Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Nader dicht tot Jehovah

 Hoofdstuk 20

„Wijs van hart” en toch nederig

„Wijs van hart” en toch nederig

1-3. Waarom kunnen we er zeker van zijn dat Jehovah nederig is?

EEN vader wil zijn jonge kind een belangrijke les leren. Hij wil heel graag het hart bereiken. Welke benadering moet hij kiezen? Moet hij intimiderend boven het kind uittorenen en harde taal gebruiken? Of moet hij zich naar het kind vooroverbuigen zodat hij op gelijk niveau met hem komt, en hem op een zachtaardige, aantrekkelijke manier toespreken? Een wijze, nederige vader zal beslist de zachtaardige benadering kiezen.

2 Wat voor Vader is Jehovah — hooghartig of nederig, hard of zachtaardig? Jehovah is alwetend, alwijs. Maar heb je opgemerkt dat kennis en intelligentie iemand niet per se nederig maken? Het is zoals de bijbel zegt: „Kennis blaast op” (1 Korinthiërs 3:19; 8:1). Maar Jehovah, die „wijs van hart” is, is tevens nederig (Job 9:4). Niet dat hij geen aanzien of grootsheid bezit, maar hij is niet hooghartig. Hoe komt dat?

3 Jehovah is heilig. Daarom is er geen hooghartigheid, een eigenschap die verontreinigt, bij hem te vinden (Markus 7:20-22). Merk bovendien op wat de profeet Jeremia tot Jehovah zei: „Zonder mankeren zal uw ziel [Jehovah zelf] mij gedenken en zich over mij neerbuigen” (Klaagliederen 3:20). * Stel je eens voor! Jehovah, de Soevereine Heer van het universum, was bereid zich ’neer te buigen’, of naar Jeremia’s niveau af te dalen, om die onvolmaakte man gunst te betonen (Psalm 113:7). Ja, Jehovah is nederig. Maar wat houdt Gods  nederigheid in? Hoe houdt ze verband met wijsheid? En waarom is ze belangrijk voor ons?

Hoe Jehovah zich nederig betoont

4, 5. (a) Wat is nederigheid, hoe komt ze tot uiting, en waarom dient ze nooit verward te worden met zwakheid of een gebrek aan zelfvertrouwen? (b) Hoe gaf Jehovah blijk van nederigheid in de wijze waarop hij met David omging, en hoe belangrijk is Jehovah’s nederigheid voor ons?

4 Nederigheid is ootmoedigheid van geest, afwezigheid van arrogantie en trots. Nederigheid is een innerlijke hoedanigheid van het hart en komt tot uiting in eigenschappen als zachtaardigheid, geduld en redelijkheid (Galaten 5:22, 23). Nooit dienen deze godvruchtige eigenschappen echter verward te worden met zwakheid of een gebrek aan zelfvertrouwen. Ze zijn niet onverenigbaar met Jehovah’s gerechtvaardigde toorn of zijn gebruik van vernietigingskracht. Integendeel, door zijn nederigheid en zachtaardigheid bewijst Jehovah zijn geweldige kracht, zijn vermogen om zich volmaakt in bedwang te houden (Jesaja 42:14). Hoe houdt nederigheid verband met wijsheid? Een bijbels naslagwerk merkt op: „Nederigheid  wordt in laatste instantie gedefinieerd . . . in termen van onzelfzuchtigheid en is een essentiële basis voor alle wijsheid.” Ware wijsheid kan dus niet bestaan zonder nederigheid. Hoe is Jehovah’s nederigheid tot ons welzijn?

Een wijze vader gaat nederig en zachtaardig met zijn kinderen om

5 Koning David zong Jehovah toe: „Gij zult mij uw schild van redding geven, en uw eigen rechterhand zal mij schragen, en uw eigen deemoed zal mij groot maken” (Psalm 18:35). Feitelijk vernederde Jehovah zich om ten behoeve van deze onvolmaakte man te handelen en hem dagelijks te beschermen en te schragen. David besefte dat als hij redding zou ontvangen — en zelfs uiteindelijk een mate van grootheid als koning zou bereiken — dit alleen te danken zou zijn aan Jehovah’s bereidheid zich op deze wijze te vernederen. Wie van ons zou eigenlijk enige hoop op redding hebben als Jehovah niet nederig was, bereid zich te verlagen om als een zachtaardige en liefdevolle Vader met ons om te gaan?

