Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

ONTWAAKT! NOVEMBER 2012

Middeleeuwse meesters in de mechanische techniek

Middeleeuwse meesters in de mechanische techniek

DE automatisering is ver doorgedrongen in de industrie. Vooral de saaie en monotone taken zijn overgenomen door machines. Maar wanneer werden de eerste automatische, programmeerbare machines uitgevonden? Was dat een paar eeuwen geleden tijdens de industriële revolutie in Europa? Het zal u misschien verbazen dat de geschiedenis van automatische machines veel verder teruggaat.

De dubbele zuigerpomp van al-Jazari

In het begin van de periode die bekendstaat als de gouden eeuw van de islamitische wetenschap, van de achtste tot omstreeks de dertiende eeuw, vertaalden geleerden uit het Midden-Oosten wetenschappelijke en filosofische teksten in het Arabisch. * Het ging daarbij bijvoorbeeld om de werken van bekende Grieken als Archimedes, Aristoteles, Ctesibius, Hero van Alexandrië en Philo van Byzantium. Dankzij deze en andere bronnen beschikte men in het islamitische rijk — dat van Spanje via Noord-Afrika en het Midden-Oosten tot Afghanistan liep — over de kennis om automatische machines te maken.

Manuscript met afbeelding van al-Jazari’s olifantsklok (13de eeuw)

Techniekhistoricus Donald Hill zegt dat deze machines „lange periodes zonder tussenkomst van mensen konden werken — uren, dagen en zelfs langer”. Hoe kon dat? De technici hadden effectieve aandrijfmechanismen ontwikkeld die automatisering mogelijk maakten. De machines maakten gebruik van water uit hogergelegen tanks om in een gelijkmatige toevoer van energie te voorzien. Ze hadden kleppen die zich vanzelf openden en sloten of de richting van de waterstroom konden veranderen. Daarnaast hadden de machines terugkoppelingssystemen en ook, zoals Hill ze noemt, „voorlopers van beveiligingsmechanismen”. Hier volgen een paar voorbeelden.

De briljante Banu Musa

De drie Banu Musa (Arabisch voor „zonen van Musa”) leefden in de negende eeuw in Bagdad. Ze bouwden voort op het werk van hun hellenistische voorlopers Philo en Hero, en ook Chinese, Indiase en Perzische ingenieurs, en bouwden meer dan honderd apparaten. Volgens wetenschappelijk auteur Ehsan Masood waren dat onder andere waterfonteinen die met intervallen van patroon veranderden, klokken met allerlei snufjes, en kannen die automatisch dranken serveerden en die zichzelf opnieuw vulden dankzij een slimme combinatie van drijvers, kleppen en hevels. Volgens wetenschapshistoricus Jim Al-Khalili bouwden de gebroeders Musa ook rudimentaire, levensgrote automaten: een ’theemeisje’ dat echt thee kon schenken, en een fluit die zelf kon spelen — „waarschijnlijk het vroegste voorbeeld van een programmeerbare machine”.

Deze automatische systemen hadden veel overeenkomsten met moderne machines. „Hun voornaamste krachtbron was waterdruk in plaats van elektriciteit, maar veel van de werkingsprincipes zijn hetzelfde”, zegt Masood.

 Al-Jazari, „de vader van de robot”

In 1206 voltooide Ibn al-Razzaz al-Jazari zijn „Boek der kennis van mechanische toestellen”. Het is wel „een studie naar systematisch machineontwerp” genoemd. Sommige technieken die al-Jazari toepaste, waren een stuk geavanceerder dan die van de gebroeders Musa, en zijn beschrijvingen en tekeningen zijn zo gedetailleerd dat technici van nu zijn apparaten kunnen nabouwen.

Al-Jazari beschrijft in zijn boek systemen om water omhoog te brengen, waterklokken, kaarsklokken en muziekautomaten. Hij geeft ook een omschrijving van een pomp waarbij de roterende beweging van een waterrad werd omgezet in die van een heen en weer bewegende zuiger die met grote kracht water oppompte. Volgens historici ontwierp al-Jazari hydraulische pompen — en dat drie eeuwen voordat hetzelfde basisontwerp in het Westen verscheen.

Al-Jazari maakte ook wonderlijke, maar functionele klokken. Van het exemplaar dat hier is afgebeeld, staat een replica in een winkelcentrum in Dubai. Het tijdmechanisme bestaat uit een waterreservoir binnen in de olifant met daarin een drijvend vat met een gaatje. Het vat vult zich in dertig minuten en zinkt dan. Daarmee wordt een serie gebeurtenissen in werking gezet waarbij gebruik wordt gemaakt van touwen en van balletjes die tevoorschijn komen uit de stellage op de rug van de olifant. Aan het einde van de cyclus gaat het vat automatisch weer drijven en begint het proces opnieuw. Dit apparaat en andere automatische machines die aan al-Jazari worden toegeschreven, hebben hem de titel „de vader van de robot” opgeleverd.

Het verhaal over de vindingrijkheid van mensen is echt verbluffend! Maar het is meer dan een interessant stukje geschiedenis. Het plaatst dingen ook in een ander perspectief. In een tijd waarin velen hoog opgeven van de moderne technologie, worden we eraan herinnerd hoeveel we te danken hebben aan de briljante denkers uit het verleden.

^ par. 3 Meer informatie over het vertaalwerk van de Arabische geleerden is te vinden in het artikel „Hoe het Arabisch de taal van de geleerden werd” in de Ontwaakt! van februari 2012.