Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Wat leert de bijbel echt?

 HOOFDSTUK ZEVEN

Echte hoop voor uw geliefden die gestorven zijn

Echte hoop voor uw geliefden die gestorven zijn
  • Hoe weten we dat de opstanding echt zal plaatsvinden?

  • Hoe denkt Jehovah over de opstanding van de doden?

  • Wie zullen er worden opgewekt?

1-3. Welke vijand achtervolgt ons allemaal, en waarom zal een bespreking van wat de bijbel leert ons troost geven?

STEL dat u op de vlucht bent voor een gemene vijand. Hij is veel sterker en sneller dan u. U weet dat hij geen genade kent omdat u hem enkele vrienden van u hebt zien vermoorden. Hoe hard u ook rent, hij komt steeds dichterbij. U hebt de hoop al bijna opgegeven. Maar plotseling schiet iemand u te hulp. Hij is veel sterker dan uw vijand, en hij belooft u te helpen. Wat een opluchting!

2 Eigenlijk wordt u echt door zo’n vijand achtervolgd. Hij achtervolgt ons allemaal. Zoals we in het vorige hoofdstuk hebben geleerd, noemt de bijbel de dood een vijand. Niemand kan de dood ontvluchten of vermijden. De meesten van ons hebben meegemaakt dat deze vijand mensen van wie we hielden, van het leven beroofde. Maar Jehovah is veel sterker dan de dood. Hij is de liefdevolle Redder, en hij heeft al laten zien dat hij deze vijand kan verslaan. Bovendien belooft hij dat hij deze vijand, de dood, eens en voor altijd zal vernietigen. De bijbel leert: „Als laatste vijand wordt de dood tenietgedaan” (1 Korinthiërs 15:26). Dat is goed nieuws!

3 Laten we eens kort gaan bekijken hoe de dood ons treft  als hij toeslaat. Dan zullen we meer begrip krijgen van iets dat ons gelukkig zal maken. Jehovah belooft namelijk dat de doden opnieuw zullen leven; ze worden tot leven teruggebracht (Jesaja 26:19). Dat is de hoop op de opstanding.

WANNEER IEMAND VAN WIE WE HOUDEN STERFT

4. (a) Waarom leert Jezus’ reactie op de dood van iemand van wie hij hield ons iets over Jehovah’s gevoelens? (b) Met wie was Jezus goed bevriend geworden?

4 Hebt u iemand van wie u hield in de dood verloren? De pijn, het verdriet en het gevoel van machteloosheid kunnen ondraaglijk lijken. Op zulke momenten kunnen we troost vinden in Gods Woord (2 Korinthiërs 1:3, 4). De bijbel helpt ons te begrijpen hoe Jehovah en Jezus over de dood denken. Jezus, die een volmaakt evenbeeld van zijn Vader is, wist hoeveel pijn het deed iemand in de dood te verliezen (Johannes 14:9). Als Jezus in Jeruzalem was, ging hij vaak naar Bethanië, een dorp in de buurt, om Lazarus en zijn zussen Maria en Martha op te zoeken. Ze werden goede vrienden. De bijbel zegt: „Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief” (Johannes 11:5). Maar zoals we in het vorige hoofdstuk hebben gelezen, ging Lazarus dood.

5, 6. (a) Hoe reageerde Jezus toen hij Lazarus’ familieleden en vrienden zag treuren? (b) Waarom is het bemoedigend voor ons dat Jezus verdriet had?

5 Hoe voelde Jezus zich toen zijn vriend stierf? In het verslag staat dat Jezus Lazarus’ bedroefde familieleden en vrienden opzocht. Jezus was diep geroerd toen hij hen zag treuren. Hij ’zuchtte in de geest en werd verontrust’. Volgens het verslag ’liet Jezus zijn tranen de vrije loop’ (Johannes 11:33, 35). Was dat omdat Jezus geen hoop had? Dat zeker niet. Jezus wist zelfs dat er iets geweldigs ging gebeuren (Johannes 11:3, 4). Toch voelde hij de pijn en het verdriet die de dood met zich meebrengt.

6 Dat Jezus verdriet had, is in een bepaald opzicht bemoedigend voor ons. We leren eruit dat Jezus en zijn Vader,  Jehovah, de dood haten. Maar Jehovah God heeft de macht om tegen die vijand te strijden en hem te overwinnen! Laten we eens kijken welke macht God aan Jezus heeft gegeven.

„LAZARUS, KOM NAAR BUITEN!”

