Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2017

 TERUGBLIK OP HET AFGELOPEN JAAR

Juridisch verslag 2016

Juridisch verslag 2016

Bij juridische conflicten en onder moeilijke omstandigheden tonen onze broeders en zusters dat ze trouw zijn aan Jehovah. Hun voorbeeld moedigt ons allemaal aan om vast te staan in ons geloof, ervan overtuigd dat Jehovah zijn loyalen op een uitzonderlijke manier zal behandelen (Ps. 4:3).

ARGENTINIË | Het recht om je kinderen te onderwijzen op religieus gebied

Ruth groeide op in een gezin van Getuigen maar werd op jonge leeftijd inactief. Later begon ze een relatie met een man en kreeg ze een dochtertje. Toen Ruth op een dag in de stad La Plata Getuigen bij een lectuurtafel zag staan, dacht ze terug aan haar christelijke erfgoed. Ze zocht weer contact met de gemeente en begon haar dochtertje dingen uit de Bijbel te leren. De vader van het meisje werkte Ruths religieuze activiteiten tegen en stapte naar de rechter om Ruth ervan te weerhouden hun dochter uit de Bijbel te onderwijzen of haar mee te nemen naar de vergaderingen.

Ruths advocaat stelde dat beide ouders het recht hebben om hun geloofsovertuiging met hun kind te delen en dat de rechter daar niet tussen kon komen tenzij er bewijs was dat het kind schade ondervond van de religieuze opvoeding. De rechter oordeelde dat de ouders de godsdienstvrijheid van hun dochter moesten respecteren, ook al was ze toen nog maar vier jaar oud! Het hof van beroep maakte duidelijk dat het kind te jong was om haar eigen beslissingen te nemen op het gebied van religieuze opvoeding en dat beide ouders evenveel recht hebben om haar te onderwijzen op religieus gebied.

Ruths dochtertje leest elke avond in de Bijbel en gaat nu samen met haar moeder naar de vergaderingen. Ze kijkt er erg naar uit om Bethel in Buenos Aires te bezoeken.

 AZERBEIDZJAN | Het recht om je geloof te belijden

De apostel Paulus schreef over de ware christelijke gemeente: ‘Wanneer één lid lijdt, lijden alle andere leden mee’ (1 Kor. 12:26). Dat is waar gebleken in het geval van Irina Zachartsjenko en Valida Dzjabrajilova. Jehovah’s Getuigen overal ter wereld voelden intens mee met deze zusters in Azerbeidzjan. In februari 2015 werden de twee zusters door de overheid beschuldigd van illegale religieuze activiteiten. De rechter plaatste hen in voorarrest en doordat de behandeling van hun zaak een aantal keren werd uitgesteld, brachten de zusters bijna een jaar in de gevangenis door. Daar werden ze slecht behandeld en bevonden ze zich in erbarmelijke omstandigheden.

Azerbeidzjan: Valida Dzjabrajilova en Irina Zachartsjenko

Toen de zaak in januari 2016 eindelijk voorkwam, bevond de rechter de zusters schuldig en gaf ze een boete. Maar vanwege hun voorarrest schold hij hun de boete kwijt, waarna de zusters weer naar huis mochten. Toen de hogere rechter in Bakoe hun beroep tegen de strafrechtelijke veroordelingen afwees, wendden ze zich tot het Hooggerechtshof. Verder dienden ze een klacht in bij het VN-Mensenrechtencomité tegen de schending van hun godsdienstvrijheid en tegen hun onmenselijke behandeling.

Intussen zijn de zusters aan het bijkomen van deze pijnlijke ervaring. Ze laten weten dat ze alle gebeden en uitingen van  zorg voor hen enorm gewaardeerd hebben. Zuster Dzjabrajilova schreef aan het Besturende Lichaam: ‘Jullie gebeden hielpen ons deze beproeving te doorstaan, en dat voelde ik echt. Ik zal de liefde en zorg die jullie, Jehovah en mijn broeders en zusters wereldwijd hebben getoond, nooit vergeten.’

