Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Nader dicht tot Jehovah

 Hoofdstuk 22

Is „de wijsheid van boven” in jouw leven werkzaam?

Is „de wijsheid van boven” in jouw leven werkzaam?

1-3. (a) Hoe toonde Salomo buitengewone wijsheid in de manier waarop hij een geschil over moederschap oploste? (b) Wat belooft Jehovah ons te geven, en welke vragen rijzen er?

HET was een moeilijke zaak — twee vrouwen maakten ruzie over een baby. De vrouwen woonden samen in één huis en hadden ieder een zoon gebaard, enkele dagen na elkaar. Een van de baby’s was gestorven, en nu beweerden beide vrouwen de moeder van de levende baby te zijn. * Er waren geen andere getuigen van wat er gebeurd was. Waarschijnlijk was de zaak al door een lagere rechterlijke instantie gehoord maar was er geen uitspraak gedaan. Uiteindelijk werd het geschil voor Salomo, de koning van Israël, gebracht. Zou hij de waarheid aan het licht kunnen brengen?

2 Na een tijdje naar de ruziënde vrouwen te hebben geluisterd, vroeg Salomo om een zwaard. Vervolgens beval hij, schijnbaar zeker van zijn zaak, het kind in tweeën te snijden en de vrouwen ieder de helft te geven. Onmiddellijk smeekte de echte moeder de koning om de baby — haar geliefde kind — aan de andere vrouw te geven. Maar de andere vrouw bleef erop aandringen dat het kind in tweeën gesneden zou worden. Nu wist Salomo de waarheid. Hij kende het tedere mededogen van een moeder voor het kind van haar schoot, en hij maakte gebruik van die kennis om dit geschil op te lossen. Stel je de opluchting van de moeder voor toen Salomo haar het kind toewees en zei: „Zij is zijn moeder.” — 1 Koningen 3:16-27.

3 Was dat geen buitengewone wijsheid? Toen de mensen  hoorden hoe Salomo de zaak had opgelost, waren ze vol ontzag, „want zij zagen dat de wijsheid van God in hem was”. Ja, Salomo’s wijsheid was een gave van God. Jehovah had hem „een wijs en verstandig hart” gegeven (1 Koningen 3:12, 28). Maar hoe staat het met ons? Kunnen ook wij goddelijke wijsheid ontvangen? Ja, want Salomo schreef onder inspiratie: „Jehovah zelf geeft wijsheid” (Spreuken 2:6). Jehovah belooft degenen die er oprecht naar zoeken, wijsheid te geven — het vermogen om een goed gebruik te maken van kennis, verstand en onderscheidingsvermogen. Hoe kunnen we wijsheid van boven verwerven? En hoe kunnen we die in ons leven werkzaam laten zijn?

„Verwerf wijsheid” — Hoe?

4-7. Wat zijn vier vereisten voor het verwerven van wijsheid?

4 Moeten we heel intelligent zijn of een hoge opleiding hebben gevolgd om goddelijke wijsheid te ontvangen? Nee. Jehovah is bereid zijn wijsheid met ons te delen, ongeacht onze achtergrond en opleiding (1 Korinthiërs 1:26-29). Maar wij moeten het initiatief nemen, want de bijbel geeft ons de aansporing: „Verwerf wijsheid” (Spreuken 4:7). Hoe kunnen we dat doen?

5 Ten eerste dienen we God te vrezen. „De vrees voor Jehovah is het begin van wijsheid [„de eerste stap naar wijsheid”, NEB]”, zegt Spreuken 9:10. Vrees voor God vormt de basis voor ware wijsheid. Waarom? Bedenk dat wijsheid onder andere het vermogen is om kennis op een succesvolle wijze te gebruiken. God vrezen is niet voor hem ineenkrimpen van angst, maar vol ontzag, eerbied en vertrouwen voor hem buigen. Zo’n vrees is gezond en vormt een krachtige motivatie. Ze beweegt ons ertoe ons leven in overeenstemming te brengen met onze kennis van Gods wil en wegen. We zouden geen verstandiger handelwijze kunnen volgen, want Jehovah’s maatstaven werpen altijd het grootste voordeel af voor degenen die zich eraan houden.

