Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Nader dicht tot Jehovah

 Hoofdstuk 3

„Heilig, heilig, heilig is Jehovah”

„Heilig, heilig, heilig is Jehovah”

1, 2. Wat voor visioen ontving de profeet Jesaja, en wat leert het ons over Jehovah?

JESAJA was met ontzag vervuld door het tafereel dat zich voor hem ontvouwde — een van God afkomstig visioen. Het leek zo echt! Later schreef Jesaja dat hij werkelijk ’Jehovah te zien had gekregen’ op Zijn verheven troon. De zomen van Jehovah’s lange gewaad vulden de reusachtige tempel in Jeruzalem. — Jesaja 6:1, 2.

2 Jesaja was ook met ontzag vervuld door wat hij hoorde — een gezang dat zo krachtig was dat de tempel op zijn fundamenten schudde. Het was afkomstig van serafs, geestelijke schepselen van een zeer hoge rang. Hun krachtige, harmonieuze gezang weerklonk met woorden van een eenvoudige waardigheid: „Heilig, heilig, heilig is Jehovah der legerscharen. De volheid van heel de aarde is zijn heerlijkheid” (Jesaja 6:3, 4). Dat het woord „heilig” driemaal gezongen werd gaf er speciale nadruk aan, en terecht, want Jehovah is heilig in de hoogste graad (Openbaring 4:8). Jehovah’s heiligheid wordt in heel de bijbel beklemtoond. In honderden verzen wordt zijn naam in verband gebracht met de woorden „heilig” en „heiligheid”.

3. Hoe worden velen er door een verkeerde kijk op Jehovah’s heiligheid toe gebracht zich van God af te keren in plaats van dicht tot hem te naderen?

3 Een van de voornaamste dingen die Jehovah ons omtrent zichzelf wil laten begrijpen, is dus onmiskenbaar dat hij heilig is. Toch wekt alleen al de gedachte bij velen in deze tijd weerstand op. Sommigen associëren heiligheid ten onrechte met eigendunk of valse vroomheid. Mensen die met een negatieve kijk op zichzelf worstelen, vinden Gods heiligheid wellicht eerder afschrikwekkend dan aantrekkelijk. Ze zijn misschien bang dat ze het nooit waard zouden kunnen zijn om dicht  tot deze heilige God te naderen. Daarom keren velen zich van God af wegens zijn heiligheid. Dat is jammer, want Gods heiligheid is juist een dwingende reden om dicht tot hem te naderen. Waarom? Laten we alvorens die vraag te beantwoorden eerst bespreken wat ware heiligheid is.

Wat is heiligheid?

4, 5. (a) Wat betekent heiligheid, en wat betekent het niet? (b) In welke twee belangrijke opzichten is Jehovah „afgezonderd”?

4 Dat God heilig is, betekent niet dat hij zelfvoldaan, hooghartig of minachtend jegens anderen is. Integendeel, hij haat zulke eigenschappen (Spreuken 16:5; Jakobus 4:6). Wat betekent het woord „heilig” dan wel? In het Hebreeuws van de bijbel is het woord afgeleid van een uitdrukking die „afgezonderd” betekent. In de aanbidding is „heilig” van toepassing op dat wat afgezonderd is van het normale gebruik of dat wat als heilig wordt beschouwd. Heiligheid brengt ook heel sterk de gedachte van reinheid en zuiverheid over. Hoe is dit woord op Jehovah van toepassing? Betekent het dat hij „afgezonderd” is van onvolmaakte mensen, ver van ons verwijderd?

5 Beslist niet. Als „de Heilige Israëls” zei Jehovah over zichzelf dat hij ’in het midden’ van zijn volk verbleef, ook al waren ze zondig (Jesaja 12:6; Hosea 11:9). Zijn heiligheid maakt hem dus niet ver verwijderd. Hoe is hij dan „afgezonderd”? In twee belangrijke opzichten. Allereerst is hij afgezonderd van de hele schepping in de zin dat hij alleen de Allerhoogste is. Zijn zuiverheid, zijn reinheid, is absoluut en oneindig (Psalm 40:5; 83:18). Ten tweede is Jehovah volkomen afgezonderd van alle zondigheid, en dat is een vertroostende gedachte. Waarom?

