Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Ontwaakt!  |  mei 2013

 INTERVIEW | RACQUEL HALL

Een Joodse vrouw vertelt waarom ze haar geloof heroverwoog

Een Joodse vrouw vertelt waarom ze haar geloof heroverwoog

Racquel Hall had een Joodse moeder die in Israël werd geboren. Haar vader kwam uit Oostenrijk en nam het joodse geloof aan. Haar grootouders van moederskant waren zionisten die in 1948 naar Israël emigreerden. Dat was het jaar waarin Israël een onafhankelijke staat werd. Ontwaakt! vroeg Racquel hoe het kwam dat ze nog eens goed over haar joodse geloof is gaan nadenken.

Wat is uw achtergrond?

Ik ben in 1979 in de VS geboren. Toen ik drie was, gingen mijn ouders uit elkaar. Mijn moeder voedde me op in de joodse tradities en stuurde me naar jesjiva’s (Joodse scholen). Toen ik zeven was verhuisden we naar Israël, en daar ging ik in een kibboets naar school. Een jaar later gingen mijn moeder en ik in Mexico wonen.

Hoewel er geen synagoge in de buurt was, hield ik vast aan mijn joodse gebruiken. Met sabbat stak ik de kaarsen aan, ik las in onze thora en ik bad met een siddoer of gebedenboek. Op school zei ik vaak tegen mijn klasgenoten dat mijn religie de oorspronkelijke religie was. Ik had het ’Nieuwe Testament’, over de prediking en leer van Jezus Christus, nooit gelezen. Mijn moeder had namelijk gezegd dat dat gevaarlijk was en dat de leerstellingen erin mijn geest zouden vergiftigen.

Waarom besloot u het Nieuwe Testament te gaan lezen?

Op mijn zeventiende ging ik terug naar de VS om mijn opleiding af te maken. Daar zei een kennis die zich christen noemde dat mijn leven niet compleet zou zijn zonder Jezus.

„Mensen die in Jezus geloven, zijn verloren”, antwoordde ik.

„Heb je het Nieuwe Testament eigenlijk weleens gelezen?”, vroeg hij.

„Nee”, zei ik.

„Is het dan niet zo dat je je een mening vormt over iets waar je niets vanaf weet?”

 Dat kwam hard aan, want ik had het altijd dom gevonden om klakkeloos een mening te geven. Ik voelde me op mijn nummer gezet en nam zijn bijbel mee naar huis om het Nieuwe Testament te gaan lezen.

Wat deed het lezen van het Nieuwe Testament met u?

Ik kwam er tot mijn verbazing achter dat de schrijvers van het Nieuwe Testament Joods waren. En hoe meer ik las, hoe meer ik Jezus ging zien als een vriendelijke, nederige Jood die mensen wilde helpen, niet uitbuiten. Ik ging zelfs bij de bibliotheek boeken over hem halen. Maar geen van die boeken overtuigde me ervan dat hij de Messias was. In sommige werd hij zelfs God genoemd, wat volgens mij nergens op sloeg. Want tot wie bad Jezus dan — tot zichzelf? Bovendien is Jezus gestorven, terwijl de Bijbel over God zegt: „Gij sterft niet.” *

Hoe vond u antwoord op uw vragen?

Waarheid spreekt zichzelf niet tegen, en ik was vastbesloten de waarheid te vinden. Dus bad ik oprecht en in tranen tot God, voor het eerst zonder mijn siddoer. Ik was nog niet klaar met mijn gebed of er werd op de deur geklopt. Het waren twee Getuigen van Jehovah. Ze gaven me de brochure Wat verlangt God van ons? Deze brochure en de gesprekken die ik daarna met de Getuigen had, overtuigden me ervan dat wat zij geloven op de Bijbel gebaseerd is. De Getuigen zien Jezus bijvoorbeeld niet als deel van een drie-eenheid maar als „de Zoon van God” * en „het begin van de schepping door God”. *

Kort daarna ging ik terug naar Mexico, waar ik met de Getuigen profetieën over de Messias bleef bestuderen. Ik was verbaasd dat het er zo veel waren! Toch bleef ik nog wat sceptisch. Ik vroeg me af: ’Was Jezus de enige die in het profiel paste?’ en ’Was hij niet gewoon een slimme acteur die deed alsof hij de Messias was?’

Wat was voor u het keerpunt?

De Getuigen lieten me profetieën zien waarvan de vervulling onmogelijk door zo’n bedrieger beïnvloed had kunnen worden. De profeet Micha zei bijvoorbeeld meer dan zevenhonderd jaar van tevoren dat de Messias in Bethlehem, in Judea, geboren zou worden. * Wie kan beïnvloeden waar hij geboren wordt? Jesaja schreef dat de Messias als een verachte misdadiger gedood zou worden, maar bij de rijken zou worden begraven. * Al die profetieën kwamen in Jezus uit.

Het laatste bewijs was voor mij Jezus’ afstamming. De Bijbel zegt dat de Messias een afstammeling van koning David zou zijn. * De joden in de oudheid hielden openbare en particuliere geslachtsregisters bij, dus als Jezus geen afstammeling van David was geweest, hadden zijn vijanden dat ongetwijfeld van de daken geschreeuwd! Maar dat konden ze niet, want Jezus’ verwantschap met David was onweerlegbaar. De mensen noemden hem zelfs „de Zoon van David”. *

In 70 n.Chr. — 37 jaar na de dood van Jezus — werd Jeruzalem door Romeinse legers verwoest, en de geslachtsregisters raakten verloren of werden vernietigd. De Messias moet dus wel vóór het jaar 70 zijn gekomen; na die tijd kon zijn afstamming niet meer vastgesteld worden.

Tot welke conclusie kwam u?

In Deuteronomium 18:18, 19 was voorspeld dat God in Israël een profeet zoals Mozes zou „verwekken”. Iedereen „die niet zal luisteren naar mijn woorden die hij in mijn naam zal spreken, van hem zal ikzelf rekenschap eisen”, zei God. Mijn diepgaande studie van de hele Bijbel heeft me ervan overtuigd dat Jezus van Nazareth die profeet was.