6 Ten tweede moeten we nederig en bescheiden zijn. Godvruchtige wijsheid kan niet bestaan zonder nederigheid en bescheidenheid (Spreuken 11:2). Waarom niet? Als we nederig en  bescheiden zijn, zijn we bereid toe te geven dat we niet alles weten, dat onze opvattingen niet altijd juist zijn en dat we moeten weten hoe Jehovah over de dingen denkt. Jehovah „weerstaat de hoogmoedigen”, maar hij geeft graag wijsheid aan degenen die nederig van hart zijn. — Jakobus 4:6.

Willen we goddelijke wijsheid verwerven, dan moeten we moeite doen om ernaar te graven

7 Ten derde is studie van Gods geschreven Woord onontbeerlijk. Jehovah’s wijsheid wordt geopenbaard in zijn Woord. Willen we die wijsheid verwerven, dan moeten we moeite doen om ernaar te graven (Spreuken 2:1-5). Een vierde vereiste is gebed. Als we God oprecht om wijsheid vragen, zal hij ons die edelmoedig geven (Jakobus 1:5). Onze gebeden om de hulp van zijn geest zullen niet onverhoord blijven. En zijn geest kan ons in staat stellen de schatten in zijn Woord te vinden die ons kunnen helpen problemen op te lossen, gevaar af te wenden en verstandige beslissingen te nemen. — Lukas 11:13.

8. Waaruit zal blijken of we echt goddelijke wijsheid hebben verworven?

8 Zoals we in hoofdstuk 17 opmerkten, is Jehovah’s wijsheid praktisch. Als we echt goddelijke wijsheid hebben verworven, zal dit daarom duidelijk blijken uit de wijze waarop we ons gedragen. De discipel Jakobus beschreef de vruchten van goddelijke wijsheid als volgt: „De wijsheid van boven is allereerst zuiver, vervolgens vredelievend, redelijk, bereid tot gehoorzamen, vol van barmhartigheid en goede vruchten, geen partijdig onderscheid makend, niet huichelachtig” (Jakobus 3:17). Terwijl we elk van deze aspecten van goddelijke wijsheid bespreken, zouden we onszelf de vraag kunnen stellen: ’Is de wijsheid van boven in mijn leven werkzaam?’

„Zuiver, vervolgens vredelievend”

9. Wat betekent het zuiver te zijn, en waarom is het passend dat zuiverheid als de eerste eigenschap van wijsheid wordt genoemd?

9 „Allereerst zuiver”. Zuiver zijn betekent niet alleen uiterlijk maar ook innerlijk rein en onbesmet zijn. De bijbel brengt wijsheid met het hart in verband, maar hemelse wijsheid kan geen intrede doen in een hart dat verontreinigd is met goddeloze  gedachten, verlangens en motieven (Spreuken 2:10; Mattheüs 15:19, 20). Als ons hart echter zuiver is — althans voor zover dat voor onvolmaakte mensen mogelijk is — zullen we ’ons afkeren van wat slecht is en doen wat goed is’ (Psalm 37:27; Spreuken 3:7). Is het niet passend dat zuiverheid als de eerste eigenschap van wijsheid wordt genoemd? Immers, hoe kunnen we de andere eigenschappen van de wijsheid van boven werkelijk weerspiegelen als we niet moreel en geestelijk rein zijn?

10, 11. (a) Waarom is het belangrijk dat we vredelievend zijn? (b) Als je merkt dat je een medeaanbidder hebt gekwetst, hoe kun je dan tonen een vredestichter te zijn? (Zie ook voetnoot.)

10 „Vervolgens vredelievend”. Hemelse wijsheid beweegt ons ertoe vrede, een vrucht van Gods geest, na te streven (Galaten 5:22). We doen ons best om de „band van vrede” die Jehovah’s volk verenigt, niet te verbreken (Efeziërs 4:3). We spannen ons ook in om de vrede te herstellen als die verstoord is. Waarom is dit belangrijk? De bijbel zegt: „Gaat voort . . . vreedzaam te leven; en de God van liefde en van vrede zal met u zijn” (2 Korinthiërs 13:11). Zolang we vreedzaam blijven leven, zal de God van vrede dus met ons zijn. De wijze waarop we medeaanbidders behandelen, is rechtstreeks van invloed op onze verhouding met Jehovah. Hoe kunnen we tonen dat we vredestichters zijn? Kijk eens naar een voorbeeld.