7, 8. Waarom kan Lazarus’ situatie voor de omstanders hopeloos hebben geleken, maar wat deed Jezus?

7 Lazarus was begraven in een grot, en Jezus vroeg of de steen voor de opening van de grot weggehaald kon worden. Martha maakte bezwaar omdat Lazarus’ lichaam na vier dagen al aan het ontbinden moest zijn (Johannes 11:39). Vanuit menselijk standpunt bezien was er geen hoop meer.

De opstanding van Lazarus bracht veel vreugde (Johannes 11:38-44)

8 De steen werd weggerold en Jezus riep met een luide stem: „Lazarus, kom naar buiten!” Wat gebeurde er? „De man die dood was geweest, kwam naar buiten” (Johannes 11:43, 44). Kunt u zich voorstellen hoe blij de mensen waren? Of Lazarus nu een broer, familielid, vriend of buurman van hen was, ze wisten dat hij overleden was. En nu stond deze zelfde man, van wie ze allemaal hielden, weer in hun midden. Dat moet net een droom zijn geweest. Velen zullen Lazarus dolblij hebben omhelsd. Wat een overwinning op de dood!

Elia wekte de zoon van een weduwe op (1 Koningen 17:17-24)

9, 10. (a) Hoe gaf Jezus te kennen van wie hij de macht had ontvangen om Lazarus op te wekken? (b) Welk nut heeft het om de bijbelse opstandingsverslagen te lezen?

9 Jezus beweerde niet dat hij dit ongelofelijke wonder uit eigen kracht had verricht. In zijn gebed vlak voordat hij Lazarus naar buiten riep, maakte hij duidelijk dat dit wonder aan Jehovah toe te schrijven was (Johannes 11:41, 42). Dit was niet de enige keer dat Jehovah zijn macht op die manier gebruikte. In Gods Woord wordt niet alleen de opstanding van Lazarus, maar ook die van acht andere personen beschreven. * U zult ervan genieten deze verslagen te lezen en te bestuderen. We leren eruit dat God niet partijdig is, want  onder de mensen die een opstanding kregen, waren jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, Israëlieten en niet-Israëlieten. En uit de verslagen blijkt hoeveel vreugde de opstanding bracht! Toen Jezus bijvoorbeeld een jong meisje uit de doden opwekte, waren haar ouders „buiten zichzelf van grote verrukking” (Markus 5:42). Jehovah had hun echt een reden tot vreugde gegeven die ze nooit zouden vergeten.

De apostel Petrus wekte de christelijke vrouw Dorkas op (Handelingen 9:36-42)

10 Natuurlijk gingen de mensen die door Jezus waren opgewekt, uiteindelijk weer dood. Wil dat zeggen dat hun opstanding zinloos was? Nee, want deze bijbelse verslagen zijn een bevestiging van belangrijke waarheden en geven ons hoop.

WAT WE UIT DE OPSTANDINGS­VERSLAGEN LEREN

11. Hoe bevestigt het verslag van Lazarus’ opstanding de waarheid die in Prediker 9:5 staat?

11 De bijbel leert dat de doden ’zich van helemaal niets bewust zijn’. Ze leven niet meer en leiden dus ook niet ergens anders een bewust bestaan. Dat wordt bevestigd door het verslag over Lazarus. Vertelde Lazarus toen hij weer leefde prachtige verhalen over de hemel? Of maakte hij de mensen bang met enge verhalen over een brandende hel? Nee, de bijbel zegt niet dat Lazarus dat deed. In de vier dagen dat hij dood was, was hij zich „van helemaal niets bewust” (Prediker 9:5). Lazarus had gewoon in de dood geslapen. — Johannes 11:11.

12. Waarom kunnen we er zeker van zijn dat Lazarus echt een opstanding heeft gekregen?

12 Het verslag van Lazarus leert ons ook dat de opstanding een realiteit is en geen mythe. Toen Jezus Lazarus opwekte, waren daar heel wat getuigen bij. Zelfs de religieuze leiders, die een hekel aan Jezus hadden, ontkenden niet dat dit wonder gebeurd was. Ze zeiden juist: „Wat staat ons te doen, want deze mens [Jezus] verricht vele tekenen?” (Johannes 11:47) Velen kwamen naar Lazarus kijken. Het resultaat was dat nog meer mensen in Jezus gingen geloven. Ze zagen in  Lazarus het levende bewijs dat Jezus door God gezonden was. Het was zelfs zo’n sterk bewijs dat sommige joodse religieuze leiders plannen smeedden om zowel Jezus als Lazarus te vermoorden. — Johannes 11:53; 12:9-11.

