Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Ontwaakt!  |  november 2007

 Bewijzen dat de Bijbel betrouwbaar is

4. Wetenschappelijk nauwkeurig

4. Wetenschappelijk nauwkeurig

De laatste eeuwen heeft de wetenschap grote vooruitgang geboekt. Daardoor zijn oude theorieën vervangen door nieuwe en zijn dingen die eens als feiten werden bezien naar het rijk der fabelen verwezen. Wetenschappelijke leerboeken moeten geregeld herzien worden.

DE Bijbel is geen wetenschappelijk leerboek. Maar als het op wetenschappelijke onderwerpen aankomt, is het opmerkelijk wat de Bijbel daarover zegt of juist niet zegt.

Vrij van onwetenschappelijke ideeën.

In oude tijden bestonden er heel wat misvattingen die algemeen geaccepteerd werden. Zo dacht men dat de aarde de vorm van een platte schijf had of ergens op steunde. Lang voordat de wetenschap meer te weten kwam over de verspreiding van ziekten en hoe ze te voorkomen zijn, gebruikten artsen methoden die op zijn minst niet werkten, maar in het ergste geval zelfs dodelijk waren. In de ruim 1100 hoofdstukken van de Bijbel wordt niet één keer een onwetenschappelijk idee of een schadelijke methode onderschreven.

Wetenschappelijk correct.

Zo’n 3500 jaar geleden stond al in de Bijbel dat de aarde „aan niets” hangt (Job 26:7). In de achtste eeuw voor onze jaartelling had Jesaja het duidelijk over „het rond [de bol] der aarde” (Jesaja 40:22). Een bolvormige aarde die in een lege ruimte hangt zonder zichtbare ondersteuning — vindt u niet dat die omschrijving verrassend modern klinkt?

De wet van Mozes (die in de eerste vijf boeken van de Bijbel staat) is rond 1500 voor onze jaartelling geschreven en bevat deugdelijke wetten in verband met het in quarantaine plaatsen van zieken, het zich ontdoen van lijken en het verwijderen van afval. — Leviticus 13:1-5; Numeri 19:1-13; Deuteronomium 23:13, 14.

Wetenschappers hebben, onder andere doordat ze krachtige telescopen op het heelal gericht hebben, de conclusie getrokken dat het universum door een plotselinge ’geboorte’ is ontstaan. Niet alle wetenschappers zijn gelukkig met de implicaties hiervan. Een hoogleraar merkte op: „Een heelal dat een begin heeft gehad, schijnt om een eerste oorzaak te vragen, want wie zou zich zo’n gevolg kunnen indenken zonder een adequate oorzaak?” Maar al lang voordat er telescopen waren, stond in het eerste vers van de Bijbel: „In het begin schiep God de hemel en de aarde.” — Genesis 1:1.

Hoewel de Bijbel een oud boek is dat heel wat onderwerpen behandelt, staan er geen wetenschappelijke onnauwkeurigheden in. Is het dan niet de moeite waard ons op zijn minst in dit bijzondere boek te verdiepen? *

^ ¶9 Meer voorbeelden van de wetenschappelijke nauwkeurigheid van de Bijbel zijn te vinden op blz. 18-21 van de brochure Een boek voor alle mensen, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.