou wegnemen, zoals hij dat bij koning Saul deed? (1 Samuël 16:14) Zonder Gods geest zou je tot nog ernstiger zonden kunnen vervallen.

Heb vertrouwen in je loyale broeders

14. Waarom moet een kwaaddoener de raad uit Jakobus 5:14, 15 opvolgen?

14 Wat moet een berouwvolle kwaaddoener daarom doen? „Laat hij de oudere mannen van de gemeente bij zich roepen, en laten zij over hem bidden en hem in de naam van Jehovah met olie inwrijven. En het gebed des geloofs zal degene die zich niet wel voelt beter maken, en Jehovah zal hem oprichten” (Jakobus 5:14, 15). Naar de ouderlingen toe gaan is één manier waarop iemand ’vruchten kan voortbrengen die bij berouw passen’ (Mattheüs 3:8). Die getrouwe en liefdevolle mannen zullen „over hem bidden en hem in de naam van Jehovah met olie inwrijven”. Net als verzachtende olie zal hun bijbelse raad vertroostend blijken te zijn voor iemand die oprecht berouw heeft. — Jeremia 8:22.

15, 16. Hoe volgen de ouderlingen het voorbeeld van God, zoals dat in Ezechiël 34:15, 16 wordt beschreven?

15 Wat een liefdevol voorbeeld gaf onze Herder, Jehovah, toen hij in 537 v.G.T. de joden uit Babylonische gevangenschap vrijliet en toen hij in 1919 G.T. het geestelijke Israël uit „Babylon de Grote” bevrijdde (Openbaring 17:3-5; Galaten 6:16). Hij vervulde zo zijn belofte: „Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze zelf een rustplaats wijzen . . . Het verdwaalde dier zal Ik zoeken, het verlaten dier terughalen, het gewonde dier verbinden, het zieke dier sterken.” — Ezechiël 34:15, 16, Willibrordvertaling.

16 Jehovah weidde zijn figuurlijke schapen, liet ze in veiligheid neerliggen en ging op zoek naar de dieren die verdwaald waren. Zo zorgen ook christelijke herders ervoor dat Gods kudde in  geestelijk opzicht goed gevoed en veilig is. De ouderlingen gaan op zoek naar schapen die van de gemeente afdwalen. Net zoals God ’het gewonde dier verbond’, ’verbinden’ opzieners schapen die gewond zijn geraakt door andermans woorden of door hun eigen daden. En net als God ’het zieke dier sterkte’, helpen de ouderlingen degenen die geestelijk ziek zijn geworden, mogelijk als gevolg van hun eigen kwaaddoen.

Hoe herders hulp bieden

17. Waarom moeten we niet aarzelen de ouderlingen om geestelijke hulp te vragen?

17 De ouderlingen zullen beslist gehoor willen geven aan de raad: ’Blijf barmhartigheid tonen, doch doe dit met vrees’ (Judas 23). Sommige christenen hebben ernstig gezondigd doordat ze tot seksuele immoraliteit zijn vervallen. Maar als ze oprecht berouw hebben, kunnen ze erop rekenen barmhartig en liefdevol behandeld te worden door ouderlingen die hen graag in geestelijk opzicht helpen. Paulus zei over zulke mannen, onder wie hijzelf: „Niet dat wij de meesters over uw geloof zijn, maar wij zijn medewerkers tot uw vreugde” (2 Korinthiërs 1:24). Aarzel dus nooit om hun hulp in te roepen.

18. Hoe gaan ouderlingen met dwalende medegelovigen om?

18 Waarom kun je als je ernstig gezondigd hebt, vertrouwen hebben in de ouderlingen? Omdat ze bovenal herders zijn van Gods kudde (1 Petrus 5:1-4). Geen enkele liefdevolle herder zal een mak, blatend lammetje slaan omdat het zichzelf letsel heeft toegebracht. Als ouderlingen met dwalende medegelovigen te maken hebben, is het dan ook geen kwestie van misdaad en straf maar van zonde en, waar mogelijk, geestelijk herstel (Jakobus 5:13-20). Ouderlingen moeten rechtvaardig oordelen en ’de kudde teder behandelen’ (Handelingen 20:29, 30; Jesaja 32:1, 2). Net als alle andere christenen moeten ze ’gerechtigheid oefenen, goedheid liefhebben en bescheiden wandelen met hun God’ (Micha 6:8). Zulke eigenschappen zijn onmisbaar als er beslissingen genomen moeten worden die van invloed zijn op het leven en de heilige dienst van ’de schapen van Jehovah’s weide’. — Psalm 100:3.