6, 7. (a) Waarom zegt de bijbel nooit over Jehovah dat hij bescheiden is? (b) Welk verband bestaat er tussen zachtaardigheid en wijsheid, en wie geeft in dit opzicht het allerbeste voorbeeld?

6 Het is opmerkenswaard dat er verschil is tussen nederigheid en bescheidenheid. Bescheidenheid is voor getrouwe mensen een prachtige eigenschap om aan te kweken. Net als nederigheid houdt ze verband met wijsheid. Spreuken 11:2 zegt bijvoorbeeld: „Wijsheid is bij de bescheidenen.” Maar de bijbel zegt nooit dat Jehovah bescheiden is. Waarom niet? Bescheidenheid, zoals het woord in de bijbel wordt gebruikt, duidt op een gepast besef van de eigen beperkingen. De Almachtige heeft geen beperkingen, behalve die welke hij zichzelf oplegt wegens zijn rechtvaardige maatstaven (Markus 10:27; Titus 1:2). Bovendien is hij als de Allerhoogste aan niemand onderworpen. Het begrip bescheidenheid is dus eenvoudig niet op Jehovah van toepassing.

7 Jehovah is echter wel nederig en zachtaardig. Hij leert zijn dienstknechten dat zachtaardigheid essentieel is voor ware wijsheid. Zijn Woord spreekt over „zachtaardigheid die bij  wijsheid behoort” (Jakobus 3:13). * Sta eens stil bij Jehovah’s voorbeeld in dit opzicht.

Jehovah delegeert en luistert nederig

8-10. (a) Waarom is het opmerkelijk dat Jehovah bereid is om te delegeren en te luisteren? (b) Hoe betoont de Almachtige zich nederig in de wijze waarop hij met zijn engelen omgaat?

8 Een hartverwarmend bewijs van Jehovah’s nederigheid is zijn bereidheid om verantwoordelijkheid te delegeren en te luisteren. Het is op zich al verbazingwekkend dat hij dat doet; Jehovah heeft geen hulp of raad nodig (Jesaja 40:13, 14; Romeinen 11:34, 35). Toch laat de bijbel ons herhaaldelijk zien dat Jehovah zich op deze wijze vernedert.

9 Neem bijvoorbeeld een bijzondere gebeurtenis in het leven van Abraham. Er kwamen drie bezoekers bij Abraham, van wie hij er een met „Jehovah” aansprak. De bezoekers waren in werkelijkheid engelen, maar een van hen kwam in Jehovah’s naam en handelde in Zijn naam. Wanneer die engel sprak en handelde, was het in feite Jehovah die sprak en handelde. Via die engel vertelde Jehovah Abraham dat hij een luid „klaaggeschrei over Sodom en Gomorra” had gehoord. Jehovah zei: „Ik ben vastbesloten af te dalen om te zien of zij geheel en al handelen naar het luide geroep dat erover tot mij is doorgedrongen, en zo niet, dan kan ik het te weten komen” (Genesis 18:3, 20, 21). Natuurlijk betekende Jehovah’s boodschap niet dat de Almachtige persoonlijk zou ’afdalen’. In plaats daarvan zond hij opnieuw engelen om hem te vertegenwoordigen (Genesis 19:1). Waarom? Kon de alziende Jehovah de ware toestand in dat gebied niet zelf „te weten komen”? Beslist wel. Maar in plaats daarvan gaf Jehovah nederig die engelen de toewijzing om een onderzoek naar de situatie in te stellen en Lot en zijn gezin in Sodom te bezoeken.

10 Bovendien luistert Jehovah. Eens vroeg hij zijn engelen  verschillende suggesties naar voren te brengen om de ondergang van de goddeloze koning Achab te bewerkstelligen. Jehovah had een dergelijke hulp niet nodig. Toch aanvaardde hij de suggestie van één engel en gaf hem de opdracht die uit te voeren (1 Koningen 22:19-22). Was dat niet nederig?

11, 12. Hoe leerde Abraham Jehovah’s nederigheid kennen?

