Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

ONTWAAKT! FEBRUARI 2015

 INTERVIEW | ANTONIO DELLA GATTA

Waarom een priester de kerk verliet

Waarom een priester de kerk verliet

NADAT hij negen jaar in Rome gestudeerd had, werd Antonio Della Gatta in 1969 tot priester gewijd. Later werkte hij als rector van een seminarie in de buurt van Napels (Italië). Daar trok hij, na veel studie en meditatie, de conclusie dat het katholicisme niet op de Bijbel is gebaseerd. Hij sprak met Ontwaakt! over zijn zoektocht naar God.

Vertel eens wat over uw jeugd.

Ik ben in 1943 in Italië geboren en ik groeide met mijn broers en zussen op in een klein dorpje. Mijn vader was boer en timmerman. Ons gezin was vroom katholiek.

Waarom wilde u priester worden?

Als kind vond ik het geweldig om naar de priesters te luisteren. Ik was betoverd door hun stemmen en door de indrukwekkende rituelen, dus ik moest en zou priester worden. Toen ik dertien was, bracht mijn moeder me naar een internaat waar jongens werden voorbereid op een opleiding tot priester.

Was Bijbelstudie onderdeel van uw opleiding?

Niet echt. Toen ik vijftien was, gaf een van mijn leraren me een boek waar de evangeliën in stonden — de verslagen van Jezus’ leven en bediening — en ik las het meerdere keren. Op mijn achttiende ging ik naar Rome om aan de pauselijke universiteiten te studeren. Ik studeerde Latijn, Grieks, geschiedenis, filosofie, psychologie en theologie. We zeiden wel Bijbelverzen op en op zondag werd er uit de Bijbel voorgelezen, maar dat kun je niet echt studeren noemen.

U werd rector. Gaf u ook les?

Het was voornamelijk een bestuurlijke functie. Maar ik gaf wel les over de besluiten van het Tweede Vaticaans Concilie.

Waarom begon u aan de kerk te twijfelen?

Drie dingen stoorden me. De kerk bemoeide zich met politiek. Wangedrag van geestelijken en kerkleden werd door de vingers gezien. En bepaalde katholieke leringen leken me verkeerd. Bijvoorbeeld: Hoe kan een God van liefde mensen na hun dood voor altijd pijnigen? En wil God echt dat we de rozenkrans bidden en gebeden honderden keren herhalen? *

Wat deed u toen?

In tranen bad ik God om hulp. Ik kocht ook een katholieke Bijbelvertaling die kort daarvoor was uitgekomen en begon die te lezen. Toen ik op een zondagmorgen na de mis mijn ambtsgewaad ophing, kwamen twee mannen het seminarie binnenlopen. Ze vertelden dat ze Getuigen van Jehovah waren. We spraken meer dan een uur over de  Bijbel en de kenmerken van ware religie.

Wat vond u van die bezoekers?

Ik was onder de indruk van hun overtuiging en van het gemak waarmee ze passages uit een katholieke Bijbelvertaling aanhaalden. Later begon Mario, ook een Getuige, me te bezoeken. Hij was geduldig en hield zich aan zijn afspraak — elke zaterdagmorgen om negen uur klonk de deurbel, weer of geen weer.

Wat vonden de andere priesters daarvan?

Ik nodigde ze uit om mee te doen, maar geen van hen vond Bijbelstudie belangrijk. Maar ik genoot ervan. Ik leerde zo veel nieuws, zoals waarom God slechtheid en lijden toelaat — iets wat ik me altijd al had afgevraagd.

Wilden uw superieuren dat u stopte met Bijbelstudie?

In 1975 ging ik meerdere keren naar Rome om mijn zienswijze uit te leggen. Mijn superieuren probeerden mijn kijk te veranderen, maar niemand gebruikte daarbij de Bijbel. Uiteindelijk schreef ik op 9 januari 1976 naar Rome dat ik niet langer katholiek was. Twee dagen later verliet ik het seminarie. Ik stapte op de trein en ging naar mijn eerste bijeenkomst van Jehovah’s Getuigen, wat een bijeenkomst van meerdere gemeenten bleek te zijn. Daar was alles heel anders dan ik gewend was! Elke Getuige had een bijbel en las mee met de sprekers die verschillende onderwerpen behandelden.

Hoe reageerde uw familie?

De meesten boden zware tegenstand. Maar ik ontdekte dat mijn broer in Lombardije, een streek in Noord-Italië, met de Getuigen studeerde. Ik zocht hem op en de Getuigen daar hielpen me een baan en een huis te vinden. Later dat jaar werd ik als een van Jehovah’s Getuigen gedoopt.

Eindelijk heb ik een hechte band met God

Hebt u spijt van uw beslissingen?

Absoluut niet! Omdat ik nu weet wat de Bijbel — en niet filosofie of kerkelijke traditie — over God zegt, heb ik eindelijk een hechte band met hem. En nu kan ik anderen oprecht en met overtuiging lesgeven uit de Bijbel.

^ ¶13 De Bijbel geeft duidelijke antwoorden op deze en nog veel meer vragen. Kijk onder WAT DE BIJBEL LEERT > VRAGEN OVER DE BIJBEL.