6. Waarom is het een vertroostende gedachte dat Jehovah absoluut afgezonderd is van zondigheid?

6 We leven in een wereld waarin ware heiligheid zeldzaam is. Alles aan de van God vervreemde mensenmaatschappij is op de een of andere manier verontreinigd, besmet met zonde en onvolmaaktheid. We hebben allemaal strijd te voeren  tegen de zonde binnen in ons. En we lopen allemaal gevaar door de zonde overweldigd te worden wanneer we onze waakzaamheid laten verslappen (Romeinen 7:15-25; 1 Korinthiërs 10:12). Bij Jehovah is dat gevaar niet aanwezig. Hij is volkomen verwijderd van zonde en zal daarom nooit door het kleinste spoortje zonde worden bezoedeld. Dit versterkt ons beeld van Jehovah als de ideale Vader, want het betekent dat hij volkomen betrouwbaar is. In tegenstelling tot veel zondige menselijke vaders zal Jehovah nooit ontaard, verdorven of krenkend worden. Zijn heiligheid maakt zoiets absoluut onmogelijk. Jehovah heeft soms zelfs een eed gezworen bij zijn eigen heiligheid, want niets kan betrouwbaarder zijn (Amos 4:2). Is dat niet geruststellend?

7. Waarom kan er worden gezegd dat heiligheid inherent is aan Jehovah’s aard?

7 Heiligheid is inherent aan Jehovah’s aard. Wat betekent dat? Ter illustratie: Denk eens aan de woorden „mens” en „onvolmaakt”. Je kunt het eerste niet beschrijven zonder aan het laatste te denken. We zijn doortrokken van onvolmaaktheid en alles wat we doen, wordt erdoor beïnvloed. Neem nu eens twee andere woorden — „Jehovah” en „heilig”. Jehovah is doortrokken van heiligheid. Alles aan hem is rein, zuiver en oprecht. We kunnen Jehovah niet leren kennen zoals hij werkelijk is zonder begrip te krijgen van dit diepzinnige woord — „heilig”.

„Heiligheid behoort Jehovah toe”

8, 9. Waaruit blijkt dat Jehovah onvolmaakte mensen helpt in relatieve zin heilig te worden?

8 Aangezien Jehovah de personificatie van de eigenschap heiligheid is, kan er terecht worden gezegd dat hij de bron van alle heiligheid is. Hij houdt deze kostbare eigenschap niet zelfzuchtig voor zichzelf; hij schenkt ze aan anderen, en hij doet dat edelmoedig. Ja, toen God bij het brandende doornbos via een engel met Mozes sprak, werd zelfs de grond eromheen heilig als gevolg van de tegenwoordigheid van Jehovah! — Exodus 3:5.

 9 Kunnen onvolmaakte mensen met Jehovah’s hulp heilig worden? Ja, in relatieve zin. God gaf zijn volk Israël het vooruitzicht „een heilige natie” te worden (Exodus 19:6). Hij zegende die natie met een stelsel van aanbidding dat heilig, rein en zuiver was. Heiligheid is dus een steeds terugkerend thema in de Mozaïsche wet. De hogepriester droeg zelfs een gouden plaat op de voorkant van zijn tulband, waar iedereen die in het licht kon zien blinken. Daarin waren de woorden gegraveerd: „Heiligheid behoort Jehovah toe” (Exodus 28:36). Hun aanbidding en zelfs hun manier van leven moest zich dus onderscheiden door een hoge maatstaf van reinheid en zuiverheid. Jehovah zei tegen hen: „Gij dient u heilig te betonen, want ik, Jehovah, uw God, ben heilig” (Leviticus 19:2). Zolang de Israëlieten naar Gods raad leefden in de mate waarin dat voor onvolmaakte mensen mogelijk is, waren ze in relatieve zin heilig.

10. Welk contrast bestond er wat heiligheid betreft tussen het oude Israël en de omringende naties?

10 Deze nadruk op heiligheid vormde een scherp contrast met de aanbidding van de naties rondom Israël. Die heidense naties aanbaden goden wier bestaan op zich al een leugen en bedrog was, goden die als wreed, hebzuchtig en losbandig werden afgeschilderd. Ze waren in elk opzicht onheilig. De aanbidding van die goden maakte mensen onheilig. Daarom waarschuwde Jehovah zijn dienstknechten zich afgezonderd te houden van heidense aanbidders en hun verontreinigde godsdienstige praktijken. — Leviticus 18:24-28; 1 Koningen 11:1, 2.