11 Jehovah is zelfs bereid te luisteren naar onvolmaakte mensen die hun bezorgdheid willen uiten. Toen Jehovah bijvoorbeeld aan Abraham vertelde dat hij voornemens was om Sodom en Gomorra te vernietigen, stond die getrouwe man perplex. „Het is van u niet denkbaar”, zei Abraham, en hij voegde eraan toe: „Zal de Rechter van de gehele aarde geen recht doen?” Hij vroeg of Jehovah de steden zou sparen als daar 50 rechtvaardigen te vinden waren. Jehovah verzekerde hem dat hij dat zou doen. Maar Abraham stelde de vraag opnieuw, en verlaagde het aantal tot 45, toen 40, enzovoorts. Ondanks Jehovah’s verzekeringen hield Abraham aan totdat het aantal tot 10 gezakt was. Misschien begreep Abraham nog niet helemaal hoe barmhartig Jehovah is. Hoe het ook zij, Jehovah liet geduldig en nederig zijn vriend en dienstknecht Abraham op deze manier zijn bezorgdheid uiten. — Genesis 18:23-33.

12 Hoeveel briljante, geleerde mensen zouden zo geduldig luisteren naar iemand met een veel lagere intelligentie? * Zo nederig is onze God. Tijdens dezelfde gedachtewisseling ging Abraham ook begrijpen dat Jehovah „langzaam tot toorn” is (Exodus 34:6). Misschien omdat Abraham besefte dat hij niet het recht had om vraagtekens te zetten bij de daden van de Allerhoogste, smeekte hij tweemaal: „Moge Jehovah alstublieft niet in toorn ontbranden” (Genesis 18:30, 32). Natuurlijk deed Jehovah dat niet. Hij heeft werkelijk de „zachtaardigheid die bij wijsheid behoort”.

 Jehovah is redelijk

13. Wat is de betekenis van het woord „redelijk” zoals het in de bijbel wordt gebruikt, en waarom vormt dit woord een passende beschrijving van Jehovah?

13 Jehovah’s nederigheid komt tot uiting in nog een prachtige eigenschap — redelijkheid. Deze eigenschap is jammer genoeg ver te zoeken onder onvolmaakte mensen. Jehovah is niet alleen bereid naar zijn met verstand begiftigde schepselen te luisteren maar hij is ook bereid toe te geven wanneer dit niet in strijd is met rechtvaardige beginselen. Het woord „redelijk” zoals het in de bijbel wordt gebruikt, betekent letterlijk „toegevend, inschikkelijk”. Ook deze eigenschap is een kenmerk van Gods wijsheid. Jakobus 3:17 zegt: „De wijsheid van boven is . . . redelijk.” In welk opzicht is de alwijze Jehovah redelijk? Ten eerste is hij bereid zich aan te passen. Bedenk dat alleen al zijn naam ons leert dat Jehovah zichzelf maakt tot wat er maar nodig is om zijn voornemens te verwezenlijken (Exodus 3:14). Duidt dat niet op aanpassingsvermogen en redelijkheid?

14, 15. Wat leert Ezechiëls visioen van Jehovah’s hemelse wagen ons over Jehovah’s hemelse organisatie, en hoe verschilt die van wereldse organisaties?

14 Er is een opmerkelijke bijbelpassage die ons helpt iets van Jehovah’s aanpassingsvermogen te begrijpen. De profeet Ezechiël ontving een visioen van Jehovah’s hemelse organisatie van geestelijke schepselen. Hij zag een wagen van ontzag inboezemende afmetingen, Jehovah’s eigen „voertuig” dat hij altijd in bedwang heeft. Heel interessant was de wijze waarop het zich voortbewoog. De reusachtige wielen hadden vier zijden en waren vol ogen zodat ze naar alle kanten konden zien en onmiddellijk van richting konden veranderen, zonder te stoppen of zich te wenden. En deze gigantische wagen hoefde zich niet zo log voort te bewegen als een kolossaal door mensen gemaakt voertuig. Hij kon zich met de snelheid van de bliksem voortbewegen en zelfs haakse bochten maken! (Ezechiël 1:1, 14-28) Ja, Jehovah’s organisatie is, net als de almachtige Soeverein die er de leiding over heeft, uiterst plooibaar,  in staat te reageren op de steeds veranderende situaties en behoeften die ze moet behartigen.

