Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Ontwaakt!  |  november 2015

 INTERVIEW | DR. GENE HWANG

Een wiskundige vertelt over zijn geloof

Een wiskundige vertelt over zijn geloof

Dr. Gene Hwang, geboren in 1950 in T’ai-nan (Taiwan), is gepensioneerd hoogleraar wiskunde aan de Nationale Chung Cheng-universiteit in Taiwan. Hij is ook emeritus hoogleraar aan de Cornell-universiteit in de Verenigde Staten, waar hij lesgaf in en onderzoek deed naar kansrekening en statistiek. Jarenlang was hij een van de meest gerespecteerde deskundigen op het gebied van statistiek, een onderwerp waar hij zich nog steeds mee bezighoudt. Als jonge man geloofde hij dat leven was ontstaan door evolutie. Maar later veranderde hij van mening. Ontwaakt! vroeg hem naar zijn werk en zijn geloof.

Met welke leringen kreeg u in uw jeugd te maken?

Op school werd de evolutietheorie onderwezen, maar niemand legde uit hoe leven was ontstaan. Toen mijn ouders taoïst werden, luisterde ik naar hun leraren en stelde ik ze allerlei vragen. Maar ik kreeg maar weinig overtuigende antwoorden.

Waarom werd u wiskundige?

Op de basisschool raakte ik gefascineerd door rekenen. Die fascinatie werd alleen maar groter toen ik naar de universiteit ging, waar ik vooral genoot van de lessen over wiskunde en kansrekening. Een beknopte wiskundige bewijsvoering vind ik vaak heel mooi en verfijnd.

Hoe raakte u geïnteresseerd in de Bijbel?

In 1978 begon Jinghuei, mijn vrouw, de Bijbel te onderzoeken met Jehovah’s Getuigen, en af en toe deed ik mee. We woonden inmiddels in de Verenigde Staten. Jinghuei had net haar doctoraat in de natuurkunde behaald en ik studeerde statistiek aan de Purdue-universiteit in Indiana.

Wat vond u van de Bijbel?

Ik vond het interessant dat er werd verteld hoe de aarde werd klaargemaakt voor de mens. De zes scheppingsperioden * die in Genesis worden beschreven, al  is het op een eenvoudige manier, leken overeen te komen met de feiten — in tegenstelling tot oude mythologieën. Toch kon ik me er jarenlang niet toe zetten in een Maker te geloven.

Waarom vond u dat moeilijk?

Als ik in een Maker ging geloven, zou dat betekenen dat ik het geloof uit mijn jeugd moest loslaten

Het was een emotionele stap. Als ik in een Maker ging geloven, zou dat betekenen dat ik het geloof uit mijn jeugd moest loslaten. Het traditionele taoïsme leert namelijk niet dat er een persoonlijke God of Maker is.

Maar later veranderde u van mening. Hoe kwam dat?

Ik ging steeds meer nadenken over de oorsprong van het leven en raakte ervan overtuigd dat het eerste levende organisme heel complex moet zijn geweest. Het moest zich bijvoorbeeld kunnen voortplanten. Dat is alleen mogelijk met genetische informatie en een mechanisme dat die informatie nauwkeurig kopieert. Bovendien heeft zelfs de eenvoudigste levende cel moleculaire machines nodig om alle onderdelen van een nieuwe cel te kunnen bouwen. En dan moet zo’n cel ook nog het vermogen hebben om energie op te slaan en te gebruiken. Als wiskundige kon ik me er niet bij neerleggen dat zulke ingewikkelde mechanismen vanzelf uit niet-levende materie waren ontstaan. Dat kan gewoon niet het resultaat zijn van toevallige processen.

Waardoor besloot u uiteindelijk het geloof van Jehovah’s Getuigen grondiger te gaan onderzoeken?

Ik studeerde af en toe met de Getuigen. In 1995 werd ik ziek tijdens een bezoek aan Taiwan en had ik hulp nodig. Vanuit de Verenigde Staten belde mijn vrouw Jehovah’s Getuigen in Taiwan. Toen ze me vonden, zat ik uitgeput voor een ziekenhuis waar geen bedden meer vrij waren. Een van de Getuigen bracht me naar een hotel, zodat ik kon uitrusten. Daarna bracht hij me naar een kliniek waar ik behandeld kon worden.

Die oprechte bezorgdheid raakte me, en ik dacht terug aan de vele keren dat de Getuigen mijn gezin hadden geholpen. De Getuigen waren anders vanwege hun geloof. Daarom begon ik weer met ze te studeren. Een jaar later werd ik gedoopt.

Botst uw geloof met uw werk?

Totaal niet. De afgelopen jaren heb ik op wiskundig gebied steun geboden aan onderzoekers die de werking van het gen bestuderen. Onderzoek naar genetica biedt duidelijkheid over de werking van het leven, waardoor ik veel bewondering heb gekregen voor de wijsheid van onze Maker.

Kunt u een voorbeeld geven van die wijsheid?

Denk eens aan de voortplanting. Sommige organismen, zoals de amoebe, zijn niet onderverdeeld in mannetjes en vrouwtjes. Deze eencellige microben maken een kopie van hun genetische informatie en delen zich — een proces dat ongeslachtelijke voortplanting wordt genoemd. Maar de meeste planten en dieren planten zich geslachtelijk voort, waarbij genetische informatie van een mannelijke en een vrouwelijke ‘ouder’ van een soort wordt gecombineerd. Waarom is geslachtelijke voortplanting zo bijzonder?

Het voortplantingsproces waarbij één organisme zich in tweeën deelt, bestaat al ontzettend lang en werkt heel goed. Waarom zou zo’n proces zich dan ontwikkelen tot een systeem waarbij twee organismen één nieuw organisme vormen? De mechanismen die de helft van de genetische informatie van een mannetje en een vrouwtje combineren, zijn enorm ingewikkeld en vormen een groot probleem voor evolutionair biologen. Voor mij is het overduidelijk dat geslachtelijke voortplanting door God is ontworpen.

^ ¶11 Zie de brochure Is het leven geschapen?, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen, voor meer informatie over de scheppingsperioden. De brochure is te vinden op www.jw.org/nl.