Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Nader dicht tot Jehovah

 Hoofdstuk 27

„O hoe groot is zijn goedheid!”

„O hoe groot is zijn goedheid!”

1, 2. Hoe veelomvattend is Gods goedheid, en welke nadruk legt de bijbel op deze eigenschap?

BADEND in het warme licht van de zonsondergang genieten een paar oude vrienden van een gezamenlijke maaltijd buiten, lachend en pratend terwijl ze het schouwspel bewonderen. Ver daarvandaan kijkt een landbouwer over zijn velden uit en glimlacht tevreden omdat donkere wolken zich hebben samengepakt en de eerste druppels regen op zijn dorstige gewassen vallen. Ergens anders kijken een man en een vrouw verrukt toe terwijl hun kind zijn eerste wankele stapjes zet.

2 Of ze het nu beseffen of niet, al deze mensen ervaren de voordelen van één en hetzelfde — de goedheid van Jehovah God. Religieuze mensen herhalen vaak de woorden „God is goed”. De bijbel zegt het veel nadrukkelijker: „O hoe groot is zijn goedheid!” (Zacharia 9:17) Maar het schijnt dat weinig mensen in deze tijd echt beseffen wat die woorden betekenen. Wat houdt de goedheid van Jehovah God eigenlijk in, en hoe is deze eigenschap van God op elk van ons van invloed?

Een bijzonder facet van Gods liefde

3, 4. Wat is goedheid, en waarom zou Jehovah’s goedheid het best omschreven kunnen worden als een uiting van zijn liefde?

3 In veel hedendaagse talen is „goedheid” een vrij vaag woord. Maar zoals de bijbel erover spreekt is goedheid helemaal niet vaag. Het woord duidt in hoofdzaak op deugd en morele uitnemendheid. In zekere zin zouden we dus kunnen zeggen dat Jehovah vervuld is van goedheid. Al zijn eigenschappen — met inbegrip van zijn macht, zijn gerechtigheid en zijn wijsheid — zijn door en door goed. Toch zou goedheid  het best omschreven kunnen worden als een uiting van Jehovah’s liefde. Waarom?

4 Goedheid is een actieve, extraverte eigenschap. De apostel Paulus gaf te kennen dat deze eigenschap in mensen nog aantrekkelijker is dan rechtvaardigheid (Romeinen 5:7). Van een rechtvaardig mens kun je verwachten dat hij zich trouw aan de vereisten van de wet houdt, maar een goed mens doet meer. Hij neemt het initiatief en zoekt actief naar manieren om anderen goed te doen. Zoals we zullen zien, is Jehovah in die zin beslist goed. Het is duidelijk dat een dergelijke goedheid uit Jehovah’s grenzeloze liefde voortspruit.

5-7. Waarom weigerde Jezus „Goede Leraar” genoemd te worden, en welke diepe waarheid bevestigde hij daarmee?

5 Jehovah is ook uniek in zijn goedheid. Kort voordat Jezus stierf, kwam er een man naar hem toe om een vraag te stellen, en hij sprak Jezus aan met „Goede Leraar”. Jezus antwoordde: „Waarom noemt gij mij goed? Niemand is goed, behalve één, God” (Markus 10:17, 18). Dat antwoord verbaast je misschien. Waarom corrigeerde Jezus die man? Was Jezus dan geen „Goede Leraar”?

6 Kennelijk gebruikte de man de woorden „Goede Leraar” als een vleiende titel. Jezus gaf die eer bescheiden aan zijn hemelse Vader, die goed is in de verhevenste zin van het woord (Spreuken 11:2). Maar Jezus bevestigde ook een diepe waarheid. Alleen Jehovah is de maatstaf voor wat goed is. Alleen hij heeft het soevereine recht te bepalen wat goed en wat slecht is. Adam en Eva wilden zich dat recht zelf toe-eigenen door opstandig van de boom der kennis van goed en kwaad te nemen. In tegenstelling tot hen laat Jezus het vaststellen van maatstaven nederig aan zijn Vader over.