ERITREA | Gevangengezet vanwege hun geloof

In juli 2016 zaten er 55 Getuigen van Jehovah vast vanwege hun geloof. Drie broeders, Paulos Eyassu, Isaac Mogos en Negede Teklemariam, zitten al sinds september 1994 vast. Verder heeft de overheid negen andere Getuigen tien jaar of langer vastgezet.

In januari 2016 kwam er een positieve wending. De Getuigen die in april 2014 bij het Avondmaal in Asmara waren gearresteerd, moesten voor de rechter komen. Het was voor het eerst dat autoriteiten de Getuigen formeel beschuldigden van een ‘misdrijf’ en ze de kans gaven zich te verdedigen. Zoals verwacht werden de meeste broeders en zusters die terechtstonden schuldig bevonden aan het bijwonen van een ‘illegale’ vergadering. Ze werden beboet en daarna vrijgelaten. Maar Saron Gebru, een van de zusters die beschuldigd werden, weigerde de boete te accepteren. Daarom moest ze zes maanden de gevangenis in. Zuster Gebru mocht één keer per week bezoek ontvangen en meldde dat ze goed werd behandeld. Zij en de 54 andere Getuigen in de gevangenis zijn blij met de vele malen dat er voor hen gebeden wordt. We ‘denken aan hen die in gevangenisboeien zijn, als waren [we] met hen geboeid’ (Hebr. 13:3).

DUITSLAND | Godsdienstvrijheid: Wettelijke erkenning

Op 21 december 2015 heeft de deelstaat Bremen eindelijk de rechtspositie van het kerkgenootschap van Jehovah’s Getuigen in Duitsland versterkt. Daarmee kwam er een eind aan vier jaar juridische strijd in Duitse rechtbanken. De meeste van de 16 deelstaten in Duitsland hadden de uitspraak van de hoogste bestuursrechter in Duitsland gevolgd en Jehovah’s  Getuigen een verbeterde rechtspositie toegekend, namelijk die van een publiekrechtelijke rechtspersoon. Maar de Bremer autoriteiten hadden tot nu toe geweigerd deze status aan de Getuigen toe te kennen, voornamelijk vanwege valse beschuldigingen die door tegenstanders waren verspreid.

In 2015 concludeerde het Federale Constitutionele Hof in Duitsland dat de weigering van Bremen om de Getuigen een publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid toe te kennen een schending was van hun grondwettelijk recht. De uitspraak bevestigt dat de religieuze activiteiten van Jehovah’s Getuigen in Bremen beschermd worden door de grondwettelijke waarborgen voor godsdienstvrijheid. De gemeenten van de Getuigen daar kunnen nu aanspraak maken op belastingvrijstelling en andere privileges die de gevestigde religieuze organisaties in Duitsland genieten.

KIRGIZIË | Het recht om je geloof te belijden

In maart 2013 verzonnen autoriteiten in Osj (Kirgizië) strafrechtelijke aanklachten tegen Oksana Koriakina en haar moeder Nadezjda Sergienko. De openbare aanklager beschuldigde de twee Getuigen ervan dat ze mensen hadden opgelicht terwijl ze Bijbelse leerstellingen deelden met hun buren. De rechter gaf ze huisarrest in afwachting van het proces. In oktober 2014 oordeelde de rechtbank dat het bewijsmateriaal verzonnen was, dat er procedures waren geschonden en dat de zusters onschuldig waren. In oktober 2015 handhaafde de beroepsrechter die uitspraak.

Maar de openbare aanklager van Osj ging opnieuw in beroep, deze keer bij het Hooggerechtshof van Kirgizië. Het Hof verklaarde de vrijspraak van de zusters nietig en gaf opdracht tot een nieuw proces. Tijdens de hoorzitting in april 2016 verzochten de advocaten van de zusters de vervolging te staken omdat de zaak verjaard was. De rechter kon niet anders dan de zaak beëindigen, waarmee er ook een eind kwam aan de strafvervolging.

