Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2016

Hardwerkende pelgrims die met broeder Russell samenwerkten

Honderd jaar geleden — 1916

Honderd jaar geleden — 1916

AAN het begin van 1916 woedde de Grote Oorlog, later de Eerste Wereldoorlog genoemd, al meer dan een jaar. De verliezen aan beide kanten waren enorm.

The Watch Tower van 1 januari 1916 merkte op: ‘Als gevolg van de grote Europese oorlog zijn velen religieus geworden en zijn ze zich zorgen gaan maken over hun toekomst.’ In het artikel stond verder: ‘Laten we ons toeleggen op onze voorrechten en onze mogelijkheden, zodat wij niet van lafhartigheid blijk geven maar ijverig blijven werken voor God en zijn boodschap.’

De jaartekst van 1916 was Romeinen 4:20, die de broeders en zusters aanmoedigde om krachtig in het geloof te blijven. Veel Bijbelonderzoekers luisterden naar die woorden en werden rijk gezegend door Jehovah.

Pelgrims zorgden voor aanmoediging

Reizende vertegenwoordigers van het Wachttorengenootschap, die pelgrims werden genoemd, reisden van stad naar stad om de Bijbelonderzoekers aan te moedigen en te onderwijzen.  In 1916 legden minstens 69 pelgrims bijna een miljoen kilometer af voor dit werk.

Op een congres in Norfolk (Virginia) vergeleek pelgrim Walter Thorn de strijd van ware christenen met de Grote Oorlog: ‘Naar schatting zijn er op dit moment tussen de twintig en dertig miljoen mannen bij de oorlog betrokken. (...) Wat de wereld niet weet, is dat er nog een leger bestaat. Het zijn de soldaten van de Heer die, net als Gideons groep, ook vechten, zij het niet met letterlijke wapens. Ze vechten voor waarheid en rechtvaardigheid en ze strijden de voortreffelijke strijd van het geloof.’

Dienen ondanks oorlog

In de tweede helft van 1916 werden er in Frankrijk tijdens de eerste Slag aan de Somme meer dan een miljoen mannen verwond of gedood. Op andere plekken in Frankrijk bleven hardwerkende broeders de klassen, of gemeenten, ondersteunen, ook al was dat door de oorlog soms heel moeilijk. In The Watch Tower van 15 januari 1916 werd een  brief gepubliceerd van Joseph Lefèvre. Deze Bijbelonderzoeker was zijn geboorteplaats Denain ontvlucht toen Duitse troepen daar in 1914 binnenvielen. Hij was in zuidelijke richting getrokken, naar Parijs, en had zich aangesloten bij de enige klas van Bijbelonderzoekers in die stad. Ondanks zijn slechte gezondheid leidde hij al gauw alle vergaderingen.

Later kreeg Joseph gezelschap van Théophile Lequime, die Denain ook had moeten ontvluchten. Broeder Lequime was eerst naar Auchel gegaan, waar hij artikelen van The Watch Tower vertaalde en vervolgens verstuurde naar broeders en zusters in andere onbezette gebieden in Frankrijk. Hij moest Auchel verlaten omdat militaire autoriteiten zijn activiteiten verdacht begonnen te vinden. Broeder Lefèvre zag de komst van broeder Lequime als een antwoord op zijn gebeden.

Hun werk in Parijs werd beloond. Broeder Lefèvre liet weten: ‘We hebben nu een klas van ongeveer vijfenveertig personen (...) Een aantal hebben de pracht en het voorrecht van wijding mogen ervaren en ze boeken grote geestelijke vooruitgang. Bijna alle leden wonen de wekelijkse getuigenisvergadering bij.’

Ze bleven neutraal

De oorlog sleepte zich voort, en veel broeders kregen te maken met de neutraliteitskwestie. In Groot-Brittannië werd een wet aangenomen die alle mannen tussen de 18 en de 40 dienstplichtig maakte. Maar veel Bijbelonderzoekers hielden vast aan hun neutraliteit.

Zo stond er in The Watch Tower van 15 april 1916 een brief van broeder Warden uit Schotland. Hij schreef: ‘Een van mijn zoons is nu 19 jaar oud. Tot nu toe heeft hij voor de Heer een goed getuigenis gegeven door te weigeren het leger in te gaan. Als het zover zou komen dat hij wordt gefusilleerd omdat hij dienst blijft weigeren, ben ik er zeker van dat Jehovah hem zal helpen om vast te houden aan de beginselen van waarheid en rechtvaardigheid.’

 James Frederick Scott, een jonge colporteur uit Edinburgh, moest voor de rechter verschijnen omdat hij zich niet had gemeld voor militaire dienst. Maar na het horen van alle bewijzen, oordeelde de rechtbank dat broeder Scott niet schuldig was omdat hij ‘onder de uitzondering viel die in de wet bepaald was’.

Maar veel anderen werd geen vrijstelling verleend. In The Watch Tower van 15 oktober 1916 stond dat tegen september, 23 van de 264 broeders die vrijstelling hadden aangevraagd, non-combattante dienst was toegewezen. De anderen, van wie sommigen ‘verschillende straffen kregen’, moesten werk doen ‘van nationaal belang, zoals het aanleggen van wegen, steenhouwen, enzovoorts’. Slechts vijf broeders kregen vrijstelling van militaire dienst.

Charles Taze Russell overlijdt

Op 16 oktober 1916 vertrok Charles Taze Russell, die toen leiding gaf aan het werk van de Bijbelonderzoekers, voor een lezingentour door het westelijke deel van de Verenigde Staten. Hij keerde nooit terug. Vroeg in de middag van dinsdag 31 oktober stierf de 64-jarige Charles Taze Russell in een trein in Pampa (Texas).

Veel Bijbelonderzoekers konden zich moeilijk iemand anders in broeder Russells plaats voorstellen. In The Watch Tower van 1 december 1916 werd zijn testament gepubliceerd. Daarin stond wat zijn wensen waren voor het werk waarin hij zo lang de leiding had genomen. Maar één vraag bleef onbeantwoord: wie zou hem in dat werk opvolgen?

Dat zou in het begin van 1917 bepaald worden tijdens de jaarvergadering van de Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania. Alle aanwezigen brachten hun stem uit en de uitkomst was unaniem. Maar in de maanden daarna bleek dat deze eensgezindheid van korte duur was. De broeders en zusters zouden met zware beproevingen te maken krijgen.