7 Bovendien wist Jezus dat Jehovah de bron van al het werkelijk goede is. Hij is de Gever van „elke goede gave en elk volmaakt geschenk” (Jakobus 1:17). Laten we eens onderzoeken hoe Jehovah’s goedheid tot uiting komt in zijn edelmoedigheid.

 Bewijzen van Jehovah’s overvloedige goedheid

8. Hoe heeft Jehovah goedheid jegens de hele mensheid getoond?

8 Iedereen die ooit heeft geleefd, heeft voordeel getrokken van Jehovah’s goedheid. Psalm 145:9 zegt: „Jehovah is goed jegens allen.” Wat zijn enkele voorbeelden van zijn allesomvattende goedheid? De bijbel zegt: ’Hij heeft niet nagelaten getuigenis van zichzelf te geven door goed te doen, door u regens vanuit de hemel en vruchtbare tijden te geven, door uw hart overvloedig met voedsel en vrolijkheid te vervullen’ (Handelingen 14:17). Heb je je ooit verkwikt gevoeld door een heerlijke maaltijd? Als Jehovah de aarde in zijn goedheid niet had ontworpen met een waterkringloop die ons steeds opnieuw van zoet water voorziet en „vruchtbare tijden” om een overvloed van voedsel te produceren, zouden er geen maaltijden zijn. Jehovah heeft deze goedheid niet alleen getoond jegens degenen die hem liefhebben maar jegens iedereen.  Jezus zei: „Hij laat zijn zon opgaan over goddelozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.” — Mattheüs 5:45.

Jehovah geeft ons „regens vanuit de hemel en vruchtbare tijden”

9. Hoe illustreert de appel Jehovah’s goedheid?

9 Velen beschouwen de buitengewone edelmoedigheid waarmee de mensheid dankzij de voortdurende werking van zon, regen en vruchtbare tijden wordt overstelpt, als vanzelfsprekend. Denk bijvoorbeeld eens aan de appel. Dat is overal in de gematigde streken van de aarde een heel gewone vrucht. Toch is hij mooi, smaakt lekker en zit vol verfrissend water en belangrijke voedingsstoffen. Wist je dat er wereldwijd zo’n 7500 soorten appels zijn, in kleur variërend van rood tot goud tot geel tot groen en in afmeting van iets groter dan een kers tot  de grootte van een grapefruit? Als je een pitje van een appel in je hand hebt, ziet het er onbetekenend uit. Maar uit dat pitje groeit een van de mooiste bomen (Hooglied 2:3). Elk voorjaar is de appelboom getooid met prachtige bloesems; elk najaar brengt hij vruchten voort. Een gemiddelde appelboom produceert ieder jaar — en dat zo’n 75 jaar lang — genoeg vruchten om twintig dozen met een gewicht van elk negentien kilo te vullen!

Uit dit pitje groeit een boom waarvan mensen tientallen jaren kunnen eten en genieten

10, 11. Hoe zijn de zintuigen een bewijs van Gods goedheid?

10 In zijn oneindige goedheid heeft Jehovah ons een lichaam gegeven dat ’wonderbaar gemaakt’ is, met zintuigen die ontworpen zijn om ons te helpen zijn werken waar te nemen en ervan te genieten (Psalm 139:14). Denk nog eens aan de taferelen die aan het begin van dit hoofdstuk werden beschreven. Welke beelden brengen op zulke momenten vreugde? De rode wangen van een dolblij kind. Het regengordijn dat op de velden neerdaalt. De rode, gouden en violette kleuren van een zonsondergang. Het menselijk oog is zo ontworpen dat het meer dan 300.000 kleuren kan waarnemen! En ons gehoor vangt de klanknuances op in een dierbare stem, het gefluister van de wind in de bomen en het vrolijke gelach van de peuter. Hoe komt het dat we van zulke beelden en geluiden kunnen genieten? De bijbel zegt: „Het horende oor en het ziende oog — het is Jehovah die ze béide heeft gemaakt” (Spreuken 20:12). Dat zijn echter nog maar twee zintuigen.

