Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

ONTWAAKT! NOVEMBER 2012

Goede communicatie

Goede communicatie

Probeer tijd te maken als je kind wil praten

„Ik heb geleerd om altijd heel goed te luisteren, hoe moe ik ook ben.” — MIRANDA, ZUID-AFRIKA.

De uitdaging.

Cristina zegt: „Omdat ik veel aan mijn hoofd heb en vaak moe ben, is het een hele uitdaging om als ik thuis ben echt aandacht voor mijn dochter te hebben.”

Tips.

Creëer een sfeer die uitnodigt tot communiceren. Elizabeth, die vijf kinderen heeft, vertelt: „Ik probeer het goede voorbeeld te geven, en daardoor zijn mijn kinderen heel open tegen me. Ik stimuleer ze ook om met elkaar te praten en ruzies altijd bij te leggen voordat ze gaan slapen. En ze weten dat ik het niet goed vind als ze boos op elkaar blijven en niet met elkaar praten.”

Negeer je kinderen niet. Lyanne schrijft: „Toen mijn zoon klein was, was hij zo’n kletskous dat ik hem vaak negeerde. Maar toen hij een tiener werd, stopte hij met communiceren. Ik besefte dat ik een grote fout had gemaakt. Vervolgens deed ik veel moeite — eigenlijk te veel — om hem weer aan het praten te krijgen. Toen ik het er met een ouderling in de gemeente over had, gaf hij me het advies de situatie niet te forceren maar op een ontspannen manier gesprekjes te beginnen. Ik volgde zijn advies op en na een tijdje verbeterde de communicatie.”

Wees geduldig. Er is „een tijd om zich stil te houden en een tijd om te spreken”, zegt Prediker 3:7. „Als mijn kinderen niet zo’n zin hadden om te praten”, zegt Dulce, een moeder met drie kinderen, „liet ik ze merken dat ik er voor ze zou zijn als ze wel in de stemming waren om te praten.” In plaats van de communicatie te forceren, is het beter die hartelijk en geduldig te stimuleren. De Bijbel geeft aan dat dit moeite kan kosten: „Wat omgaat in een mensenhart is als diep verborgen water, iemand met inzicht brengt het naar boven” (Spreuken 20:5, De Nieuwe Bijbelvertaling).

Wees ’vlug om te horen, langzaam om te spreken’ (Jakobus 1:19). Lizaan, die al eerder aangehaald werd, vertelt: „Ik moest leren op mijn tong te bijten als mijn kinderen met een probleem kwamen. Ik moest ook leren om niet te snel met adviezen te komen maar rustig te blijven als er vervelende problemen waren.” Leasa, die twee zoons heeft, schrijft: „Ik ben niet altijd zo’n geweldige luisteraar geweest. Soms gingen de problemen van mijn zoons in mijn ogen nergens over, dus moest ik leren meer begrip te hebben.”

 „Laat uw spreken steeds innemend zijn” (Kolossenzen 4:6, Willibrordvertaling). Lyanne zegt: „Om onze communicatie niet te verstoren, moest ik bewust moeite doen om zo rustig en ontspannen mogelijk te blijven, zelfs als er een probleem was.”

Als je niet je best doet om kalm te blijven, kun je uit je slof schieten en gaan schreeuwen, waardoor de situatie er niet beter op wordt (Efeziërs 4:31). Tegen een kind schreeuwen kan bijvoorbeeld de communicatie verstikken en probleemgedrag in de hand werken. Heidi, die een tienerdochter heeft, zegt: „Een kind is te vergelijken met een oesterschelp. Als je vriendelijk en lief tegen een kind praat, ’opent’ het zich. Maar als je tegen een kind schreeuwt of het kleineert, ’sluit’ het zich en stopt de communicatie. Om mezelf daaraan te herinneren heb ik een plaatje van een geopende schelp op de koelkast gehangen.”

Ken je kinderen. De eerder genoemde Yasmin vertelt: „Mijn twee zoons zijn heel verschillend. De een is een prater en de ander niet. Bij de stillere heb ik geleerd dat ik niet te rechtstreeks moet zijn. In plaats daarvan praat ik met hem terwijl we ergens mee bezig zijn, bijvoorbeeld tijdens een spelletje of als hij het heeft over een onderwerp dat hem interesseert. In zo’n setting vraag ik hem tactvol hoe hij over een bepaald onderwerp denkt.”

Het kan ook gebeuren dat een jongen zich geneert om met zijn moeder over bepaalde persoonlijke dingen te praten. Dat was het geval bij Misao’s tienerzoon. Hij zei: „Je begrijpt me gewoon niet.” Ze vroeg hulp aan een ervaren, betrouwbare man in haar gemeente. Ze zegt: „Mijn zoon heeft in hem een mentor gevonden, en hij heeft nu innerlijke rust.”

Verwar de rol van ouder niet met die van vriend(in). Iwona, die twee kinderen heeft, vertelt: „Ik maakte de fout mijn tienerdochter in vertrouwen te nemen als ik problemen had, ook al wist ik dat dat niet verstandig was. Later moest ik dat rechtzetten.” Hoewel je graag een goede band met je kind wilt hebben, is het belangrijk te bedenken dat je als ouder een gezagspositie hebt. Als je je evenwichtig en volwassen opstelt, maak je het je kinderen makkelijker om respect voor je te hebben en het Bijbelse gebod op te volgen: „Kinderen, weest gehoorzaam aan uw ouders” (Efeziërs 6:1, 2).

Toon liefde voor je kinderen (Titus 2:4). Kinderen hebben net zo veel behoefte aan liefde als aan eten en drinken! Verzeker ze er dus geregeld van dat je van ze houdt — door je woorden en je daden. Dan zullen ze zich niet alleen veiliger voelen maar ook eerder bereid zijn met je te praten en naar je te luisteren.