Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2017

Congres van Bijbelonderzoekers in Tacoma (Washington, VS)

Honderd jaar geleden — 1917

Honderd jaar geleden — 1917

‘HET begin van het nieuwe jaar gaat gepaard met grote onrust, beroering en bloedvergieten’, stond te lezen in The Watchtower van 1 januari 1917. De Eerste Wereldoorlog, het wereldwijde bloedbad dat toen bekendstond als de Grote Oorlog, woedde inderdaad onverminderd door in Europa.

Hoewel de Bijbelonderzoekers toen niet helemaal begrepen wat er bij ware christelijke neutraliteit betrokken was, deden velen oprecht hun best om bloedschuld te vermijden. Zo was de 19-jarige Stanley Willis in Engeland vastbesloten  om neutraal te blijven. Voordat hij voor dat standpunt terecht moest staan, schreef hij: ‘Ik vind het een groot voorrecht om dit getuigenis te mogen geven. De kolonel zei vanmorgen dat ik het bevel zal krijgen om het uniform van de koning te dragen en dat ik, als ik dat weiger, voor de krijgsraad moet verschijnen.’

Toen Stanley weigerde van standpunt te veranderen, werd hij veroordeeld tot dwangarbeid in de gevangenis. Toch bleef hij positief. Twee maanden later schreef hij: ‘Door de geest van kracht die de Waarheid geeft, kan men geduldig dingen dragen (...) die voor anderen veel moeilijker zijn om te dragen.’ Hij gebruikte zijn tijd in de gevangenis verstandig. Hij zei: ‘Een van de grootste zegeningen die ik ondervind door deze recente beproevingen is het voorrecht om mij in alle rust te kunnen wijden aan gebed, meditatie en studie.’

Het duurde niet lang of de VS sloot zich formeel bij het conflict aan. In een toespraak voor het Amerikaanse Congres op 2 april 1917 riep president Woodrow Wilson op om Duitsland officieel de oorlog te verklaren. Vier dagen later was de VS in oorlog. Christenen in de VS kregen al snel te maken met de neutraliteitskwestie.

Om in de onmiddellijke behoefte aan soldaten te voorzien, nam de VS in mei de Wet op de dienstplicht aan. Een maand later trad de spionagewet in werking. De dienstplichtwet maakte het voor de Amerikaanse regering mogelijk om duizenden mannen op te roepen voor de oorlog, en de spionagewet maakte het strafbaar om het werk van het leger te belemmeren. Al gauw gebruikten vijanden van de waarheid deze wetgeving om problemen te veroorzaken voor Jehovah’s vredelievende aanbidders (Ps. 94:20).

Voor de Bijbelonderzoekers was de beroering die door de oorlog was ontstaan geen verrassing. Tientallen jaren lang hadden ze de aandacht gevestigd op Bijbelse profetieën waarin zulke toestanden waren voorspeld. Toch werden veel  Bijbelonderzoekers verrast door de controverse die al snel onder sommige leden van Jehovah’s volk losbarstte.

Beproeving en zifting

In de VS begonnen de problemen kort na de dood van Charles Taze Russell. Er ontstond discussie over de manier waarop de activiteiten van Jehovah’s aanbidders aangestuurd moesten worden. Broeder Russell had in 1884 Zion’s Watch Tower Tract Society opgericht en was tot zijn dood in oktober 1916 president van deze wettelijke corporatie. Toen Joseph F. Rutherford de leiding overnam, waren er enkele prominente mannen in de organisatie die blijk gaven van een ambitieuze instelling. Vier van hen zaten in de bestuursraad.

Deze vier, en diverse anderen, waren het niet eens met de manier waarop broeder Rutherford de zaken leidde. Een van de strijdpunten ging over het werk van Paul Johnson, die als pelgrim of reizend opziener diende.

Kort na de dood van broeder Russell had broeder Rutherford regelingen getroffen om Johnson naar Engeland te sturen als een van de reizende vertegenwoordigers van de organisatie. Johnson zou daar het goede nieuws prediken, de gemeenten bezoeken en verslag uitbrengen over het werk in dat gebied. Toen hij in november 1916 in Engeland aankwam, werd hij door de broeders en zusters hartelijk ontvangen. Helaas steeg de lof die hij kreeg hem naar het hoofd en raakte hij ervan overtuigd dat hij de opvolger moest zijn van broeder Russell.