11 De reukzin is nog een bewijs van Jehovah’s goedheid. De menselijke neus kan ongeveer 10.000 geuren onderscheiden. Denk eens aan een paar daarvan: de geur van je lievelingsgerecht, bloemen, gevallen bladeren, een vleugje rook van een gezellig haardvuur. En je tastzin stelt je in staat de streling van een briesje langs je gezicht te voelen, de geruststellende omarming van iemand van wie je houdt, het prettige gevoel van een stuk fruit in je hand. Als je er een hap van neemt, gaat je smaakzin een rol spelen. Je wordt onthaald op een symfonie van aroma’s terwijl je smaakpapillen de subtiele verschillen  bespeuren die het gevolg zijn van de ingewikkelde chemische samenstelling van de vrucht. Ja, we hebben alle reden om vol enthousiasme over Jehovah te zeggen: „Hoe overvloedig is uw goedheid, die gij als een schat hebt weggelegd voor hen die u vrezen!” (Psalm 31:19) Maar hoe heeft Jehovah goedheid ’als een schat weggelegd’ voor degenen die godvruchtige vrees hebben?

Goedheid met eeuwige voordelen

12. Welke voorzieningen van Jehovah zijn het belangrijkst, en waarom?

12 Jezus zei: „Er staat geschreven: ’De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt’” (Mattheüs 4:4). Jehovah’s geestelijke voorzieningen kunnen ons nog meer goeddoen dan de stoffelijke, want ze leiden tot eeuwig leven. In hoofdstuk 8 van dit boek merkten we op dat Jehovah in deze laatste dagen zijn herstellende kracht heeft gebruikt om een geestelijk paradijs tot stand te brengen. Een belangrijk kenmerk van dat paradijs is de overvloed van geestelijk voedsel.

13, 14. (a) Wat zag de profeet Ezechiël in een visioen, en welke betekenis heeft dit voor ons in deze tijd? (b) Welke levengevende geestelijke voorzieningen treft Jehovah voor zijn getrouwe dienstknechten?

13 In een van de grote herstellingsprofetieën van de bijbel ontving de profeet Ezechiël een visioen van een herstelde en verheerlijkte tempel. Vanuit die tempel vloeide een waterstroom die steeds breder en dieper werd, totdat hij een „stroom van dubbele omvang” was geworden. Overal waar die rivier stroomde, bracht ze zegeningen. Op de oevers groeiden bomen die in voedsel en in genezing voorzagen, en de rivier bracht zelfs leven en vruchtbaarheid in de zoute, levenloze Dode Zee! (Ezechiël 47:1-12) Maar wat betekende dat allemaal?

14 Het visioen betekende dat Jehovah zijn regeling voor zuivere aanbidding, zoals die werd afgebeeld door de tempel die Ezechiël zag, zou herstellen. Net als die visionaire rivier zouden Gods voorzieningen voor leven steeds overvloediger naar  zijn volk stromen. Sinds het herstel van de zuivere aanbidding in 1919 heeft Jehovah zijn volk met levengevende voorzieningen gezegend. Hoe? Welnu, bijbels, bijbelse lectuur, vergaderingen en congressen hebben er allemaal toe bijgedragen dat miljoenen mensen uiterst belangrijke waarheden hebben leren kennen. Met dergelijke middelen heeft Jehovah mensen onderwezen omtrent de allerbelangrijkste van zijn voorzieningen voor leven — Christus’ loskoopoffer, dat voor allen die God werkelijk liefhebben en vrezen, een reine positie voor Jehovah’s aangezicht en de hoop op eeuwig leven mogelijk maakt. * Bijgevolg heeft Jehovah’s volk zich in deze laatste dagen voortdurend in een geestelijk feestmaal verheugd terwijl de wereld geestelijk honger leed. — Jesaja 65:13.

