Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Lessen van de Grote Onderwijzer

 HOOFDSTUK 16

Wat is echt belangrijk?

Wat is echt belangrijk?

Welk probleem had deze man?

OP EEN dag kwam er een man naar Jezus toe. Hij wist dat Jezus heel wijs was, en daarom zei hij: ’Onderwijzer, zeg tegen mijn broer dat hij me wat van zijn spullen geeft.’ De man dacht dat hij recht had op sommige van die spullen.

Als jij Jezus was, wat zou je dan gezegd hebben? — Jezus zag dat de man een probleem had. Maar het probleem was niet dat hij iets van zijn broer nodig had. Het probleem van de man was dat hij niet wist wat echt belangrijk was in het leven.

Laten we hier eens over nadenken. Wat moet het belangrijkste voor ons zijn? Mooi speelgoed, nieuwe kleren of dat soort dingen? — Nee, er is iets dat veel belangrijker is. En dat wilde Jezus nu juist onderwijzen. Daarom vertelde hij een verhaal over een man die God vergat. Zou je het willen horen? —

Deze man was heel rijk. Hij had landerijen en schuren. De gewassen die hij had geplant, groeiden heel goed. Hij had geen ruimte in zijn schuren om alle gewassen erin op te slaan. Wat ging hij dus doen? Hij zei bij zichzelf: ’Ik ga mijn schuren afbreken en grotere bouwen. Dan sla ik al mijn gewassen en al mijn goede dingen in die nieuwe schuren op.’

De rijke man dacht dat dit verstandig was. Hij vond zichzelf heel slim dat hij zoveel dingen had opgeslagen. Hij zei bij zichzelf: ’Ik heb veel goede dingen  opgeslagen. Daar kan ik een heleboel jaren van leven. Nu kan ik het dus rustig aan doen. Ik ga eten, drinken en plezier maken.’ Maar er was iets mis met wat de rijke man dacht. Weet je wat dat was? — Hij dacht alleen maar aan zichzelf en aan zijn eigen plezier. Hij vergat God.

Waar denkt deze rijke man aan?

Daarom sprak God met de rijke man. Hij zei: ’Domme man die je bent. Je zult vannacht nog sterven. Wie zal dan de dingen krijgen die je hebt opgeslagen?’ Kon die rijke man die dingen nog gebruiken als hij dood was? — Nee, iemand anders zou ze krijgen. Jezus zei: ’Zo gaat het met iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is met betrekking tot God.’ — Lukas 12:13-21.

Je wilt toch niet als die rijke man zijn, of wel soms? — Zijn belangrijkste doel in het leven was het verzamelen van bezittingen. Dat was verkeerd. Hij wilde altijd maar meer hebben. Maar hij was niet ’rijk met betrekking tot God’.

 Veel mensen zijn net als die rijke man. Ze willen altijd maar meer hebben. Maar dat kan tot grote problemen leiden. Jij hebt bijvoorbeeld speelgoed, nietwaar? — Wat voor speelgoed heb je zoal? — Als een van je vriendjes of vriendinnetjes nu een bal of een pop of ander speelgoed heeft dat jij niet hebt? Zou het dan goed zijn om te proberen je ouders zover te krijgen dat ze het ook voor jou kopen? —

Speelgoed kan soms heel belangrijk lijken. Maar wat gebeurt er na een tijdje mee? — Het wordt oud. Misschien gaat het wel kapot, en dan wil je het niet eens meer hebben. Echt, je hebt iets dat veel belangrijker is dan speelgoed. Wat is dat? —

Wat heb je dat belangrijker is dan speelgoed?

Het is je leven. Je leven is heel erg belangrijk omdat je zonder leven helemaal niets kunt doen. Maar we mogen toch alleen blijven leven als we doen wat God graag wil? — Laten we dus niet als die domme rijke man zijn die God vergat.

Kinderen zijn niet de enigen die soms zo dom doen als die rijke man. Een heleboel grote mensen doen ook domme dingen.  Sommigen willen altijd maar meer hebben. Ze hebben misschien eten voor elke dag, kleren om aan te trekken en een plek om te wonen. Maar ze willen meer. Ze willen een heleboel kleren. En ze willen een groter huis. Die dingen kosten geld. Dus werken ze hard om een heleboel geld te verdienen. En hoe meer geld ze verdienen, hoe meer ze willen hebben.

Sommige grote mensen krijgen het zo druk met geld verdienen dat ze geen tijd meer hebben om bij hun gezin te zijn. En ze hebben geen tijd voor God. Kan hun geld ze in leven houden? — Nee. Kunnen ze hun geld nog gebruiken als ze dood zijn? — Nee, want de doden kunnen helemaal niets. — Prediker 9:5, 10.

Betekent dit dat het verkeerd is om geld te hebben? — Nee. Met geld kunnen we eten en kleren kopen. De bijbel zegt dat het een bescherming is (Prediker 7:12). Maar als we van geld gaan houden, krijgen we problemen. Dan worden we net als die domme rijke man die schatten voor zichzelf verzamelde en niet rijk was met betrekking tot God.

Wat betekent het rijk te zijn met betrekking tot God? — Het betekent dat we God op de eerste plaats stellen in ons leven. Sommige mensen zeggen dat ze in God geloven. Ze denken dat geloven het enige is wat nodig is. Maar zijn ze echt rijk met betrekking tot God? — Nee, ze zijn als de rijke man die God vergat.

Jezus vergat zijn Vader in de hemel nooit. Hij probeerde niet een heleboel geld te verdienen. En hij had niet veel bezittingen. Jezus wist wat echt belangrijk was in het leven. Wat is dat? — Het is rijk zijn met betrekking tot God.

Welke dingen die echt belangrijk zijn, doet dit kind?

Vertel eens, hoe kunnen we rijk zijn met betrekking tot God? — Door te doen wat hem blij maakt. Jezus zei: ’Ik doe altijd de dingen die hem blij maken’ (Johannes 8:29). God vindt het fijn  als we de dingen doen die hij van ons vraagt. Vertel eens, welke dingen kun je doen om hem blij te maken? — Ja, je kunt de bijbel lezen, naar de vergaderingen gaan, tot God bidden en anderen helpen hem te leren kennen. Dat zijn echt de belangrijkste dingen in het leven.

Omdat Jezus rijk was met betrekking tot God, zorgde Jehovah voor hem. Hij beloonde Jezus met eeuwig leven. Als wij net als Jezus zijn, zal Jehovah ook van ons houden en voor ons zorgen. Laten we dus als Jezus zijn en nooit als die rijke man die God vergat.

Hier zijn een paar bijbelteksten die laten zien hoe we over bezittingen moeten denken: Spreuken 23:4; 28:20; 1 Timotheüs 6:6-10 en Hebreeën 13:5.

Meer info

JEZUS: DE WEG, DE WAARHEID, HET LEVEN

Jezus praat met een rijke jonge bestuurder

Wat brengt Jezus ertoe te zeggen dat een kameel makkelijker door het oog van een naald gaat dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat?