Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2016

Rusland: Prediken in Moskou

 TERUGBLIK OP HET AFGELOPEN JAAR

Juridisch verslag

Juridisch verslag

Wettelijke registratie

Jehovah’s Getuigen hoeven niet wettelijk geregistreerd te zijn om hun religieuze activiteiten uit te voeren. Maar wettelijke registratie verleent ons wel het recht om gebouwen voor vergaderingen in eigendom te hebben of te huren en om religieuze lectuur te importeren.

  • In 2004 werd de rechtspersoon van Jehovah’s Getuigen in Moskou door Russische rechtbanken ontbonden. Daardoor kregen de broeders en zusters in Moskou met meer vijandigheid te maken. Ze werden lastiggevallen door politieagenten en sommigen werden aangevallen tijdens het prediken. Ook beëindigden vastgoedeigenaars huurcontracten van vergaderplaatsen, waardoor de broeders en zusters geen Koninkrijkszalen meer hadden. Een uitspraak van het Europese Hof voor  de Rechten van de Mens in 2010 bevestigde dat Rusland de rechten van Jehovah’s Getuigen in Moskou had geschonden en gebood Moskou om Jehovah’s Getuigen opnieuw te registreren als rechtspersoon. We zijn heel blij dat het ministerie van Justitie van Rusland op 27 mei 2015 een nieuwe Plaatselijke Religieuze Organisatie van Jehovah’s Getuigen in Moskou heeft geregistreerd.

Belastingen

In vrijwel alle landen zijn de rechtspersonen van Jehovah’s Getuigen vrijgesteld van belasting, net zoals de meeste religieuze organisaties en liefdadigheidsinstellingen. Maar soms weigert een overheid die belastingvrijheid te erkennen.

  • In Zweden beweert de overheid dat Bethel een bedrijf is dat Bethelieten ‘in dienst heeft’, terwijl het een religieuze gemeenschap van speciale volletijddienaren is. Daarom wil de overheid dat Bethel en individuele Bethelieten tienduizenden euro’s aan werkgevers- en werknemersbelasting betalen. Jehovah’s Getuigen in Zweden hebben hiertegen aanklachten ingediend bij Zweedse rechtbanken. Ze hebben ook zes verschillende verzoeken ingediend bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Neutraliteit en dienstweigering

Jehovah’s Getuigen vatten het Bijbelse gebod om ‘hun zwaarden tot ploegscharen te smeden’ en ‘de oorlog niet meer te leren’ ernstig op (Jes. 2:4). Ze blijven neutraal, ook als een regering geen regelingen heeft voor vervangende dienstplicht.

  • De huidige wetgeving in Zuid-Korea erkent niet het recht op dienstweigering vanwege gewetensbezwaren. Daardoor hebben de afgelopen 60 jaar meer dan 18.000 broeders in de gevangenis gezeten. Vrijwel elke Getuige in Zuid-Korea heeft wel een familielid of vriend die in de gevangenis heeft gezeten. In 2004 en 2011 bepaalde het Constitutionele Hof dat deze  gevangenzetting geen schending van de grondwet is. Maar in juli 2015 heeft het Hof een openbare hoorzitting gehouden om de zaak opnieuw te beschouwen. Jehovah’s Getuigen wereldwijd bidden of er een oplossing voor deze langdurige kwestie mag komen zodat jonge broeders in Zuid-Korea niet langer voor hun geloof de gevangenis in moeten.

  • Drie broeders in Eritrea zitten ondertussen al meer dan 21 jaar in de gevangenis voor dienstweigering. Paulos Eyassu, Negede Teklemariam en Isaac Mogos zijn nooit officieel aangeklaagd en hebben nooit de kans gekregen zichzelf voor een rechter te verdedigen. Samen met meer dan 50 andere broeders en zusters blijven ze Jehovah trouw ondanks de mensonterende omstandigheden in de gevangenis en de vreselijke manier waarop ze behandeld worden. We zijn ervan overtuigd dat Jehovah ‘het zuchten’ hoort van iedereen die voor zijn geloof in de gevangenis zit en dat hij ze zal helpen (Ps. 79:11).