11 Wat moet je doen als je merkt dat je een medeaanbidder hebt gekwetst? Jezus zei: „Wanneer gij daarom uw gave naar het altaar brengt en u daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave dan daar vóór het altaar en ga heen; sluit eerst vrede met uw broeder en offer daarna, wanneer gij zijt teruggekomen, uw gave” (Mattheüs 5:23, 24). Je kunt die raad toepassen door het initiatief te nemen om naar je broeder toe te gaan. Met welk doel? Om ’vrede met hem te sluiten’. *  Daarvoor is het wellicht nodig dat je zijn gekwetste gevoelens erkent, niet afwijst. Als je hem benadert met het doel de vrede te herstellen en als je die houding bewaart, kan elk misverstand waarschijnlijk worden opgehelderd, kunnen er gepaste verontschuldigingen worden aangeboden en kan er vergeving worden geschonken. Wanneer je je uiterste best doet om vrede te sluiten, toon je dat je je door goddelijke wijsheid laat leiden.

„Redelijk, bereid tot gehoorzamen”

12, 13. (a) Wat is de betekenis van het woord dat in Jakobus 3:17 met „redelijk” is weergegeven? (b) Hoe kunnen we tonen dat we redelijk zijn?

12 „Redelijk”. Wat betekent het redelijk te zijn? Volgens geleerden is het oorspronkelijke Griekse woord dat in Jakobus 3:17 met „redelijk” is weergegeven, moeilijk te vertalen. Vertalers hebben er woorden voor gebruikt als „vriendelijk”, „lankmoedig” en „van consideratie blijk gevend”. Een voetnoot in de  Nieuwe-Wereldvertaling geeft te kennen dat de letterlijke betekenis „toegevend, inschikkelijk” is. Hoe kunnen we laten zien dat dit aspect van de wijsheid van boven in ons werkzaam is?

13 „Laat uw redelijkheid aan alle mensen bekend worden”, zegt Filippenzen 4:5. Een andere vertaling luidt: „Heb de reputatie redelijk te zijn” (The New Testament in Modern English, door J. B. Phillips). Merk op dat het niet zozeer een kwestie is van hoe we onszelf zien; het is een kwestie van hoe anderen ons zien, hoe we bekendstaan. Iemand die redelijk is, staat niet altijd op de letter van de wet of wil niet per se dat zijn zin wordt gedaan. In plaats daarvan is hij bereid naar anderen te luisteren en wanneer dat juist is, aan hun wensen toe te geven. Hij is ook vriendelijk, niet ruw of ongevoelig, in zijn omgang met anderen. Hoewel dit voor alle christenen van essentieel belang is, is het vooral belangrijk voor degenen die als ouderling dienen. Vriendelijkheid trekt aan, maakt ouderlingen gemakkelijk te benaderen (1 Thessalonicenzen 2:7, 8). Wij allemaal doen er goed aan ons af te vragen: ’Heb ik de reputatie inschikkelijk en vriendelijk te zijn en van consideratie blijk te geven?’

14. Hoe kunnen we tonen dat we „bereid tot gehoorzamen” zijn?

14 „Bereid tot gehoorzamen”. Het Griekse woord dat met „bereid tot gehoorzamen” is vertaald, komt nergens anders in de christelijke Griekse Geschriften voor. Volgens een geleerde wordt dit woord „vaak voor militaire discipline gebruikt”. Het brengt de gedachte over van „gemakkelijk te overreden” en „onderworpen”. Iemand die zich door de wijsheid van boven laat leiden, onderwerpt zich gewillig aan wat de bijbel zegt. Hij staat niet bekend als iemand die een besluit neemt en vervolgens weigert zich te laten beïnvloeden door eventuele feiten die zijn ongelijk aantonen. In plaats daarvan zal hij snel wijzigingen aanbrengen wanneer hem duidelijke schriftuurlijke bewijzen worden voorgelegd waaruit blijkt dat hij een verkeerd standpunt heeft ingenomen of onjuiste conclusies heeft getrokken. Sta jij zo bekend bij anderen?

 „Vol van barmhartigheid en goede vruchten”

15. Wat is barmhartigheid, en waarom is het passend dat „barmhartigheid” en „goede vruchten” in Jakobus 3:17 samen genoemd worden?