15 Mensen kunnen zo’n volmaakt aanpassingsvermogen slechts proberen na te bootsen. Maar al te vaak echter zijn mensen en hun organisaties eerder star dan plooibaar, eerder onredelijk dan inschikkelijk. Ter illustratie: Een supertanker of een goederentrein zijn misschien indrukwekkend wat afmetingen en vermogen betreft. Maar kunnen ze op plotselinge veranderingen in omstandigheden reageren? Als er vóór een goederentrein een obstakel op de rails valt, is omkeren uitgesloten. Een plotselinge stop maken is al haast even onmogelijk. Een zware goederentrein heeft misschien wel een remweg van twee kilometer nodig om tot stilstand te komen! Zo kan ook een supertanker nog wel acht kilometer doorvaren nadat de motoren zijn afgezet. Zelfs als de motoren in hun achteruit worden gezet, kan het schip nog wel drie kilometer doorschieten! Hetzelfde geldt voor menselijke organisaties, die dikwijls star en onredelijk zijn. Uit trots weigeren mensen vaak zich aan veranderende behoeften en omstandigheden aan te passen. Door een dergelijke starheid zijn bedrijven failliet gegaan en zelfs regeringen gevallen (Spreuken 16:18). Wat kunnen we blij zijn dat noch Jehovah noch zijn organisatie zo is!

Hoe Jehovah van redelijkheid blijk geeft

16. Hoe gaf Jehovah voor de vernietiging van Sodom en Gomorra blijk van redelijkheid in de wijze waarop hij Lot behandelde?

16 Denk nog eens aan de vernietiging van Sodom en Gomorra. Lot en zijn gezin kregen uitdrukkelijke instructies van Jehovah’s engel: „Ontkom naar het bergland.” Maar dit trok Lot niet aan. „Dat niet, alstublieft, Jehovah!”, smeekte hij. Lot was ervan overtuigd dat hij zou sterven als hij naar de bergen moest vluchten, en daarom smeekte hij of hij en zijn gezin naar een nabijgelegen stad genaamd Zoar mochten vluchten. Nu had Jehovah zich voorgenomen die stad te vernietigen. Bovendien was Lots vrees niet helemaal terecht. Natuurlijk kon Jehovah hem in de bergen in leven houden! Toch luisterde  Jehovah naar Lots smeekbeden en spaarde Zoar. „Zie, ook hierin betoon ik u werkelijk consideratie”, zei de engel tegen Lot (Genesis 19:17-22). Was dat niet redelijk van Jehovah?

17, 18. Hoe toonde Jehovah in zijn bemoeienissen met de Ninevieten dat hij redelijk is?

17 Jehovah is ook gevoelig voor oprecht berouw, en hij doet daarbij altijd wat barmhartig en juist is. Denk eens aan wat er gebeurde toen de profeet Jona naar de goddeloze, gewelddadige stad Nineve werd gezonden. Toen Jona door de straten van Nineve trok, was de geïnspireerde boodschap die hij verkondigde vrij eenvoudig: de grote stad zou binnen veertig dagen vernietigd worden. Maar de omstandigheden veranderden ingrijpend. De Ninevieten hadden berouw! — Jona hoofdstuk 3.

18 Het is leerzaam om Jehovah’s reactie en die van Jona op deze ommekeer in de gebeurtenissen tegenover elkaar te stellen. In dit geval paste Jehovah zich aan en maakte zich tot een Vergever van zonden in plaats van „een manlijk persoon van oorlog” (Exodus 15:3). * Jona daarentegen was onbuigzaam en veel minder barmhartig. In plaats van Jehovah’s redelijkheid te weerspiegelen, reageerde hij meer als de eerdergenoemde goederentrein of supertanker. Hij had rampspoed afgekondigd, dus moest er rampspoed komen! Maar geduldig leerde Jehovah zijn ongeduldige profeet een gedenkwaardige les in redelijkheid en barmhartigheid. — Jona hoofdstuk 4.

Jehovah is redelijk en begrijpt onze beperkingen

19. (a) Waarom kunnen we er zeker van zijn dat Jehovah redelijk is in wat hij van ons verwacht? (b) Hoe blijkt uit Spreuken 19:17 dat Jehovah een „goede en redelijke” Meester is en ook bijzonder nederig?

