Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Ontwaakt!  |  november 2014

Romeinse aquaducten: indrukwekkende staaltjes van bouwkunst

Romeinse aquaducten: indrukwekkende staaltjes van bouwkunst

VAN alle bouwkundige prestaties uit de oudheid behoren Romeinse aquaducten * tot de meest opvallende. „Wat een massa waterstromen! En al die bouwkundige constructies die daarvoor nodig zijn! Zet daar die overbodige piramiden maar eens naast! Of die andere nutteloze toeristische attracties van de Grieken!”, schreef de bestuurder en watercommissaris Sextus Julius Frontinus (35-ca. 103 n.Chr.) in Aquaducten van Rome.

Waarom waren er aquaducten nodig?

In de oudheid werden steden meestal gebouwd op plaatsen waar veel water was en dat gold ook voor Rome. Aanvankelijk leverden de Tiber en de bronnen in de buurt voldoende water voor de stad. Maar vanaf de vierde eeuw v.Chr. nam het aantal inwoners van Rome snel toe en daarmee ook de vraag naar water.

Omdat weinig mensen stromend water hadden, bouwden de Romeinen niet alleen honderden openbare badhuizen (thermen) maar ook baden in particuliere huizen. Het eerste badhuis in Rome werd gevoed door de Aqua Virgo, een aquaduct dat in 19 n.Chr. werd opgeleverd. De bouwer hiervan was Marcus Agrippa. Hij was een goede vriend van Caesar Augustus en had een enorm vermogen dat hij voor een groot deel stak in de renovatie en uitbreiding van de watervoorziening van Rome.

Badhuizen werden ook sociale ontmoetingsplaatsen. Grotere badhuizen hadden soms zelfs een tuin of een bibliotheek. Het water van de aquaducten, dat niet kon worden afgesloten, stroomde vanuit de badhuizen het riool in. Zo werd het afvalwater, waaronder dat van de openbare toiletten (latrines), constant weggespoeld.

Bouw en onderhoud

Misschien denkt u bij de term ’Romeins aquaduct’ aan indrukwekkende bogen die zich uitstrekken naar de verre horizon. Toch maakten de bogen nog geen 20 procent uit van alle leidingen, want het grootste  deel ervan lag onder de grond. Dit economische ontwerp beschermde de aquaducten niet alleen tegen erosie maar maakte ook minder inbreuk op de omgeving. Zo had de Aqua Marcia, die in 140 n.Chr. werd voltooid, een lengte van ruim 90 kilometer, terwijl niet meer dan 11 kilometer daarvan uit bogen bestond.

Voordat een aquaduct werd gebouwd, beoordeelden ingenieurs de kwaliteit van een potentiële waterbron door de zuiverheid, stroomsnelheid en smaak van het water te onderzoeken. Ze letten ook op de gezondheid van de plaatselijke bevolking die het water dronk. Als een locatie eenmaal was goedgekeurd, berekenden landmeters niet alleen het traject en de hellingsgraad van de waterleiding maar ook de afmetingen ervan. Voor de aanleg werden waarschijnlijk slaven ingezet. Omdat de bouw van een aquaduct soms jaren duurde, was het een kostbare onderneming, vooral als er boogconstructies nodig waren.

Bovendien moest een aquaduct onderhouden en bewaakt worden. Op een bepaald moment had de stad Rome hiervoor zo’n zevenhonderd mensen in dienst! Bij het ontwerp werd ook rekening gehouden met toekomstig onderhoud. Ondergrondse gedeelten werden bijvoorbeeld toegankelijk gemaakt via putten en schachten. Bij grote herstelwerkzaamheden kon het water tijdelijk worden omgeleid.

De aquaducten van de stad Rome

Aan het begin van de derde eeuw had Rome elf grote aquaducten. De eerste, de Aqua Appia, was ruim 16 kilometer lang. Dit aquaduct werd in 312 v.Chr. gebouwd en liep bijna helemaal ondergronds. De Aqua Claudia, die gedeeltelijk bewaard is gebleven, had een lengte van zo’n 70 kilometer met bijna 10 kilometer aan bogen. Een aantal daarvan was ruim 27 meter hoog!

Hoeveel water werd er op deze manier aangevoerd? Heel veel! Via de eerder genoemde Aqua Marcia stroomde er dagelijks zo’n 190 miljoen liter water naar Rome, waar het dankzij de zwaartekracht in verdeelbekkens terechtkwam. Vervolgens werd het via zijtakken naar andere bekkens en publieke watervoorzieningen geleid. Volgens sommige schattingen was het waterverdeelsysteem van Rome op een gegeven moment zo groot dat het dagelijks misschien wel 1000 liter water per inwoner aanvoerde.

Door de groei van het Romeinse Rijk „kwamen er overal waar Rome kwam ook aquaducten”, zegt het boek Roman Aqueducts & Water Supply. Iemand die in deze tijd door Turkije, Frankrijk, Spanje of Noord-Afrika reist, kan deze indrukwekkende staaltjes van bouwkunde nog steeds bewonderen.

^ ¶2 De Romeinen waren niet de eersten die waterleidingen aanlegden. Ook in Assyrië, Egypte, India en Perzië kwamen ze al voor.