15. In welk opzicht zal Jehovah’s goedheid tijdens Christus’ duizendjarige regering naar de getrouwe mensheid stromen?

15 Maar de rivier uit Ezechiëls visioen stopt niet met stromen wanneer dit oude samenstel van dingen eindigt. Integendeel, ze zal tijdens Christus’ duizendjarige regering nog overvloediger stromen. Dan zal Jehovah door middel van het Messiaanse koninkrijk de volledige waarde van Jezus’ slachtoffer aanwenden en de getrouwe mensheid geleidelijk tot volmaaktheid brengen. Wat zullen we ons dan uitbundig verheugen over Jehovah’s goedheid!

Nog meer facetten van Jehovah’s goedheid

16. Hoe laat de bijbel zien dat Jehovah’s goedheid ook andere eigenschappen omvat, en wat zijn enkele hiervan?

16 Jehovah’s goedheid houdt meer in dan edelmoedigheid. God zei tot Mozes: „Ikzelf zal al mijn goedheid aan uw aangezicht laten voorbijgaan, en ik wil de naam van Jehovah ten aanhoren van u uitroepen.” Later zegt het verslag: „Nu ging Jehovah aan zijn aangezicht voorbij en riep: ’Jehovah, Jehovah, een God barmhartig en goedgunstig, langzaam tot toorn  en overvloedig in liefderijke goedheid en waarheid’” (Exodus 33:19; 34:6). Jehovah’s goedheid omvat dus een aantal voortreffelijke eigenschappen. Laten we er eens twee van bespreken.

17. Wat is goedgunstigheid, en hoe is Jehovah tegenover gewone, onvolmaakte mensen goedgunstig geweest?

17 „Goedgunstig”. Deze eigenschap vertelt ons veel over de manier waarop Jehovah met zijn schepselen omgaat. In plaats van bruusk, koel of tiranniek te zijn, zoals vaak het geval is met machthebbers, is Jehovah zachtaardig en vriendelijk. Jehovah zei bijvoorbeeld tot Abraham: „Sla alstublieft uw ogen op en kijk van de plaats waar gij zijt naar het noorden en naar het zuiden en naar het oosten en naar het westen” (Genesis 13:14). Veel vertalingen laten het woord „alstublieft” weg. Maar bijbelgeleerden merken op dat de woordkeus in het oorspronkelijke Hebreeuws een partikel bevat waardoor deze woorden van een bevel in een beleefd verzoek veranderen. Daar zijn nog meer voorbeelden van (Genesis 31:12; Ezechiël 8:5). Stel je voor, de Soeverein van het universum zegt „alstublieft” tegen gewone mensen! Is het in een wereld waarin hardheid, vrijpostigheid en grofheid heel gewoon zijn, geen verademing om erbij stil te staan hoe goedgunstig onze God, Jehovah, is?

18. In welke zin is Jehovah „overvloedig in . . . waarheid”, en waarom zijn die woorden geruststellend?

18 „Overvloedig in . . . waarheid”. Oneerlijkheid is in deze wereld normaal geworden. Maar de bijbel brengt ons onder de aandacht: „God is geen mens, dat hij leugens zou vertellen” (Numeri 23:19). Titus 1:2 zegt zelfs dat ’God niet kan liegen’. Hij is daar veel te goed voor. Jehovah’s beloften zijn dus volkomen betrouwbaar; zijn woorden gaan beslist altijd in vervulling. Jehovah wordt zelfs „de God der waarheid” genoemd (Psalm 31:5). Hij onthoudt zich niet alleen van het vertellen van onwaarheden maar hij deelt een overvloed van waarheid uit. Hij is niet gesloten, zwijgzaam of geheimzinnig; integendeel, edelmoedig schenkt hij zijn getrouwe dienstknechten  geestelijk licht vanuit zijn grenzeloze overvloed van wijsheid. * Hij leert hun zelfs hoe ze in overeenstemming kunnen leven met de waarheden die hij verschaft, zodat ze kunnen ’voortgaan in de waarheid te wandelen’ (3 Johannes 3). Hoe dient Jehovah’s goedheid over het geheel genomen op ons als afzonderlijke personen van invloed te zijn?

„Stralen over de goedheid van Jehovah”

19, 20. (a) Hoe probeerde Satan Eva’s vertrouwen in Jehovah’s goedheid te ondermijnen, en met welk gevolg? (b) Welke uitwerking dient Jehovah’s goedheid op ons te hebben, en waarom?