In Engeland stuurde hij zonder dat hij daartoe bevoegd was enkele leden van de Bethelfamilie weg die het niet met hem eens waren. Ook probeerde hij controle te krijgen over de Londense bankrekening van de organisatie. Daarop riep broeder Rutherford hem terug naar de VS.

Johnson keerde terug naar Brooklyn, maar in plaats van de correctie die hij had gekregen nederig te aanvaarden, deed hij herhaaldelijk pogingen om broeder Rutherford over te halen  hem terug te laten gaan naar Engeland zodat hij zijn werk daar kon voortzetten. Toen dat niet lukte, probeerde hij de bestuursraad te beïnvloeden. Vier bestuursleden kozen zijn kant.

Omdat broeder Rutherford verwachtte dat deze mannen zouden proberen beslag te leggen op het geld van de organisatie in de VS — zoals Johnson in Engeland had geprobeerd — ondernam hij stappen om ze te verwijderen uit de bestuursraad. Volgens de wet moest elk bestuurslid jaarlijks worden gekozen door leden van de corporatie. Maar op de jaarvergadering van de corporatie op 6 januari 1917 werden maar drie bestuursleden gekozen: Joseph F. Rutherford, Andrew N. Pierson en William E. Van Amburgh. Zij bekleedden de posities van respectievelijk president, vice-president en secretaris-penningmeester. Voor de overige vier posities in de bestuursraad was niet gestemd. De mannen die deze posities bekleedden, de vier tegenstanders, waren in het verleden gekozen voor de bestuursraad en sommigen namen aan dat dit een aanstelling voor het leven was. Maar omdat ze op de jaarvergadering niet waren herkozen, waren ze feitelijk helemaal geen wettelijke leden van de bestuursraad! In juli 1917 maakte broeder Rutherford dus gebruik van zijn rechten om vier getrouwe mannen aan te stellen die deze opengevallen functies in de bestuursraad zouden vervullen.

Zoals te verwachten, waren de afgezette bestuursleden woedend en daarom begonnen ze een campagne om hun positie terug te krijgen. Maar zonder resultaat. Hoewel sommige Bijbelonderzoekers hun kant kozen en andere organisaties vormden, deden de meeste Bijbelonderzoekers dat niet.

Vooruitgang ondanks tegenstand

In die tijd bleven broeder Rutherford en de andere loyale broeders en zusters op Bethel druk bezig met het bevorderen van de Koninkrijksbelangen. Het aantal reizende opzieners, toen bekend als pelgrims, nam toe van 69 tot 93.  Het aantal colporteurs, oftewel gewone pioniers, groeide van 372 tot 461. Verder werden er voor het eerst speciale colporteurs aangesteld, te vergelijken met hulppioniers in deze tijd. Sommige gemeenten hadden wel 100 van die ijverige werkers.

Op 17 juli 1917 werd een nieuw boek uitgegeven: The Finished Mystery. Omdat de voorraad van dit boek tegen het eind van het jaar uitgeput was, werden er 850.000 extra exemplaren besteld bij de firma die onze lectuur drukte. *

De reorganisatie van het werk op Bethel waarmee broeder Russell in 1916 was begonnen, werd in 1917 voltooid. In december van dat jaar berichtte The Watch Tower: ‘De reorganisatie van het Bureaupersoneel (...) is voltooid en alles verloopt met een souplesse en efficiëntie die elk goed geleid instituut zouden moeten kenmerken (...) De leden van het Bureaupersoneel beseffen dat het een voorrecht en geen recht is om hier te werken.’

In september 1917 stond er in The Watch Tower: ‘Sinds 1 januari is er elke maand een toename geweest [in de lectuurproductie] vergeleken met dezelfde maand van het jaar 1916 (...) Dat lijkt ons een heel sterk bewijs dat het werk dat hier in Brooklyn wordt gedaan door de Heer wordt gezegend.’

Beproeving en zifting nog niet voorbij

De tegenstanders waren uit de organisatie verwijderd en de resultaten van een referendum in de gemeenten, die in The Watch Tower werden gepubliceerd, lieten zien dat de grote meerderheid van de broeders en zusters hun steun gaf aan broeder Rutherford en de getrouwe mannen op Bethel. Maar die mannen zouden met nog meer beproeving te maken krijgen. Hoewel 1918 positief begon, zou dat jaar een van de donkerste periodes uit onze moderne geschiedenis inluiden.

^ ¶18 Tot 1920 werd al ons drukwerk verzorgd door commerciële bedrijven.