Net als herders uit de oudheid ’verbinden’ christelijke ouderlingen Gods gewonde schapen

19. Met welke instelling proberen ouderlingen iemand terecht te brengen?

19 Christelijke herders zijn door heilige geest aangesteld en willen zich door die geest laten leiden. Als ’iemand een misstap doet voordat hij zich ervan bewust is’, moeten geestelijk bekwame mannen proberen „zo iemand in een geest van zachtaardigheid weer terecht te brengen” (Galaten 6:1; Handelingen 20:28). De ouderlingen proberen zijn denkwijze met zachtaardigheid te corrigeren maar houden tegelijkertijd  krachtig vast aan goddelijke maatstaven. Ze zijn als een zorgzame arts die behoedzaam een gebroken been zet; hij wil de patiënt niet onnodig pijn doen maar toch het probleem verhelpen (Kolossenzen 3:12). Omdat de ouderlingen hun beslissing om barmhartigheid te tonen altijd op gebed en de bijbel baseren, zou zo’n beslissing Gods kijk op de zaak weerspiegelen. — Mattheüs 18:18.

20. Wanneer kan het nodig zijn de gemeente erover in te lichten dat iemand is terechtgewezen?

20 Als een zonde wijd en zijd bekend is of zonder meer bekend zal worden, zou het passend zijn dat er een mededeling wordt gedaan aan de gemeente om de reputatie ervan te beschermen. Er zal ook een mededeling gedaan worden als er een noodzaak is om de gemeente te informeren. Zolang iemand die door een rechterlijk comité is terechtgewezen geestelijk aan het herstellen is, kan hij vergeleken worden met iemand die van een verwonding geneest en daardoor tijdelijk wat minder kan doen. Het zou voor de berouwvolle zondaar hoogstwaarschijnlijk beter zijn als hij op de vergaderingen een tijdlang alleen maar luistert en geen commentaar geeft. De ouderlingen kunnen er regelingen voor treffen dat iemand hem bijbelstudie geeft om hem te helpen zijn zwakke punten te overwinnen, zodat hij weer „gezond in geloof” wordt (Titus 2:2). Dat alles wordt uit liefde gedaan en is niet bedoeld om de kwaaddoener te straffen.

21. Hoe kunnen sommige gevallen van kwaaddoen aangepakt worden?

21 Ouderlingen kunnen op verschillende manieren geestelijke hulp bieden. Stel dat een broeder die vroeger een drankprobleem had, een- of tweemaal te veel gedronken heeft terwijl hij alleen thuis was. Of misschien heeft iemand die al lang niet meer rookt, een of twee keer op een zwak moment heimelijk een sigaret opgestoken. Hoewel hij dat in gebed heeft voorgelegd en ervan overtuigd is dat Jehovah hem heeft vergeven, dient hij de hulp van een ouderling in te roepen om te voorkomen dat zo’n zonde tot een gewoonte wordt. Een of twee ouderlingen zouden de situatie kunnen behandelen. Maar ze zouden wel de presiderend opziener inlichten, aangezien er nog andere factoren bij betrokken kunnen zijn.

Blijf het strenge onderricht van God aanvaarden

22, 23. Waarom moet je streng onderricht van God blijven aanvaarden?

22 Wil een christen Gods goedkeuring genieten, dan moet hij acht slaan op het strenge onderricht van Jehovah (1 Timotheüs 5:20). Neem dus elke terechtwijzing ter harte die je krijgt wanneer je de bijbel en christelijke publicaties bestudeert of wanneer er raad wordt gegeven op gemeentevergaderingen en grotere vergaderingen van Jehovah’s volk. Blijf er alert op Jehovah’s wil te doen. Dan zal streng onderricht van God je helpen een geestelijk bolwerk in stand te houden — een sterke, met een muur te vergelijken verdediging tegen zonde.

23 Als je van God afkomstig streng onderricht aanvaardt, kun je in Gods liefde blijven. Het is waar dat sommigen uit de christelijke gemeente gesloten zijn, maar dat hoeft jou niet te gebeuren als je ’je hart beveiligt’ en ’als een wijze wandelt’ (Spreuken 4:23; Efeziërs 5:15). En ten aanzien van personen die op dit moment uitgesloten zijn, hopen we echt dat ze stappen ondernemen om hersteld te worden. God wil dat allen die zich aan hem hebben opgedragen hem getrouw en met „vreugde des harten” aanbidden (Deuteronomium 28:47). Je kunt dat voor eeuwig doen als je altijd Jehovah’s strenge onderricht aanvaardt. — Psalm 100:2.