Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jezus: De weg, de waarheid, het leven

 HOOFDSTUK 74

Lessen over gastvrijheid en gebed

Lessen over gastvrijheid en gebed

LUKAS 10:38–11:13

  • JEZUS BEZOEKT MARTHA EN MARIA

  • VOLHARDEN IN GEBED IS ESSENTIEEL

Op de oostelijke helling van de Olijfberg, ongeveer 3 kilometer van Jeruzalem, ligt het dorpje Bethanië (Johannes 11:18). Daar gaat Jezus naar het huis van Martha en Maria. Zij en hun broer, Lazarus, zijn vrienden van Jezus en hij wordt dan ook heel gastvrij ontvangen.

Het is een voorrecht om de Messias op bezoek te krijgen. Martha wil Jezus dus graag goed verzorgen en ze gaat aan de slag om een uitgebreide maaltijd klaar te maken. Terwijl zij aan het werk is, zit haar zus Maria aan de voeten van Jezus naar hem te luisteren. Na een tijdje zegt Martha tegen Jezus: ‘Heer, zie je niet dat mijn zus mij alles alleen laat doen? Zeg haar dat ze me moet komen helpen’ (Lukas 10:40).

In plaats van Maria te corrigeren, geeft Jezus Martha de raad om zich niet al te druk te maken over het eten: ‘Martha, Martha, je maakt je bezorgd en druk over van alles. Toch zijn er maar weinig dingen nodig, of maar één. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet worden afgenomen’ (Lukas 10:41, 42). Jezus maakt duidelijk dat het niet nodig is om veel tijd te besteden aan het bereiden van allerlei gerechten. Een eenvoudige maaltijd is voldoende.

Martha bedoelt het goed; ze wil gastvrij zijn. Maar omdat ze zoveel aandacht besteedt aan de maaltijd, loopt ze de kans mis om waardevol onderwijs te krijgen van Gods eigen Zoon! Jezus benadrukt dat Maria een goede keuze heeft gemaakt die blijvende voordelen voor haar zal hebben. Ook wij kunnen hier veel van leren.

Bij een andere gelegenheid leert Jezus zijn discipelen nog zo’n belangrijke les. Een discipel vraagt: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn discipelen heeft geleerd’ (Lukas 11:1). Dit heeft Jezus al eens gedaan, in zijn Bergrede die hij ongeveer anderhalf jaar geleden uitsprak (Mattheüs 6:9-13). Maar omdat deze discipel daar toen misschien niet bij was, herhaalt Jezus de hoofdpunten. Vervolgens vertelt hij een illustratie die laat zien dat we moeten volharden in gebed.

‘Stel dat een van jullie een vriend heeft en dat je midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: “Vriend, leen me drie broden, want een vriend van me die op reis is, is net bij me gekomen en ik heb niets te eten voor hem.” Maar die vriend antwoordt van binnenuit: “Laat me met rust. De deur is al op slot en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan nu niet opstaan om je iets te geven.” Ik zeg jullie: als hij niet opstaat om je iets te geven omdat hij je vriend is, dan zal hij opstaan omdat je maar blijft aandringen. Hij zal je alles geven wat je nodig hebt’ (Lukas 11:5-8).

Jezus wil hiermee niet zeggen dat Jehovah met tegenzin zou reageren als iemand om hulp smeekt. Hij laat juist zien dat als een vriend die geen zin heeft om te helpen al op aanhoudende verzoeken reageert, onze liefdevolle hemelse Vader zeker zal reageren op de oprechte smeekbeden van zijn getrouwe aanbidders. Jezus vervolgt: ‘Ik zeg jullie: Blijf vragen en je zult ontvangen. Blijf zoeken en je zult vinden. Blijf kloppen en er zal voor je worden opengedaan. Want iedereen die vraagt, ontvangt. Iedereen die zoekt, vindt. En voor iedereen die klopt, zal worden opengedaan’ (Lukas 11:9, 10).

Jezus benadrukt waar het om gaat door te vragen: ‘Welke vader onder jullie zou zijn zoon een slang geven als hij om een vis vraagt? Of zou hij hem een schorpioen geven als hij om een ei vraagt? Jullie geven dus goede dingen aan je kinderen, ook al zijn jullie zondaars. Dan zal de Vader in de hemel toch zeker heilige geest geven aan degenen die hem erom vragen?’ (Lukas 11:11-13) Wat is het geruststellend te weten dat onze Vader graag naar ons luistert en ons geeft wat we nodig hebben!

Meer info

Waar kan ik om bidden?

Lees waarom God onze persoonlijke problemen niet te onbelangrijk vindt.