Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

ONTWAAKT! FEBRUARI 2014

 PORTRETTEN UIT HET VERLEDEN

Constantijn de Grote

Constantijn de Grote

Constantijn was de eerste Romeinse keizer die het christelijke geloof beleed. Daardoor heeft hij de wereldgeschiedenis enorm beïnvloed. Hij omarmde deze voorheen verboden godsdienst en droeg bij tot de vorming van de christenheid, die zo „het sterkste sociale en politieke instrument” werd dat ooit de geschiedenis heeft beïnvloed, aldus The Encyclopædia Britannica.

WAAROM zou u zich interesseren voor een Romeinse keizer die lang geleden leefde? Als u belangstelling hebt voor het christendom, is het goed te weten dat Constantijns politieke en religieuze manipulaties invloed hebben gehad op de leerstellingen en gebruiken van veel kerken in deze tijd. Op welke manier?

DE KERKEN — GELEGALISEERD EN VERVOLGENS GEBRUIKT

In 313 regeerde Constantijn over het West-Romeinse Rijk, terwijl Licinius en Maximinus over het Oost-Romeinse Rijk regeerden. Constantijn en Licinius stelden godsdienstvrijheid in voor iedereen, ook voor christenen. Constantijn wierp zich op als beschermer van het christendom omdat hij dacht dat het eenheid kon brengen in zijn rijk. *

Constantijn was dan ook geschokt toen hij erachter kwam dat de kerken door allerlei geschillen verdeeld waren. Om eensgezindheid te bereiken, ging hij een ’juiste’ geloofsleer opstellen en die vervolgens opleggen. Om zijn gunst te winnen moesten bisschoppen religieuze compromissen sluiten. Degenen die dat deden, kregen vrijstelling van belasting en werden royaal begunstigd. „Door de ’juiste’ christelijke geloofsleer te aanvaarden, hadden ze niet  alleen toegang tot de hemel maar ook tot grote rijkdommen op aarde”, zei de historicus Charles Freeman. Zo werden de geestelijken machtige figuren in wereldlijke aangelegenheden. „De kerk had een beschermer gekregen,” zegt de historicus A.H.M. Jones, „maar tegelijkertijd ook een meester.”

„De kerk had een beschermer gekregen, maar tegelijkertijd ook een meester.” — A.H.M. Jones, historicus.

WAT VOOR CHRISTENDOM?

Het gevolg van Constantijns samenwerking met de bisschoppen was een religie met geloofspunten die deels christelijk, deels heidens waren. Dat kon ook bijna niet anders, want het doel van de keizer was religieus pluralisme en niet het vinden van religieuze waarheid. Hij was tenslotte de heerser van een heidens rijk. Om beide religieuze kampen tevreden te stellen, nam hij een standpunt in van „bewuste dubbelzinnigheid in zijn daden en manier van regeren in het algemeen”, schreef een historicus.

Constantijn beweerde een voorvechter te zijn van het christendom, maar hij hield ook vast aan zijn heidense geloof. Zo deed hij aan astrologie en waarzeggerij, occulte bezigheden die de Bijbel veroordeelt (Deuteronomium 18:10-12). Op de Boog van Constantijn in Rome wordt hij afgebeeld terwijl hij offers brengt aan heidense goden. Hij bleef de zonnegod vereren door die op munten af te beelden en de zonnecultus te promoten. Later in zijn leven liet hij zelfs toe dat er in een plaatsje in Umbrië (Italië) een tempel ter ere van hem en zijn familie werd gebouwd en dat er priesters werden aangesteld om daar te dienen.

Constantijn stelde zijn ’christelijke’ doop uit tot kort voor zijn dood in 337. Veel geleerden geloven dat hij daarin terughoudend was omdat hij de politieke steun van zowel christelijke als heidense elementen in zijn rijk wilde behouden. Zijn levensloop en late doop roepen absoluut vragen op over de oprechtheid van zijn geloof in Christus. Maar één ding is zeker: de kerk die door Constantijn wettig werd verklaard, werd een machtige politieke en religieuze entiteit, die hiermee Christus de rug toekeerde en de wereld omarmde. Jezus zei over zijn volgelingen: „Zij [zijn] geen deel van de wereld (...), evenals ik geen deel van de wereld ben” (Johannes 17:14). Uit deze kerk, die nu wereldlijk was geworden, zijn veel denominaties ontstaan.

Wat betekent dit voor ons? Het betekent dat we de leringen van een kerk niet zomaar moeten aanvaarden, maar dat we ze moeten onderzoeken aan de hand van de Bijbel (1 Johannes 4:1).

^ ¶6 Velen hebben de oprechtheid van Constantijns christelijke overtuiging in twijfel getrokken, onder andere omdat „hij blijkbaar zelfs nog tegen het eind van zijn regering heidense religies tegemoetkwam”, aldus de historicus Raymond Van Dam.

Meer info

Neem uw standpunt in voor de ware aanbidding

Welke problemen komt u tegen als u met anderen over uw geloof praat? Hoe kunt u dat doen zonder hen te beledigen?