Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoudsopgave

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 2015

 TERUGBLIK OP HET AFGELOPEN JAAR

Juridisch verslag

Juridisch verslag

ARMENIË Voorziet in regeling voor vervangende dienstplicht die de christelijke neutraliteit respecteert

Armenië: Sommige broeders worden door de regering naar afgelegen gebieden gestuurd om hun vervangende dienstplicht te verrichten. Terwijl ze daar zijn, gaan ze ijverig door met de prediking

In 2013 stelde de Armeense regering een regeling in waardoor Jehovah’s Getuigen in Armenië, die op grond van gewetensbezwaren militaire dienst weigeren, kunnen kiezen voor vervangende dienstplicht in plaats van een gevangenisstraf uit te zitten. In januari 2014 meldde het bijkantoor dat 71 broeders met hun werk begonnen waren volgens deze nieuwe regeling. Zo kregen sommige broeders een taak als keukenhulp of als verpleeghulp in een ziekenhuis.  Degenen die toezicht houden op de regeling hebben positief gereageerd op het arbeidsethos van de broeders en hun instelling ten aanzien van het vaak zware werk dat hen wordt opgedragen. De broeders zijn dankbaar dat er regelingen zijn getroffen waardoor ze vervangende dienstplicht kunnen vervullen. Op die manier kunnen ze een rein geweten behouden als christen. * Eén broeder zei: ‘We zijn Jehovah dankbaar dat we vervangende dienstplicht kunnen verrichten waardoor we onze neutraliteit kunnen bewaren en hem tegelijkertijd in vrijheid kunnen dienen.’

DOMINICAANSE REPUBLIEK Erkent door Getuigen voltrokken huwelijken

In 1954 ondertekenden de Dominicaanse Republiek en het Vaticaan een concordaat (verdrag) waardoor de katholieke kerk als enige religie het recht had om huwelijken te voltrekken. Als het huwelijk niet in de katholieke kerk plaatsvond, kon een ambtenaar van de burgerlijke stand het huwelijk voltrekken. In 2010 nam de regering echter een nieuwe grondwet aan die dit recht ook aan bevoegde vertegenwoordigers van andere religies gaf. De regering voorzag in een opleiding voor hen die gemachtigd wilden worden om huwelijken te sluiten. Het bijkantoor van de Dominicaanse Republiek selecteerde dertig ouderlingen om de opleiding te volgen. Van de meer dan 2000 personen die zich voor de opleiding hadden aangemeld, kregen slechts 32 een vergunning. Maar onze broeders ontvingen alle dertig een vergunning om huwelijken te voltrekken voor Getuigen.

 INDIA Vastbesloten om moedig te prediken

Sundeep en Deepalakshmi Muniswamy

Op 27 januari 2014 oordeelde de Commissie voor de Rechten van de Mens van de staat Karnataka dat de onderinspecteur van het politiebureau in Old Hubli de mensenrechten van broeder Sundeep Muniswamy had geschonden. De onderinspecteur had op 28 juni 2011 nagelaten hem te beschermen tegen de aanval van een menigte. De Commissie, die de onderinspecteur verantwoordelijk  hield voor het schenden van de mensenrechten, gaf de overheid van Karnataka de opdracht om disciplinaire maatregelen tegen de onderinspecteur te nemen. Bovendien gaf ze de aanbeveling om broeder Muniswamy een schadevergoeding van 20.000 roepies (€ 260) te betalen, een bedrag dat de overheid moest inhouden op het inkomen van de onderinspecteur.

Broeder Muniswamy zei dat hij en zijn gezin Jehovah dankbaar zijn voor deze uitzonderlijke uitspraak en dat ze vastberaden zijn het goede nieuws moedig te blijven prediken. Door de uitspraak is het geloof van onze broeders en zusters versterkt en is hun vertrouwen in Jehovah’s vermogen om zijn aanbidders te beschermen, vergroot. Het brengt ook een krachtige boodschap over aan de autoriteiten om de mensenrechten van Jehovah’s Getuigen in Karnataka te beschermen. Met betrekking tot hetzelfde incident loopt er nog een strafzaak tegen broeder Muniswamy en een andere broeder.

KIRGIZIË De Constitutionele Kamer van het Hooggerechtshof erkent het recht op dienstweigering op grond van gewetensbezwaren

Voor gewetensbezwaarden was 19 november 2013 een belangrijke dag. De Constitutionele Kamer van het Hooggerechtshof deed uitspraak in de rechtszaken van elf Getuigen van Jehovah en oordeelde dat de nationale wet inzake vervangende dienstplicht ongrondwettig was. De wet eiste dat degenen die vervangende dienstplicht deden, rechtstreeks geld moesten overmaken aan het leger ter ondersteuning van militaire activiteiten. De wet vereiste ook dat gewetensbezwaarden na voltooiing van de vervangende dienstplicht automatisch op de lijst van reservisten werden gezet. De Constitutionele Kamer bepaalde dat het een schending van het recht op godsdienstvrijheid was om gewetensbezwaarden onder dergelijke omstandigheden tot vervangende dienstplicht te dwingen. In de eerste maanden van 2014 volgde het Hooggerechtshof van Kirgizië de uitspraak van de Constitutionele Kamer op en sprak ze veertien Getuigen van  Jehovah vrij die onder de vorige wet strafrechtelijk veroordeeld waren. Deze gunstige uitspraken maken een eind aan een zevenjarige strijd om als gewetensbezwaarden het recht op godsdienstvrijheid te verkrijgen. Door de vastberadenheid van deze vredelievende jonge mannen worden Jehovah’s naam en onze vrijheid van aanbidding in Kirgizië hooggehouden.

Kirgizië: De zaken van deze Getuigen werden door het hoogste rechtscollege van Kirgizië behandeld

NIGERIA ‘Jehovah had me beloond’

In de staat Abia (Nigeria) worden Jehovah’s Getuigen vaak bedreigd en verbannen omdat ze weigeren zich aan te sluiten bij een leeftijdsklassevereniging *. Deze gemeenschappen houden zich vaak bezig met activiteiten die gewelddadig zijn en waarin spiritistische riten voorkomen. In november 2005 deden de leden van de leeftijdsklassevereniging van Asaga Ohafia vroeg in  de ochtend een inval in het huis van broeder Emmanuel Ogwo en zijn vrouw. Ze namen onrechtmatig al hun bezittingen mee als gedwongen contributie voor het lidmaatschap. Het enige wat het echtpaar nog bezat, was de kleding die ze aanhadden. In 2006 werd broeder Ogwo door de gemeenschap uit zijn huis en dorp verdreven. Broeder en zuster Ogwo vluchtten naar een broeder in een ander dorp, waar voor hen gezorgd werd. Hoewel broeder Ogwo het jaar daarop naar zijn huis terugkeerde, bleef men druk op hem uitoefenen om zich bij de vereniging aan te sluiten. Zijn verzoeken om zijn bezittingen terug te krijgen, werden genegeerd.

Uiteindelijk besliste het Hooggerechtshof van de staat Abia op 15 april 2014 ten gunste van broeder Ogwo, waarbij zijn grondwettelijke recht op godsdienstvrijheid en op vereniging en vergadering werd gehandhaafd. De geplunderde bezittingen van broeder Ogwo zijn aan hem teruggegeven. De Getuigen worden niet meer zo hevig door de gemeenschap gemeden als voorheen en de broeders van Asaga Ohafia prediken er nu vrijuit.

Na de uitspraak van de rechtbank zei broeder Ogwo: ‘Ik sprong op van vreugde. Ik was heel gelukkig. Ik had het gevoel dat Jehovah deze zaak gewonnen had en dat de engelen bij me waren. Jehovah had me beloond.’

RUSLAND Een uitspraak ten gunste van jw.org

De vele wettelijke uitdagingen waarmee onze broeders en zusters in Rusland te maken krijgen, hebben in dat land ‘veeleer tot de vooruitgang van het goede nieuws bijgedragen’ (Fil. 1:12). Hoewel sommige regeringsfunctionarissen en religieuze leiders onze aanbidding krachtig tegenwerken, blijven onze broeders en zusters in Rusland Jehovah trouw, en hun inspanningen worden door hem gezegend.

Dat blijkt onder andere uit een juridische overwinning in de stad Tver. In 2013 diende de openbare aanklager van Tver een klacht in bij een plaatselijke rechtbank om jw.org in heel Rusland te verbieden. De rechtbank deed uitspraak in het voordeel  van de openbare aanklager zonder vertegenwoordigers van Jehovah’s Getuigen op de hoogte te stellen van de rechtszaak. Toen de broeders de beslissing van de rechtbank vernamen, tekenden ze beroep aan. Op 22 januari 2014 draaide het gerechtshof van Tver de beslissing van de lagere rechter terug en besliste ten gunste van ons. Dankzij Jehovah en de gebeden van de internationale broederschap kan de meerderheid van onze Russische broeders en zusters nu genieten van de vele geestelijke voordelen van jw.org.