15 „Vol van barmhartigheid en goede vruchten”. * Barmhartigheid is een belangrijk onderdeel van de wijsheid van boven, want er wordt gezegd dat deze wijsheid „vol van barmhartigheid” is. Merk op dat „barmhartigheid” en „goede vruchten” samen genoemd worden. Dit is passend, want in de bijbel duidt barmhartigheid heel vaak op een actieve belangstelling voor anderen, een mededogen dat een rijke oogst aan vriendelijke daden voortbrengt. Een naslagwerk definieert barmhartigheid als „verdriet voelen wegens iemands slechte situatie en proberen er iets aan te doen”. Bijgevolg is goddelijke wijsheid niet koel, harteloos of louter verstandelijk. Ze is veeleer warm, hartelijk en gevoelig. Hoe kunnen we tonen dat we vol van barmhartigheid zijn?

16, 17. (a) Wat beweegt ons behalve liefde voor God nog meer om aan de prediking deel te nemen, en waarom? (b) Op welke manieren kunnen we tonen dat we vol van barmhartigheid zijn?

16 Een belangrijke manier is ongetwijfeld het met anderen delen van het goede nieuws van Gods koninkrijk. Wat beweegt ons ertoe dit werk te doen? In de eerste plaats is het liefde voor God. Maar we worden ook bewogen door barmhartigheid, of medegevoel, jegens anderen (Mattheüs 22:37-39). Velen in deze tijd zijn „heen en weer gedreven . . . als schapen zonder herder” (Mattheüs 9:36). Ze zijn geestelijk verwaarloosd en verblind door vals-religieuze herders. Het gevolg is dat ze niet bekend zijn met de wijze leiding die in Gods Woord te vinden is of met de zegeningen die het Koninkrijk binnenkort over deze aarde zal brengen. Wanneer we daarom over de geestelijke behoeften van de mensen om ons heen nadenken, beweegt ons innige medegevoel ons ertoe al het mogelijke te doen om hun over Jehovah’s liefdevolle voornemen te vertellen.

Door barmhartigheid, of medegevoel, jegens anderen te tonen, weerspiegelen we „de wijsheid van boven”

 17 Op welke andere manieren kunnen we tonen dat we vol van barmhartigheid zijn? Denk eens aan Jezus’ illustratie van de Samaritaan die een reiziger langs de kant van de weg aantrof, beroofd en geslagen. Door medegevoel bewogen „handelde” de Samaritaan „barmhartig” door de wonden van het slachtoffer te verbinden en voor hem te zorgen (Lukas 10:29-37). Illustreert dit niet dat barmhartigheid het bieden van praktische hulp aan behoeftigen inhoudt? De bijbel zegt ons „het goede [te] doen jegens allen, maar vooral jegens hen die aan ons verwant zijn in het geloof” (Galaten 6:10). Beschouw eens een paar mogelijkheden. Een bejaarde medegelovige heeft wellicht vervoer naar en van de christelijke vergaderingen nodig. Een weduwe in de gemeente kan misschien wat hulp gebruiken bij reparaties aan haar huis (Jakobus 1:27). Iemand die zich ontmoedigd voelt, heeft wellicht een ’goed woord’ nodig om hem op te beuren (Spreuken 12:25). Wanneer we op die manieren barmhartigheid tonen, geven we er blijk van dat de wijsheid van boven in ons werkzaam is.

„Geen partijdig onderscheid makend, niet huichelachtig”

18. Als we ons door de wijsheid van boven laten leiden, wat moeten we dan uit ons hart proberen te verwijderen, en waarom?

18 „Geen partijdig onderscheid makend”. Goddelijke wijsheid stijgt uit boven rassenvooroordeel en nationale trots. Als we ons door die wijsheid laten leiden, proberen we elke neiging tot het tonen van begunstiging uit ons hart te verwijderen (Jakobus 2:9). We geven anderen geen voorkeursbehandeling op grond van hun opleiding, financiële status of verantwoordelijkheid in de gemeente, en we kijken op geen van onze medeaanbidders neer, hoe eenvoudig ze misschien ook schijnen te zijn. Als Jehovah deze mensen zijn liefde geeft, dienen we hun zeker onze liefde waardig te achten.

19, 20. (a) Wat is de achtergrond van het Griekse woord voor „huichelaar”? (b) Hoe tonen we „ongehuichelde broederlijke genegenheid”, en waarom is dit belangrijk?