  • In Oekraïne werd Vitaliy Shalaiko in augustus 2014 tijdens de mobilisatie opgeroepen voor militaire dienst. Op grond van gewetensbezwaren weigerde hij in dienst te gaan, maar hij liet weten dat hij bereid was vervangende dienst te doen. De  openbare aanklager beschuldigde broeder Shalaiko van het ontduiken van dienstplicht, maar broeder Shalaiko werd niet schuldig bevonden, ook niet in hoger beroep. Het hof van beroep redeneerde dat bezorgdheid om de staatsveiligheid niet rechtvaardigt dat fundamentele rechten beperkt worden en dat ‘het recht op dienstweigering niet beperkt kan worden in het belang van nationale veiligheid’. De openbare aanklager ging daartegen nogmaals in beroep. Op 23 juni 2015 bekrachtigde het Hooggerechtshof van Oekraïne de uitspraken van de lagere rechters. Daarmee werd officieel bevestigd dat zelfs als in het land de noodtoestand van kracht is, gewetensbezwaarden het recht hebben op vervangende dienst.

Oekraïne: Vitaliy Shalaiko die aan het prediken is

Broeder Shalaiko zegt over de goede afloop: ‘De woorden in Jeremia 1:19 hebben me gesterkt. Ik was op alles voorbereid. Het belangrijkste was dat ik Jehovah trouw bleef. Ik wist zeker dat hij me nooit in de steek zou laten en me altijd de kracht zou geven om hem trouw te blijven. Maar dat het zo zou aflopen, had ik nooit durven dromen. Ik ben door alle drie de rechtbanken vrijgesproken. En tijdens de verhoren heb ik de steun van de broeders en zusters ervaren. Ik heb me nooit alleen gevoeld.’

Neutraliteit en nationalistische ceremonies

Nationalistische ceremonies vormen een andere uitdaging voor christenen die politiek neutraal willen blijven. Vooral jongeren wordt het in dat opzicht soms heel moeilijk gemaakt. Bijvoorbeeld als ze op school onder druk worden gezet om het volkslied te zingen of de vlag te groeten.

  • In het district Karongi (Rwanda) werden enkele leerlingen die Jehovah’s Getuigen zijn door het schoolbestuur beschuldigd van minachting voor het volkslied omdat ze weigerden mee te zingen. De leerlingen werden van school gestuurd en zelfs in hechtenis genomen. Op 28 november 2014 sprak de rechtbank van Karongi de leerlingen vrij. Ze oordeelde dat het  geen daad van minachting was om het volkslied niet mee te zingen. In andere Afrikaanse landen, zoals Kameroen, Congo (Kinshasa), Equatoriaal-Guinee en Malawi, hebben onze jongeren met dezelfde uitdaging te maken. Ook daar worden ze soms van school gestuurd. In die landen zetten de broeders zich in om mensen binnen de overheid en op scholen te informeren over het neutrale standpunt van Jehovah’s Getuigen.

  • Honduras: Mirna Paz en Bessy Serrano kregen uiteindelijk toch een diploma

    Twee leerlingen van een openbare school in Honduras kregen in december 2013 geen diploma omdat ze geweigerd hadden de vlag te groeten en met het volkslied mee te zingen. In een poging tot een oplossing te komen, spraken twee advocaten die Getuigen zijn met een vertegenwoordiger van het ministerie van Onderwijs. Ze toonden hem enkele precedenten uit andere landen die het standpunt van de leerlingen ondersteunden. De man was vriendelijk en gaf de leerlingen en hun ouders de kans om schriftelijk een klacht in te dienen bij de juridisch directeur van het ministerie van Onderwijs. Hij nam de klacht in behandeling en op 29 juli 2014 gaf hij de richtlijn dat onderwijs ‘voor [iedereen in] de maatschappij beschikbaar moet zijn, zonder discriminatie van welke aard dan ook’. En hij droeg de school op de leerlingen een diploma te geven.

 Discriminatie door de overheid

In welk land we ook wonen, we gehoorzamen Jezus’ gebod om te prediken, te vergaderen en Gods Woord geregeld te bestuderen. Ook leven we naar de Bijbelse geboden om onze kinderen over Jehovah te leren en om ons ‘te onthouden (...) van bloed’ (Hand. 15:20; Deut. 6:5-7). Maar door onze gehoorzaamheid aan die geboden krijgen we soms problemen met de overheid, die ons standpunt misschien niet goed begrijpt.

  • In Florida (Verenigde Staten) verleende een rechter een moeder die geen Getuige is het alleenrecht om zorg te dragen voor de religieuze vorming van haar drie kinderen. De vader, die een Getuige is, kreeg te horen dat hij zijn kinderen niets mocht leren wat in strijd was met het katholieke geloof. Hij ging tegen de uitspraak in beroep en op 18 augustus 2014 werd het vonnis nietig verklaard. De rechtbank schreef op basis van een alom aanvaard precedent: ‘Elk verzoek om een ouder die geen voogd is te verbieden om met zijn kind over zijn geloof te praten, is tot nu toe afgewezen — behalve als duidelijk bewezen was dat de betreffende religieuze activiteiten schadelijk voor het kind zouden zijn.’