TURKIJE Blijft het recht op dienstweigering vanwege gewetensbezwaren negeren

Bariş Görmez, een Getuige van Jehovah in Turkije, zat ongeveer vier jaar gevangen vanwege dienstweigering. Tijdens zijn gevangenschap werd hij wreed behandeld door de militaire politie, die hem schopte en met knuppels sloeg. Hij had het ook heel zwaar in zijn cel. Omdat broeder Görmez ruim twee meter lang is, kon hij niet slapen in het bed dat in zijn cel stond. Hij moest dwars over twee bedden in een verkrampte houding gaan liggen. Uiteindelijk stemden de gevangenisautoriteiten toe in een grotere matras, die hij van de plaatselijke gemeente kreeg.

In 2008 diende broeder Görmez samen met drie andere Getuigen een verzoek in bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, waarin ze aanvoerden dat Turkije hun godsdienstvrijheid had geschonden door hun recht op dienstweigering niet te erkennen. Op 3 juni 2014 besliste het Hof in het voordeel van de vier Getuigen * en verplichtte het de Turkse regering om de broeders de geleden schade en de gemaakte kosten te vergoeden. Dit is de derde keer dat het Europese Hof in deze kwestie in het voordeel van de Getuigen en tegen Turkije heeft geoordeeld. Hoewel er op dit moment geen Getuigen gevangenzitten, zal deze kwestie pas volledig opgelost zijn als Turkije het recht op dienstweigering vanwege gewetensbezwaren erkent.

 Vervolg op eerdere verslagen

Azerbeidzjan: De broeders en zusters hebben nog steeds te maken met politie-invallen op hun vergaderingen, censuur van hun lectuur, arrestaties tijdens de prediking en andere schendingen van mensenrechten. Ondertussen blijft de regering het verzoek tot herregistratie van de geloofsgemeenschap van Jehovah’s Getuigen afwijzen. Vanwege deze kwesties zijn er tegen Azerbeidzjan negentien verzoeken ingediend bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Ondanks deze moeilijkheden blijkt Jehovah’s zegen duidelijk uit het aantal verkondigers dat blijft toenemen. De vrijgave van de volledige Nieuwe-Wereldvertaling in het Azerbeidzjaans was nog een reden tot vreugde.

Eritrea: Onze broeders in dit land blijven Jehovah onder zware vervolging getrouw dienen. Drie broeders, Paulos Eyassu, Isaac Mogos en Negede Teklemariam, zitten al twintig jaar vast — sinds 24 september 1994. Eritrese autoriteiten arresteerden zo’n 150 Getuigen en geïnteresseerden tijdens de herdenking van Jezus’ dood op 14 april 2014. Degenen die gearresteerd werden, varieerden in leeftijd van 16 maanden tot boven de 85 jaar. Tijdens de speciale lezing op 27 april 2014 werden nog eens dertig Getuigen en belangstellenden aangehouden. De meesten van hen zijn sindsdien weer vrijgelaten.

Kazachstan: Het Bureau voor Religieuze Zaken heeft de import en verspreiding van veertien van onze publicaties in Kazachstan verboden. Ook worden onze broeders beperkingen opgelegd om buiten hun geregistreerde plaatsen van aanbidding met anderen over hun geloof te praten. Ongeveer vijftig broeders werden veroordeeld voor zogenaamde illegale zendingsactiviteit. Er zijn 26 klachten ingediend bij het VN-Mensenrechtencomité om de individuele vrijheid van meningsuiting te verdedigen.

^ ¶1 Of iemand vervangende dienstplicht aanvaardt of niet is een gewetenszaak.

^ ¶1 Een leeftijdsklassevereniging bestaat uit personen, gewoonlijk mannen, die ongeveer in dezelfde tijd en in hetzelfde dorp geboren zijn.

^ ¶2 Buldu et al. v.Turkey, nr. 14017/08, 3 juni 2014.

Meer info

Waarom zijn Jehovah’s Getuigen politiek neutraal?

Vormen ze een bedreiging voor de staatsveiligheid?