13. Welke basis hebben we om te geloven dat Jehovah de doden echt kan opwekken?

13 Is het onrealistisch om in de opstanding te geloven? Nee, want Jezus leerde dat de dag komt dat „allen die in de herinneringsgraven zijn” een opstanding zullen krijgen (Johannes 5:28). Jehovah is de Schepper van al het leven. Dan is het toch niet moeilijk te geloven dat hij leven opnieuw kan scheppen? Dat zou natuurlijk een sterk beroep doen op Jehovah’s herinneringsvermogen. Kan hij zich onze gestorven geliefden herinneren? Er zijn biljoenen sterren in het heelal en toch kent God ze allemaal bij naam! (Jesaja 40:26) Jehovah God kan zich onze gestorven geliefden dus tot in de kleinste details herinneren, en hij kan hen weer tot leven brengen.

14, 15. Hoe denkt Jehovah over het opwekken van de doden, zoals blijkt uit wat Job zei?

14 De bijbel leert ons dat Jehovah de doden graag wil opwekken. Hoe weten we dat zo zeker? De getrouwe man Job vroeg: „Kan een fysiek sterke man als hij sterft opnieuw leven?” Job had het over de periode dat mensen in het graf wachten totdat het moment komt dat God aan hen denkt. Hij zei tegen Jehovah: „Gij zult roepen, en ikzelf zal u antwoorden. Naar het werk van uw handen zult gij een vurig verlangen hebben.” — Job 14:13-15.

15 Sta daar eens bij stil. Jehovah verlangt er zelfs vurig naar de doden weer tot leven te brengen! Is het niet hartverwarmend dat Jehovah er zo over denkt? Maar wie zullen er in deze toekomstige opstanding worden opgewekt, en waar?

„ALLEN DIE IN DE HERINNERINGSGRAVEN ZIJN”

16. Onder wat voor omstandigheden zullen mensen na hun opstanding leven?

16 Uit de bijbelse opstandingsverslagen kunnen we veel  leren over de opstanding die nog komen moet. Mensen die hier op aarde weer tot leven werden gebracht, werden met hun geliefden herenigd. De toekomstige opstanding zal ongeveer net zo zijn, maar dan nog veel beter. Zoals we in hoofdstuk 3 geleerd hebben, is het Gods voornemen dat de hele aarde een paradijs wordt. De doden zullen dus niet in een wereld vol oorlog, criminaliteit en ziekte worden opgewekt. Ze zullen voor altijd in vrede en geluk op deze aarde kunnen leven.

17. Hoe omvangrijk zal de opstanding zijn?

17 Wie zullen een opstanding krijgen? Jezus zei dat „allen die in de herinneringsgraven zijn, zijn [Jezus’] stem zullen horen en te voorschijn zullen komen” (Johannes 5:28, 29). Ook Openbaring 20:13 zegt: „De zee gaf de doden in haar op, en de dood en Hades gaven de doden in hen op.” Met „Hades” wordt het gemeenschappelijke graf van de mensheid bedoeld. (Zie de Appendix, blz. 212, 213.) Dat collectieve graf zal leeggemaakt worden. Al de miljarden mensen die in het graf rusten, zullen tot leven komen. De apostel Paulus zei „dat er een opstanding zal zijn van zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen” (Handelingen 24:15). Wat wil dat zeggen?

In het Paradijs zullen de doden opstaan en met hun geliefden herenigd worden

18. Wie behoren tot „de rechtvaardigen” die een opstanding zullen krijgen, en welke uitwerking kan die hoop op u hebben?

18 Tot „de rechtvaardigen” behoren veel bijbelse personen die leefden voordat Jezus naar de aarde kwam. Denk maar aan Noach, Abraham, Sara, Mozes, Ruth, Esther en vele anderen. Een aantal van deze mannen en vrouwen met een sterk geloof worden in Hebreeën hoofdstuk 11 genoemd. Maar tot „de rechtvaardigen” behoren ook aanbidders van Jehovah die in onze tijd sterven. Dankzij de opstandingshoop hoeven we dus geen angst meer te hebben voor de dood. — Hebreeën 2:15.