11. Hoe komt de heiligheid van Jehovah’s hemelse organisatie tot uiting in (a) de engelen? (b) de serafs? (c) Jezus?

11 Jehovah’s uitverkoren natie, het oude Israël, kon hoogstens een zwakke weerspiegeling zijn van de heiligheid van Gods hemelse organisatie. De miljoenen geestelijke schepselen die God loyaal dienen, worden zijn „heilige myriaden” genoemd (Deuteronomium 33:2; Judas 14). Ze weerspiegelen de stralende, zuivere schoonheid van Gods heiligheid op een volmaakte manier. En denk nog eens aan de serafs die Jesaja in zijn visioen zag. De inhoud van hun lied geeft te kennen dat deze  machtige geestelijke schepselen een belangrijke rol spelen in het bekendmaken van Jehovah’s heiligheid in het hele universum. Eén geestelijk schepsel staat echter boven al deze andere — de eniggeboren Zoon van God. Jezus is de krachtigste weerspiegeling van Jehovah’s heiligheid. Terecht staat hij bekend als „de Heilige Gods”. — Johannes 6:68, 69.

Heilige naam, heilige geest

12, 13. (a) Waarom wordt Gods naam terecht als heilig beschreven? (b) Waarom moet Gods naam geheiligd worden?

12 Hoe staat het met Gods naam? Zoals we in hoofdstuk 1 zagen, is die naam niet zomaar een titel of een etiket. Die naam vertegenwoordigt Jehovah God en omvat al zijn eigenschappen. Daarom zegt de bijbel dat zijn „naam heilig is” (Jesaja 57:15). Onder de Mozaïsche wet stond de doodstraf op het ontheiligen van Gods naam (Leviticus 24:16). En merk op wat Jezus in gebed op de eerste plaats stelde: „Onze Vader in de hemelen, uw naam worde geheiligd” (Mattheüs 6:9). Iets heiligen betekent het als heilig afzonderen, erkennen en vereren. Maar waarom zou iets dat zo intrinsiek zuiver is als Gods naam geheiligd moeten worden?

13 Gods heilige naam is aangevallen en met leugens en laster beklad. In Eden loog Satan over Jehovah en insinueerde dat Hij een onrechtmatige Soeverein is (Genesis 3:1-5). Sindsdien heeft Satan — de heerser van deze onheilige wereld — op een snelle verbreiding van leugens over God toegezien (Johannes 8:44; 12:31; Openbaring 12:9). Religies hebben God als eigenmachtig, afstandelijk of wreed afgeschilderd. Ze hebben aanspraak gemaakt op zijn steun in hun bloeddorstige oorlogen. De eer voor Gods wonderbare scheppingsdaden is vaak aan blind toeval, of evolutie, toegeschreven. Ja, Gods naam is op een boosaardige manier belasterd. Die naam moet geheiligd worden; hij moet in zijn rechtmatige luister worden hersteld. We verlangen naar de heiliging van zijn naam en de rechtvaardiging van zijn soevereiniteit, en we vinden het een vreugde een rol te spelen in dat grootse voornemen.

14. Waarom wordt Gods geest heilig genoemd, en waarom is lasteren tegen de heilige geest zo ernstig?

 14 Er is nog iets dat nauw met Jehovah verbonden is en dat bijna onveranderlijk heilig wordt genoemd — zijn geest of werkzame kracht (Genesis 1:2). Jehovah gebruikt deze onweerstaanbare kracht om zijn voornemens te verwezenlijken. Alles wat God doet, volvoert hij op een heilige, zuivere en reine wijze, dus zijn werkzame kracht wordt terecht heilige geest, of geest van heiligheid, genoemd (Lukas 11:13; Romeinen 1:4). Lasteren tegen de heilige geest, onder andere door Jehovah’s voornemens moedwillig tegen te werken, is een onvergeeflijke zonde. — Markus 3:29.