19 Tot slot is Jehovah redelijk in wat hij van ons verwacht. Koning David zei: „Hijzelf weet zeer goed hoe wij zijn gevormd, gedachtig dat wij stof zijn” (Psalm 103:14). Jehovah begrijpt onze beperkingen en onze onvolmaaktheden beter dan wijzelf. Hij verwacht nooit meer van ons dan we kunnen. De bijbel maakt onderscheid tussen menselijke meesters die ’goed  en redelijk’ zijn en zij die „moeilijk te behagen” zijn (1 Petrus 2:18). Wat voor Meester is Jehovah? Merk op wat Spreuken 19:17 zegt: „Hij die gunst betoont aan de geringe, leent aan Jehovah.” Het is duidelijk dat alleen een goede en redelijke meester nota neemt van elke vriendelijke daad die voor de ’geringen’ wordt verricht. Sterker nog, deze schriftplaats suggereert dat de Schepper van het universum zich in feite verschuldigd voelt tegenover de mensen die zulke daden van barmhartigheid verrichten! Dat is het toppunt van nederigheid.

20. Welke verzekering hebben we dat Jehovah onze gebeden hoort en erop reageert?

20 Jehovah is even zachtaardig en redelijk in de manier waarop hij met zijn dienstknechten in deze tijd omgaat. Wanneer we in geloof bidden, luistert hij. En ook al stuurt hij geen engelenboodschappers om met ons te spreken, we dienen niet de conclusie te trekken dat hij onze gebeden niet verhoort. Bedenk dat toen de apostel Paulus zijn medegelovigen vroeg om te ’blijven bidden’ voor zijn vrijlating uit de gevangenis, hij eraan toevoegde: „Opdat ik des te eerder aan u word teruggegeven” (Hebreeën 13:18, 19). Onze gebeden kunnen Jehovah er dus echt toe bewegen iets te doen wat hij anders misschien niet had gedaan! — Jakobus 5:16.

21. Welke conclusie dienen we nooit uit het feit dat Jehovah nederig is te trekken, maar wat moeten we veeleer omtrent hem begrijpen?

 21 Natuurlijk betekenen deze uitingen van Jehovah’s nederigheid — zijn zachtaardigheid, zijn bereidheid om te luisteren, zijn geduld, zijn redelijkheid — geen van alle dat Jehovah schippert ten aanzien van zijn rechtvaardige beginselen. De geestelijken van de christenheid denken misschien dat ze redelijk zijn wanneer ze de oren van hun kudde kittelen door Jehovah’s morele maatstaven af te zwakken (2 Timotheüs 4:3). Maar de menselijke neiging om uit berekening te schipperen heeft niets met Gods redelijkheid te maken. Jehovah is heilig; nooit zal hij zijn rechtvaardige maatstaven schenden (Leviticus 11:44). Laten we daarom Jehovah’s redelijkheid liefhebben voor wat ze is — een bewijs van zijn nederigheid. Vind je het niet geweldig te bedenken dat Jehovah God, het wijste Wezen in het universum, ook buitengewoon nederig is? Wat is het een genoegen om dicht te naderen tot deze ontzagwekkende maar toch zachtaardige, geduldige, redelijke God!

^ ¶3 De vroegere afschrijvers of soferim hebben dit vers veranderd, zodat er kwam te staan dat Jeremia, niet Jehovah, degene is die zich neerbuigt. Kennelijk vonden ze het ongepast om zo’n nederige daad aan God toe te schrijven. Het gevolg is dat veel vertalingen de essentie van dit prachtige vers missen. In The New English Bible worden Jeremia’s woorden tot God echter nauwkeurig weergegeven: „Gedenk, o gedenk, en buig u naar mij toe.”

^ ¶7 Andere vertalingen zeggen „de nederigheid die het gevolg is van wijsheid” en „die zachtheid die het kenmerk is van wijsheid”.

^ ¶12 Het is interessant dat de bijbel geduld tegenover hoogmoed stelt (Prediker 7:8). Jehovah’s geduld is een bewijs te meer van zijn nederigheid. — 2 Petrus 3:9.

^ ¶18 In Psalm 86:5 wordt over Jehovah gezegd dat hij „goed en vergevensgezind” is. Toen die psalm in het Grieks werd vertaald, werd de uitdrukking „vergevensgezind” met e·pi·eiʹkes, of „redelijk”, weergegeven.

Meer info

Bidden: verhoort God onze gebeden?

De Bijbel laat zien dat Jehovah in deze tijd inderdaad naar gebeden luistert. Of hij de onze verhoort of niet, hangt voor een groot deel van onszelf af.