    Dankzij die uitspraak kunnen de kinderen ongehinderd over Jehovah en zijn Woord leren. Ze kunnen de vergaderingen bezoeken en daardoor wordt hun band met Jehovah sterker. Hun vader zei: ‘Ik heb veel van deze situatie geleerd. De laatste tijd is mijn geloof een paar keer op de proef gesteld, maar Jehovah heeft me geholpen! Ik weet dat vervolging erbij hoort als we ervoor kiezen Jehovah te dienen.’

  • Namibië: Efigenia Semente met haar kinderen

    Zuster Efigenia Semente, een moeder van drie kinderen in Namibië, kreeg te maken met een moeilijke geloofsbeproeving. Terwijl ze in het ziekenhuis beviel van haar derde kind, traden er complicaties op. Medisch personeel en ook enkele familieleden die geen Getuige zijn, verkregen een gerechtelijk bevel om haar een bloedtransfusie te geven. Maar zuster Semente verzette zich fel en ze konden haar geen transfusie toedienen. Ze ondernam  wettelijke stappen om haar recht te verdedigen zelf een medische behandeling te kiezen. Op 24 juni 2015 stelde het Hooggerechtshof zuster Semente in het gelijk en verklaarde dat ‘het recht om te beslissen wat er wel of niet met iemands lichaam gedaan wordt een onvervreemdbaar recht van de mens is, of iemand nu een ouder is of niet’. Zuster Semente zei: ‘We hebben Jehovah’s steun meer dan ooit ervaren. Het is geweldig om deel uit te maken van deze organisatie. Jehovah geeft echt om ons.’

  • Openbaar getuigenis is in veel grote steden in Zwitserland een populaire manier van prediken. Maar in Genève vaardigde het stadsbestuur een verbod uit op het gebruik van ‘lectuurstands waarmee op directe of indirecte manier religieuze informatie op openbare plaatsen verspreid wordt’. De Getuigen dienden daartegen een aanklacht in en benadrukten dat zo’n algemeen verbod ‘ernstig inbreuk maakt op de vrijheid van religie en meningsuiting’. De rechtbank was het daarmee eens en de Getuigen hebben in goed overleg met het plaatselijke bestuur een locatie en tijd gevonden voor openbaar getuigenis met een lectuurstand.

  •   De overheid van Azerbeidzjan is het werk van Jehovah’s Getuigen nog feller gaan tegenwerken. Het ministerie van Nationale Veiligheid roept regelmatig broeders en zusters op om ze te ondervragen. Ook worden huizen van Getuigen doorzocht op religieuze publicaties die niet ingevoerd mogen worden. In februari 2015 reageerde de internationale gemeenschap geschokt toen Irina Zakharchenko en Valida Jabrayilova door agenten van het ministerie van Nationale Veiligheid in hechtenis werden genomen omdat ze met buurtbewoners over de Bijbel spraken. Het is vreselijk dat onze broeders en zusters in Azerbeidzjan zo slecht behandeld worden, maar we zijn blij dat ze moedig doorgaan met het prediken van het goede nieuws van het Koninkrijk (Matth. 24:14).

  • Ook in Rusland worden Jehovah’s Getuigen onophoudelijk tegengewerkt door de regering. Op dit moment zijn daar 80 publicaties van Jehovah’s Getuigen als ‘extremistisch’ bestempeld. Dat betekent dat het bezitten en verspreiden van ‘extremistische’ publicaties zoals Mijn boek met bijbelverhalen illegaal is. Daarnaast heeft het Hooggerechtshof in december 2014 jw.org als ‘extremistisch’ bestempeld. Internetproviders in heel Rusland hebben de toegang tot jw.org geblokkeerd, en het is verboden om de site te promoten. Sinds maart 2015 laat de douane geen lectuur van de Getuigen meer door, zelfs geen bijbels of lectuur waarvan Russische rechtbanken eerder hadden bepaald dat ze niet extremistisch waren.

In Taganrog blijft de overheid ons vijandig gezind. Deze keer zijn 16 verkondigers beschuldigd van de ‘misdaad’ religieuze bijeenkomsten te organiseren en bij te wonen. In Samara hebben de autoriteiten een gerechtelijk bevel verkregen om onze rechtspersoon te ontbinden op basis van de aanklacht ‘extremistisch’ te zijn. Ondanks al die problemen laten de broeders en zusters in Rusland zich niet uit het veld slaan en blijven ze God geven ‘wat van God is’ (Matth. 22:21).