Waarom Jehovah’s heiligheid ons tot hem trekt

15. Waarom is godvruchtige vrees een passende reactie op Jehovah’s heiligheid, en wat houdt die vrees in?

15 Het is dus niet moeilijk te begrijpen waarom de bijbel verband legt tussen de heiligheid van God en godvruchtige vrees van de zijde van de mens. In Psalm 99:3 staat bijvoorbeeld: „Mogen zij uw naam prijzen. Groot en vrees inboezemend, heilig is die.” Deze vrees is echter geen ziekelijke angst. Ze is veeleer een diep gevoel van eerbiedig ontzag, respect in de meest verheffende vorm. Dat gevoel is passend, want Gods heiligheid is heel ver boven ons. Ze is blinkend rein, glorierijk. Toch dient dit ons niet af te stoten. Integendeel, een juiste kijk op Gods heiligheid zal ons dichter tot hem trekken. Waarom?

Net als schoonheid dient ook heiligheid ons aan te trekken

16. (a) Hoe wordt heiligheid met luister of schoonheid in verband gebracht? Geef een voorbeeld. (b) Hoe leggen visionaire beschrijvingen van Jehovah de nadruk op reinheid, zuiverheid en licht?

16 In de eerste plaats brengt de bijbel heiligheid met luister of schoonheid in verband. In Jesaja 63:15 wordt de hemel beschreven als Gods „verheven woning van heiligheid en luister”. Schoonheid trekt ons aan. Kijk bijvoorbeeld eens naar de foto op bladzijde 33. Trekt dat tafereel je niet aan? Wat maakt het zo aantrekkelijk? Kijk eens hoe zuiver het water eruitziet. Zelfs de lucht moet schoon zijn, want de hemel is blauw en het licht schijnt te sprankelen. Als datzelfde plekje  er nu anders uitzag — het water vervuild door afval, de bomen en rotsen beklad met graffiti, de lucht verontreinigd door smog — zouden we het niet meer aantrekkelijk vinden; het zou afkeer opwekken. Van nature associëren we schoonheid met reinheid, zuiverheid en licht. Diezelfde woorden kunnen worden gebruikt om Jehovah’s heiligheid te beschrijven. Geen wonder dat visionaire beschrijvingen van Jehovah ons in vervoering brengen! Stralend van licht, verblindend als edelstenen, met een gloed als van vuur of van de zuiverste en glimmendste edele metalen — zo is de schoonheid van onze heilige God. — Ezechiël 1:25-28; Openbaring 4:2, 3.

17, 18. (a) Welke uitwerking had het visioen aanvankelijk op Jesaja? (b) Hoe gebruikte Jehovah een seraf om Jesaja te vertroosten, en wat was de betekenis van wat de seraf deed?

17 Dient Gods heiligheid ons echter het gevoel te geven dat we in vergelijking met hem inferieur zijn? Het antwoord is natuurlijk ja. Per slot van rekening zijn we inferieur aan Jehovah — en dat is nog heel voorzichtig uitgedrukt. Dient die wetenschap ons van hem te vervreemden? Denk eens aan Jesaja’s reactie toen hij de serafs Jehovah’s heiligheid hoorde verkondigen. „Toen zei ik: ’Wee mij! Want ik ben zo goed als tot zwijgen gebracht, want een man onrein van lippen ben ik, en te midden van een volk dat onrein van lippen is, woon ik; want mijn ogen hebben de Koning zelf, Jehovah der legerscharen, gezien!’” (Jesaja 6:5) Ja, Jehovah’s oneindige heiligheid herinnerde Jesaja eraan hoe zondig en onvolmaakt hij was. Aanvankelijk voelde die getrouwe man zich verpletterd. Maar Jehovah liet hem niet in die toestand.

18 De profeet werd onmiddellijk door een seraf vertroost. Hoe? De machtige geest vloog naar het altaar, nam er een kooltje vanaf en raakte daarmee Jesaja’s lippen aan. Dat klinkt misschien eerder pijnlijk dan vertroostend. Maar bedenk dat het een visioen was, rijk aan symbolische betekenis. Jesaja, een getrouwe jood, wist heel goed dat er op het tempelaltaar dagelijks offers werden gebracht om verzoening te doen voor zonden. De seraf bracht de profeet liefdevol onder de aandacht dat hij,  hoewel hij inderdaad onvolmaakt was, „onrein van lippen”, toch in een reine positie voor Gods aangezicht kon komen. * Jehovah was bereid een onvolmaakte, zondige man althans in relatieve zin als heilig te beschouwen. — Jesaja 6:6, 7.

