Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

ONTWAAKT! SEPTEMBER 2012

Middeleeuwse meesters in de geneeskunde

Middeleeuwse meesters in de geneeskunde

HEEL wat aspecten van de moderne geneeskunde bestaan misschien al een stuk langer dan veel mensen denken. Sommige medische ingrepen die vaak worden toegepast, werden in bepaalde landen eeuwen geleden al uitgevoerd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de geschiedenis van de geneeskunde in het Midden-Oosten.

In 805 richtte KALIEF HAROEN AL-RASJID een ziekenhuis op in zijn hoofdstad, Bagdad. Van de negende tot de dertiende eeuw bouwden en onderhielden andere heersers overal in het islamitische rijk ziekenhuizen, van Spanje tot India.

In deze ziekenhuizen waren mensen van alle standen en religies welkom. Het waren plekken waar niet alleen patiënten werden behandeld, maar waar ook onderzoek werd gedaan en nieuwe artsen werden opgeleid. Er waren aparte afdelingen voor verschillende specialismen: inwendige geneeskunde, oogheelkunde, orthopedie, chirurgie, infectieziekten en geestesziekten. Artsen liepen elke ochtend samen met hun studenten een ronde langs de patiënten en schreven diëten en medicijnen voor. Een ziekenhuisapotheker deelde medicijnen uit. Er was ook een bestuurlijke staf die de administratie en de uitgaven bijhield, en toezicht hield op de bereiding van voedsel.

Volgens historici horen deze ziekenhuizen tot de grootste prestaties van de middeleeuwse islamitische samenleving. In het hele islamitische rijk „was de manier waarop het ziekenhuis als instituut zich ontwikkelde, zo vernieuwend dat het de geneeskunde en de gezondheidszorg tot in deze tijd ingrijpend zou beïnvloeden”, staat in het boek Science in Medieval Islam.

RHAZES (al-Razi) werd halverwege de negende eeuw geboren in de oude stad Rayy, een wijk van het huidige Teheran. Hij wordt wel de grootste medicus van de islam en van de middeleeuwen genoemd. Deze wetenschapper legde vast welke methoden en instrumenten hij bij zijn experimenten gebruikte, onder welke omstandigheden ze plaatsvonden en wat de resultaten waren. Bovendien raadde hij alle artsen aan om bij te blijven met de laatste ontwikkelingen op hun vakgebied.

Rhazes leverde meerdere prestaties. Zijn medische geschriften zijn bijvoorbeeld gebundeld in het 23-delige Al-Hawi (Alomvattende boek), dat tot de grote medische werken wordt gerekend. Er wordt gezegd dat de oorsprong van de verloskunde, gynaecologie en oogheelkunde terug te voeren is op dit boek. Onder zijn 56 werken over medische onderwerpen bevinden zich de oudste betrouwbare beschrijvingen van pokken en mazelen. Rhazes ontdekte ook dat koorts deel uitmaakt van het afweersysteem van het lichaam.

Bovendien stond hij aan het hoofd van ziekenhuizen in Rayy en Bagdad, waar hij ook geesteszieken behandelde. Daarom wordt hij wel de vader van de psychologie en de psychotherapie genoemd. Daarnaast vond hij tijd om boeken over scheikunde, astronomie, wiskunde, filosofie en theologie te schrijven.

AVICENNA (Ibn-Sina), nog een vooraanstaand medicus, kwam uit Boechara, in het huidige Oezbekistan. Hij werd een van de grootste artsen, filosofen, astronomen en wiskundigen van de elfde eeuw. Zijn Canon van de geneeskunde gaf een overzicht van alle medische kennis van zijn tijd.

Avicenna schreef in zijn Canon dat tuberculose besmettelijk is, dat ziekten zich via water en grond kunnen verspreiden, dat emoties iemands gezondheid kunnen beïnvloeden en dat  zenuwen zowel pijn doorgeven als signalen voor spiersamentrekkingen. De Canon beschrijft zo’n 760 farmacologische preparaten met hun eigenschappen, werking en indicatie, en geeft principes voor het testen van nieuwe medicijnen. Deze tekst werd in het Latijn vertaald en bleef honderden jaren een van de standaardleerboeken voor artsen in Europa.

Arabisch manuscript met afbeeldingen van Albucasis’ chirurgische instrumenten

ALBUCASIS (Aboe-al-Kasim-al-Zahrawi) is nog een belangrijke naam uit de geschiedenis van de geneeskunde. Deze innovatieve arts uit de tiende eeuw kwam uit Andalusië en schreef een handboek van dertig delen dat onder andere een verhandeling van driehonderd bladzijden over chirurgie bevatte. Daarin beschreef hij geavanceerde methoden zoals het gebruik van kattendarm voor hechtingen bij inwendige operaties. Verder beschreef hij verrichtingen als schildklierverwijdering, staaroperaties en het verwijderen van blaasstenen met behulp van een instrument dat via de urinewegen werd ingebracht.

Albucasis gebruikte vrij moderne klinische technieken om moeilijke bevallingen te vereenvoudigen en ontwrichte schouders te behandelen. Hij introduceerde niet alleen katoenen stof voor het verbinden van operatiewonden maar ook gipsverband bij botbreuken. Hij beschreef ook technieken om losgeraakte tanden vast te zetten, kunstgebitten te maken, gebitten te corrigeren en tandsteen te verwijderen.

 Bij zijn verhandeling over chirurgie zijn de eerste afbeeldingen van chirurgische instrumenten te vinden. Er staan duidelijke tekeningen in van zo’n tweehonderd instrumenten met uitleg over de manier waarop ze gebruikt konden worden. Aan sommige van zijn ontwerpen is de afgelopen duizend jaar nauwelijks iets veranderd.

Avicenna ziet toe op de bereiding van medicijnen tegen pokken

Kennis verspreidt zich naar het Westen

In de elfde en twaalfde eeuw begonnen geleerden Arabische medische werken in het Latijn te vertalen, vooral in Toledo (Spanje) en in Cassino en Salerno (Italië). Vervolgens werden deze geschriften bestudeerd door artsen aan universiteiten in heel Latijnsprekend Europa. Op die manier drong de medische kennis uit het Midden-Oosten diep in Europa door, „misschien wel meer dan enige andere islamitische wetenschap”, zegt wetenschappelijk auteur Ehsan Masood.

De uitvindingen en ontdekkingen van middeleeuwse artsen als Rhazes, Avicenna, Albucasis en hun tijdgenoten kunnen dus terecht worden gezien als de basis van wat tegenwoordig de moderne geneeskunde wordt genoemd.