Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2017

Pioniersschool in de buurt van Zoegdidi

 GEORGIË | 1998-2006

Zegeningen ‘in gunstige tijd, in moeilijke tijd’. — 2 Tim. 4:2.

Zegeningen ‘in gunstige tijd, in moeilijke tijd’. — 2 Tim. 4:2.

 VANAF eind jaren 90 kenden de Getuigen in Georgië een enorme groei in verkondigers en geïnteresseerden. In 1998 woonden maar liefst 32.409 personen de herdenking van Jezus’ dood bij.

Maar veel verkondigers, onder wie ouderlingen, waren relatief kort in de waarheid en hadden niet veel ervaring. De meeste hadden op organisatorisch gebied en wat de prediking betreft nog opleiding nodig. Maar waar moest die opleiding dan vandaan komen?

Jehovah’s organisatie geeft meer steun

Arno en Sonja Tüngler, die afgestudeerd waren van de toegevoegde Gileadschool in Duitsland, werden in maart 1998 toegewezen aan Georgië. Datzelfde jaar gaf het Besturende Lichaam toestemming om in Georgië een landskantoor te openen dat onder het Russische bijkantoor zou vallen.

Al snel leidde een landscomité de prediking. Toen onze activiteiten eenmaal wettelijk geregistreerd waren, werd Bijbelse lectuur rechtstreeks vanuit het bijkantoor in Duitsland geïmporteerd. Dankzij de wettelijke erkenning konden we ook grond kopen om Koninkrijkszalen en een bijkantoor op te bouwen.

Een periode van geestelijke opleiding

Veel verkondigers hadden tijdens de vele jaren dat het werk door het Sovjetregime verboden was, niet openlijk van deur tot deur kunnen prediken. Arno Tüngler vertelt: ‘De meeste verkondigers gaven veel straatgetuigenis, maar niet iedereen was gewend om van deur tot deur te prediken en de gevonden belangstelling na te gaan.’

Arno en Sonja Tüngler

 Davit Devidze, die in mei 1999 op het pas opgerichte landskantoor was gaan dienen, vertelt: ‘Er was heel wat te doen in het veld en op Bethel. We hadden over bepaalde dingen wel gelezen, maar we hadden geen idee hoe we die moesten aanpakken. We leerden veel van de ervaren broeders die het Besturende Lichaam ons stuurde.’

Er brak voor de broeders en zusters in Georgië een periode van intensieve opleiding aan. Maar zoals zo vaak het geval is bij personen die gaan dienen waar de behoefte groter is, waren de voordelen van die opleiding wederzijds (Spr. 27:17). Degenen die gekomen waren om hulp te bieden, leerden veel van de plaatselijke broeders en zusters.

Plaatselijke Getuigen tonen hartverwarmende eigenschappen

Arno en Sonja hebben mooie herinneringen aan de hartelijke ontvangst die ze kregen toen ze in Georgië aankwamen. De plaatselijke broeders en zusters deden alles wat ze konden om ervoor te zorgen dat Arno en Sonja zich snel thuis voelden in hun nieuwe toewijzing.

 Sonja herinnert zich hun vrijgevigheid. Ze vertelt: ‘Een echtpaar dat in de buurt woonde, bracht ons regelmatig heerlijk eten. Een zuster nam ons mee in de velddienst, stelde ons voor aan onze nieuwe gemeente en vertelde ons veel over de Georgische cultuur. En een andere zuster leerde ons geduldig de taal.’

Warren en Leslie Shewfelt uit Canada die in 1999 aan Georgië werden toegewezen, zeiden: ‘De liefde van de broeders en zusters raakte ons diep en maakte grote indruk op ons. Jong en oud toonde openlijk zijn liefde en genegenheid.’

Plaatselijke broeders dienden samen met ervaren zendelingen op het landskantoor

De broeders en zusters die aan Georgië werden toegewezen, focusten zich niet op de uitdagingen waarmee ze te maken kregen maar op de mooie eigenschappen van de plaatselijke bevolking. En door de nederige en liefdevolle houding van de zendelingen gingen de Georgische broeders en zusters al snel van hen houden.

