Dit deel bevat de levensverhalen van koning Saul en koning David — in totaal een periode van ongeveer 80 jaar. In het begin was Saul nederig en had hij ontzag voor God. Maar al snel veranderde hij en weigerde hij Jehovah’s leiding te volgen. Jehovah verwierp hem, en na verloop van tijd gaf hij Samuël de opdracht om David te zalven als de volgende koning van Israël. Saul was vreselijk jaloers en telkens weer probeerde hij David te doden. Maar David nam nooit wraak. Jonathan, een zoon van Saul, wist dat Jehovah David had uitgekozen en daarom steunde hij David loyaal. David beging een paar ernstige zonden, maar hij liet zich altijd door Jehovah corrigeren. Als je een ouder bent, help je kind dan te begrijpen hoe belangrijk het is om Jehovah’s regelingen altijd te ondersteunen.