19. Wie zijn „de onrechtvaardigen”, en welke gelegenheid geeft Jehovah hun?

19 Hoe staat het met alle mensen die Jehovah niet gediend of gehoorzaamd hebben omdat ze hem niet kenden? Deze miljarden „onrechtvaardigen” worden niet vergeten. Ook zij  zullen worden opgewekt en de tijd krijgen om de ware God te leren kennen en hem te gaan dienen. In een periode van duizend jaar zullen de doden worden opgewekt en de gelegenheid krijgen om Jehovah samen met getrouwe mensen op aarde te dienen. Dat zal een geweldige tijd zijn. De bijbel noemt deze periode de Oordeelsdag. *

20. Wat is Gehenna, en wie gaan daarnaartoe?

20 Betekent dit dat alle mensen die ooit geleefd hebben, een opstanding zullen krijgen? Nee. De bijbel zegt dat sommige doden in „Gehenna” zijn (Lukas 12:5). De naam Gehenna is ontleend aan een vuilnisbelt die in de oudheid buiten Jeruzalem lag. Daar werden kadavers en vuilnis verbrand. Ook kwamen daar de dode lichamen terecht van personen die volgens de joden geen begrafenis en opstanding waard waren. Gehenna is dus een passend symbool van eeuwige vernietiging. Hoewel Jezus de taak krijgt de levenden en de doden te oordelen, is Jehovah de uiteindelijke Rechter (Handelingen 10:42). Mensen die naar zijn oordeel slecht zijn en niet willen veranderen, zal hij nooit een opstanding geven.

DE HEMELSE OPSTANDING

21, 22. (a) Welke andere soort opstanding bestaat er? (b) Wie was de eerste die tot geestelijk leven werd opgewekt?

21 De bijbel beschrijft ook een ander soort opstanding, namelijk tot leven als geestelijk schepsel in de hemel. Er staat in de bijbel maar één voorbeeld van zo’n opstanding, en dat is de opstanding van Jezus Christus.

22 Nadat Jezus als mens ter dood was gebracht, liet Jehovah Zijn trouwe Zoon niet in het graf liggen (Psalm 16:10; Handelingen 13:34, 35). God gaf Jezus een opstanding, maar niet als mens. De apostel Petrus legt uit dat Christus „ter dood gebracht werd in het vlees, maar levend gemaakt [werd] in  de geest” (1 Petrus 3:18). Dat was echt een groot wonder. Jezus leefde weer als een machtig geestelijk schepsel! (1 Korinthiërs 15:3-6) Jezus was de allereerste die deze glorierijke opstanding kreeg (Johannes 3:13). Maar hij zou niet de laatste zijn.

23, 24. Wie behoren tot Jezus’ „kleine kudde”, en uit hoevelen bestaat deze groep?

23 Jezus wist dat hij al snel terug zou gaan naar de hemel, en daarom zei hij tegen zijn trouwe volgelingen dat hij daar ’een plaats voor hen zou bereiden’ (Johannes 14:2). Jezus noemde degenen die naar de hemel zouden gaan, zijn „kleine kudde” (Lukas 12:32). Uit hoevelen zal die relatief kleine groep trouwe christenen bestaan? De apostel Johannes zegt in Openbaring 14:1: „Ik zag, en zie! het Lam [Jezus Christus] stond op de berg Sion, en met hem honderd vierenveertig duizend, die zijn naam en de naam van zijn Vader op hun voorhoofd geschreven droegen.”

24 Deze 144.000 christenen, onder wie Jezus’ trouwe apostelen, worden tot leven in de hemel opgewekt. Wanneer zal dat gebeuren? De apostel Paulus schreef dat dat zou gebeuren in de tijd van Christus’ tegenwoordigheid (1 Korinthiërs 15:23). In hoofdstuk 9 wordt uitgelegd dat we nu in die tijd leven. De weinige leden van de 144.000 die nu nog in leven zijn, worden bij hun dood dus ogenblikkelijk opgewekt tot leven in de hemel (1 Korinthiërs 15:51-55). Maar voor het grootste deel van de mensheid geldt het vooruitzicht dat ze in de toekomst zullen worden opgewekt tot leven in een paradijs op aarde.

25. Wat wordt in het volgende hoofdstuk besproken?

25 Jehovah zal de dood dus echt overwinnen en deze vijand voorgoed uit de weg ruimen! (Jesaja 25:8) Toch vraagt u zich misschien af wat degenen die naar de hemel gaan, daar eigenlijk zullen doen? Ze zullen daar deel uitmaken van een geweldige Koninkrijksregering. In het volgende hoofdstuk zullen we meer over die hemelse regering leren.

^ ¶19 Meer informatie over de Oordeelsdag en de basis voor het oordeel is te vinden op blz. 213-215 van de Appendix.