 Mensen met respect voor God reageren positief op de waarheid

In de jaren 90 reageerden veel oprechte mensen gunstig op de waarheid. Alleen al in 1998 werden 1724 personen gedoopt! Waarom toonden zoveel Georgiërs belangstelling voor de waarheid?

Tamazi Biblaia, die vele jaren kringopziener was, legt uit: ‘Een van de traditionele waarden van het Georgische volk was liefde voor God. Dus als we de mensen over de hoop uit de Bijbel vertelden, reageerden ze daar van nature positief op.’

Davit Samcharadze, leraar van de School voor Koninkrijkspredikers, zegt: ‘Iemand die met Bijbelstudie begint, krijgt vaak met tegenstand van familie en vrienden te maken. Maar velen die proberen iemand van zijn Bijbelstudie af te brengen, gaan uiteindelijk vaak zelf de Bijbel bestuderen!’

De Koninkrijksboodschap verspreidde zich en veranderde het leven van veel mensen. In april 1999 werd een nieuw hoogtepunt bereikt: 36.669 personen waren aanwezig op het Avondmaal.

‘Er zijn veel tegenstanders’

Paulus schreef over zijn prediking in het oude Efeze: ‘Er is een grote deur die tot activiteit leidt voor mij geopend, maar er zijn veel tegenstanders’ (1 Kor. 16:9). Zijn woorden zijn een goede beschrijving van de situatie waarmee de Getuigen in Georgië een paar maanden na die historische Gedachtenisviering van 1999 te maken kregen.

In augustus van dat jaar organiseerden leden van een extremistische orthodoxe groepering onder leiding van  Vasili Mkalavisjvili, een orthodoxe priester die uit zijn ambt was ontzet, een bijeenkomst in Tbilisi. Tijdens die bijeenkomst verbrandden ze in het openbaar onze lectuur. Dat bracht een golf van vervolging op gang die vier jaar zou duren.

Vanaf 1999 waren Jehovah’s Getuigen in Georgië het doelwit van protestacties, boekverbrandingen en aanvallen

Op 17 oktober 1999 brachten een paar religieuze extremisten een menigte van zo’n 200 man op de been en verstoorden ze een vergadering van de gemeente Gldani in Tbilisi. Ze vielen de aanwezigen aan met houten knuppels en ijzeren kruisen. Verschillende broeders en zusters moesten in het ziekenhuis worden opgenomen.

Helaas werden de aanvallers niet gearresteerd en de Getuigen bleven het doelwit van verdere aanvallen. Hoewel een aantal regeringsautoriteiten, onder wie president Sjevardnadze, deze gewelddadige aanvallen krachtig veroordeelden, werden er geen duidelijke stappen ondernomen. Zelfs politieagenten kwamen meestal pas lang nadat een aanval had plaatsgevonden.

Rond diezelfde tijd startte een Georgisch parlementslid, Goeram Sjaradze, een enorme lastercampagne tegen de Getuigen. Hij beschuldigde de Getuigen ervan gevaarlijk te zijn. Het leek erop dat de ‘gunstige tijd’ voor de prediking van het goede nieuws voorbij was.

Jehovah’s organisatie reageert op de tegenstand

Jehovah’s organisatie kwam meteen in actie om in de behoeften van de broeders en zusters te voorzien. Ze kregen liefdevolle raad over hoe ze moesten reageren als ze aangevallen werden. En ze werden eraan herinnerd waarom ware christenen soms met vervolging te maken krijgen (2 Tim. 3:12).

 Daarnaast ondernam de organisatie ook juridische stappen om de broeders en zusters te verdedigen. Een broeder, die op de Juridische Afdeling van het Georgische bijkantoor werkte, vertelt: ‘Naar aanleiding van de aanvallen van Vasili Mkalavisjvili’s groepering dienden we in die vier jaar meer dan 800 klachten in bij heel wat organisaties en overheidsinstanties. We riepen de hulp in van gezagsdragers en mensenrechtenorganisaties. Het internationale hoofdkantoor startte een uitgebreide publiciteitscampagne, maar de aanvallen hielden aan.’ *

^ ¶30 Zie de Ontwaakt! van 22 januari 2002, blz. 18-24 voor meer informatie over de juridische strijd om erkenning van onze rechten.