19 Toen Satan in de tuin van Eden Eva in verzoeking bracht, begon hij heel subtiel door haar vertrouwen in Jehovah’s goedheid te ondermijnen. Jehovah had tegen Adam gezegd: „Van elke boom van de tuin moogt gij tot verzadiging eten.” Van de duizenden bomen waarmee die tuin gesierd geweest moet zijn, was er maar één door Jehovah verboden verklaard. Maar merk op hoe Satan zijn eerste vraag aan Eva onder woorden bracht: „Is het werkelijk zo dat God heeft gezegd dat gij niet van elke boom van de tuin moogt eten?” (Genesis 2:9, 16; 3:1) Satan verdraaide Jehovah’s woorden om Eva te laten denken dat Jehovah iets goeds achterhield. Helaas had deze tactiek succes. Eva begon, zoals zoveel mannen en vrouwen na haar, te twijfelen aan de goedheid van God, die haar alles had gegeven wat ze bezat.

20 We weten hoe onnoemelijk veel leed en verdriet door deze twijfels is teweeggebracht. Laten we daarom de woorden uit Jeremia 31:12 ter harte nemen: „Zij zullen stellig . . . stralen over de goedheid van Jehovah.” Jehovah’s goedheid moet ons inderdaad doen stralen van vreugde. We hoeven nooit te twijfelen aan de beweegredenen van onze God, die zo vol goedheid is. We kunnen volledig op hem vertrouwen, want hij wil niets dan het goede voor degenen die hem liefhebben.

21, 22. (a) Wat zijn enkele manieren waarop je Jehovah’s goedheid zou willen beantwoorden? (b) Welke eigenschap zullen we in het volgende hoofdstuk bespreken, en hoe verschilt die van goedheid?

 21 Verder maakt het ons heel gelukkig als we de gelegenheid krijgen om met anderen over Gods goedheid te spreken. Psalm 145:7 zegt over Jehovah’s volk: „De vermelding van de volheid van uw goedheid zullen zij overvloediglijk uitstorten.” Elke dag dat we leven, trekken we op de een of andere manier voordeel van Jehovah’s goedheid. Waarom zouden we er geen gewoonte van maken om Jehovah elke dag te danken voor zijn goedheid, en daarin zo specifiek mogelijk zijn? Nadenken over die eigenschap, Jehovah er dagelijks voor danken en er met anderen over spreken, zal ons helpen onze goede God na te volgen. En terwijl we net als Jehovah naar manieren zoeken om goed te doen, zullen we steeds dichter tot hem naderen. De bejaarde apostel Johannes schreef: „Geliefde, volg het slechte niet na, maar het goede. Wie het goede doet, spruit uit God voort.” — 3 Johannes 11.

22 Jehovah’s goedheid houdt ook met andere eigenschappen verband. God is bijvoorbeeld „overvloedig in liefderijke goedheid”, of loyale liefde (Exodus 34:6). Deze eigenschap is wat specifieker gericht dan goedheid, want Jehovah brengt die alleen tot uiting jegens zijn getrouwe dienstknechten. In het volgende hoofdstuk zullen we te weten komen hoe hij dat doet.

^ ¶14 Er bestaat geen groter voorbeeld van Jehovah’s goedheid dan de losprijs. Van al de miljoenen geestelijke schepselen uit wie hij kon kiezen, koos Jehovah zijn geliefde, eniggeboren Zoon om voor ons te sterven.

^ ¶18 Terecht associeert de bijbel waarheid met licht. „Zend uw licht en uw waarheid uit”, zong de psalmist (Psalm 43:3). Jehovah schenkt een overvloed van geestelijk licht aan degenen die bereid zijn zich door hem te laten onderwijzen, of verlichten. — 2 Korinthiërs 4:6; 1 Johannes 1:5.

Meer info

’God vervult ons hart overvloedig’

Elke dag laat God mensen — zelfs de ondankbaarste — profiteren van zijn overvloedige goedheid.