19 „Niet huichelachtig”. Het Griekse woord voor „huichelaar” kan betrekking hebben op „een acteur die een rol speelde”. In  de oudheid droegen Griekse en Romeinse acteurs grote maskers tijdens hun optreden. Mettertijd werd het Griekse woord voor „huichelaar” dan ook toegepast op iemand die veinsde of vals speelde. Dit aspect van goddelijke wijsheid dient niet alleen van invloed te zijn op de wijze waarop we medeaanbidders behandelen maar ook op de wijze waarop we over hen denken.

20 De apostel Petrus merkte op dat onze „gehoorzaamheid aan de waarheid” dient te resulteren in „ongehuichelde broederlijke genegenheid” (1 Petrus 1:22). Ja, onze genegenheid voor onze broeders en zusters moet niet gespeeld zijn. We dragen geen masker en spelen geen rol om anderen te bedriegen. Onze genegenheid moet ongeveinsd en oprecht zijn. Als dat het geval is, zullen we het vertrouwen van onze medegelovigen winnen, want dan weten ze dat we ook werkelijk zijn wat we schijnen te zijn. Die oprechtheid maakt open en eerlijke betrekkingen tussen christenen mogelijk en draagt ertoe bij dat er een vertrouwelijke sfeer in de gemeente wordt geschapen.

 „Beveilig praktische wijsheid”

21, 22. (a) Hoe heeft Salomo nagelaten wijsheid te beveiligen? (b) Hoe kunnen we wijsheid beveiligen, en hoe zullen we daar baat bij hebben?

21 Goddelijke wijsheid is een gave van Jehovah, een gave die we moeten beveiligen. Salomo zei: „Mijn zoon, . . . beveilig praktische wijsheid en denkvermogen” (Spreuken 3:21). Helaas heeft Salomo dat zelf nagelaten. Hij bleef wijs zolang hij een gehoorzaam hart behield. Maar uiteindelijk keerden zijn vele buitenlandse vrouwen zijn hart van de zuivere aanbidding van Jehovah af (1 Koningen 11:1-8). De wijze waarop het met Salomo afliep, illustreert dat kennis van weinig waarde is als we er geen goed gebruik van maken.

22 Hoe kunnen we praktische wijsheid beveiligen? We moeten niet alleen de bijbel en de op de bijbel gebaseerde publicaties die door „de getrouwe en beleidvolle slaaf” worden verschaft, geregeld lezen maar we moeten ook ons best doen om toe te passen wat we leren (Mattheüs 24:45). We hebben alle reden om goddelijke wijsheid toe te passen. Het betekent dat we nu een beter leven zullen leiden. Het stelt ons in staat „het werkelijke leven” — leven in Gods nieuwe wereld — ’stevig vast te grijpen’ (1 Timotheüs 6:19). En wat het belangrijkste is, het aankweken van de wijsheid van boven brengt ons dichter bij de bron van alle wijsheid, Jehovah God.

^ ¶1 Volgens 1 Koningen 3:16 waren de twee vrouwen prostituees. Inzicht in de Schrift zegt: „Het kan zijn dat deze vrouwen geen beroepsprostituées waren, maar vrouwen die hoererij hadden bedreven, hetzij joodse vrouwen of, wat heel goed mogelijk is, vrouwen van buitenlandse afkomst.” — Uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

^ ¶11 De Griekse uitdrukking die met ’sluit vrede’ is vertaald, is afkomstig van een werkwoord dat „’een verandering bewerken, uitwisselen’ en derhalve ’verzoenen’” betekent. Het is dus je doel om een verandering te bewerken, om indien mogelijk wrok uit het hart van de beledigde persoon weg te nemen. — Romeinen 12:18.

^ ¶15 Een andere vertaling geeft deze woorden weer met „vol medegevoel en goede daden”. — A Translation in the Language of the People, door Charles B. Williams.

Meer info

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE)

Haal zo veel mogelijk uit het lezen van de Bijbel

De raad uit de Bijbel kan je alleen helpen als je de Bijbel bestudeert en toepast wat je leert. Hoe haal je meer uit Bijbellezen?

DE WACHTTOREN (STUDIE-UITGAVE)

Gebruik Gods Woord om jezelf en anderen te helpen

Hou jij van de Bijbel? Door een studie van 2 Timotheüs 3:16 zul je meer geloof krijgen in dit geschenk van Jehovah.