19. Hoe kunnen we ondanks onze onvolmaaktheid in relatieve zin heilig zijn?

19 Hetzelfde geldt in deze tijd. Alle slachtoffers die op het altaar in Jeruzalem werden gebracht, waren slechts schaduwen van iets groters — het enige volmaakte slachtoffer, dat in 33 G.T. door Jezus Christus werd gebracht (Hebreeën 9:11-14). Als we echt berouw van onze zonden hebben, onze verkeerde handelwijze corrigeren en geloof oefenen in dat slachtoffer, ontvangen we vergeving (1 Johannes 2:2). Ook wij kunnen ons in een reine positie voor Gods aangezicht verheugen. Daarom brengt de apostel Petrus ons onder de aandacht: „Er staat geschreven: ’Gij moet heilig zijn, want ik ben heilig’” (1 Petrus 1:16). Merk op dat Jehovah niet zei dat we net zo heilig moeten zijn als hij.  Hij verwacht nooit het onmogelijke van ons (Psalm 103:13, 14). Nee, Jehovah zegt dat we heilig moeten zijn omdat hij heilig is. „Als geliefde kinderen” proberen we hem als onvolmaakte mensen naar ons beste vermogen na te volgen (Efeziërs 5:1). Heiligheid verwerven is dus een voortgaand proces. Terwijl we geestelijk groeien, werken we van dag tot dag aan het ’vervolmaken van heiligheid’. — 2 Korinthiërs 7:1.

20. (a) Waarom is het belangrijk te begrijpen dat we in de ogen van onze heilige God rein kunnen zijn? (b) Welke uitwerking had het op Jesaja toen hij begreep dat er verzoening was gedaan voor zijn zonden?

20 Jehovah heeft oprechtheid en zuiverheid lief. Hij haat zonde (Habakuk 1:13). Maar hij haat ons niet. Zolang we zonde bezien zoals hij ze beziet — het kwade haten, het goede liefhebben — en in de volmaakte voetstappen van Christus Jezus proberen te treden, vergeeft Jehovah onze zonden (Amos 5:15; 1 Petrus 2:21). Wanneer we begrijpen dat we in de ogen van onze heilige God rein kunnen zijn, heeft dit een diepgaande uitwerking. Bedenk dat Jehovah’s heiligheid Jesaja aanvankelijk aan zijn eigen onreinheid herinnerde. Hij riep: „Wee mij!” Maar toen hij eenmaal begreep dat er verzoening was gedaan voor zijn zonden, veranderde zijn kijk. Toen Jehovah een vrijwilliger vroeg om zich van een bepaalde toewijzing te kwijten, reageerde Jesaja onmiddellijk, ook al wist hij niet eens wat erbij betrokken zou zijn. Hij riep: „Hier ben ik! Zend mij.” — Jesaja 6:5-8.

21. Welke basis hebben we voor vertrouwen dat we de eigenschap heiligheid kunnen aankweken?

21 We zijn naar het beeld van de heilige God gemaakt, begiftigd met morele eigenschappen en het vermogen om geestelijke dingen te bevatten (Genesis 1:26). Heiligheid is bij ons allemaal in aanleg aanwezig. Als we heiligheid blijven ontwikkelen, helpt Jehovah ons graag. Terwijl we daarmee bezig zijn, zullen we steeds dichter tot onze heilige God naderen. Bovendien zullen we, wanneer we in de komende hoofdstukken Jehovah’s eigenschappen bespreken, zien dat er veel krachtige redenen zijn om dicht tot hem te naderen!

^ ¶18 De uitdrukking „onrein van lippen” is toepasselijk, want lippen worden in de bijbel vaak figuurlijk gebruikt voor spraak of taal. Bij alle onvolmaakte mensen kan een groot deel van de zonden worden teruggevoerd op de manier waarop ze hun spraakvermogen gebruiken. — Spreuken 10:19; Jakobus 3:2, 6.