 Tijdens de hele beproeving bleven de zusters positief. Zuster Sergienko zei: ‘Mensen raken vaak verbitterd als ze slecht behandeld worden, maar ik voelde Jehovah’s liefde en zorg via de broeders en zusters — we waren nooit alleen.’ De zusters weten uit ondervinding dat Jehovah zijn belofte in Jesaja 41:10 nakomt: ‘Wees niet bevreesd (...) Ik wil u werkelijk stevig vasthouden met mijn rechterhand van rechtvaardigheid.’

KIRGIZIË | Godsdienstvrijheid: Wettelijke erkenning

Op 9 augustus 2015 deden tien politieagenten een inval tijdens een vergadering van de gemeente in Osj. Ze eisten dat de ‘illegale’ bijeenkomst onmiddellijk beëindigd werd en dreigden zelfs de ruim 40 aanwezigen neer te schieten. De politie nam tien broeders mee naar het politiebureau, waar negen van hen werden mishandeld en geslagen. Vervolgens werden ze vrijgelaten. Twee dagen later arresteerde de politie Noerlan Oesoepbaev, een van de broeders die wreed geslagen was, en beschuldigde hem van illegale religieuze activiteiten omdat hij de vergadering had geleid.

Toen de zaak tegen broeder Oesoepbaev voor de rechtbank in Osj kwam, vond de rechter de beschuldigingen tegen hem ongegrond, en hij wees de zaak af. De aanklager ging bij de regionale rechtbank van Osj in beroep, maar dit werd afgewezen. Hiermee werd bevestigd dat broeder Oesoepbaev niet schuldig kon zijn aan illegale religieuze activiteiten omdat Jehovah’s Getuigen in Kirgizië wettelijk geregistreerd zijn.

De aanklager gaf het niet op en ging in beroep bij het Hooggerechtshof van Kirgizië. Tot opluchting van broeder Oesoepbaev werd de zaak in maart 2016 gestaakt, waardoor de positieve uitspraken van de rechter en de beroepsrechter bleven staan en opnieuw bevestigd werd dat Jehovah’s Getuigen in Kirgizië het recht hebben om religieuze bijeenkomsten te houden. Een andere zaak, die de slachtoffers tegen de politieagenten hebben aangespannen, is nog in behandeling.

 RUSLAND | Godsdienstvrijheid

Ondanks hevige bezwaren van Russische deskundigen op het gebied van mensenrechten blijft de regering strijden tegen Jehovah’s Getuigen en hun religieuze activiteiten. Volgens de laatste gegevens hebben de autoriteiten 88 van onze publicaties als ‘extremistisch’ bestempeld en hebben ze de officiële website van Jehovah’s Getuigen, jw.org, verboden. In 2015 weigerden douanebeambten de invoer van de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift, en een rechtbank in Vyborg onderzoekt of deze moderne Bijbelvertaling ‘extremistisch’ moet worden verklaard. In maart 2016 heeft het Openbaar  Ministerie rigoureuze stappen ondernomen: het heeft gedreigd met de sluiting van het centrale kantoor van Jehovah’s Getuigen in Solnetsjnoje, buiten Sint-Petersburg, wegens vermeend ‘extremistische activiteiten’.

Ondanks de agressieve, door de staat gesteunde campagne tegen Jehovah’s Getuigen is er ook goed nieuws geweest. In oktober 2015 diende een openbare aanklager een verzoek in tot ontbinding van de Plaatselijke Religieuze Organisatie (PRO) van Tjoemen, zo’n 2100 kilometer ten oosten van Moskou. Ondanks bewijs dat de politie bewijsmateriaal tegen de Getuigen had gefabriceerd, verklaarde de plaatselijke rechtbank van Tjoemen de PRO van Tjoemen schuldig. Maar op 15 april 2016 herriep het hooggerechtshof van de Russische Federatie de uitspraak van de lagere rechtbank. Er werd geoordeeld dat ‘er geen grond was voor ontbinding van de PRO van Jehovah’s Getuigen in de stad Tjoemen’. Toen de voorzitter van de rechtbank het vonnis voorlas, gingen de 60 broeders en zusters in de rechtszaal staan en barstten uit in een daverend applaus.

 Jehovah’s volk in Rusland is vastbesloten hem te blijven dienen, welk wapen er ook tegen ze gesmeed wordt (Jes. 54:17).

RWANDA | Het recht op onderwijs vrij van religieuze discriminatie

In recente jaren konden kinderen van Getuigen in Rwanda van school gestuurd worden als ze niet wilden meedoen aan religieuze of patriottische activiteiten op scholen. Om dit probleem aan te pakken, vaardigde de overheid op 14 december 2015 een besluit uit dat bedoeld was om een eind te maken aan religieuze discriminatie op scholen. Het besluit schrijft voor dat scholen de godsdienstvrijheid van leerlingen moeten respecteren.

Op 9 juni 2016 werd er op jw.org onder Nieuws een artikel gepubliceerd met als titel ‘Rwanda treedt op tegen religieuze discriminatie op school’. Interessant genoeg plaatste een populaire onlinekrant in Rwanda het artikel op haar site. De site van de krant had al snel meer dan 3000 hits, en veel lezers plaatsten een positieve reactie op het overheidsbesluit. De Getuigen in Rwanda zijn dankbaar voor het besluit dat waarborgt dat hun kinderen onderwijs kunnen volgen dat vrij is van religieuze discriminatie.

Rwanda: Ze mochten weer naar school

ZUID-KOREA | Vrijheid van geweten: Dienstweigering op grond van gewetensbezwaren

Al meer dan 60 jaar worden Zuid-Koreaanse broeders tussen de 19 en 35 jaar met de dienstplicht geconfronteerd. Het recht op dienstweigering op grond van gewetensbezwaren wordt door Zuid-Korea niet erkend en de overheid biedt ook geen vervangende burgerdienst aan. In sommige gevallen hebben opeenvolgende generaties Getuigen — grootvader, vader en zoon — geen andere keus gehad dan naar de gevangenis te gaan wanneer ze werden opgeroepen voor militaire dienst.

Het Constitutionele Hof heeft twee keer geoordeeld dat de Wet op de Militaire Dienst grondwettelijk is, maar lagere rechtbanken en mannen die naar aanleiding van die wet bestraft  zijn, hebben de kwestie weer voor het Constitutionele Hof gebracht. Daarom heeft het Hof op 9 juli 2015 pleidooien gehoord namens de gewetensbezwaarden. Broeder Min-hwan Kim, die 18 maanden in de gevangenis heeft gezeten omdat zijn geweten hem niet toestond een militaire training te volgen, vertelt: ‘Ik ben gestraft en weer vrijgelaten uit de gevangenis. Maar ik hoop dat veel andere gewetensbezwaarden niet gestraft zullen worden. Als hun wordt toegestaan alternatieve dienst te verrichten, zullen ze een nuttige bijdrage aan de gemeenschap kunnen leveren.’ Binnenkort doet het Constitutionele Hof uitspraak.

TURKMENISTAN | Bahram Hemdemov

Broeder Hemdemov is 53 jaar oud, getrouwd en vader van vier zoons. Hij is een ijverige en geestelijk ingestelde man en een gerespecteerd lid van de gemeenschap. In mei 2015 werd hij veroordeeld tot vier jaar zwaar werk in de gevangenis voor het houden van een ‘illegale’ vergadering in zijn huis. Hij zit gevangen in Seydi, in een werkkamp dat berucht is om de erbarmelijke omstandigheden daar. Hij is door de autoriteiten herhaaldelijk ondervraagd en wreed geslagen. Maar hij en zijn gezin zijn trouw gebleven aan Jehovah. Gulzira, de vrouw van broeder Hemdemov, heeft hem van tijd tot tijd kunnen bezoeken om hem te steunen.

We zien dat Jehovah’s aanbidders onder beproevingen blijven bewijzen God trouw te zijn, en we bidden voor hen. Hun voorbeeld motiveert ons ook om onze eigen trouw aan God te versterken, overtuigd van de belofte in Psalm 37:28: ‘Hij zal zijn loyalen niet verlaten.’